dinsdag 31 maart 2015

Uitgelezen: Knielen op een bed violen. Brief aan Jan Siebelink.

Beste Jan,
 
Uw boek won in 2005 de AKO Literatuurprijs.  In 2006 werd uw boek genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.  Die nominatie werd evenwel niet verzilverd.  Het kan niet altijd prijs zijn, zo zou ik u willen troosten.  Indien troost nog nodig zou blijken want uw boek dateert toch ook al van tien jaar terug.  Dat is een tijdje.  Voldoende tijd, meen ik, om u over het mislopen van een prijs heen te zetten.  Niet bij de pakken blijven zitten en vooruit kijken, dat zei mijn vader als ik thuis kwam na een slecht examen.  In die woorden moest ik niet enkel troost vinden maar ook kracht.  Kracht om door te gaan.  Om mij klaar te stomen voor het volgende examen.  U bent niet bij de pakken blijven zitten.  Dat mag ik afleiden uit uw oeuvre.  Na Knielen op een bed violen volgden nog vele boeken.  Boeken, die ik nog niet gelezen heb.  Jawel, ik loop achter.  Ik kan geen gelijke tred houden met de publicatie van nieuwe boeken.  Niet enkel uw boeken.  Wel alle boeken.  Pas vorige weken kwam ik tot het lezen van uw bekroonde boek.  Tien jaar na datum.
 
Knielen op een bed violen.  Ik moet bekennen, ik vond het altijd al een vreemde titel.  Een rare, eigenaardige titel.  Misschien dat die titel een verklaring zou kunnen zijn waarom ik al die tijd wegbleef van het boek.  Het zou kunnen.  Nu ik het boek uit heb, snap ik die titel.  Juister kan die titel niet zijn.  Want in die enkele woorden schuilt een kernachtige samenvatting van het volledige boek.  In die enkele woorden komen twee werelden samen.  De hogere wereld en de huidige wereld.  Het hemelse en het aardse.  Die spanning tussen beide werelden, die in het boek wordt uitgewerkt, krijgt in de titel een voorafspiegeling.
 
Extremisme, dat is de kern van uw boek.  U toont de gevolgen van een strikt religieuze, fundamentalistische greep op een mensenleven.  U toont de verwoesting van een mensenleven.  U toont de diepe wonden, die het slaat in een relatie.  Een relatie, waarbij de man zich steeds dieper ingraaft in een enggeestig geloof.  Een man, die wordt verscheurd door twijfel.  Twijfel, die hem vervreemdt.  Van zijn omgeving.  Van zijn gezin.  Van zijn vrouw.  Op een vernietigende manier dringt dat fundamentalisme het gezin binnen.  De vrouw verzet zich.  Biedt enig weerwerk.  Zonder enig succes.  De man blijft doof voor mogelijke tegenargumenten.  Hij klampt zich vast aan de volgens hem enige reddingsboei, dat vervloekte geloof.
 
U doet verslag van dat proces.  Van die strijd.  Maar dat is niet het enige.  Andere gevechten dringen uw verhaal binnen.  Het vooruitgangsidee breekt binnen in uw verhaal.  Moderne tijden kunnen niet buiten Velp gehouden worden.  Die botsing tussen het behoudende en vernieuwende wordt in dit boek verder uitgewerkt.  Tevens zien wij in uw verhaal hoe de grote wereld langzaamaan het kleine dorpje openbreekt.  Het isolement wordt gesloopt.  De grote wereld treedt binnen.  Het kan niet buitengehouden worden.  Wereldbeelden botsen met elkaar.
 
Confrontatie.  Dat is wat continu gebeurt in uw boek.  Uw protagonist ziet zich voortdurend geconfronteerd.  U tekent voor hem een constante zoektocht uit.  Een zoektocht naar de juiste plaats.  De juiste plaats in het leven.  In het werk.  In het geloof.  In de liefde.  In het gezin.  Nooit wordt die juiste plaats gevonden.  Want steeds weer is er die twijfel.
 
Uw verhaal leest als een detectiveroman.  Ik wil dat die vreemde kwezels, die predikers ontmaskerd worden.  Dat zij tentoongesteld worden als mensen, die het eigenlijk ook allemaal niet weten.  Ik wil dat die ontmaskering de ogen opent van uw Hans Sievez.  Zodat hij kan landen.  Met beide voeten terug op aarde belandt.  Zodat hij zijn echte geluk terugvindt bij zijn gezin.  Zodat hij kan terugkeren naar die ooit, warme liefde.  Dat alles wil ik.  Daarom raas ik verder doorheen uw boek.  Omdat ik, ondanks alles, toch het beste wil voor uw Hans.  Dat verlangen doet mij steeds teruggrijpen naar uw boek.  Elk kort moment duik ik uw boek in.  Keer ik terug naar Velp.  Naar de kwekerij.  Omdat ik hoop.  Hoop op een mooi einde.
 
In 2005 won u de AKO Literatuurprijs.  In 2015 las ik uw bekroonde boek.  Nu pas kan ik u feliciteren met het boek.  Omdat ik het nu pas las.  Want zo is het altijd geweest.  Boeken moeten eerst gelezen worden, pas dan kan of mag er gefeliciteerd worden.  Daarom, mijn oprechte en welgemeende felicitaties.  U schreef een prachtig boek.
 
Met vriendelijke groeten.
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen