maandag 23 maart 2015

Vermogensbelasting? Jawel, nu meteen. Hic et nunc.

Tax shift.  Het zou een kanshebber kunnen worden bij de verkiezing van het Woord van het Jaar 2015.  Toch zal dit modieuze woord de verkiezingen niet winnen.  Nooit winnen.  Omdat het woord ten ondergaat in onduidelijkheid.  Aanvankelijk was het simpel.  Er moest een verschuiving komen van inkomen uit arbeid naar inkomen uit vermogen.  Om op die manier te komen tot een rechtvaardige verdeling van de lasten.  Om op die manier eindelijk te realiseren dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten zouden torsen.  Voorwaar een nobel principe.
 
Maar dan gebeurde er iets vreemds.  Hoe luider werd geschreeuwd om een rechtvaardige lastenverdeling, hoe onduidelijker de vraag naar een tax shift werd.  Iedereen gaf een eigen invulling aan het begrip.  Geleidelijk aan dreef de taks shift weg van zijn oorspronkelijke uitgangspunten.  Door de regeringspartijen werd de vraag naar een tax shift vertaald naar een vraag om lastenverlaging op arbeid.  Een BTW-verhoging en een milieubelasting, dat wordt voor onze politici het te bewandelen pad naar een lastenverlaging.  Een belasting op vermogen wordt overwogen maar wordt niet als noodzakelijk en broodnodig geïnterpreteerd.  De bocht, weg van een vermogens(winst)belasting, lijkt ingezet.  De sterkste schouders lijken alweer opgelucht te mogen ademhalen.
 
Ik wil terug naar die aanvankelijke duidelijkheid.  Naar die eenduidigheid.  Hierbij pleit ik zonder enig voorbehoud voor een vermogensbelasting.  Geen vermogenswinstbelasting.  Een dergelijke belasting is te eng.  Vermoed wordt dat een vermogenswinstbelasting hoofdzakelijk zal geheven worden op aandelen en obligaties.  Die heffing kan gemakkelijk vermeden worden door de grote vermogenden.  Zij kunnen uitwijken naar andere producten en/of beleggingen.  Waardoor die vermogenswinstbelasting zijn aanvankelijke doel voorbijschiet.
 
Ik weet het.  Ik besef het.  Tegen een vermogensbelasting worden allerlei argumenten in stelling gebracht.  Vaak genoeg worden die argumenten herhaald.  Tot in den treure.  Nooit of bijna nooit worden die argumenten ontkracht.  Met mijn pleidooi voor een vermogensbelasting doe ik een poging.
 
Meest belangrijke en meest aangehaalde argument is het ontbreken van een vermogenskadaster.  Het invoeren van een dergelijk kadaster zou als onmogelijk beschreven worden.  Enkel de onmogelijkheid wordt geopperd.  Meer niet.  Dat moet volstaan.  Bewijzen voor die stelling hoeven niet aangedragen te worden.  Bij die onmogelijkheid worden intussen de nodige vraagtekens geplaatst.  Niet door marxisten.  Niet door leninisten.  Niet door communisten.  Twee liberale denkers menen dat een dergelijk kadaster tot de mogelijkheden behoort.  In het VRT-programma ‘De Vrije Markt’ opperde Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank, dat het instellen van een vermogenskadaster vrij eenvoudig is.  Volgens hem beschikken diverse overheidsdiensten over vele gegevens zoals immobiliën en financiële activa.  Die gegevens samenbrengen moet met de huidige technologie niet al te moeilijk zijn.  Paul De Grauwe beweert dan weer dat het ontbreken van een vermogenskadaster enkel dient toegeschreven te worden aan een gebrek aan politieke wil.  Herhaaldelijk gaf hij aan dat het niet zo is dat er geen vermogensbelasting komt omdat er geen vermogenskadaster is.  Wel is het zo dat men geen vermogenskadaster wil invoeren omdat men geen vermogensbelasting wil.  Voorgaande lijkt een leuk woordspelletje, toch raakt het de kern van de zaak.
 
Een mogelijke kapitaalvlucht wordt ook vaak aangehaald als reden om een vermogensbelasting toch maar niet te realiseren.  Hierbij wordt dan vaak verwezen naar de gekke capriolen van Gérard Depardieu, een Russisch staatsburger met verblijfadres in België.  Net zoals één zwaluw de lente niet maakt, zou dit voorbeeld ons niet mogen weerhouden te blijven pleiten voor een vermogensbelasting.  Het afschaffen van de rijkentaks in Frankrijk zou ook munitie moeten leveren tegen een vermogensbelasting.  De tegenstanders lijken hierin het ultieme bewijs te vinden.  Toch vergeten zij hierbij te vermelden dat in Frankrijk nog een andere belasting van kracht is, de Impôt de Solidarité sur la Fortune.  Om begrijpelijke redenen vertellen tegenstanders niet het volledige verhaal.  Het zou nochtans mooi zijn het volledige plaatje te belichten.  Terwijl in sommige landen (Denemarken, Duitsland, Italië, Luxemburg, Spanje, …) de vermogensbelasting werd afgeschaft, werd deze in andere landen (Griekenland, IJsland, Liechtenstein, Nederland, …) toch behouden.  Recent nog vervoegde ook Oostenrijk de lijst van landen, die één of andere vorm van vermogensbelasting heffen.  Alweer blijkt dat het invoeren van een vermogensbelasting een politieke keuze is.  Uit voorgaande wordt duidelijk dat het ontbreken van politieke wil één van de voornaamste redenen is voor het niet realiseren van een dergelijke belasting in België.
 
Als voorgaande redenen niet zouden volstaan een vermogensbelasting buiten de deur te houden, wordt gegrepen naar dat laatste argument: angst.  De middenklasse zou het grootste slachtoffer zijn van een dergelijke belasting.  De hardwerkende Vlaming (en Waal), die zwaar in zijn portefeuille wordt geraakt, wordt weer maar eens van stal gehaald.  Een verkeerde voorstelling van zaken moet die hardwerkende Belg mobiliseren in het verzet tegen een vermogensbelasting.  Verkeerde voorstelling van zaken? Jawel.  In de media werden reeds voorstellen gedaan omtrent een mogelijke vermogensbelasting.  Zo stellen Paul De Grauwe en het ACV voor de eerste 1 miljoen niet te belasten en naarmate het vermogen uitstijgt boven één miljoen een stijgend tarief toe te passen.  Uit een studie van Sarah Kuypers en Ive Marx blijkt dat 95% van de Belgische huishoudens een netto vermogen heeft van minder dan één miljoen euro.  Het voorstel van De Grauwe en het ACV zou dus enkel bedoeld zijn voor slechts 5% van de Belgische huishoudens.  De middenklasse hoeft niks te vrezen.  Zij moeten geen geloof hechten aan allerlei voorgespiegelde doemscenario’s.  Angst hoeft helemaal niet.  Enkel politieke wil, dat hoeft.  Enkel politieke wil, dat moet.
 
Een vermogensbelasting? Het kan.  Het moet.  Uit een enquête op vraag van Knack en VTM Nieuws blijkt dat 85% van de Vlamingen voorstander is van een belasting op vermogens boven één miljoen euro.  Eenzelfde percentage vindt bovendien dat de regering de inkomensongelijkheid moet aanpakken.  Er bestaat een draagvlak voor een dergelijke belasting.  Een ruim draagvlak.  Het zou een unieke gelegenheid bieden aan de regering om het asociale karakter van hun huidige beleid wat af te zwakken.  Want wat hebben wij reeds door onze maag gestompt gekregen? Stompen, die een onevenwichtige balans in genomen maatregelen extra sterk in de verf zetten.  Excess profit rulings, de interne regularisatie-instructies van de Bijzondere Belastingsinspectie, de kaaimantaks en de belofte deze taks niet te hanteren bij de selectie van fiscale controles, de inperking van het visitatierecht van de Bijzondere Belastingsinspectie, de vraag vanwege de verzekeraars naar het verlagen van de gegarandeerde rendementen op groepsverzekeringen, inperking van de inschakelingsuitkering, de indexsprong voor lonen en uitkeringen, geen indexsprong voor huurgelden, …Ik kan nog even doorgaan.  Ik zou nog kunnen verwijzen naar Swiss Leaks.  Naar Lux Leaks.  Uit dit alles moet blijken dat een gelijke verdeling van de lasten nog ver af is.  Dat de sterkste schouders niet de zwaarste lasten torsen.  Integendeel.
 
Een vermogensbelasting moet.  Binnen een even broodnodige fiscale hervorming.  Weg van de vennootschappelijking.  Met eenvoud en rechtvaardigheid als leidmotief.  Zowaar een hele uitdaging.  Wie neemt de handschoen op? Wie gaat de uitdaging aan? Lefgozers, dat is wat wij nodig hebben.  Geen angsthazen.  Geen handpoppen, aan het lijntje gehouden door het grote geld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen