woensdag 11 februari 2015

Mijn reisverhaal Peru en Bolivia. Dag 16: La Paz - Copacabana.

Onze laatste dag in Bolivia.  De Bolivianen laten ons daarom nog maar eens weten dat met Evo alles goed gaat.  Met Evo lukt alles.  Althans, dat is wat de slogans op vele muren langs de baan ons willen meegeven.  Con Evo vamos bien, zo staat het witgekalkt op de muren.  Misschien is het niet bedoeld om ons te overtuigen maar om zichzelf te overtuigen.  Om bij het lezen van die slogan de twijfel uit te vlakken.  Een dagelijkse lezing van die slagzin moet het geloof van de bewoners in een nieuwere en betere toekomst bevestigen.  Dat lijkt de bedoeling.
 
Eén ding is zeker.  Evo Morales wist voldoende mensen te overtuigen om herkozen te worden.  Maar heeft hij mij weten te overtuigen.  Ik aarzel.  Ik twijfel.  Hoewel ik graag zou willen, kan ik niet volmondig ja antwoorden.  Die personencultus rond zijn persoontje maakt mij bang.  Een president met de allure van een popidool kan niet gezond zijn.  Ik kijk om mij heen.  Ik kijk rondom mij.  Onze Evo Morales heeft nog heel wat werk voor de boeg.  Dat merk ik als ik door de steden en dorpen rij.  Als ik zie in wat voor armoedige toestand de inrichting van steden en dorpen verkeert.  Maar er is meer.  Ik stel mij vragen bij de inkomensongelijkheid.  Neemt deze toe of gaat deze toch in dalende lijn? Is er een groeiende middenklasse of is er toch nog altijd een wijd gapende kloof tussen de top- en onderlaag van de bevolking? Ik durf die vragen niet te beantwoorden.  Ik kan niet antwoorden.  Een vermoeden is onvoldoende antwoord.  Daarom zwijg ik.  Ik ga deze discussie even uit de weg en focus mij op het landschap.
 
 
Want wij zijn alweer op weg.  Wij verlaten La Paz en zetten koers naar Copacabana.  Een busrit van net geen vijf uur.  Dat durven wij al een kortere rit te noemen.  Vandaag moeten wij het Titicacameer over.  De straat van Tiquina, dat is waar wij overgezet zullen worden.  In Tiquina moeten wij de bus uit.  Wij stappen in een klein bootje.  Onze bus gaat op een grotere.  
 
 
Tiquina ligt aan een marinebasis.  Alles wat met defensie te maken heeft, blijkt nogal gevoelig te liggen in Bolivia.  Geen enkele foto mag genomen worden.  Niet van de basis.  Niet van de soldaten.  De camera moet in onze zak blijven.  Fotograferen wordt als een misdaad beschouwd.  Toeristen worden als mogelijke spionnen gezien.  Spionnen, die grote staatsgeheimen het land uitsmokkelen.  Een foto van een soldaatje beschouwen als staatsgeheim? Ik snap het niet.  Maar toch luister ik gedwee naar de goede raad.  Goede raad mag men nooit weglachen.  Die moet men ter harte nemen.  Dat doe ik dus.
 
Een marinebasis aan het Titicacameer.  Dat kan gek lijken maar dat is het niet.  Toch niet in de ogen van de hogere legerkringen.  Generaals en admiralen beschouwen dit als een logische en strategische keuze.  Doorheen het meer loopt de grens met Peru.  Grenzen moeten verdedigd worden.  Dat is zo.  Dat kan niet betwist worden.  Watergrenzen kunnen enkel verdedigd worden door de marine.  Aan die grenzen moeten schepen patrouilleren.  Daarom dus een marinebasis in Tiquina.  Om mij heen zie ik geen fregatten.  Zeker geen vliegdekschepen.  Enkel één kanonneerbootje zie ik dobberen op het meer.  Dat lijkt mij een beetje weinig om een invasie tegen te houden.  Maar het geloof in de eigen slagkracht doet wonderen.  Het geloof in de eigen strijdvaardigheid verzet bergen.  Dan is één kanonneerbootje dan toch misschien genoeg.
 
Peru en Bolivia.  Beschouwen zij elkaar als vijanden? Leven zij op voet van oorlog? Dat lijkt nogal mee te vallen.  Geen gespannen relatie.  Wel zijn er die grappen.  Flauwe woordgrapjes.  Van de Bolivianen over de Peruanen.  Van de Peruanen over de Bolivianen.  Zo beweren de Peruanen dat Titi in Peru ligt terwijl caca zich in Bolivia situeert.  Dat is het niveau van de grappen.  U ziet, echt hoogstaand kunnen wij het niveau niet noemen.  Die flauwe moppen doen mij een beetje denken aan die grappen en grollen, die over en weer gemaakt worden tussen Nederlanders en Belgen.  Een eerder geforceerde animositeit, in het leven gehouden door grappenmakers.  Geen animositeit, die het bestaan van een marinebasis rechtvaardigt.
 
Wij arriveren in Copacabana.  Rust.  Rust.  Rust.  Dat is wat ik onmiddellijk ervaar.  Dit badplaatsje is een heuse tegenstelling met het hectische La Paz.  In niks doet dit plaatsje denken aan dat wereldberoemde strand in Rio de Janeiro.  Jawel, er is een strandleven.  Maar dan kleiner.  Veel kleiner.  Kleiner en bescheidener.  
 
Ondanks die bescheidenheid herbergt deze stad wel het grootste pelgrimsoord van Zuid-Amerika.  Een beetje te vergelijken met de status van Guadalupe in Mexico.  De Virgen de la Candelaria, ook wel Virgen Morena genoemd, is niet zomaar een heilige.  Zij is meer.  Veel meer.  Deze maagd is de patrones van Bolivia.  Die titel verklaart al een beetje meer het belang van deze heilige.
 
Aan de Basílica de Nuestra Señora de Copacabana, het thuisadres van de Heilige Maagd, worden bijna dagelijks autowijdingen gehouden.  Bij die autowijdingen moeten wij het beeld dat wij hebben van onze eigen wijdingen wissen.  Deze Boliviaanse wijdingen vallen in niks hiermee te vergelijken.  Dit is totaal anders.  Hier worden alle onderdelen uitvoerig besprenkeld met heilig water.  Eerst gaat het net zoals bij ons.  De eigenlijke wagen wordt gezegend.  Over de carrosserie worden rijkelijk de nodige waterdruppels uitgestort.  Dat beeld kennen wij.  Maar dan schakelt de priester in een hogere versnelling.  De deuren gaan open en binnenin wordt alles rijkelijk bespat en bewaterd.  Het stuur, de zetels, de veiligheidsgordels, de pook,   Geen enkel detail mist de priester.  Zelfs de motorkap wordt geopend en de motor krijgt de nodige aandacht.  De nodige hoeveelheid water.  Wij hebben dat schouwspel gezien.  Hilarisch.  Grappig.  Bijzonder moeilijk om dit ernstig te nemen.  Maar lachen doen wij niet.  Het zou ons kwalijk genomen worden.
 
 
Voor de autowijding kan de geïnteresseerde kiezen tussen een priester of sjamaan.  Een keuze tussen een christelijke inwijding of een Andesinwijding.  De ceremonie is dezelfde.  Met dat ene toch wel belangrijke verschil.  De sjamaan gebruikt geen water.  Hij verwacht de heiligheid van alcohol.  Alcohol vervangt het heilige water.  Heilige alcohol, daar had ik nog nooit bij stilgestaan.  Wij ervaren het als een rariteit maar voor de Bolivianen is dit de gewoonste zaak.  Bier schenkt aan de chauffeurs veiligheid in het verkeer.  Bier en wijden, het gaat samen.  Maar of bier en rijden samen gaan, daarover wordt hier niet nagedacht.  Dat blijkt toch.  Na de autowijding snel nog enkele foto’s met de priester of sjamaan.  Dan snel nog een biertje of champagne.  Dan weer de wagen in.  De gewijde wagen.  Tegen 150 km/u naar huis racen kan dan niet meer bestempeld worden als waaghalzerij.  De veiligheid hebben de chauffeurs net afgekocht.  Dan kan hen toch niks meer gebeuren.  Of toch? Geloof in de heilige krachten vervangt de nood aan een BOB-campagne.
 

 
Als mogelijke uitstappen kunnen wij kiezen tussen Isla del Sol en El Calvario.  Binnen enkele dagen beginnen wij aan de tweedaagse Incatrail.  Dan moet toch nog even onze conditie gecheckt worden.  Wij kiezen daarom voor de beklimming van El Calvario.  Het is slechts een heuveltje.  Geen echte berg.  Maar via deze bescheiden inspanning willen wij toch even nagaan wat het effect is van de grote hoogte op onze prestatie.  Die effecten zijn best voelbaar.  Het hart bonkt zwaar.  De ademhaling gaat hard.  Althans, dat doet het toch bij een wat oudere mens.  Bij de jeugd heeft die hoogte nauwelijks enig effect.  Zij stormen de heuvel op.  Wij doen het kalmpjes.  Geen stormloop.  Geen rush.  Geregeld gaan wij aan de kant.  Om te genieten van het wonderlijke uitzicht.  Maar bovenal om uit te puffen.  Om rond te kijken.
 
Voor ons blijft de beklimming bovenal een oefening.  Maar voor de meeste mensen is dit een oefening in devotie.  In toewijding.  Op weg naar de top bevinden zich de veertien staties van de christelijke kruisweg.  Wij merken die staties wel op maar houden nauwelijks halt.  Vele gelovigen evenwel dragen een paar stenen mee.  Die stenen moeten hun zonden symboliseren.  Aan elke statie worden stenen achtergelaten.  Zwaardere stenen worden verder meegenomen.  Tot aan de top.  Tot aan de zeven altaren.  Die altaren staan voor de zeven pijnen van de Maagd.  De Calvarieberg lijkt heel wat symboliek in zich te verenigen.  Ik hou mij ver weg van die symboliek.  Ik ga niet met stenen zeulen.  Dat doe ik niet.  Ben ik dan vrij van zonden? Ik denk het niet.  In het afwijzen van die stenen moet u enkel mijn gemak zoeken.  Enkel mijn gemak.  Geen hogere symboliek.
 

 
Bovenop de top bidden pelgrims.  Zij steken kaarsen aan.  Wij doen het ook.  Een kleine toegeving aan het heilige karakter van deze berg.  Eén voor de liefde.  Eén voor het lange leven.  Kaarsen lijken hierop een invloed te kunnen hebben.  Wij onderdrukken onze zin voor kritiek en gaan mee in dit bizarre verhaal.  Van een beetje bijgeloof is nog niemand gestorven.  Wij steken de kaarsen aan.  Liefde zal eeuwig ons deel zijn.  Het leven zal lang en mooi zijn.  Wij hebben met deze beklimming niet enkel onze conditie aangescherpt.  Wij hebben ook enkele zekerheden verworven?
 
De kraampjes bovenop de berg doen mij een beetje denken aan Lourdes.  Het lijkt bijna onvermijdelijk.  Heiligheid trekt commercie aan.  In vroegere tijden zou onze Heiland die stalletjes hebben weggevaagd.  Hij zou de stal hebben uitgemest.  Maar nu gelden andere wetten.  De economische wetmatigheden zijn in alle onderdelen van het leven aanwezig.  Zelfs hier speelt de wet van vraag en aanbod.  Verkopers bieden aan de pelgrims miniatuurvoorwerpen aan.  Voorwerpen zoals auto’s, bankbiljetten, huizen, … Sjamanen of Andespriesters zegenen die voorwerpen aan kleine, stenen altaren.  Met die zegeningen en gebeden hopen de pelgrims dat die miniatuurtjes ooit groot zullen worden.  Ooit echt zullen worden.  Wij kijken verbijsterd toe.  Zij geloven hierin.  Dat is wat ons van hen scheidt.  Ons heeft de uitdaging naar boven gedreven.  De sport.  Hen heeft het geloof naar boven gedreven.  Maar beiden staan wij op de top.  Beiden staan te genieten van een adembenemend uitzicht.  Een uitzicht op het immense Titicacameer.
 
 
’s Avonds lopen wij nog even langs het strand.  Wij hebben een afspraak met onze groep.  Aan het strand.  Vanop het dakterras van één van de vele cafeetjes zullen wij genieten van de ondergaande zon.  Dat is toch de bedoeling.  De zon gaat onder.  Zoals zij elke dag doet.  Maar deze keer doet zij het niet in die eigen, unieke kleurenpracht.  Wij kunnen het enkel betreuren en ons troosten met de gedachte dat ook de zon wel eens een minder dagje kan hebben.  De zon verdwijnt en neemt met haar de dag mee.  De dag verdwijnt, de nacht treedt in.  Heel zachtjes.  Heel geleidelijk.  Voor ons een teken om ons bedje op te zoeken.  Wij gaan slapen.
 
Volgende aflevering (dag 17) op maandag 16/02.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen