donderdag 6 maart 2014

Mooie liedjes: Toy.

Waarvan dromen groepen? Een internationale doorbraak.  Daarop hopen zij.  Want die doorbraak verschaft hen toegang tot de grotere podia en festivals.  Die doorbraak voert hen weg van al te kleine zaaltjes, waar voor drie man en een paardenkop gespeeld wordt.  Die doorbraak komt er niet zomaar.  Daar moet wel wat voor gedaan worden.  Er moet geïnvesteerd worden waarbij men uiteraard hoopt op een positieve return on investment.  Maar niet enkel de investeringen brengen de verhoopte doorbraak.  Er is toch ook altijd weer dat tikkeltje geluk.  Dat tikkeltje geluk, dat de groep onder de aandacht brengt van de juiste mensen.  Want die juiste mensen kunnen de juiste deuren openen en de verkeerde deuren sluiten.
 
Gisteren stond ik in De Centrale.  In het kader van The Big Next stond de Britse band Toy geprogrammeerd.  Die groep was mij onbekend.  Ik moet bekennen, alwetendheid schrikt mij af.  Net zoals zo vele andere dingen.  Maar laten wij niet afwijken.  Laten wij ons beperken tot de kern van de zaak.  Vóór het concert had ik even rondgewandeld op internet.  Enige voorbereiding vind ik noodzakelijk.  Om mij toch niet blindelings in het grote avontuur te storten.  In professionele muziekbladen werd de groep vergeleken met The Horrors en Deerhunter.  Die groepen deden niet de nodige belletjes rinkelen.  Die bellen bleven stilletjes hangen.  Veel wijzer was ik niet geworden.  Toch was er de hoop op een goed concert.  Recensies van hun laatste album, Join The Dots, lieten mij vermoeden dat dit geen broekventjes waren.  Het Britse NME gaf het album een grote onderscheiding.  Net zoals AllMusic en Clash.  Enkel het Belgische Enola buisde het album.  Wat zou het worden? Wie zou het grote gelijk binnenhalen? Of zou zoals altijd de waarheid in het midden liggen?
 
Het voorprogramma liet ik aan mij voorbijgaan.  Wat Charlie Boyer And The Voyeurs precies deden, zal ik dus nooit weten.  Eerst even een pintje drinken met de vrienden.  Beetje bijpraten.  Even peilen naar de gezondheid.  Naar het geluksgevoel.  Dat achtte ik noodzakelijk.  Noodzakelijker dan het voorprogramma.
 
Na één Westmalle stond ik in de zaal.  Eén Westmalle? Jawel, van alcoholisme zal u mij niet kunnen betichten.  Ik drink met verstand, zoals mij gevraagd wordt in allerlei campagnes.  Soms ben ik volgzaam.
 
Toy kwam het podium op.  Eventjes rustig inspelen was geen optie.  Van enige aanpassing was geen sprake.  Geen zachtjes aftasten zoals bij nieuwe vriendschappen wel gebeurt.  Vol met de voeten vooruit, dat was het.  Een vuistslag in het aangezicht.  Dit was hevig.  Dit was fel.  Eén brok energie.  Dit was rock zoals rock hoort te zijn.  Geen toegevingen.  Geen rustpauzes.  Recht vooruit, zonder om te zien.  Net zoals Julius Caesar kwamen zij, zagen zij en overwonnen zij.  Misschien overwonnen zij niet iedereen.  Misschien waren er nog twijfelaars.  Ik evenwel was verkocht.  Ik twijfelde niet.  Ik viel voor Toy.  Zonder enig voorbehoud.  Dat voorbehoud had Toy vakkundig gesloopt.  Song voor song brokkelde dat voorbehoud af.  Om aan het eind te moeten erkennen dat dit concert meer dan fantastisch was.
 
Ik wens Toy een schitterende toekomst.  Ik wens Toy die internationale doorbraak.  Omdat zij het verdienen.  Omdat zij het meer dan verdienen.  Als de groep dan hoge, internationale toppen scheert, kan ik dan zeggen dat ik dat groepje ooit nog in De Centrale gezien heb.  Met veel plezier zal ik dan terugblikken op die heerlijke avond.

Clip:
Toy – Join the dots.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen