donderdag 2 februari 2017

Uitgelezen: As in tas. Brief aan Jelle Brandt Corstius.

Beste Jelle,
 
As in tas.  Ik wist niet wat te verwachten.  Ik kon mij niks voorstellen bij de titel van het boek.  Ik heb nochtans een grote fantasie.  Een nooit stoppende verbeelding.  Toch lukte het mij niet bij die titel een verhaal te verzinnen.  De achterflap van uw boek bracht redding.  Daarin werd kort uiteengezet wat het zou worden.  Twee maanden na het overlijden van uw vader stapt u op de fiets.  Voor een fietstocht naar de Middellandse Zee.  Naar Saintes-Maries-De-La-Mer.  Door de Alpen.  U bent bepakt en gezakt.  In die bagage zit één tasje.  Daarin zit een deel van uw vaders as.  Dat zal u uitstrooien.  In zee.
 
Ik verwachtte een reisverslag.  Dat is het ook.  U vertelt over uw fiets.  Over het worstelen met de klikpedalen.  Over het feit dat u nog nooit een band herstelde.  U bekent zelfs het niet te kunnen.  U worstelt niet enkel met de fiets.  Meer nog hebt u het moeilijk met het aantal kilometers.  Met de bergen.  Nochtans bent u niet aan uw proefstuk toe.  Met uw vader ondernam u elk voorjaar een fietstocht.  Maar die tochtjes waren bescheiden.  Nu gaat u extra large.  In het begin gaat het moeilijk.  Maar heel geleidelijk vervelt u tot een ware wielertoerist.  Heel geleidelijk vloeit de pijn over in genot.  U geniet op de fiets.  Als het dan toch even moeilijk gaat, doet u beroep op een imaginair publiek.  Een ingebeeld publiek dat u langs de weg vooruit schreeuwt.
 
U geniet van de omgeving.  Van de leegte.  Wat in Nederland en België niet mogelijk is, ervaart u wel in Frankrijk.  U geniet van de wildernis om u heen.  Van de vergezichten.  Van het gevoel niet continu tegen een gevel aan te staren.  Nederland en België zijn volgebouwd.  Frankrijk niet.  U geniet ook van de bergen.  U ontwikkelt een liefdesrelatie met de bergen.  U leert de bergen te lezen.  Dat is noodzakelijk.  Om uw beklimming juist in te delen.  U begrijpt de bergen.  Begrip is noodzakelijk om tot liefde te komen.
 
U vertelt over uw ontmoetingen.  Met vreemde figuren.  Met Nederlanders, die telkens weer dezelfde opmerking lijken te maken.  Dat Rusland de andere richting uit is.  Daarmee verwijzen zij naar de documentaires, die u maakte voor VPRO.  Telkens weer diezelfde opmerking.  U moet iets achtergelaten hebben in de hoofden van de Nederlanders.  Dat denk ik dan weer.  U vertelt over het zoeken naar een geschikte slaapplaats.  Een juiste eetplaats.  Over die ene keer dat het restaurant dan toch een bordeel blijkt te zijn.  Hilarisch.
 
Bij het bovenstaande zou een lezer kunnen denken dat uw boek een licht boek is.  Licht naar inhoud.  Niet al te zwaar.  Gemakkelijk te verteren.  Dat is het niet.  Dat te denken zou fout zijn.  In die lichtheid schemert een zekere zwaarte door.  Want doorheen uw boek weeft u herinneringen aan uw vader.  Uw vader zou ik een speelvogel noemen.  Zelfs op een leeftijd, waarop het niet meer mag verwacht worden, blijft hij een rebel.  Die rebellie uit zich in de te luide opmerkingen over het te dikke achterwerk van serveersters.  In het negeren van verkeerslichten.  In het wild dansen op rustige feestjes.  Ik lees die verhalen.  Ik kan enkel sympathie voelen voor die man.  Uw vader.  Een diepe sympathie.  Een man, die buiten de uitgetekende paadjes stapt, verdient enkel bewondering.
 
Maar u gaat verder dan enkel die vaderverhalen.  U vertelt over het rouwen.  Over het rouwproces.  U vertelt over het afscheid van uw vader.  Dat was niet op de begrafenis.  Dat was vroeger.  Heel vroeger nam u al afscheid.  Bij het begin van zijn dementie.  Want op dat moment verloor u uw vader.  Uw vader zoals u hem altijd kende.  Op de begrafenis leken uw tranen op te zijn.  Want u had al getreurd.  Getreurd om een levende vader, die toch al afwezig was.
 
Wat bij mij het meest blijft hangen, is die ene opmerking.  Die terloopse opmerking.  U vraagt zich af of u alles hebt kunnen zeggen.  Of u alles hebt kunnen vragen.  Dat komt hard binnen.  Want ook ik stel mij vaak die vragen.  Alhoewel mijn beide ouders nog leven, stel ik mij vaak die ene vraag.  Of zij weten dat ik van hen hou.  Of zij weten dat ik hen de beste ouders vind.  Soms twijfel ik.  Die twijfel kleurt soms mijn stemmingen.  Op die momenten spreek ik mijzelf moed in.  Troost ik mijzelf.  Ik zeg dat zij het heus wel weten.  Die bemoedigende terechtwijzing helpt.  Zet mij terug op het juiste spoor.  Tot dat volgende moment.  Dat moment van twijfel.  Zo gaat het maar door.  Op en neer.  Op en neer.  Op en neer.
 
Is uw boek een goed boek? Ik zou kunnen antwoorden met dat ene woord.  Pirelli.  Dat zou ik kunnen zeggen.  Maar dan zou ik u in het ongewisse laten.  Dat wil ik niet.  Zo wil ik mijn brief niet eindigen.  Ik zal dus duidelijk zijn.  To the point.  Uw boek is een prachtboek.  Omwille van die lichtheid.  Omwille van die zwaarte.  Omwille van die goedwerkende afwisseling.  Het ene moment deed u mij lachen.  Het andere moment deed u mij bijna huilen.  Een lach en een traan, dat is het leven.  Dat is ook uw boek.
 
Beste Jelle, ik wil u danken voor de prachtige reis.  De prachtige reis, die ik mocht maken in het gezelschap van u en uw vader.  Ik beleefde een heerlijke tijd.
 
Ik wens u het allerbeste.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Documentaires van Jelle Brandt Corstius:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen