maandag 27 juni 2016

Hongarije - België. Wereldklasse. Een ander woord bestaat niet.

Beste Duivels,
 
Zondagmorgen werd ik wakker.  Gelukkig maar.  Ik werd wakker en voelde meteen dat deze ochtend verschilde van alle andere, voorgaande ochtenden.  Het was elf uur en toch sprak ik van ochtend.  Dat kan.  In het weekend kan dat.  Dan verglijdt alles.  Dan kan middag ochtend worden.  Avond kan middag worden.  Die flexibele invulling van tijd maakt het weekend zo aantrekkelijk.  Toch zat het unieke van de ochtend niet in die ervaring.  Het was iets anders.  Ik werd wakker met één vraag.  Een vraag van groot levensbelang.  Toch in deze tijden.  Ik vroeg mij af of jullie zouden doorgaan naar de volgende ronde.  Ik stelde enkel de vraag.  Het antwoord was nog open.  
 
In de loop van de dag keerde die vraag enkele keren terug.  Soms opperde ik die vraag luidop.  Alsof ik hoopte dat iemand mij het juiste antwoord zou aanreiken.  Ik was zenuwachtig.  Zenuwachtiger dan bij de vorige matchen.  Nu was het alles of niets.  Ofwel gingen we naar de volgende ronde.  Ofwel werden wij uitgeschakeld en mochten we onze koffers pakken.  Ik wist niet wat het zou worden.  Dat wist niemand.  Die onwetendheid maakte mij bijna gek.  Dat laatste is misschien lichtelijk overdreven.  Ik gebruik die vorm van overdrijving enkel maar om aan te geven in hoeverre de duivelsgekte mij in de greep heeft.
 
Ik had de tijd tot de aftrap verdreven.  Nuttig verdreven.  Ik had die tijd niet in lege doelloosheid doorgebracht.  Dat ligt niet in mijn aard.  Ik pas voor een leeg bestaan.  De gegeven tijd moet nuttig opgevuld worden.  Met huishoudelijke taakjes.  Een gezonde geest in een gezond lichaam, dat wordt gezegd.  Net zozeer geldt die stelregel voor een nette geest.  Een nette geest vraagt een net huis.  Daar moet aan gewerkt worden.  Daar moet in geïnvesteerd worden.  Minuten tikten weg.  Uren tikten weg.  Het huis werd netter.  De aftrap kwam dichter.
 
Een fluitsignaal.  De aftrap.  U stelde ons meteen gerust.  U greep de tegenstander naar de keel.  Met een ongeziene gretigheid.  In die aanvang zag ik meteen het antwoord op die ene vraag, die mij al de hele dag bezighield.  Wij zouden het halen.  De volgende ronde was voor ons.  Daarvan was ik zeker.  Of toch bijna.  Want dit spelletje heet voetbal.  In dat spelletje is alles mogelijk.  In dat spelletje kan zelfs de beste toch verliezen.  Onrechtvaardig, inderdaad.  Maar het kan.  Die reële kans op onrechtvaardigheid maakt die negentig minuten zo spannend.  Zo intens.
 
Een demonstratiewedstrijd.  Voetballes.  Dat schonk u ons.  U toonde hoe voetbal moet gespeeld worden.  Kan gespeeld worden.  Alles lukte.  Elke voorzet kwam aan.  Of toch bijna.  Het was een plezier om die overgave te zien.  Jullie flitsten.  Als ploeg.  Iedereen presteerde op niveau.  Niemand bleef achter.  Iedereen volgde datzelfde pad.  Dat pad van hoogstaande kwaliteit.  Hieraan kon niemand tippen.  Zeker de tegenstander van gisteren niet.
 
Toch was het bij de rust nog maar nul tegen één.  Dat leek jullie te frustreren.  Die frustratie meende ik af te lezen van jullie gezichten toen jullie de kleedkamers introkken.  Enkele doelpunten meer hadden gekund.  Toch lukte het niet die score verder aan te dikken.  Dat feit maakte dat alles nog mogelijk was.  Dat de spanning enkel maar toenam.  Want één tegendoelpunt zou alles anders maken.  Zou maken dat alles van vooraf aan zou moeten herbeginnen.  Dus, jawel, ik keek met de billen toegeknepen.  Eén ding hield mij overeind.  Die onzekerheid drong niet door in jullie spel.  Jullie bleven heer en meester.
 
De tweede helft leek een kopie van de eerste.  Het geleverde voetbalspel bleef van een niet te evenaren, uitzonderlijke en superbe kwaliteit.  U bleef doelkansen creëren.  Maar een tweede doelpunt bleef uit.  Voorlopig.  Want na de vijfenzeventigste minuut besloten jullie dat het nu wel welletjes was geweest.  Het leek bijna onmogelijk een versnelling hoger te schakelen.  Toch deden jullie het.  Een doelpuntenkermis startte.  Niet één, niet twee, wel drie doelpunten.  In die laatste twintig minuten maakten jullie nog drie doelpunten.
 
Schoonheid kan ontroeren.  U bezorgde mij kippenvel.  Dit was ongezien.  Dit was wereldklasse.  Die omschrijving voor jullie wonderlijke prestatie gebruikte Jan Mulders.  Ik kan hem enkel bijtreden.  Op die omschrijving valt niks af te dingen.  Een masterclass.  Een masterclass in de kunde van het voetbal.  Daarvan waren wij getuige.
 
Ik heb heerlijk geslapen.  Vandaag werd ik wakker.  Net zoals gisteren.  Maar vandaag was die vraag weg.  Die vraag of wij zouden doorgaan.  Naar de volgende ronde.  Vandaag had ik dat heldere antwoord.  Nul tegen vier.  Wij hadden gewonnen.  Met verve.  Met overtuiging.  Welverdiend hadden wij gewonnen.  Al ontelbare keren heb ik die uitslag luidop herhaald.  Tegen mijzelf.  Tegen niemand in het bijzonder.  Zomaar.  Telkens ik die uitslag herhaal, moet ik lachen.  Krijg ik het warm vanbinnen.  Ik krijg het warm en ik lach.  Vandaag kan mijn dag niet meer stuk.  De volgende dagen kunnen niet meer stuk.  Dat weet ik nu al.
 
Beste Duivels.  Ik wil u danken.  Voor de overwinning.  Ik wil u feliciteren.  Met het geleverde spel.  Toch wil ik u niet enkel danken.  Toch wil ik u niet enkel feliciteren.  Ik wil u ook iets vragen.  Ik wil jullie vragen of jullie het hoogstaande peil nog een tijdje willen aanhouden.  Tot en voorbij de finale.  Dat zou mooi zijn.  Maar ik zei het al, dit spelletje heet voetbal.  Dat maakt alles onvoorspelbaar.  Maar toch.  Toch vraag ik het jullie.  Het zou mooi zijn indien jullie op het veld een bevestigend antwoord zouden geven.  Ik wil jullie daarom al bij voorbaat danken.

Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen