dinsdag 5 november 2013

Africa. Gezien in NTGent.

Dit jaar wordt de voorstelling ‘Africa’ hernomen.  Ik zag deze voorstelling vorig jaar.  Na de voorstelling schreef ik hierover een commentaar.  Vandaag herhaal ik deze commentaar.  Met de bedoeling u naar het theater te voeren.  Te lokken.  Te verleiden.  Want de voorstelling is goed.  Meer dan goed.
 
Africa.  U bent een attent iemand.  U zal mij wijzen op die schrijffout in dat ene, kleine woord.  Ik zou het kunnen beamen.  Ik zou het foutje kunnen herstellen.  Door eenvoudig de letter c te veranderen in de letter k.  Dan zou het goed zijn.  Dan zou alles spellingsgewijs in orde zijn.  Maar soms moeten wij de spelling even aan de kant laten.  Soms moeten wij meer belang hechten aan de eigenlijke betekenis van een woord.  Soms moeten wij meer lezen dan enkel dat woord.  Die letter c in Africa verwijst naar het bevreemdende van dat continent.  Het mythische.  Het fantasievolle.  Die letter staat symbool voor onze dromen over dat continent. U ziet, taal kan soms meer zijn dan enkel regeltjes.  
 
Africa of Afrika.  Het is een woordspelletje.  Een goede vondst.  Ik herken mij in die ene letter.  Ik herken mij in die betekenisvolle c.  Want ook ik droom van Afrika.  Een droom, waarvan ik hoop dat die ooit tastbaar wordt.  Werkelijkheid wordt.  Ik wil naar het zwarte hart van Afrika.  Naar het centrum.  Naar Congo.  Of Rwanda.  Naar Burundi.  Eventjes heb ik geproefd van Afrika.  Aan de rand van het continent heb ik even genipt.  Het smaakte naar meer.  Veel meer.  Ik verlang naar dat zwarte continent.  Dat verlangen werd gevoed door twee boeken, die ik las: Bloedrivier van Tim Butcher en Congo van David Van Reybrouck.  Die boeken hebben mijn dromen groter gemaakt.  Ik wil in de voetsporen treden van die auteurs.  Ik wil ontdekken.  Ik wil zien, voelen.  Ik wil proeven.
 
Gisteren stond Oscar Van Rompay in de Minard op de planken.  Met zijn theatervoorstelling.  Een monoloog over zijn Afrika.  Op tekst gezet door Peter Verhelst.  Een aaneenschakeling van anekdotes.  Soms kort, soms meer uitgebreid.  Maar elke anekdote toonde ons een ander beeld van Afrika.  De droom werd geïnfecteerd met de werkelijkheid.  Ja, Afrika is een mooi continent.  Ja, Afrika is een wreed continent.  Schoonheid en hardheid gaan hand in hand.  Dat duale karakter maakt leven in Afrika tot een karwei.  Leven als blanke in Afrika is niet gemakkelijk.  Het dwingt de blanke tot het zich voortdurend in vraag stellen.  Het dwingt de blanke om voortdurend zijn houding te evalueren.  Zijn houding tegenover het land.  Tegenover de bevolking.  Het bepalen van een steeds wijzigende positie is vermoeiend.
 
Heeft de voorstelling mijn droom aangetast? Heeft de voorstelling mijn droom besmet en minder schitterend gemaakt? Neen, geenszins.  Integendeel zelfs.  Nog meer dan ooit tevoren wil ik naar dat continent reizen.  Om een antwoord te vinden op vele vragen.  Vragen, gesteld in die boeken. Vragen, gesteld in de voorstelling.  Afrika blijft boeiend en fascinerend.  Mijn droom blijft overeind.  Alleen heeft die droom nu meerdere, kleurrijke schakeringen gekregen.
 
De voorstelling is buitengewoon sober.  Behalve dan het eerste deel.  Dat eerste deel is bijzonder theatraal.  De getuigenis van Oscar Van Rompay over zijn leven in Kenia is bijna een academische zitting.  Bijna is het een documentaire, live gebracht op de planken.  Maar ondanks die soberheid slaagt Van Rompay er in uw aandacht vast te houden.  Niet meer los te laten.  Die soberheid werkt.  Is heel misschien zelfs noodzakelijk.  Want u wordt niet afgeleid.  Het verhaal en de luisteraar, meer is er niet.  Toch is het een meer dan sterke formule, dat optimaal werkt.
 
Gisteren was ik een volle avond in Afrika.  In Kenia.  Aan de hand van Oscar Van Rompay.  Hij wees aan.  Hij merkte op.  Hij verklaarde.  Hij stelde vragen.  Soms gaf hij antwoorden.  Enkele uren was ik in Afrika.  Het was er heerlijk toeven.  Met tegenzin stapte ik terug Gent binnen.

Links:
Africa – Speeldata.

Inleiding:
Africa – NTGent.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen