maandag 13 juni 2016

Doe Maar, gezien in Lotto Arena. Brief aan Henny, Ernst, Jan, René en Kenny B.

Beste Henny,
Beste Ernst,
Beste Jan,
Beste René,
 
Beste Kenny,
 
Vierendertig jaar terug kocht ik Doris Day en Andere Stukken.  Het derde album van Doe Maar.  Doe Maar en Skunk, de eerste twee albums, had ik aan mij laten voorbijgaan.  Die waren aan mijn aandacht ontsnapt.  Maar dat derde album heb ik grijsgedraaid.  Op mijn slaapkamer.  Op een platenspeler, dat ik van mijn grote broer had gekregen.  Elke keer, dat ik naar de plaat luisterde, veranderde mijn slaapkamer in een concertzaal.  Mijn slaapkamer werd het podium.  Buiten stonden duizenden fans naar mij te kijken.  Want ik was de frontman.  De frontman van Doe Maar.  Ik was Henny Vrienten.  Ik zong.  Want ik kende de teksten.  Van a tot z.  Van z tot a.  Ik sprong.  Ik huppelde.  Mijn imaginaire fans schonk ik elke keer weer een verzorgd optreden.  Ik gaf mij volledig over.  Ik gooide mij.  Ik smeet mij.  Ik was de perfecte entertainer.  Heerlijke tijden waren het.  Heerlijke, mooie momenten.
 
Vrijdagavond stond ik in de Lotto Arena.  Jullie waren te gast in Antwerpen.  Ik wilde weten of jullie mij konden terugbrengen naar mijn slaapkamertje.  Ik wilde weten of die vele hits nog hetzelfde effect zouden hebben op mij.  Ik wilde weten of jullie mij tweeëndertig jaar terug in de tijd konden flitsen.  Naar de gekke jaren tachtig.  Met de teletijdmachine van professor Barabas zou het lukken.  Daarvan ben ik zeker.  Maar zouden jullie het ook kunnen? Dat wilde ik vrijdagavond ervaren.
 
Jullie begonnen voorzichtig.  Rustig.  Kalmpjes aan.  Dat hoeft niet te verbazen.  Jullie zouden er een extra lange avond van maken.  Jullie zouden nummers spelen, die jullie voordien nooit speelden op concerten.  Dan moeten we voorzichtig opbouwen.  Want die tieners zijn intussen vijftigers geworden.  Die twintigers zijn nu zestigers.  Jonge, jeugdige benzinemotoren zijn trage, slome dieselmotoren geworden.  Die ietwat oudere motoren moeten opgewarmd worden.  Jullie gaven ons die mogelijkheid.  Die mogelijkheid ons voor te bereiden op een feestje, dat er onvermijdelijk zat aan te komen.
 
Tussen de minder gekende hits lieten jullie af en toe een bommetje vallen.  Om ons wakker te schudden.  Om ons bij de les te houden.  Tussendoor passeerden Macho, Nachtzuster en is dit alles.  Om de temperatuur te meten.  Die bleek goed te zitten.  Luidkeels werd meegezongen.  Het publiek was klaar.  Er mocht begonnen worden met dat feestje.  Want dat feestje was hier.  In de Lotto Arena.
 
Joost Belinfante stak het vuur aan de lont.  Hij bracht Nederwiet.  Ik ben een brave jongen.  Nooit gebruikte ik cannabis.  Toch zong ik uit volle borst mee.  Het voorzichtige heupwiegen werd ietwat uitbundiger.  De eerste danspasjes werden gezet.  Ik was klaar.  Ik wou meer.  Toch moest het echte feest nog beginnen.  Want ook Nederwiet was slechts een opwarmertje.  Een inleiding.  Een intro.
 
Het startschot voor de eigenlijke, echte feestfinale werd gegeven door Kenny B.  Hij mocht de aftrap geven.  Hij deed het met verve.  Met overtuiging.  Hij bracht de nieuwe single 5446 is mijn nummer.  Nu kon het eindelijk beginnen.  Kenny B leek de code gebroken te hebben.  Jullie gingen aan de slag.  Want in de zaal draaiden alle dieselmotoren op volle gang.  Jullie leken het te voelen.  Jullie lazen de signalen goed.  Jullie schakelden een versnelling hoger.  Neen, jullie schakelden twee versnellingen hoger.  Nu ging het pas echt hard.  Nu ging het pas echt goed.
 
De ene na de andere hit volgde.  Sinds 1 dag of 2 (32 jaar), Pa, Eén nacht alleen, Doris Day, De bom, … Ik kon niet meer zwijgen.  Alles zong ik mee.  De Lotto Arena werd mijn slaapkamertje.  Ik keerde tweeëndertig jaar terug.  Ik werd opnieuw dat jongetje.  Een warme gloed overspoelde mij.  Een warme, nostalgische gloed.  Ik keek om mij heen.  Ik kon enkel lachen.  Lachen van puur geluk.  Geluk dat ik hier kon staan.  Mocht staan.  Geluk dat ik hier kon feesten.  Mocht feesten.  Links en rechts van mij, iedereen huppelde.  Iedereen zong.  Voor en achter mij, iedereen huppelde.  Iedereen zong.  Dit was heerlijk.  Dit was mooi. 
 
Wij kregen er niet genoeg van.  Wij riepen jullie terug.  Jullie kwamen terug.  Tot twee maal toe.  Want jullie hadden nog wat te geven.  Jullie wilden nog even doorgaan.  Belle Hélène, Smoorverliefd en Dansen met Alice volgden.  Dit mocht niet stoppen.  Dit moest doorgaan.  Dat hoopte ik.  Dat had ik graag gehad.  Maar elk begonnen verhaal heeft een einde.  Ooit stopt het.  Dat is ook zo bij concerten.  Ook die stoppen eens.  Na dertig nummers bleef het definitief stil.  Ik viel terug op mijn stoel.  Om zachtjes tot het besef te komen dat het gedaan was.  Dat het definitief voorbij was.
 
Jullie hebben mij doen voelen dat het kleine jongetje in mij nog niet dood is.  Dat kleine jongetje is heel af en toe springlevend.  Als dat gebeurt, is de wereld te klein.  Dan wil ik roepen.  Dan wil ik schreeuwen.  Dat kleine jongetje heeft wel een zetje nodig.  Dat weet ik.  Dat besef ik.  Maar vrijdagavond hebben jullie dat zetje gegeven.  Ik heb heerlijk genoten.
 
Beste Henny.  Beste Ernst.  Beste Jan.  Beste René.  Beste Kenny B.  Jullie hebben mij een prachtige avond geschonken.  Daarvoor wil ik jullie danken.  Heel misschien tot een volgende keer.  Maar dan wel geen tweeëndertig jaar meer wachten.
 
Met vriendelijke groeten.

Setlist:
Okee
Watje
Doe maar net alsof
Zoek het zelf maar uit
Macho
Vergeet me
Ruma Saja
Nachtzuster
Winnetoe
Is dit alles
Regen
Bang
Hé, hé
Liever dan lief
Nederwiet
De eerste X
Radeloos
5446 is mijn nummer
Parijs
Sinds 1 dag of 2 (32 jaar)
Pa
Alles gaat voorbij
Tijd genoeg
Eén nacht alleen
Doris Day
De bom
Belle Hélène
Smoorverliefd
De vrolijke padvinder
Dansen met Alice


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen