Beste Klaas,
Beste Stéphane,
Beste Jolien,
Beste Koen,
Het was woensdagavond. Die
avond stonden jullie in Gent. Pas nu
schrijf ik een brief. Eén week
later. Ik heb naar excuses gezocht. Ik heb er geen. Of toch.
Ik kan mij beroepen op die ene dooddoener. De tijd vliegt. De tijd gaat zo snel dat mijn voornemen een
brief te schrijven bijna uitdoofde. Het
feit dat ik nu aan het schrijven ben, bewijst dat het uitdoofscenario net
vermeden werd. Mijn brief wordt een
feit. Daarvoor heb ik mijn redenen. Dat zal u dra lezen.
In 2015 won u De Nieuwe Lichting.
U was niet alleen. U won samen
met Zinger en I Will, I Swear. Intussen
is er al heel wat gebeurd. Niet enkel op
wereldvlak. Ook in uw persoonlijke
leven. Uw persoonlijke leven als
artiest. U stond in New York. U scoorde in De Afrekening op Studio Brussel. In Vox op Radio 1. U stond in New York. Op een podium. Dit jaar bracht u uw debuutalbum uit, Wildfire.
Ik meende voldoende redenen te hebben naar één van uw concerten te
gaan. U kwam naar Gent. Mijn stad.
Ik zou u aan het werk zien. Mijn
nieuwsgierigheid was dubbel. Ik was
curieus naar uw live performance. Ik was
curieus naar de plek waar u zou optreden.
Democrazy had u geprogrammeerd in Nest.
De oude bibliotheek aan het Zuid.
Ik was in dat gebouw nog nooit geweest.
Niet in zijn oude hoedanigheid.
Niet in zijn nieuwe hoedanigheid.
Een zonde, ik weet het. Zeker
voor een Gentenaar. Maar u zou hierin
verandering brengen. Eindelijk zou
gerechtigheid geschieden.
Ik was ruim op tijd. Zelfs in
die mate dat ik ook het voorprogramma kon zien.
Vaak laat ik dat aan mij voorbijgaan.
Vaak kom ik pas naar de zaal voor de eigenlijke hoofdact. Dat deed ik die woensdag niet. Het werd meteen mijn eerste verrassing voor
die avond. Uncle Wellington deed het
meer dan goed. De rol van voorprogramma
is weinig benijdenswaardig. Maar deze
groep wist het moment te grijpen. Ik was
in de ban. Van de groep. Van de zangeres. Portishead had ik nooit live aan het werk
gezien. Maar de muziek van Uncle
Wellington gaf mij een voorsmaakje. Liet
mij horen wat het kan geweest zijn. Want
in hun muziek hoorde ik echo’s van die Britse triphopband. Klasse! Zo kan ik het samenvatten.
We werden muzikaal verwend. Dan
moest u nog komen. Dit zou een fijne
avond worden, dacht ik zo. Ik kende uw
debuutalbum. Ik had geluisterd. Meermaals.
Dromerige pop, zo zou ik het durven omschrijven. Wat u op het podium bracht, verschilde van
het album. U klonk feller. Minder dromerig. Minder breekbaar. Dat pleit in uw voordeel. Ik hou niet van een letterlijke vertaling van
het album. Een andere artistieke
invulling op het podium kan ik enkel waarderen.
Zonet zei ik dat de muziek minder breekbaar klonk. Maar dan ga ik voorbij aan die twee momenten
dat u alleen op het podium stond. Dat uw
muzikanten u alleen achterlieten. Niet
uit onvrede. Zij deden geen
Daantje. Het was zo bedoeld. U bracht twee nummers. Alleen.
Akoestisch. Het werd
intiemer. Het publiek leek hetzelfde te
denken. Het werd stil. Muisstil.
In die stilte klonk enkel uw stem.
Uw loepzuivere stem. Een
kippenvelmoment, zo kan en mag het genoemd worden.
Ik zei ook dat het feller klonk.
Die felheid brak zwaar door aan het eind van het concert. Bij Lady Gold. Dan gingen alle remmen los. Het werd hevig. Ruig.
Dit moment maakte van een finale wat een finale moet zijn. Een finale moet spetteren. Moet knallen.
Dat gebeurde. Dit was een
feestje. Een muzikaal feestje. Waarop de muzikanten heerlijk uit de bol
gingen. Dit kunnen zien is heerlijk.
Ik keek naar jullie.
Uiteraard. Dat hoort zo bij een
concert. Ik keek en wil de woorden van
Raymond van het Groenewoud gebruiken. Citeren
uit één van zijn liedjes. Die woorden
zijn de volgende: wat ik daar zag, heeft mij blij gemaakt, wat ik daar zag,
heeft mij diep geraakt. Ik zag
geestdrift. Ik zag goesting. Veel goesting. Dat zag ik in jullie ogen. In de manier waarop jullie naar elkaar
keken. Jullie lachten. In die lach meende ik te mogen lezen wat ik
die avond zag en hoorde. In die lach las
ik plezier. Las ik goedkeuring. Las ik tevredenheid.
St. Grandson. U verraste mij
een tweede maal die avond. Eerst Uncle
Wellington. Dan u. U schonk mij een fijne, muzikale avond. U deed mij ontdekken. Want u liet mij kennismaken met een groep aan
het begin van het grote avontuur. Dat grote
avontuur wens ik u. Grote podia. In België en ver daarbuiten. Meer albums.
Waarbij u erin slaagt dat fellere live geluid nog beter te integreren in
de opnames.
Beste Benjamin. Beste Klaas. Beste Stéphane. Beste Jolien.
Beste Koen. Voor die fijne
woensdagavond in het Gentse N.E.S.T. wil ik u danken.
Met vriendelijke groeten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten