maandag 31 oktober 2016

Cabane, gezien in De Expeditie - Dok Noord. Brieft aan Titus, Robrecht en Joris.

Beste Titus,
Beste Robrecht,
Beste Joris,
 
Slechts weinigen hebben het.  Slechts weinigen kunnen het.  U hebt het.  U kan het.  Heel waarschijnlijk zal u zich nu afvragen wat u precies hebt.  Wat u precies kan.  Laat het mij verduidelijken.  Vrijdagavond gingen we naar uw voorstelling.  Naar Cabane.  De verwachtingen waren hooggespannen.  Dat is altijd zo als ik naar uw Compagnie kom.  Nooit hebt u mij teleurgesteld.  Of toch heel weinig.  We mogen de waarheid geen geweld aandoen.  Maar als u mij teleurstelde, vergaf ik het u.  Keek ik al uit naar onze volgende ontmoeting.
 
Vrijdagavond kwam ik dus naar Cabane.  Dat uitzonderlijke gebeurde.  Dat wonderlijke.  Van bij de eerste minuut had u mij in uw greep.  Hoe u het doet, weet ik nog altijd niet.  Maar u deed het.  Alweer.  Ik schoof naar voor op mijn stoel.  Ik boog licht naar voor.  Omdat ik niets wou missen.  Omdat ik elk woord wou opnemen.  Geen enkele beweging wou ik missen.  Ik wou alles zien.  Alles horen.  Elke nuance.  Niets mocht aan mijn aandacht ontsnappen.
 
Ik heb gelachen.  Vaak en luid.  Nu zou u kunnen denken dat ik enkel aandacht had voor het oppervlakkige.  Voor datgene wat bovendrijft.  Dat ik helemaal geen aandacht had voor die onderliggende boodschap.  Voor het eigenlijke verhaal.  U zou kunnen denken dat ik het niet zo goed begrepen heb.  Dat ik zou denken dat het een komedie was.  Dat deed ik niet.  Ik was mee in het verhaal.  Ik voelde wat onderhuids sluimerde.  Ik ving de signalen op.  De noodkreet hoorde ik.
 
U had een verleden.  Zoals iedereen.  Maar niet iedereen sleept vragen uit dat verleden mee.  Vragen, waarop nog geen antwoorden werden gegeven.  U had die vragen wel.  Dat bezwaarde uw leven.  U droeg die last mee.  U had nog nooit iemand gevonden om te ventileren.  Om te ontluchten.  Het leek wel alsof u een tikkende tijdbom was.  U had een kort lontje.  Bij het minste explodeerde u.  U zocht naar een mogelijkheid om alles los te laten.  Wij waren getuige van die zoektocht.  Die zoektocht naar dat moment.  Die zoektocht naar die antwoorden.
 
U bleek te wanhopen.  Maar dan kwam dat moment.  Dan werd u die mogelijkheid geboden.  U ontmoette iemand.  Een wildvreemde.  Door omstandigheden werd u samengebracht.  Die onverwachte ontmoeting interpreteerde u als die ene mogelijkheid.  Dat moment, waarop u alles vrijuit kan uiten.  Zonder mogelijke repercussies.  U daagde elkaar uit.  U dreef elkaar in het nauw.  Op een dergelijke manier dat het wel tot een uitbarsting moest komen.  Dat gebeurde dan ook.  Alle problemen kwamen naar boven.  De gemaakte fouten.  De begane vergissingen.  Alles werd op tafel gegooid.  Wij waren de stille getuigen.  Op die momenten verging het lachen ons.  Voelden wij met u mee.  
 
Plots kregen wij te horen wat onderhuids borrelde.  Een ongemakkelijke relatie met de vader.  Met de vrouw.  Een afwezigheid op een te belangrijk moment.  Het besef geen afscheid te hebben genomen.  Een te grote zorg voor uw zoon.  Alle pijn werd uitgeschreeuwd.  Tegen elkaar.  Tegen u zelf.  Het stopte niet.  De wonde was opengebarsten.  Alle vuiligheid moest uit de wonde.  Alle etter moest er uit.  U ging maar door.  Ongehinderd.  U nam geen blad voor de mond.  Spaarde niemand.  Dit was het moment.  Dat langverwachte moment.  Nu mocht niks meer achtergehouden worden.  Alles moest er uit.
 
Ik heb gelachen.  Maar ik heb ook intens meegeleefd.  Bijna moest ik huilen om dat emotionele analfabetisme.  Om die onmogelijkheid over gevoelens te praten.  Om die onmogelijkheid dingen uit te praten.  Niet op te stapelen.  Pas met de rug tegen de muur lukte het dan toch.  Uiteindelijk.  
 
Beste Titus.  Beste Robrecht.  Beste Joris.  Vrijdagavond hebt u mij een boeiende avond geschonken.  Een mooi begin van het weekend.  Tijdens het weekend dacht ik vaak terug aan Cabane.  Aan uw prestatie.  Telkens was er datzelfde besluit.  Telkens zei ik tegen mijzelf dat het buitengewoon sterk was.  Het verhaal.  Uw performance.  Op niks valt ook maar iets af te dingen.  Ik zei het al in het begin.  Compagnie Cecilia stelt nooit teleur.  Deze voorstelling was nog maar eens een bevestiging.

Beste Titus.  Beste Robrecht.  Beste Joris.  Ik wil u danken.  Van ganser harte.

Met vriendelijke groeten.

Speellijst:
Cabane – Compagnie Cecilia.

vrijdag 28 oktober 2016

Lekke band? Geen enkel probleem? Brief aan Max Mobiel.


Beste Max,

Ik kom met de fiets naar het werk.  Dagelijks.  Elke werkdag fiets ik naar en van het werk.  Ik werk in het centrum van Gent.  Dan is de fiets een te overwegen alternatief.  Met de wagen doorheen het centrum slalommen, kan soms best een opgave zijn.  Een martelgang.  Dat wil ik vermijden.  Daarom neem ik de fiets.  Met mijn fiets moet ik nooit aanschuiven.  Voor mij geen traag tot stilstaand verkeer.  Altijd kan ik doorrijden.  Dat schept rust in het hoofd.  Op de fiets ervaar ik een zengevoel.  Dat bijna nooit wordt verstoord.

Toch kreeg dat zengevoel deze week een flinke knauw.  Laat mij u geruststellen, u had daarin geen aandeel.  U duid ik niks ten kwade.  Anderen moet ik met de vinger wijzen.  Nochtans, ik zoek geen schuldigen.  De schuldvraag is van geen belang.  Heel waarschijnlijk maak ik u nieuwsgierig.  Heel waarschijnlijk wil u weten waarom ik u deze brief schrijf.  

Wel nu dan, deze week kwam ik aan op mijn werk.  Met een vreemd gevoel.  Het leek alsof mijn fiets dienst weigerde.  Of ik nu naar links of rechts stuurde, het leek moeilijk te gaan.  Toch moeilijker dan op andere dagen.  Ik maakte mij ongerust.  Stapte af.  Deed een eerste controle.  Meteen een korte controle.  Want toen ik mijn voorwiel inspecteerde, stelde ik vast dat mijn fietsband leeggelopen was.  Platte tube, zoals ze zeggen.

Een lekke band, het is geen unicum.  Al meerdere keren werd ik geconfronteerd met dit spijtige gebeuren.  Ik moet door de Overpoortstraat.  De straat van de studenten.  Nu durf ik te denken dat heel wat studenten oprecht menen dat scherven geluk brengen.  Dat die scherven hun garantie bieden op een goed examen.  Dat zij via die scherven het geluk over hen afroepen.  Of misschien menen zij dat zij via die scherven in de gunst komen bij de god van de liefde.  Dat die god hen een liefdevolle nacht zal garanderen.  Wat de beweegredenen ook mogen zijn, ik merk dat ik vele keren doorheen de glasscherven mag slalommen.  Veelal kan ik ongeschonden de eindmeet bereiken.  Veelal blijven mijn banden intact.  Slechts enkele keren loopt het slecht af.  Slechts enkele keren loopt mijn band heel zachtjes leeg.  Zoals deze week dus.

Ik weet niet wat het was.  Deze keer had ik echt geen zin met mijn fiets aan de hand naar huis te wandelen.  Het vooruitzicht op een lange fietswandeling maakte mij triest.  Ik wou een oplossing.  Een onmiddellijke oplossing.  Zodat ik dezelfde avond nog naar huis kon fietsen.  Op de fiets, zoals het hoort.  Niet naast de fiets.

Een mobiele fietshersteller, dat leek mij de oplossing.  Ik ging even op het internet.  Als snel vond ik een aantal adressen.  Ik maakte vlug een kosten-batenanalyse.  Ik nam contact op met de goedkoopste.  Dat telefoongesprekje was nogal ontnuchterend.  Op mijn vraag of hij dezelfde dag nog kon langskomen voor de nodige herstelling, kreeg ik een antwoord dat ik hoopte niet te moeten horen.  Er was een wachtlijst van drie weken.  Drie weken wachten, dat was geen oplossing.  Net vóór ik het gesprek beëindigde, gaf de man mij nog een tip.  De gouden tip, zoals later zou blijken.  Hij zei mij even te informeren bij Max Mobiel.

Dat deed ik.  Ik belde met uw filiaal in Gent-Centrum.  Onder de stadshal.  U zei mij even langs te komen.  U kon niks garanderen.  U zat overvol van het werk.  Maar misschien.  Heel misschien.  Heel soms zijn er nog kleine wonderen te ervaren.  

Vol van hoop bracht ik mijn fiets tot bij u.  Ik moest even wachten.  Dat deed ik.  Met plezier.  Want u zou mijn redding kunnen betekenen.  Dus bleef ik wachten.

Het was mijn beurt.  Ik vertelde mijn verhaal.  Mijn verhaal met dat spijtige einde.  U keek naar mijn voorwiel.  Naar de lekke band.  Ik zei nog dat ik mijn fiets gerust bij u kon achterlaten.  Dat ik wel na het werk mijn fiets wou ophalen.  Zo had u één volledige dag om die fiets te herstellen.  U knikte.  Niet enkel knikte u, u kwam ook met die verlossende woorden.  U vroeg mij of ik even kon wachten.  Want u kon het onmiddellijk doen.  Ik vroeg u dit even te herhalen.  Omdat ik het niet leek te geloven.  Maar u had het wel degelijk gezegd.  U kon het onmiddellijk herstellen.  Ik zegde toe.  Uiteraard.  Ik aarzelde geen moment.

Ik liep nog even om geld.  Toen ik terugkwam, was het gebeurd.  Mijn fiets was hersteld.  U maakte van mij een gelukkig mens.  Ik glunderde.  Mijn dag kon niet meer stuk.  U spaarde mij een lange wandeling uit.

Beste Max, u was deze week mijn reddende engel.  Ik weet nu waar u resideert.  Bij problemen met de fiets haast ik mij naar u.  Zonder enige aarzeling.  Want ik heb mogen ervaren wat u kan.  Wat u deed.  Het stelt mij gerust te weten dat u altijd in de buurt bent.  Daarvoor wil ik u danken.

Met vriendelijke groeten.

maandag 24 oktober 2016

Waarom ik tegen Ceta ben. Je suis Paul. Brief aan Paul Magnette.

Beste Paul,
 
De voorbije dagen kreeg u heel wat stront over u heen.  Vergeef mij deze woorden.  Ik ben netjes opgevoed.  Toch doen de verschillende kritieken en opinies, geschreven naar aanleiding van uw weigering het CETA handelsverdrag te ondertekenen, mij tot dit weinig fraaie besluit komen.  U kreeg emmers stront over u heen.  Shit, zoals ook wel eens gezegd wordt.  Of merde, dat wordt ook wel eens gebruikt.  Bovendien deed u een vrouw huilen.  Dat u het lef hebt een handelsverdrag te blokkeren, tot daar aan toe.  Dat u een vrouw in huilen doet uitbarsten, dat is dan weer een stap te ver.  Uw imago van perfecte gentleman werd aan flarden gescheurd.  Bijna iedereen is het er over eens.  Paul Magnette is een stoute jongen.  Stoute jongens horen in de hoek te staan.  Handen op het hoofd.  Als teken van overgave en boetedoening.
 
Voor mij hoeft u niet in de hoek te staan.  Integendeel.  U verdient een podium.  U verdient een lauwerkrans.  Want u doet datgene, dat al die anderen hebben nagelaten.  U doet datgene wat van u gevraagd en verwacht werd.  U onderwierp het handelsverdrag aan een kritisch onderzoek alvorens uw handtekening te plaatsen.  Dat onderzoek bracht een aantal tekortkomingen aan het licht.  Fouten in de constructie, die ook door anderen reeds werden geopperd.  Want u staat helemaal niet alleen.  Andere stemmen hadden ook al kritische bemerkingen laten horen.
 
Grootste struikelblok is de arbitrageprocedure.  Buitenlandse ondernemingen kunnen overheden voor een zakenrechtbank brengen als zij van oordeel zijn dat hun investeringen door overheidsbeleid in gevaar komen.  Vraagtekens kunnen geplaatst worden bij het democratische karakter van deze maatregel.  De vraag kan immers gesteld worden of een overheid mag of moet toelaten dat zij in haar beleid kan overruled worden door een onderneming.  Voorstanders van CETA beweren dat het wel niet zo een vaart zal lopen.  Toch bewijzen voorbeelden uit een recent verleden het tegendeel.  In 2012 werd in Australië het uniforme neutrale sigarettenpakje zonder logo ingevoerd.  Philip Morris gebruikte het abitragemechanisme uit het vrijhandelsakkoord tussen Hongkong en Australië als juridische basis om de regering van Australië aan te klagen.  Een ander voorbeeld is dat van Keystone XL in de Verenigde Staten.  Toen president Obama een streep trok door de oliepijplijn, trok het bedrijf Transcanada naar een tribunaal om de Amerikaanse staat aan te klagen.  Een schadeclaim van 15 miljard dollar bedreigt de Amerikaanse regering.  Nog een ander voorbeeld.  In Duitsland ontving de stad Hamburg een schadeclaim vanwege het energiebedrijf Vattenvall omdat zij haar plan voor de bouw van een kolencentrale bedreigd zag door aangescherpte milieuregels.
 
Bovenstaande voorbeelden moeten aantonen dat sociale, ecologische en duurzame maatregelen in het gevoerde overheidsbeleid kunnen gedwarsboomd en beïnvloed worden door investeerders.  Noodzakelijke maatregelen kunnen op die manier gestopt of aangepast worden.  
 
Beste Paul, uw verzet tegen de arbitrageprocedure is volledig terecht.  Omdat blijkt dat een dergelijke maatregel helemaal niet nodig is.  In een gelijkaardig, recent akkoord tussen de EU en Zuid-Korea werd een dergelijke maatregel niet voorzien.  Ondanks de afwezigheid van een dergelijke clausule, wordt deze handelsovereenkomst door Europese beleidsmakers geprezen als één van de meest ambitieuze.
 
Bovendien beschikken buitenlandse investeerders al over een groot arsenaal aan mogelijke rechtsmiddelen.  Zij kunnen een procedure opstarten bij de Wereldhandelsorganisatie.  Zij kunnen de nationale juridische middelen uitputten.  Bovendien kunnen zij politieke risico’s verzekeren bij private verzekeraars.  U ziet, voor de buitenlandse investeerders zijn er voldoende, bestaande alternatieven.
 
Bij alles wat  de commerciële liberalisering ten goede komt of moet komen, merken wij in dit handelsakkoord vele wettelijke afdwingbare clausules.  Een grote vaagheid merken wij op het vlak van milieuregels of sociale normen.  Enkel staat aangegeven dat het recht om te reguleren niet in gevaar komt voor overheden.  Maar we weten allemaal wat een dergelijk recht inhoudt.  Overheden worden door multinationals tegen elkaar uitgespeeld.  Overheden beseffen dat een te strikt ingrijpen henzelf uit de markt zal prijzen.  Een run to the bottom dreigt.  
 
Uw weigering het handelsverdrag te ondertekenen zou zijn oorsprong vinden in partijpolitieke overwegingen.  U zou de hete adem van het Waalse PVDA in uw nek voelen.  Daarom zou u deze grote sprong voorwaarts plaatsen.  Met uw oppositie tegen de politieke mantra (jobs, jobs, jobs) van de huidige regering zou u aan geloofwaardigheid willen winnen bij het Waalse kiezerspubliek.
 
Ik wil u zeggen dat ik bovenstaande karikatuur niet onderschrijf.  Voorstanders beweren dat het handelsverdrag jobs zou creëren.  Dat het economische groei zou creëren.  Het zou volgens diezelfde voorstanders inderdaad een juiste plaats hebben in de zoektocht naar jobs, jobs, jobs.  U betwist dat.  Terecht.  Een studie, geschreven door Pierre Kohler en Servaas Storm, zou aantonen dat CETA tot een banenverlies van 240.000 arbeidsplaatsen zou leiden.  De studie bevestigt dat de economische groei eerder beperkt is en zelfs zonder dat verdrag zou kunnen gerealiseerd worden.  Bovendien bewijst de studie dat ook de fiscale inkomsten zouden teruglopen.  Kort samengevat kan gesteld worden dat deze studie geen rooskleurig beeld schetst van dit handelsverdrag.  Minder banen, minder macht voor de werknemers en minder welvaart, dat is de harde conclusie van deze studie.
 
Vrijheid van handel mag.  Onder toezicht van de overheid.  Met een optimale bescherming van mens en milieu.  Niet summier en al te beknopt uitgeschreven.  Wel uitgebreid en goed gedocumenteerd.  Niet vrij interpreteerbaar.  Wel wettelijk verankerd.  Enkel onder die voorwaarden wil ik akkoord gaan.  Als dat niet kan gegarandeerd worden, dan hoop ik dat u voet bij stuk houdt.  In dat geval wens ik u volharding.  Maar bovenal wens ik u succes.  Veel succes.
 
Beste Paul, ik wil u danken om die weinig benijdenswaardige rol van luis in de pels op u te nemen.  Om tegen de stroom in te gaan.  Om te pleiten voor openheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Opmerking:
Ook altijd leuk om weer te zien: Karel De Gucht over TTIP (in hoeverre is dit door te trekken naar CETA?).



vrijdag 21 oktober 2016

Uitgelezen: We hadden liefde, we hadden wapens. Brief aan Christine Otten.

Beste Christine,
 
Martin Luther King, die man kende ik.  Met een bijna absolute zekerheid durf ik te beweren dat iedereen deze man wel kent.  Iedereen, zonder enige uitzondering.  Iedereen zal wel kunnen vertellen dat deze man één van de prominentste leden was van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.  Alom wordt hij geroemd om zijn geweldloze verzet tegen de rassenongelijkheid.
 
Met eenzelfde zekerheid durf ik te beweren dat bijna niemand zal weten wie Robert F. Williams was.  Dat is nochtans het hoofdpersonage uit uw boek.  Misschien een vreemde keuze om een boek rond een minder gekend iemand op te bouwen.  Maar dat is het niet.  Uit uw keuze spreekt een zekere eigenzinnigheid.  Bovendien maakt die keuze het boek om een extra reden interessant.  Uw boek toont hoe het geweldloze verzet op kleiner, lokaal vlak wordt ingevuld.  Hoe diezelfde strijd, ver weg van de televisiecamera’s, wordt ervaren en beleefd.
 
Soms is een boek nodig om te ervaren hoe de werkelijkheid echt was.  Om ten volle de ernst van de situatie te begrijpen.  Vaak kennen wij wel de historische feiten maar ontbreekt de kennis omtrent de impact van diezelfde feiten.  Zo had ik het boek Beijing Coma van Ma Jian nodig om mij bewust te worden van de betekenis van de studentenprotesten op het Tiananmenplein in Peking.  Eenzelfde effect had uw boek.  Uw boek schudde mij wakker.  U dwong mij voorbij die historische ‘I have a dream’ speech van Martin Luther King te kijken.  Die speech deed mij geloven dat alles nog vrij vreedzaam verliep.  Maar dat was het niet.  U vertelt over de wreedheden van de Ku Klux Klan.  Over de verstrekkende gevolgen van de rassenongelijkheid.  Hoe zwarten de toegang werd geweigerd tot openbare zwembaden.  Tot filmzalen.  Hoe zij op bussen werden afgezonderd van de blanken.  U deed mij de impact van al die maatregelen voelen.  Op een overtuigende, bijna realistische wijze.
 
U toonde mij de kracht van een overtuiging.  In vredestijd is het hebben van een overtuiging nauwelijks gedurfd.  Anders wordt het in tijden van oorlog of onderdrukking.  Dan wordt het hebben van en het vasthouden aan een overtuiging helemaal anders.  Op die momenten vraagt het moed.  Lef.  Durf.  Dat alles blijkt Robert F. Williams in overvloed te hebben.  Op geen enkel moment twijfelt hij.  Op geen enkel moment aarzelt hij.  Resoluut gaat hij zijn uitgestippelde weg.  Nooit wijkt hij af.  Zelfs niet als hij moet uitwijken naar Cuba.  Of verder nog.  Naar China.  Recht op zijn uiteindelijke doel stapt hij af.
 
Die vasthoudendheid heeft niet enkel een invloed op het leven van Robert F. Williams zelf.  Het beïnvloedt ook de levens van de mensen rondom hem.  Het leven van zijn kinderen.  Het leven van zijn echtgenote.  Dat illustreert u treffend door het verhaal te laten vertellen door de jongste zoon en de echtgenote.  Beiden vertellen hun verhaal.  Kijken op hun eigen manier terug op de gebeurtenissen.  In die terugblik valt er enige gelijkenis te lezen.  De zoon twijfelt soms aan de aanwezigheid van een vader.  Twijfelt aan de liefde van een vader voor zijn zoon.  De echtgenote twijfelt aan de aanwezigheid van een man.  Twijfelt aan de liefde van een man voor zijn vrouw.  Beiden zien en menen vaak dat de rol van politiek voorvechter de bovenhand haalt op de familiale rol.  Dat eist zijn tol.
 
Na het overlijden van Robert F. Williams, blijven de echtgenote en de zoon achter.  De echtgenote is overtuigd dat het verhaal moet verteld worden.  De zoon twijfelt.  De zoon geniet van de verworvenheden van de harde strijd van zijn vader.  Hij twijfelt aan de noodzakelijkheid om dit verhaal te vertellen.  Want wie ligt hier nog wakker van.  Het zijn andere tijden.  Tijden, waarin andere regels gelden.  Over die tweestrijd doet u ook verslag.  Over dit innerlijke, persoonlijke gevecht.
 
Ik weet dat het verhaal moet verteld worden.  Want bijna nooit is iets echt verworven.  Altijd kunnen vermeende verworvenheden in de verdrukking komen.  Van de mens wordt een blijvende alertheid gevraagd.  Dat mag blijken uit het recente politiegeweld tegen zwarten in de Verenigde Staten.  De geschiedenis herhaalt zichzelf niet maar zij remt wel.  Dat wist Mark Twain al.  U lijkt het ook te weten.  Want uw boek komt op een bijzonder interessant moment.
 
Ik heb uw boek gelezen.  Uw aangrijpende verhaal.  Uw meeslepende verhaal.  Ik leerde een bewonderenswaardig man kennen.  Een volhardend man.  Een vader.  Een echtgenoot.  Want ook dat was hij.  Dat weet ik nu.  Dat besef ik nu.  Robert F. Williams? Een groot man.  Ik wil u danken voor de ontmoeting met deze man.
 
Wij staan in ons leventje.  In ons luxueuze leventje.  Waarbij wij al te gemakkelijk vergeten welke strijd hiervoor werd geleverd.  Al te vaak vergeten wij die mensen met een niet aflatende overtuiging.  Een overtuiging, die noodzakelijke veranderingen in het maatschappelijke leven in gang gezet hebben.  Uw boek is een wake-upcall.  Brengt ons dit alles nog even in herinnering.
 
Beste Christine, ik wil u danken voor dit mooie boek.
 
Met vriendelijke groeten.

donderdag 29 september 2016

Liefde, gezien in NTGent. Brief aan An Miller, Els Dottermans en Peter Verhelst.

Beste An,
Beste Els,
Beste Peter,
 
Oorlogen zouden niet gevochten moeten worden.  Nooit.  Nimmer.  Dat is wat ik denk.  Dat is ook wat ik dacht toen ik uw voorstelling zag.  Toen ik luisterde n          aar een moeder.  Toen ik luisterde naar een dochter.  Hun getuigenis bevestigde wat ik al lange tijd dacht.  Geen oorlogen.  Oorlogen maken geen helden.  Wie dat gelooft, stapt blindelings mee in een mythevorming.  Een mythevorming, gecreëerd door legers.  Door naties.  Door machthebbers.  Wie dat gelooft, voedt het oorlogsdenken.  Ik geloof dat niet.  Ik weiger het te geloven.  Omdat ik weet dat oorlogen enkel kapotte mensen oplevert.  Niet enkel zij die strijd leveren aan het front.  Ook zij die thuisblijven.  Aan het thuisfront worden ook mensen kapotgemaakt.  Vaders.  Moeders.  Zonen.  Dochters.  Echtgenoten.  Echtgenotes.  Gezinnen.  Families.
 
Een moeder en dochter.  Op een bijna lege scène.  Zij wacht op haar man.  Zij wacht op haar vader.  Maar is hun nog die man? Is hij nog die vader? Er zijn dingen gebeurd.  Erge dingen.  Die dingen worden niet echt uitgesproken.  Wij kunnen enkel gissen.  Enkel vermoeden.  Maar die vermoedens en gissingen zijn weinig verheffend.  Zijn echt niet fraai.  Wij zouden het ons gemakkelijk kunnen maken.  Wij zouden kunnen veroordelen.  Wij zouden hem kunnen afwijzen.  In plaats van hem met open armen te ontvangen, zouden wij ons kunnen afwenden.  Wij zouden de andere kant kunnen uitkijken en onze armen gesloten houden.
 
Moeder en dochter zitten in tweestrijd.  Open armen? Of toch gesloten armen? In die tweestrijd breken zij het gecreëerde beeld van Het Beest tot op de grond af.  Dat wrede beeld werd gecreëerd door buitenstaanders.  Buitenstaanders, die op zoek waren naar een zondebok.  Die echtgenoot/vader is hun zondebok.  Op hem kunnen zij alles afwentelen wat fout liep.  Zodat zij hun handen in onschuld wassen.  Moeder en dochter breken dat beeld af.  Beiden halen herinneringen op.  Mooie herinneringen.  Aan onschuldige tijden.  Aan tijden, waarin oorlog veraf was.  Op die manier trachten zij de man/vader opnieuw op te bouwen.  Trachten zij het aangetaste beeld uit te wissen en het verloren beeld opnieuw te veroveren.  Dat is hun strijd.  Een strijd die moet geleverd worden.  Tegen de stroom in.  In die strijd staan zij alleen.  Niemand die helpt.  Zelfs de man/vader niet.  Die is de weg kwijt.  Losgeslagen.  Beschadigd.  Ernstig beschadigd.
 
Toen ik de zaal binnenkwam, hing er rook over de scène.  Ik moest denken aan dat ene liedje.  Van Boudewijn de Groot.  Als de rook om je hoofd is verdwenen.  Na de voorstelling besefte ik dat het liedje van Boudewijn de Groot eigenlijk een juist liedje was.  Dat het liedje wonderwel bij de voorstelling paste.  Want als de rook om je hoofd is verdwenen, blijft enkel dat ene nog over.  Blijft enkel de liefde over.  Die liefde blijkt de motor te zijn.  De motor, die moeder en dochter voortdrijft.  De motor, die moeder en dochter verhindert te capituleren.  Die liefde drijft hen voort.  Voorbij alle valkuilen en putten.  Die liefde zou uiteindelijk alles moeten overwinnen.  Dat is wat ik hoop.  Voor de moeder.  Voor de dochter.  Voor de man.  Voor de vader.
 
Ik hoorde een aanklacht.  Ik hoorde woorden, die te weinig worden gesproken.  Er werd stelling genomen.  Tegen de oorlog.  Vóór de vluchtelingen.  Tegen angst.  Want die angst is een virus.  Het besmet het debat.  Het tast het debat aan.  Die angst voedt het populisme waardoor datzelfde debat wordt bevuild.  Uw voorstelling liet een tegenstem horen.  Een tegenstem, dat het debat opnieuw helder wil maken.  Ik hoorde een aanklacht waarin nooit iets wit is.  Of zwart.  Ik hoorde een aanklacht waarin grijs de boventoon voert.  Waarin gevraagd wordt om nuance.  Want die nuance is nodig.  Indien dat ontbreekt, zouden wij de man/vader zondermeer veroordelen.  Maar zoals ik al zei, dat zou te gemakkelijk zijn.
 
Beste An.  Beste Els.  Beste Peter.  Ik wil u danken voor een mooie avond.  Een aangrijpende avond.  Een verhelderend avond.  De voorstelling was kort.  In toneelminuten dan.  Maar diezelfde voorstelling werkt door.  Blijft hangen in het hoofd.  Als wij de zaal buitenstappen, draaien mijn molentjes continu.  Sommige vragen krijgen een antwoord.  Die antwoorden roepen andere vragen op.  Dat alles in een poging om mijn positie te bepalen.  Maar dat is moeilijk.  Dat is niet evident.
 
Voor dat alles wil ik u danken.  Van harte.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Speellijst:
 

 

dinsdag 27 september 2016

Uitgelezen: Oogst. Brief aan Jim Crace.

Beste Jim,
 
Oogst.  Ik weet dat er moet geoogst worden.  Dat de opbrengst van het land moet geplukt worden.  Ik weet enkel niet wat er moet geoogst worden.  Ik weet enkel niet wanneer er moet geoogst worden.  Met deze lichte mate van overdrijving wil ik aangeven dat ik geen boer ben.  Dat ik geen landbouwer ben.  Ik spreek de taal van het land niet.  De taal van de grond is mij volledig vreemd.  Op dat gebied ben ik analfabeet.  Dat bent u geenszins niet.  U spreekt die taal.  Op een dichterlijke wijze.  Het land krijgt door uw taal vaste vorm.  Het landschap ontvouwt zich voor mijn ogen terwijl ik lees.  Ik moet mij ervan weerhouden naar buiten te stappen.  Om het land te bewerken.  Om te plukken.  Te oogsten.  Want dat doen de bewoners.  Dat doen de personages uit uw boek.  Ik voel mij aan hun zijde staan.  Solidair in de zware, noeste arbeid.  Uw taal geeft mij het gevoel toch een kenner te zijn.  Geeft mij het gevoel toch die taal te kennen.  Of zijn het enkel uw woorden, die ik herkauw?
 
U vertelt het verhaal van een gemeenschap.  Een boerengemeenschap.  Een dorp kan het nog niet genoemd worden.  Te primitief.  De Meester wikt.  De Meester beschikt.  De woordvoerder van die gemeenschap is Walter Thirsk.  Hij is het hoofdpersonage.  U laat hem uw verhaal vertellen.  Of is het toch zijn verhaal? Die woordvoerder laat ons binnenkijken in zijn gemeenschap.  Wij staan ’s morgens vroeg op.  Gaan ’s avonds laat slapen.  In die lange dagen wordt enkel gewerkt.  Er is geen of weinig afleiding.  De grond bepaalt het levensritme van de gemeenschap.  Die grond lijkt de enige en echte meester te zijn.  De bewoners kunnen enkel gehoorzamen.  Moeten gehoorzamen.  Omdat ongehoorzaamheid onmiddellijk wordt afgestraft.  Als er niet geluisterd wordt, mislukken oogsten.  Dat lijkt de grootste angst te zijn van de bewoners.  Hun denken wordt beheerst door die ene gedachte.  Alles wordt dan ook in het werk gesteld om de jaarlijkse oogst te doen lukken.  Daarvoor moet alles wijken.  Daarvoor lijkt alle plezier gebannen te worden.  Of toch niet.  Eénmaal mag er gevierd worden.  Gedanst.  Gelachen.  Op het oogstfeest.  Dan wordt alles losgegooid.  Dat feest lijkt het hoogtepunt te zijn.  Het enige hoogtepunt.
 
Walter Thirsk lijkt een eenvoudig verhaal te vertellen.  Maar zelfs in die boerengemeenschap blijven dingen nooit hetzelfde.  Dingen veranderen.  Grondig en ingrijpend.  Veranderingen dringen de gemeenschap binnen.  Het eenvoudige verhaal wordt complexer.  Vreemdelingen komen zich vestigen in de gemeenschap.  Volgens de algemeen geldende regels.  Op legale wijze eisen zij hun rechten op.  Tegelijk met die vreemdelingen doet ook een nieuwe Meester zijn intrede.  Een nieuwe Meester met nieuwe ideeën.  Bouleverserende ideeën.  Alles dreigt op zijn kop gezet te worden.  Eeuwenoude zekerheden gaan wankelen.  Die vaste grond wordt plots drijfzand.  Drijfzand, dat alle bewoners dreigt te verzwelgen.  Dreigt op te slokken.
 
Plots besef ik dat uw verhaal slechts een voorwendsel is.  Een omweg om een groter verhaal te vertellen.  Ik lees het verhaal van de globalisering.  Ik lees in uw verhaal de onzekerheden, die heden ten dage gevoeld worden.  Ik lees de problematiek van immigranten.  Ik lees in uw verhaal de angsten, die heden ten dage het debat overstemmen.  Ik lees de roep om vergelding.  Ik lees in uw verhaal het verlangen naar harde maatregelen, die heden ten dage geëist worden.  In uw verhaal lees ik de wereld en de problemen, waarmee diezelfde wereld geconfronteerd wordt.  De problemen, waarop politieke partijen geen antwoord vinden.  De problemen, die het populisme voeden.
 
In uw verhaal hoor ik de argumenten, die vandaag worden geopperd in een poging tot een antwoord te komen.  Ik hoor valse argumenten.  Laffe argumenten.  Maar nooit hoor ik de juiste argumenten.  Of ik hoor ze wel.  Maar dan te laat.  Veel te laat.  Als alles voorbij is.  Pas dan lijkt het verstand de bovenhand te nemen.  Pas dan lijkt rede haalbaar.  Zoals nu.  Zoals nu in de echte wereld.  Want ook in de echte wereld vrees ik dat de juiste antwoorden zullen gevonden worden als alles voorbij is.
 
Uw verhaal is een parabel.  Een spiegel, dat u de lezer voorhoudt.  Gewild of ongewild.  Wegkijken kan niet.  Uw verhaal dwingt ons na te denken.  Dwingt ons voorbij het boek te kijken.  Naar de wereld.  Die hardvochtige wereld.  U dwingt de lezer een standpunt in te nemen.  Een standpunt, waaruit warmhartige menselijkheid spreekt.  Dat hoopt u.  Dat hoop ik.  Want het gebrek aan menselijkheid drijft ons naar dat ene einde van uw boek.  Leidt ons naar de vlucht.  Dat besef is jammer.  Omdat tijdens het hele boek constant die gedachte aanwezig is dat het anders kan.  Als de juiste mensen opstaan en hun verantwoordelijkheid nemen.  Als de juiste mensen spreken.
 
Beste Jim, ik dank u voor uw prachtige boek.  Via een kleine boerengemeenschap bracht u mij in de wereld.  De wereld en de daarbij horende, heersende problemen.  U dwong mij te oogsten.  Geen gewassen.  Dat liet u mij niet oogsten.  Wel ideeën.  Dat liet u mij in overvloed oogsten.  Ik heb gelezen.  Ik heb nagedacht.  Via uw boek heb ik mijn standpunten opnieuw gewogen.  Opnieuw gewogen en geherformuleerd.  Soms.  Niet altijd.  Heel soms heb ik mijn standpunten bevestigd.  Krachtiger dan ooit tevoren.
 
Ik sloeg de laatste bladzijde om.  Het boek was uit.  Bij die laatste bladzijde besefte ik ten volle dat het anders moet.  Anders en beter.  Veel beter.  Want nu heb ik al te zeer het gevoel dat wij falen als mens.  Dat is een harde gedachte.  Walter Thirsk bleek een juiste woordvoerder te zijn.
 
Met vriendelijke groeten.

maandag 26 september 2016

Cleymans & Van Geel, gezien in Zwijnaarde. Brief aan Jelle Cleymans en Jonas Van Geel.

Beste Jelle,
Beste Jonas,
 
Geen enkele verwachting had ik.  Mijn hoofd was vrij van op voorhand gevormde oordelen.  Onbevooroordeeld stapte ik de tent binnen.  Zo zou het altijd moeten.  Maar dat is niet altijd mogelijk.  Soms lezen we wel eens een kritiek.  Soms horen we wel eens een mening van vrienden.  Dat alles kan onze hoofden binnendringen.  In die hoofden gaat dat alles dan gisten.  Die gistingsprocessen leiden dan tot verwachtingen.  Hoge verwachtingen.  Waarvan wij hopen dat zij zullen ingelost worden.  Gebeurt dat niet, zijn wij teleurgesteld.  Die teleurstelling sijpelt dan binnen in ons oordeel over datgene wat wij net gezien of gehoord hebben.  Dat gevormde oordeel is niet vrij.  Dat is niet altijd juist.  Niet altijd rechtvaardig.  Maar zo is het nu eenmaal.  Daaraan valt niks te veranderen.  Maar zoals ik reeds zei, ik had geen enkele verwachting.  Ik moet bekennen, dat is uitzonderlijk.  Want ik ben vatbaar voor vooroordelen.  Die zijn snel gemaakt.
 
Het was vrijdagavond.  Het einde van de werkweek.  Dan kan een mens al eens een verzetje gebruiken.  Dan kan een mens al eens behoefte hebben aan amusementsvolle afleiding.  Daarom kwam ik naar jullie.  Omdat ik meende dat jullie mij dat konden schenken.  Ik wou mij verstrooien.  Ik wou mij verliezen.  Ik wou de werkweek uit mij laten lopen.  Zodat ik vol van plezier het weekend kon inzetten.
 
Ik was te laat.  Het feestje was al aan de gang.  Te laat invallen kan een domper op de feestvreugde zijn.  Het kan u degraderen tot een passieve waarnemer.  Die vanop de zijlijn toekijkt naar het actieve feestgedruis.  Dat dreigende gevaar wist ik te ontmijnen door meteen naar het midden van de tent te stappen.  Door te midden van de feestvierders te gaan staan.
 
Ik had een juist plaatsje gevonden.  Ik had mij strategisch opgesteld.  Nu was het aan jullie.  Nu was het aan mij.  Wij samen zouden gaan bepalen of de avond kon gecatalogiseerd worden onder die ene rubriek.  De rubriek van de geslaagde avonden.  Daarvoor zijn niet enkel jullie verantwoordelijk.  Ook ik heb hierin enige verantwoordelijkheid.  U moet mij aansteken.  Ik moet zin hebben mij te laten aansteken.  Dat vraagt een wisselwerking.  Dat vraagt een openheid.  Er moeten gegeven en genomen worden.  Langs beide kanten van het podium.  Op het podium.  Vóór het podium.  In bijna gelijke mate moet gegeven en genomen worden.  Gebeurt dat niet, is het om zeep.  Voor beide partijen.
 
Al snel had ik het begrepen.  Dit zou een fijne avond worden.  Dit zou een aangename vrijdagavond worden.  Soms weet een mens dat onmiddellijk.  Soms hoeft er niet veel afgetast te worden.  Hoeft er niet lang getwijfeld te worden.  Soms gebeurt het gewoon.  Van die zeldzame momenten moet een mens optimaal genieten.  Dat heb ik gedaan.  Met overgave.  Zonder dat vervelende gevoel dat de handrem nog opstaat.  Die handrem stond af.  Ik ging voluit.
 
Daaraan hebben jullie alle verdienste.  Let op, ik ben een gemakkelijk slachtoffer.  Ik ben wel te vinden voor een feestje.  Voor een goed feestje.  Desondanks kan het toch gebeuren dat ik in passiviteit verval.  Ondanks de aanwezigheid van alle ingrediënten voor een geslaagd feestje.  Dat gebeurde nu niet.  Integendeel. 
 
Jullie kozen de juiste nummers.  Nummers waarop moet meegezongen worden.  Niet stilletjes.  Niet mummelend.  Wel overtuigd.  Uit volle borst.  Jullie kozen de juiste nummers.  Nummers waarop niet stilgestaan kan worden.  Waarop moet gedanst worden.  Jullie voeren ons aan.  Jullie gaan ons voor.  Wij volgen.  Eten uit jullie handen.  Jullie vragen om de handjes in de lucht.  Wij doen het.  Zonder ons ook maar enige vraag te stellen.  Jullie vragen te springen.  Wij doen het.  Wij springen en blijven springen.
 
Maar het zijn niet enkel de nummers.  Want die hebben we al gehoord.  Misschien zelfs één keer te veel.  Meer nog dan die nummers zijn het jullie.  Wat jullie op dat podium doen, laat ons toe voluit te gaan.  Het is die interactie.  Tussen Jelle en Jonas.  Tussen Jonas en Jelle.  Het zijn jullie gekke danspasjes.  Het zijn jullie doldwaze bindteksten.  Ik sta naar jullie te kijken en ik moet lachen.  Lachen met wat jullie op dat podium doen.  Jullie doen de ambiance op het podium overslaan op het publiek.  Jullie verspreiden het ambiancevirus.  Om dat te kunnen bereiken, wordt van jullie een nooit aflatende inzet gevraagd.  Maar dat doen jullie.  Dat geven jullie.  Jullie versagen niet.  Jullie plooien niet.  De trein raast door.  Van begin tot einde.  Zonder enige tussenstop.
 
Na anderhalf uur was het voorbij.  Dat voelde raar aan.  Dat voelde vreemd aan.  Ik keek naar jullie.  Ik luisterde naar jullie.  Ik ging geloven dat dit feestje nooit zou eindigen.  Dat na dat ene nummer een ander nummer zou volgen.  Oneindig lang.  Nooit stoppend.  Tot laat in de avond.  Tot vroeg in de morgen.  Dat het dan toch stopte, leek onwerkelijk.  Leek onjuist.  Dat einde was dan ook het enige minpuntje van een geslaagde avond.  Want voor mij mocht het doorgaan.  Voor mij mocht het blijven doorgaan.  Tot, tot, tot, … Ik zou kunnen blijven zingen.  Ik zou kunnen blijven dansen.  Met jullie als voorgangers zou mij dat zonder enige moeite lukken.  
 
Beste Jelle en Jonas, ik wil u danken voor een fijne vrijdagavond.  Ik besef nu dat ik met deze brief verwachtingen creëer bij lezers van deze brief.  Maar ik heb jullie gezien.  Ik weet dat jullie die verwachtingen kunnen inlossen.  Zonder enige moeite.  Daarvan ben ik nu heilig overtuigd.
 
Met vriendelijke groeten.