maandag 7 juli 2014

Argentinië - België. Een mooie nabeschouwing.

Het had gekund.  Het was mogelijk geweest.  Die halve finale was best wel haalbaar.  De meeste dromen zijn bedrog maar deze droom getuigde toch van voldoende realiteitszin.  Die Argentijnen waren te kloppen.  Het grote Argentinië? Nooit gezien.  De grote Messi? Nauwelijks of niet gezien.  Enkel die zevende minuut.  Was die zevende minuut doelloos voorbij getikt, dan zou het anders kunnen geweest zijn.  Dan was het een andere wedstrijd geworden.  Maar die zevende minuut was er die ene flits.  Die ene goal.  Argentinië zat in een zetel.  België moest aan het werk.  Die ene goal deed de hoop op een open wedstrijd zoals tegen de Verenigde Staten volledig teniet.  De wedstrijd ging op slot.  In de resterende drieëntachtig minuten vonden onze Duivels niet de juiste sleutel om het blok open te breken.  Onze Duivels vonden geen manier om dat blok te ontwrichten.  Te weinig doelgevaar, nochtans noodzakelijk voor de gezochte winst.  Na negentig minuten viel dan ook het zware verdict.  Onze Duivels mochten naar huis.
 
Ontgoocheld? Toch wel een beetje.  Het besef dat Argentinië echt wel te kloppen was, maakte dit verlies moeilijker verteerbaar.  Maar de ontgoocheling was slechts tijdelijk.  Die ontgoocheling ebde weg.  In de plaats kwam fierheid.  Fierheid op het afgelegde parcours.  Zowel in de kwalificatieronde als op het eigenlijke kampioenschap.  Fierheid op het behaalde resultaat.  België behoort tot de beste acht voetballanden op deze aardbol.  Toch niet onaardig, dacht ik.  
 
Wie had dit allemaal durven hopen? Vóór de afreis naar Brazilië waren de analisten bijna unaniem.  Het overleven van de eerste ronde werd omschreven als het meest haalbare.  Dat resultaat zou mooi zijn.  Over een mogelijke kwartfinale werd nauwelijks of niet gesproken.  Een halve finale werd als niet realistisch bestempeld.  Pas op het WK werden de verwachtingen bijgesteld.  In die mate zelfs dat sommigen durfden te spreken over een mogelijke finaleplaats.  Dat gebeurde niet zomaar.  Dat gebeurde onder druk van Origi.  Onder druk van Mertens.  Onder druk van De Bruyne.  Onder druk van Van Buyten.  Onder druk van het voltallige team.  Op het veld stond een te duchten team.  Een team, dat niemand hoefde te vrezen.  Een team, dat iedereen vreesde.
 
Wij hebben een ploeg.  Een jonge ploeg.  Heel misschien ontbrak het deze ploeg aan de nodige tornooiervaring.  Die ervaring om op de meest belangrijke momenten het verschil te maken.  Dit WK was voor onze Duivels een mooie kennismaking met dit wereldgebeuren van het voetbal.  Een kennismaking, die uitzicht biedt op een mooie toekomst.  Een veelbelovende toekomst.  Niet langer zijn wij een voetbaldwerg.  Neen, wij zijn een reus in wording.  Nog een beetje groeien.  Nog een heel klein beetje.  Om op een meer constante basis die hoogstaande kwaliteit te kunnen afleveren.  Om zo minder afhankelijk te worden van die enkele klasseflitsen.  Negentig minuten lang flitsend spektakel, onze Duivels hebben de potentie.
 
Heerlijke feestjes hebben wij gehad.  Onze Duivels hebben ons mooie avonden geschonken.  Mooie nachten.  Het verlies van Argentinië zal nog even blijven hangen.  Maar dat is van voorbijgaande aard.  Meer nog zullen de herinneringen aan dolle voetbalavonden zich in onze hoofden nestelen.  Die herinneringen zijn blijvend.  Die herinneringen doen ons verlangend uitkijken naar de volgende uitdagingen.  Naar een mooie toekomst.  Op Europees vlak.  Op wereldvlak.
 
Vanaf heden zeg ik het met luide stem.  Niet langer blozend of bijna verontschuldigend.  Wel met volle overtuiging.  Ik ben supporter van de Belgische Rode Duivels.  Van een wereldteam in wording.  Jawel, euforie en trots kleurt dit besluit.  Maar voor één keer mag het.  Voor één keer voelt dit juist.

vrijdag 4 juli 2014

Mooie liedjes: Jolie Holland.

Bijna elke week krijg ik in mijn mailbox dat ene berichtje van Democrazy.  Altijd weer interessant.  Niet enkel om te weten welke bands naar Gent worden gehaald.  Bovenal is het verrijkend om te ontdekken wat er reilt en zeilt in het muziekwereldje.  Want Democrazy bewandelt niet de platgetreden paden.  Heel vaak wijkt zij af van die platgelopen weg. 
 
Veel gevraagde gasten zijn mij totaal onbekend.  Maar dat maakt het net zo leuk.  Ik trek op onderzoek.  Ik maak een muzikale studie.  Trouwe partner in deze studie is YouTube.  Die partner reikt mij enige kennis aan.  Kennis dat dan moet geevalueerd worden.  Goed of slecht? Gewoontjes of toch vernieuwend? Verrassend of honderd in een dozijn?
 
In één van de vorige mails las ik dat Jolie Holland naar Gent kwam.  Die dame kende ik niet.  Nochtans was het geen debutante.  Dit jaar bracht zij haar vijfde album Wine Dark Sea uit.  Toch deed zij geen belletje rinkelen.  Totaal onbekend.  Maar Democrazy maakte mij nieuwsgierig.  In een korte begeleidende tekst bij de aankondiging van dat concert werd geschreven dat Tom Waits één van de beschermheren was.  Hij was grote fan.  Met dat ene zinnetje was mijn nieuwsgierigheid meteen gewekt.
 
Op YouTube ontmoette ik mevrouw Holland.  Een meer dan aangename ontmoeting.  Jolie Holland brengt alles wat ik van muziek verlang.  Niks gepolijst.  Niks zoetgevooisd.  Wel rauw en raspend. Met weerhaken.  Met ballen.  Mooi maar op een gebroken, gestoorde manier.  Geen Whitney Houston.  Wel Sandy Dillon.  Tom Waits had mij doorgestuurd naar een pareltje.
 
Dat is wat die mailtjes van Democrazy doen.  Zij duwen mij verder.  Het lijkt wel een muzikale illustratie van de alomgekende dominotheorie.  Het ene blokje duwt het andere omver.  Van het ene komen wij bij het andere.  Terwijl die dominotheorie op het wereldtoneel enkel slachtoffers maakte, zijn er op het muzikale podium enkel winnaars bij die theorie. 
 
Democrazy bracht mij bij Jolie Holland.  Jolie Holland bracht mij bij Broken Twin.  Beide artiesten brachten mij bij het platenlabel Anti-.  Een interessante stal, opererend onder de beschermende vleugels van het moederbedrijf Epitaph Records.  Niet enkel nieuwe namen vinden onderdak bij dit label.  Ook gevestigde namen als Nick Cave, Tom Waits, Calexico, Wilco, Tricky, Marianne Faithfull, Beth Orton, Michael Franti, ...
 
Dominosteentjes vallen om.  Telkens weer een nieuwe ontdekking.  Maar beheersing is noodzakelijk.  Wij moeten proeven.  Niet schrokken en vreten.  Mondjesmaat ontdekken.  Dat is de sleutel.  Elke week weer.  Op voorzet van Democrazy.
 
Clips:



woensdag 2 juli 2014

België - VS. Jawadde! Een heerlijke voetbalavond.

Man, man, man.  Man, man, man.  Man, man, man.  Man, man, man.  Eindeloos kan ik zo doorgaan.  Oneindig en tot in de eeuwigheid.  Die woorden zouden kunnen volstaan.  Als samenvatting van één wedstrijd.  Want in die herhaling van woorden zit eigenlijk alles vervat.  Drama en passie.  Vechtlust en volharding.  Die vaste wil om te overwinnen.
 
Die zege werd ons als een bijna zekerheid voorgespiegeld.  België zou doorstoten naar de kwartfinales.  Daarover waren alle analisten het eens.  In die analyses volgen zij de voetballogica.  De Belgische voetbalsterren zouden het halen.  Geen twijfel mogelijk.  Ik zelf was voorzichtig.  Het onderschatten van de tegenstander, daar hou ik mij ver weg van.  Ik ken het gevaar van de underdog.  Vaak durft die te verrassen.  Die underdog heeft niks te verliezen.  Slechts alles te winnen.  Dat maakt de underdog gevaarlijk.  Onverwachts kan hij klauwend toeslaan.  Jarenlang hebben de Rode Duivels in die positie gestaan.  Nu niet meer.  Wij hebben die underdogpositie afgelegd.  Onder druk van de massahysterie.  Met hoge verwachtingen trokken wij naar dit WK.  Als favoriet zouden wij moeten acteren.  In de voorrondes hadden wij die favorietenrol nog niet echt overtuigend ingevuld.  Te veel rekenwerk blokkeerde ons spel.  De handrem op.  De billen dicht.  Jawel, wij haalden negen op negen.  Een unieke prestatie.  Maar wij wilden meer.  Hoopvol keken wij uit naar de 1/8 finale.  Tegen de Verenigde Staten moest het gebeuren.
 
Het voetbalvirus had mij volledig in zijn greep.  Alle reserves liet ik achter mij.  Ik zou onze Duivels toeschreeuwen.  In de gepaste kleuren.  Op mijn wangen en neusvleugels en in de hals had ik de juiste oorlogskleuren aangebracht.  Op mijn hoofd een duivels petje.  In een rood shirt, dat spreekt voor zich.  Mijn stembanden waren in optima forma.  Mijn cardiologische status was opperbest.  Ik was klaar.
 
Vrienden hadden hun garage opengesteld.  Een verjaardagsfeestje werd vroegtijdig afgebroken.  Voetbal vraagt offers.  De jarige had hiervoor begrip.  Wij verhuisden naar de garage.  In de hoop dat wij in die garage verder konden vieren.  Wij waren enthousiast.  Wij waren vol hoop.  Mijn optimistische pronostiek (4-0) moest alle negativiteit wegmasseren.  Moest alle bange vermoedens wegfilteren.  De Belgische driekleur wapperde.  Wapperend beloofde zij ons de zege.  Vanavond zou die vlag niet halfstok hangen.  Geen diepe rouw.  Wel een hevig feestje.
 
Het fluitsignaal.  De aftrap.  Geen afwachtende houding.  Onmiddellijk werden de kanonnen in stelling gebracht.  Geen aftasten.  Wel zonder enig voorbehoud in de aanval.  Vroeg storen en onmiddellijk omschakelen (dat hippe woordje moest in mijn verslag).  Wat de Rode Duivels in de vorige wedstrijden al te vaak vergeten hadden, werd nu meer dan ruimschoots gecompenseerd.  Een storm overspoelde onze tegenstanders.  Onze Duivels hadden peper in hun gat.  Zij speelden vol vuur.  Niemand liet het afweten.  Allen speelden op een niveau, dat enkel als buitenaards kan omschreven worden.  Onze sterren schitterden.  Alsof zij eindelijk begrepen wat een ster moet doen.  Een ster moet fonkelen, glitteren, schitteren.  Dat deden zij.  Vol overtuiging.
 
Uit voorgaande zou u kunnen afleiden dat slechts één team op het veld stond.  Maar dat was niet zo.  De Verenigde Staten lieten zich niet wegdrukken.  Zij speelden mee.  Kwamen ook dreigen aan doel.  Het spel ging heen en weer.  Halve en volle doelkansen, aan beide zijden.  Met een overwicht van de Belgen.  Dit was één van de mooiste wedstrijden uit het kampioenschap.  Hierover kan misschien gediscussieerd worden.  Heel misschien gaat uw voorkeur uit naar een andere match.  Toch moeten wij het over één ding eens zijn, dit was de spannendste wedstrijd.  Die spanning ging diep.  Hing als een wurggreep rond mijn hals.  Dit was geen televisieavond voor hartlijders.  Harten konden exploderen.  Ik kan het niet bevestigen, toch vermoed ik dat spoeddiensten overstelpt werden met slachtoffers van deze voetbalgekte.  Van deze voetbalwaanzin.
 
Negentig minuten volstonden niet.  Verlengingen waren noodzakelijk.  Maar zelfs toen ging de storm niet liggen.  De Belgische motor bleef draaien.  Weigerde af te slaan.  Inspanningen worden beloond.  Dat zei mijn vader altijd toen ik twijfelde over mijn slaagkansen bij een examen.  Niet enkel in het onderwijswereldje gaat deze wijze stelling op.  Ook in voetballand wordt deze stelling gehonoreerd.  De Belgen scoorden twee maal.  Met Romelu Lukaku in een glansrol.  Sportieve wraak.  De verguisde speler keerde terug in onze armen.  Vergeten waren plots alle striemende kritieken.  Hij werd onze held.  Want hij liet ons weer ademhalen.  Opgelucht ademhalen.  Hij bracht zekerheid.  Alhoewel die zekerheid toch nog bevochten werd door een tegengoal.  De Amerikanen weigerden zich neer te leggen bij dit eindoordeel.  Het nagelbijten ging door.  Tot net voorbij dat laatste fluitsignaal.
 
Voetbal, een feest? Jawel, jawel, jawel.  Heel zeker.  Als ooit aan buitenaardse wezens moet uitgelegd worden wat voetbal precies is, dan kunnen wij de beelden van deze wedstrijden tonen.  Bewaar dus die beelden.  Want hierin waren alle ingrediënten voor een heerlijke voetbalavond aanwezig.
 
Slapen lukte niet onmiddellijk.  Te veel adrenaline stroomde nog doorheen mijn lichaam.  Ik kon mijn ogen niet sluiten.  Beelden flitsten steeds weer door mijn hoofd.  Onder mijn slaapkamerraam hoorde ik het feestgedruis.  Knorpotten zouden durven gewag maken van storend nachtlawaai.  Ik niet.  Dit was een prachtsymfonie.  Gecomponeerd door dolenthousiaste fans.  Geholpen door alcoholvolle pinten.  Door flitsend en wervelend sambavoetbal.  In mijn bed zong ik met hen mee.  We are the champions, my friend.  
 
Op naar Argentinië.  Met eenzelfde vechtlucht en speelvreugde kan het zaterdag een mooie dag worden.  Laat het ons hopen.

maandag 30 juni 2014

Politici, maak er werk van. Unizo, ga aan de kant.

Unizo stelt zijn veto tegen een verderzetting van de huidige tripartite coalitie.  De organisatie dreigt met het stopzetten van geplande investeringen en aanwervingen.  Wat een arrogantie.  Ik kan hen nochtans enigszins volgen.  Tot op een zeker niveau.  Jawel, ook ik heb het moeilijk met het schouwspel, dat wij alweer mogen aanschouwen.  Een schouwspel van een bedenkelijk niveau.  Wij wisten vooraf dat het moeilijk zou worden.  Het vormen van een regering zou niet op een drafje afgehaspeld worden.  Dat wisten wij.  Wij hadden ons lesje geleerd tijdens de vorige regeringsformatie.  Maar tegelijk hoopten wij dat ook onze politici hun lesje hadden geleerd.  Vergeefse hoop, zo lijkt het nu.  Want alweer dreigen dezelfde spelletjes gespeeld te worden.  Spelletjes, waarbij egotripperij en wantrouwen een al te grote hoofdrol opeisen.  Eerst moeten die spelletjes gespeeld worden, pas dan kunnen de onderhandelingen beginnen.  De ernst van de situatie lijken onze politici niet te vatten.
 
Ik erger mij aan die dreigende herhaling van een regeringscrisis.  Net als Unizo.  In hun ergernis gaat Unizo evenwel één stapje verder.  De organisatie stelt exclusieven, stelt voorwaarden.  Dat is nochtans haar taak niet.  De organisatie werd door informateur Michel uitgenodigd aan de onderhandelingstafel.  De werkgeversorganisaties mochten aan die tafel hun standpunten en verlangens voorleggen.  Hiermee heb ik geen enkel probleem.  Verder kan en mag het niet gaan.  Zij kunnen niet bepalen welke regering wij uiteindelijk zullen krijgen.  Een voorkeur uitspreken mag.  Ook ik heb zo mijn voorkeur.  Maar aan die voorkeur zware dreigementen koppelen is niet netjes.  Is zelfs onbetamelijk.  
 
Unizo heeft geen mandaat gekregen van de kiezer.  Regeringsvorming is geen taak, die haar werd toegewezen.  Die organisatie is een toeschouwer.  Geen medespeler.  Net als ik.  Zij kan zich ergeren aan het trage verloop.  Aan die processie van Echternach.  Net als ik.  Zij kan een bepaalde coalitie vrezen of verafschuwen.  Net als ik.  Maar verder gaat het niet.  Die organisatie vertegenwoordigt middenstanders en ondernemers.  So what?  Dat is alles.  Meer niet.  Geloven dat die vertegenwoordiging aan de organisatie medezeggenschap verleent, getuigt van hybris.  Neen, die organisatie heeft geen vinger in de pap bij het bepalen van een aanvaardbare coalitie.
 
Politieke partijen worden geacht akkoorden te maken.  Zij hoeven geen vriendjes te worden.  Het zou mooi zijn maar het is geen noodzakelijkheid.  Vóór de verkiezingen werd harde taal gesproken.  Er werden diepe wonden geslagen.  Dit lijkt bijna een noodzakelijkheid in het verkiezingsdebat.  Partijen moeten met de spieren rollen.  Als blijk van hun onverzettelijkheid.  Partijen menen dat zij dit verschuldigd zijn aan hun potentiële kiezers.  It’s all part of the game, zo kunnen wij het samenvatten.  Na de verkiezingen moeten die politieke gladiatoren evenwel vervellen tot nette staatsmannen.  Tot mannen, die zich bewust zijn van hun taak.  Na de verkiezingen moeten zij hun trots inslikken en niet meer achterom zien.  Enkel de toekomst telt.  Een toekomst, die zij vorm dienen te geven.  Daarvoor hebben wij hen afgevaardigd.  Verongelijkt in het verliezershoekje kruipen of zitten kniezen over een mogelijk gebrek aan vertrouwen is een houding, die niet kan verdedigd worden.
 
Maak een regering.  Snel.  Op basis van partijpolitieke programma’s.  Niet op basis van persoonlijke voorkeur of persoonlijke afkeer.  In dat creatieproces zal u moeten geven en nemen.  Dat is eigen aan een compromis.  Ons land is hierin een internationaal begrip geworden.  Dat weet u.  Zelfs de grootste winnaar zal moeten toestaan dat verliezers punten scoren.  Dat verzacht het helingsproces.  Maak een regering en laat u daarbij niet afdreigen.  Zelfs niet door Unizo.  
 
Maak een regering.  Zodat wij weten tot wie wij onze nood moeten klagen.  Zodat wij weten op wie wij onze pijlen moeten richten.  Maak een regering en toon ons dat wij het verkeerd hebben als wij menen dat met Jean-Luc Dehaene de laatste staatsman begraven werd.  Want dat wil ik niet geloven.  Voorlopig geef ik u het voordeel van de twijfel.  Maar niet voor lang.
 
Vooruit, aan het werk.

maandag 23 juni 2014

België - Rusland. Bloed, zweet en net geen tranen.

Ik was niet echt in topvorm.  De vorige nacht zat nog in mijn kleren.  In mijn hoofd.  Stevig doorzakken, het eist zijn tol.  Ik word ouder.  Dat heeft gevolgen voor mijn recuperatievermogen.  Recupereren gaat een beetje trager.  Om dat goede gevoel in mij terug tot leven te wekken had ik ’s morgens mijn loopschoenen aangetrokken.  Enkele kilometertjes lopen, het is zo veel beter dan een aspirine.  Bij elke kilometer werd ik ietsje meer wakker.  Werd ik ietsje meer mens.  Aan het eind van mijn ochtendlijk loopje was ik opnieuw volledig mens.  Mijn hoofd was helder.  Ik was herrezen.  Ik was opnieuw op en top een klaarwakkere man.
 
Ik was er klaar voor.  Het lopen had mij deugd gedaan.  Ik kon die Russen ontvangen.  Ik kon de confrontatie aan.  Bij die eerste wedstrijd had ik nog geopteerd voor volledige afzondering.  Helemaal alleen had ik die wedstrijd uitgekeken.  Nu zou ik het anders aanpakken.  Ik koos voor een andere strategie.  Net als onze bondscoach moet ik strategische beslissingen nemen.  Ik zocht aansluiting bij vrienden.  Deze keer geen sociale isolatie.  Deze keer koos ik voor het groepsgevoel.  Dat groepsgevoel moest mij veiliger doorheen die moeilijke momenten loodsen.  Want die moeilijke momenten zouden er komen, zoveel is zeker.  Dit is een wereldkampioenschap.  Op dit WK worden er geen cadeautjes gratis weggeschonken.  Winst moet bevochten worden.  Zwaar bevochten.
 
Terwijl ik mij bij die eerste wedstrijd ver weg hield van alle Belgische, dolgedraaide gekte, had ik nu één kleine toegeving gedaan.  Mijn bijgeloof moest heel even aan de kant.  Een Belgische driekleur sierde de salontafel.  Deze bescheiden decoratie was niet enkel bedoeld als aanmoediging naar onze Rode Duivels.  De driekleur deed ook dienst als tafellaken.  Weinig respectvol, ik besef het maar als excuus kan ik enkel aandragen dat wij daarmee het aangename aan het nuttige koppelden.  Die salontafel was een familiestuk.  Een voetbalwedstrijd, zelfs op televisie, kan heftige reacties uitlokken.  Een glas is nogal snel omgestoten.  Bescherming is noodzakelijk.  Onze driekleur leek ons een geschikte oplossing.  Dit hoeft niet geïnterpreteerd te worden als een politiek statement.  U hoeft hierin geen neiging tot separatisme te ontwarren.  Niks van dat alles.  Een gedriekleurd tafellaken, het leek ons voor deze avond bijzonder toepasselijk.
 
Het werd een angstige avond.  Al te lang bleef het een doelloos gelijkspel.  De Russen voetbalden mee.  De Russen creëerden kansen.  Dat zou geen verbazing mogen wekken.  Voetballen gebeurt steeds met twee ploegen.  Dat wil ik wel eens vergeten.  Mijn supportershart wil die realiteit wel eens negeren.  Ik wil enkel Belgen aan de bal zien.  Ik wil enkel Belgen zien juichen.  Enkel Belgen aan de bal? Juichen? Neen, dat werd het niet.  Wij hadden het moeilijk.
 
Een wedstrijd telt negentig minuten.  Elke minuut telt.  Nooit mag de aandacht verslappen.  Nooit mag gewanhoopt worden.  Negentig minuten lang blijven alle opties open.  Binnen die negentig minuten is alles mogelijk.  Zelfs in de laatste minuten kan plots alles veranderen.  Zoals gisteren.  De tweede helft leek een lange winterslaap te worden van de Duivels.
 
Een gelijkspel zou het worden.  Zonder enig doelpunt.  Eén puntje zouden wij naar huis brengen.  Povertjes.  Met dit team moet het beter.  Dit team moet winnen.  Maar dat zou blijkbaar niet gebeuren in het Maracanã.  Tot die ene vrijschop, waarbij Mirallas de doelpaal trof.  Dit leek het signaal tot een slotoffensief.  Elke Duivel schrok wakker.  Elke Duivel stormde naar voor.  Niet wild en onbezonnen.  Maar flitsend en wervelend.  De Russen hadden op hun adem getrapt.  De Belgen waren nog fris.  
 
De stormram uit het eerste half uur van de eerste helft werd opnieuw bovengehaald.  Dat nieuwe beuken had succes.  In de achtentachtigste minuut.  Eén klasseflits van een negentienjarige.  Origi scoorde.  Op voorzet van een herleefde Hazard.  Ik sprong op.  Alsof ik eigenvoetig die bal tegen de netten had geknald.  Een bevestigende schreeuw van bevrijding.  Ja, ja, ja, ja, ja … Ik stampvoette.  De handen in de lucht.  Met mijn blijdschap wist ik geen blijf.  Wij gaan naar de 1/8 finale.  Wij zijn bij de zestien beste.  Ik begon al te dromen.  Maar dat mag niet.  Er is nog altijd dat spreekwoord van de beer en het vel.  Nog eventjes wachten.  Eerst Zuid-Korea nog.  En dan? Alles is mogelijk.  Maar dan moeten die Duivels de handrem lossen.  Voluit gaan.  Zonder enige reserve.  Want zij kunnen het.  Daarover bestaat geen enkele twijfel.
 
Het was sidderen en beven.  Als in een thriller.  Sporten is goed voor de gezondheid.  Dat wordt gezegd.  Dat is bewezen.  Maar na gisterenavond durf ik te betwijfelen of supporteren wel goed is voor de gezondheid.  Maar de buit is binnen.  Dan kijken wij niet meer achterom.  Enkel vooruit.  Naar de volgende wedstrijd.  In de wetenschap dat het dan weer beter gaat.  Ik weet het, perfectie bestaat niet.  Maar wij zullen moeten trachten die perfectie zo dicht mogelijk te benaderen.  In wedstrijden, waar verlies gelijkstaat met een vliegticket huiswaarts, lijkt dat de enig mogelijke betrachting.
 
In tussentijd blijf ik supporteren.  Go, Devils, go!

Link:
In voetbal is er geen protocol: filmpje.
België – Algerije.  Verslag van een spannende avond in Gent.

vrijdag 20 juni 2014

Pensioenhervorming. Oproep aan alle vakbonden.

Nut of onnut van de vakbond, het kan al eens aanleiding geven tot een pittig debat binnen mijn vriendenkring.  Stakingsacties of bedrijfssluitingen zijn veelal de aanleiding tot het voeren van een dergelijk debat.  In dat debat profileer ik mij als verdediger van het syndicaat.  Vurig en vol overgave.  In dat debat worden al te vaak de historische verdiensten van de vakbonden vergeten.  Die verdiensten lijken van geen tel meer.  De grote, sociale verworvenheden lijken de huidige, syndicale strijd overbodig te maken.  Alsof alles definitief verworven lijkt.  Alsof de arbeider of bediende niet meer wordt bedreigd in zijn rechten.  Juist in deze tijden is een alerte vakbond geen overbodige luxe.  Uw aanwezigheid in het maatschappelijke en politieke debat stelt mij gerust.
 
Uit deze korte inleiding zou u kunnen afleiden dat deze brief een lofrede wordt.  Een syndicale lofzang.  Ik moet u ontgoochelen.  Een lofzang wordt het niet.  Jammer maar helaas.
 
Deze week werd het verslag voorgesteld van de Commissie voor de Pensioenhervorming, in het leven geroepen door Minister van Pensioenen Alexander De Croo.  Twaalf experten hadden elkaar gevonden in een uitgebalanceerd rapport.  Het was geen evidente opdracht.  In het verleden werden reeds enkele pogingen ondernomen.  Kleine, eerder bescheiden pogingen tot hervorming.  Het droeve hoogtepunt was het wit- en groenboek van Minister Michel Daerden.  In de regering van Di Rupo werd er ook wat gemorreld in de marge.  Zo werd de minimumleeftijd en de minimumloopbaan voor het vervroeg pensioen opgetrokken.  Verder kwam men niet.  Een allesomvattende hervorming leek een onmogelijke opdracht.
 
De politieke onwil om tot een grote pensioenhervorming te komen leek lange tijd het beeld te overheersen.  Een te grote afkeer voor de lange termijn en daarmee samenhangend een te grote fixatie op de korte termijn beheerste de initiatieven van vele regeringen.  Kleine en pijnloze maatregeltjes werden verkozen boven een grote en allesomvattende aanpak.  Jammer, maar in een klimaat waar de ene verkiezingen te snel worden opgevolgd door een andere leek dit het meest haalbare.  Al te lang bepaalt de zorg om electoraal gewin de agenda.
 
Maar de wonderen blijken de wereld nog niet uit te zijn.  Plots is er het verslag van de Commissie voor de Pensioenhervorming.  Een allesomvattend plan tot hervorming wordt ons voorgelegd.  Met een vooruitblik tot 2040.  Jawel, een visie op lange termijn blijkt dan toch mogelijk.  Alleen dat al maakte mij verheugd.
 
Maar niet enkel het denken op lange termijn stemt mij blij.  Er is ook het eigenlijke plan.  Centraal staat een puntensysteem, waarbij de werknemer tijdens de actieve loopbaan punten kan verzamelen.  Bij pensionering kan hij die punten omzetten in euro’s.  In tegenstelling tot het huidige systeem lijkt mij dit een meer transparant systeem.  Op elk moment kan de werknemer zijn puntentotaal opvolgen.  In dit plan worden reeds voorzien in een aantal sociale correcties.  Mensen met zware beroepen zouden recht hebben op een zekere coëfficiënt waardoor vervroegde uittreding toch mogelijk wordt.  Het besef dat wie weinig verdient nooit aan vijfenveertig punten zal geraken, wordt opgevangen.  In het rapport wordt gepleit voor een volwaardig minimumpensioen, dat tien procent hoger ligt dan de Europese armoedegrens.  Tevens wordt duidelijk gesteld dat de pensioenen geïndexeerd blijven en dat er werk moet gemaakt worden van het welvaartsvast maken van de pensioenen.
 
Politieke partijen reageren licht positief op dit rapport.  Dat lichte positivisme wordt niet gedeeld door de vakbonden.  Net als de PS en de SP-A wordt het rapport al bij de voorstelling de grond ingeboord.  Een lezing van het verslag of een meer grondige studie lijkt niet noodzakelijk om het plan af te schieten.  Ik knipper met de ogen.  Dit kan niet waar zijn, denk ik.
 
Ik denk aan mijn vrienden.  Dat ik het nu nog moeilijker zal krijgen een overtuigend pleidooi te houden ten gunste van de vakbonden.  Dat ik het nu nog moeilijker zal hebben tegen te spreken dat een vakbond een beweging is, die zich nestelt in het verleden.  Ik zal het moeilijker hebben uit te leggen dat een vakbond bekommerd is om de toekomst.  Dat een vakbond diezelfde toekomst ook mee vorm wil geven.
 
U gaat aan de kant staan.  Dat is bijzonder jammer.  Een hervorming vraagt geen defensieve houding.  Wel een offensieve houding.  Die offensieve houding moet u naar de onderhandelingstafel dwingen.  Ofwel als directe gesprekspartner.  Ofwel via uw vertegenwoordigers bij politieke partijen.  Om aan die tafel de mogelijke onvolkomenheden weg te filteren.  Om nodige verbeteringen aan te brengen.  Om een maximum aan sociale bescherming te garanderen.  Om begeleidende maatregelen te eisen.  Want die zullen noodzakelijk zijn.  Er zal immers niet enkel moeten gedacht worden aan de hervorming van het pensioen, er zal ook moeten gekeken worden naar het attractief maken en houden van een loopbaan.  Naar de mogelijkheden om oudere werknemers blijvend te motiveren.  Naar de mogelijkheden om oudere werkzoekenden aan te werven.  Dat alles kan u enkel aan de tafel.  Dat rapport, waaraan bijna één jaar lang is gewerkt, kan u aanvaarden als basis van onderhandelingen.  Een volledig nieuw plan zal niet uitgeschreven worden.  De onderhandelingen zullen ongetwijfeld landen in de dichte nabijheid van dit gepresenteerde plan.  Maar u zou kunnen bijsturen.  Dat zou u kunnen doen.  Maar u weigert.  U verwijst het rapport naar de vuilnisbak.
 
Een vakbond moet zijn leden de weg wijzen.  Een vakbond moet voorop gaan.  Het achterna lopen van de leden lijkt mij een af te wijzen strategie.  U moet tegenover uw leden de noodzakelijkheid van een pensioenhervorming verdedigen en verklaren.  U moet aan uw leden duidelijk maken dat het stilaan een evidentie is dat iedereen langer zal moeten werken.  Daar is bijna iedereen het over eens.  Maar tezelfdertijd moet u alles in het werk stellen om diezelfde leden optimaal te verdedigen aan de onderhandelingstafel.  Om het best mogelijke en best haalbare in een voorstel te gieten.  In een tot compromis bereide houding.  Dat plan zal u dan niet enkel moeten voorleggen.  Dat plan zal u ook moeten verdedigen.  Met enthousiasmerende overtuiging.
 
Uw afwijzing in deze is een spijtige zaak.  U trappelt ter plaatse.  Terwijl het vooruit moet gaan.  Heroverweeg daarom uw aanvankelijke afwijzing.  Het zou mooi zijn.  Het zou getuigen van moed.  Van geloof in de toekomst.

Ik wens u alle succes.

Link:
Het rapport van de Commissie voor Pensioenhervorming.

woensdag 18 juni 2014

België - Algerije. Verslag van een spannende avond in Gent.

Neen, ik heb geen driekleur.  Geen vlag of wimpel aan de voordeur of voor het raam.  Zelfs niet op of in mijn wagen.  Neen, Ik heb geen rood voetbalshirt.  Geen shirt met op de rug de naam van Kompany of Mertens.  Neen, ik heb geen Fellaini pruik.  Ik heb geen gedriekleurde strepen op mijn wangen geschilderd.  Neen, ik ben geen Belgische indiaan.  Ik heb mij niet stilistisch in de Belgische driekleur gekleed.  Het combineren van onze kleuren in eten of cocktails heb ik vermeden.  Ik laat al die gekte aan mij voorbijgaan.  Ik heb er begrip voor.  Ik zou het wel willen doen.  Enkel bijgeloof houdt mij weg van dat uitbundige enthousiasme.  In vroegere tijden durfde ik al eens mee te gaan in die gekte.  Telkenmale gingen onze Rode Duivels ten onder.  Sindsdien geen al te dwaze voetbalgekte meer voor mij.  Ik wil de Belgische kansen al niet bij voorbaat verknallen.
 
Gisterenavond was het dan zover.  De eerste wedstrijd van onze Rode Duivels op het WK in Brazilië.  Eventjes voor zes uur zat ik voor mijn televisie.  De voorbeschouwingen laat ik aan mij voorbijgaan.  Ik moet mij afzonderen.  Stress maakt mij doof voor al die beschouwingen.  Ik wil voetbal zien.  Ik wil winst zien.  Meer hoeft niet voor mij.  
 
Mijn pronostiek? Eén voor België, nul voor Algerije.  Ik ben voorzichtig.  Sommigen kunnen mij een pessimist noemen.  Sommigen kunnen mij gebrek aan durf aanwrijven.  Ikzelf zou mij omschrijven als een pessimistische optimist.  In dat optimisme bouw ik de mogelijke kans op teleurstelling reeds in.  Uit zelfbehoud.  Uit lijfsbehoud.  Bij mogelijke tegenslag zal ik niet te diep vallen.  Bij verwachte winst kan ik toch op overtuigende wijze meevieren.  Jawel, de Belgische kunst van het compromis zit in mij ingebakken.
 
Het Belgisch volkslied laat ik stilletjes aan mij voorbijgaan.  Wij hebben visite.  Ik ben een sociaal wezen.  Ik doe mijn babbeltje.  Met mijn blik halvelings gericht op het scherm.  Op dergelijke momenten blijkt een man dan toch twee dingen te kunnen combineren.  Dergelijke momenten brengt het beste naar boven in een man.  Voetbal kan verenigen.
 
De bal wordt op de stip gelegd.  De belangrijkste bijzaak kan van start gaan.  Het aan de gang zijnde gesprek wordt beleefd en vakkundig afgerond.  Voetbal is nu het enige wat telt.  Ik sluit mij af.  De wereld rondom mij verdwijnt.  Enkel het televisiescherm en ik lijken de enige overlevenden op een voor de rest opgeslokte wereld.
 
Wat ik vreesde, wordt bewaarheid.  Algerije scoort als eerste.  Vanop de penaltystip.  Een worst case scenario rolt zich uit.  Ik vloek.  Luidop en krachtig.  God ziet mij.  Dat denk ik.  Meer nog, ik durf zelfs te betwijfelen of God mij ziet.  Op dergelijke momenten wordt het bestaan van een God bijzonder twijfelachtig.  Dus ik vloek.  Zonder te denken aan hel en verdoemenis.  Zonder te denken aan mogelijke, goddelijke sancties.  Ik kruip eventjes diep weg in mijn zetel.  Dat Algerijnse doelpunt komt zwaar binnen.  Moeilijk of bijna niet te verteren.
 
Ondanks het rampzalige verloop blijf ik hopen.  Ik ben een fan.  Een echte fan.  Ik val mijn ploeg niet af.  Ik blijf trouw.  Ik blijf mijn ploeg vooruitschreeuwen.  U kan betwijfelen of mijn geroep gehoord wordt in Belo Horizonte.  Ik doe dat niet.  Ik word gehoord.  Daarvan ben ik zeker.  Daarvan ben ik overtuigd.  Mijn vibraties trillen door tot op dat Braziliaanse voetbalplein.  Voorlopig blijken die geluidsgolven evenwel geen grip te krijgen op het spelverloop.  Het blijft wat flauwtjes.  Mijn statuut als fan filtert mijn zin voor kritiek niet weg.  Een kritische fan, het bestaat.
 
De tweede helft moest beter.  Moest anders.  Het enige wat bleef, was mijn nagelbijten.  Nauwelijks had ik nog nagels over.  Toch bleef ik dat ene kleine resterende nagelstukje vinden.  Het nagelbijten ging door.  De spanning hield aan.  Al dat hield geen verschil in met de eerste helft.  Een ander fenomeen deed in de tweede helft zijn intrede.  Vanuit mijn zetel begon ik mee te voetballen.  Ik was de twaalfde man.  Niet enkel figuurlijk, ook letterlijk.  Mijn voeten begonnen los van mij te bewegen.  Alsof ik met die trappen de bal in de juiste richting wilde stuwen.  Alles wou ik proberen om mijn ploeg toch nog naar die overwinning te voeren.
 
In de wereldpolitiek wordt soms getwijfeld aan gerechtigheid.  Recente gebeurtenissen over de hele wereld doen ons heel regelmatig vraagtekens plaatsen bij die gerechtigheid.  In de voetbal bestaat het wel.  In voetbal kan gerechtigheid nog geschieden.  De voetbalgoden, klein beetje geholpen door Marc Wilmots, moeten tijdens de rust een spoedzitting hebben gehouden.  In die spoedzitting moeten zij beslist hebben dat de Rode Duivels toch die zege moesten binnenhalen.  Verlies zou een te grote vernedering betekenen voor deze ploeg van sterren en vedetten.  Een te grote blamage voor het voetbal.
 
De voetbalgoden hadden gewikt en gewogen.  Op het veld kozen zij Fellaini en Mertens uit als uitvoerders van hun wilsbeschikking.  Op tien minuten tijd moest de Algerijnse doelman de bal twee maal uit zijn netten vissen.  Twee maal sprong ik uit mijn zetel.  De eerste maal hield ik mij nog lichtjes in.  Een gelijkspel was goed maar ik had op winst ingezet.  De tweede maal vielen alle remmingen weg.  Ik danste.  De salsa, de polka, de twist, de tango, hiphop, alle stijlen werden gemixt in een aparte, eigen gechoreografeerde vreugdedans.  Kreten verlieten mijn mond, waarvan een vertaling niet echt lukte.  Ik sprong.  Ik juichte.  Ik vierde.  Wild en uitbundig.
 
België had gewonnen.  Het was moeilijk gegaan.  Maar moeilijk gaat ook.  Zo bleek gisteren.  Achteraf bekeken, mogen wij misschien nog juichen om die Algerijnse goal.  Het schudde onze ploeg wakker.  Het maakte onze ploeg dat tikkeltje agressiever.  Toch zeker in de tweede helft.  Maar ook met het zicht op de volgende wedstrijden kan deze wedstrijd positieve gevolgen hebben.  Onze ploeg blijkt vanuit een verloren positie te kunnen terugvechten.  Zij raken niet ontmoedigd.  Zij blijven voetballen.  Zij blijven zoeken.  Dat stemt hoopvol.
 
Gisterenavond was het zwoegen en zweten.  Niet enkel op het veld in Belo Horizonte.  Ook in mijn zetel in Gent.  Maar wij hebben gewonnen.  Ook dat stemt hoopvol.  Dat creëert verwachtingen.  Maar ik blijf nuchter.  Met beide voetjes op de grond.  Zoals ik al zei, ik ben een pessimistische optimist.  Voorzichtigheid is geboden.