woensdag 28 oktober 2015

Vader, gezien in NTG. Brief aan Peeping Tom.

Beste Peeping Tom,
 
Mijn oude dag.  Ik durf hierover al eens te dromen.  Ik weet het, het is nog een verre droom.  Een droom, die niet onmiddellijk te verwezenlijken zal zijn.  Ik ben nog jong.  Of neen, ik voel mij nog jong.  Stoppen met werken zal niet voor morgen zijn.  Zelfs niet voor overmorgen.  Ik zal nog een tijdje moeten doorgaan.  Maar ondanks dat besef, durf ik al eens weg te dromen.  Dan denk ik aan zeeën van tijd.  Een overschot aan vrije tijd.  Een tijd, waarover ik vrij kan beschikken.  Alles kan.  Alles mag.  Maar bovenal, niks moet.  Dat laatste is nog het meest fantastische.  Op die oude dag kan ik dingen doen, die ik nu in een te krap bemeten tijd moet volvoeren.  Rust, dat is het idee.  Het idee, dat steeds maar weerkeert in mijn hoofd.  Zelf mijn levensritme bepalen.  Op die oude dag hoef ik niet meer mee te lopen in die dagelijkse ratrace.  Jawel, een heel klein beetje kijk ik uit naar die dag.
 
En ja, over mijn einde heb ik ook al nagedacht.  Honderd twintig jaar zou ik worden.  Al die tijd zou ik zelfstandig blijven wonen.  In mijn huisje.  In datzelfde huisje zou ik ook sterven.  In mijn slaap.  Zachtjes zou ik uitdoven.  Zonder het te beseffen.  Zonder pijn.  Dat scenario zit vast in mijn hoofd.  Bijna lijk ik overtuigd van de haalbaarheid van dit plan.
 
Maar dan kocht ik een kaartje voor uw voorstelling.  Voor Vader.  Waarom? Heel waarschijnlijk omdat ik had gelezen dat uw voorstelling was geselecteerd voor het Theaterfestival 2015.  Dat uw voorstelling door NRC Handelsblad werd genoemd als beste dansvoorstelling van 2014.  Dat kan tellen als geloofsbrief.  Dergelijke geloofsbrieven overtuigen.  Ik kocht dus een kaartje.
 
Ik kan kort zijn.  Mijn droom werd aan gruzelementen geslagen.  Ik was nochtans gewaarschuwd.  Door vrienden, die naar de voorbeschouwing geweest waren.  Daar was gezegd dat het geen vrolijke voorstelling zou worden.  Echt happy zouden we niet worden van de voorstelling.
 
Wat ik zag, stond in schril contrast met mijn ideële voorstelling van zaken.  Ik zag een andere oude dag.  Geen droom.  Wel een nachtmerrie.  Ik zag bejaarden, weggeduwd in grijsheid.  In dufheid.  Alsof ze zachtjes werden weggegomd.  Uitgeveegd.  Ik zag bejaarden, door iedereen vergeten.  Zelfs door zichzelf vergeten.  Alsof zij niet leken te beseffen dat zij nog levend en wel in de wereld stonden.  Ik zag bejaarden, in de klauwen van dementie.  Zwevend tussen werkelijkheid en fantasie.  Ik zag bejaarden, zichzelf verliezend in eenzaamheid.  Achtergelaten en gedumpt.  Door zoon en/of dochter.  Slechts heel af en toe dat ene bezoekje.  Als een verplicht nummertje afgehaspeld.  
 
Ik zag een bejaardenhuis.  Een ‘home’.  Grijs en grauw.  Niks van kleur.  Als verbleven de bewoners in een kamp, werden zij van bed naar tafel gecommandeerd.  Om dan terug van tafel naar bed geschreeuwd te worden.  Geen enkel lichtpunt.  Of toch.  Op die momenten, dat zij liederen zingen.  Liederen uit vroegere tijden.  Dan dringt kleur binnen in het bejaardenhuis.  Dan schijnt de zon.  De apathie wordt uitgeschakeld, een glimlach verschijnt op het gezicht.  Want die liederen voeren de bewoners terug naar tijden, waarin the sky nog the limit was.  Naar een tijd, waarin alle wegen nog open lagen.  Maar net zoals het spreekwoord duren die mooie liedjes nooit lang.  Slechts een kleine opflakkering van geluk.  Een bliksemschicht.  Om dan weer terug te keren naar die koude grauwheid.
 
Mijn droom ligt aan diggelen.  Mijn hoop op een onbezorgde, oude dag is aangetast.  Twijfel sluipt binnen.  Die twijfel nestelt zich rondom mijn hoop.  Ik weet het niet meer zeker.  Met die aangetaste hoop zou ik kunnen besluiten dat het inderdaad geen vrolijke voorstelling was.  Dat ik weinig redenen tot lachen had.  Toch heb ik het gedaan.  Toch heb ik gelachen.  Want het zware thema van de voorstelling wordt gecounterd.  Er wordt weerwerk geboden.  Spitsvondige absurditeit moet aan het publiek enige verlichting bezorgen.  Moet enige ademruimte geven.  De fronzen in mijn voorhoofd worden even gladgestreken.  Lachrimpels komen in de plaats.  Net zoals het absurde in de voorstelling verpakken ook de choreografieën de voorstelling in een zekere lichtheid.  Dartele schoonheid wordt zo binnengebracht.  Waanideeën, fantasieën en angsten worden op een dansbare manier vertaald.  Dansende, gekke lichtvoetigheid.  Ook dat lucht op.  Ook dat tempert de hardheid van de voorstelling.
 
Een vrolijke voorstelling? Neen, niet echt.  Ondanks die lichtere momenten.  Ondanks die adempauzes.  Een goede voorstelling? Jawel, dat zeker.  Een voorstelling, dat mij nu al doet uitkijken naar de volgende delen uit de trilogie.  Want Moeder komt er aan.  Want Kinderen komt er aan.  Jawel, beste Peeping Tom, ik blijf u volgen.  Zeer zeker.  Want u schept schoonheid.
 
Mijn droom is aangetast.  In mijn hoofd heeft twijfel zich vastgezet.  Maar dat is goed.  Want twijfel houdt een mens alert.  Houdt een mens bij de les.  Heel misschien is twijfel te verkiezen boven zekerheid.  Zekerheid maakt een mens laks.  Maakt een mens leeg.  Schuilt net daarin niet het gevaar?
 
Peepin Tom, ik dank u voor een boeiende avond.  Ik kijk nu al uit naar onze volgende ontmoeting.
 
Met vriendelijke groeten.

Speellijst:
Peeping Tom – speeldata.

Video:
Peeping Tom – Vader.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen