donderdag 21 mei 2015

KAA Gent en de eerste kampioenstitel. Wij duimen. Brief aan Hein Vanhaezebrouck.

Beste Hein,
 
Een fan? Zo durf ik mij niet te noemen.  Ondanks de voetbalgekte, die door onze stad raast, moet ik toch een zekere eerlijkheid betrachten.  Dus, neen, ik ben geen fan.  Nooit geweest.  In vroegere dagen was ik wel een voetbalfan.  Van RSC Anderlecht.  Dat was geen bewuste keuze.  Het ging bijna als vanzelf.  Mijn vader was fan.  Ik volgde mijn vader.  Zo eenvoudig was het.  Na verloop van tijd kwam er sleet op mijn trouw aan die Brusselse ploeg.  Het verwaterde.  Tot op het moment dat er van dat fanschap helemaal niks meer overbleef.  Op dat moment verloor ik bijna alle interesse in het voetbal.  Voetbal bleek niet langer een feest voor mij.  De wekelijkse voetbaluitslagen, dat volgde ik nog.  Dat was het enige.  Verder ging het niet.
 
Ik leek verloren voor het voetbal.  Immuun voor de voetbalmicrobe.  Tot dat ene ding gebeurde.  KAA Gent kwam naar de Groothandelsmarkt.  Daar verrees de Ghelamco Arena.  KAA Gent werd een buur van mij.  Dat veranderde alles.  Een Belgische topploeg in mijn achtertuin.  Hiervoor kon ik niet ongevoelig blijven.  Mijn aversie tegenover voetbal brokkelde af.  Ik voelde mij meer en meer betrokken bij de ploeg.  Goed nabuurschap vraagt engagement.  Vraagt betrokkenheid.  Dus, jawel, KAA Gent kroop onder mijn vel.  Nestelde zich in mijn hart.
 
Toch ben ik nog steeds geen fan.  Nog altijd durf ik mij zo niet te noemen.  Op mijn schouder prijkt geen getatoeëerd indianenhoofd.  Geen buffalo op mijn schouder.  Geen enkele speler van de eerste ploeg ken ik bij naam.  De ploegopstelling is mij volledig vreemd.  De Ghelamco Arena durf ik wel eens te omschrijven als een pareltje maar nog nooit zette ik een voet in die Arena.  Of toch wel, één keer.  Toen de Rode Duivels op het voorbije WK tegen Zuid-Korea speelden.  Dan ging ik naar de Arena.  Maar KAA Gent zag ik nog nooit spelen in die fraaie voetbaltempel.
 
Dit voetbalseizoen voelde ik een lichte verandering in mijn houding tegenover voetbal.  Mijn betrokkenheid groeide.  Van vrijblijvendheid was geen sprake meer.  Ik koos partij.  Voor de ploeg van mijn stad.  Net zoals ik in die vroegere dagen, toen ik nog een korte broek droeg, mijn vader volgde, volgde ik nu anderen.  Vrienden.  Vrienden brachten mij tot KAA Gent.  Nog steeds geen fan.  Enthousiaste volger, dat was het statuut, waaronder ik viel.  Dat was een juiste omschrijving voor mijn toestand.
 
Met de play-offs ging ik nog een stapje verder.  Een monster in mij werd wakker geschud.  Een voetbalmonster.  Plots ging ik vloeken bij verlies.  Heftig gesticulerend voerde ik uit.  In verlies ontwaarde ik een samenzwering.  Een samenzwering tegen ‘mijn’ ploeg.  Bij gelijkspel trok ik mijn haren uit.  Wild bonkte ik op tafel.  Als er een tafel in mijn buurt aanwezig was.  Jawel, een mogelijke kampioenstitel had mij in zijn greep.
 
Vandaag moet het gebeuren.  Niet alleen ik denk dat.  Dat denken alle bewoners van Gent.  Vandaag willen de Gentenaars die kampioenstitel in eigen stad houden.  Maar daarvoor moeten wij eerst Standard opzij zetten.  Dat wordt geen walk in the park.  Dat wordt een heikele klus.  Het wordt een moeilijke avond.  Niet enkel voor uw voetballers.  Ook voor mij zal het een moeilijke avond worden.  Nagelbijtend zal ik de avond doorbrengen.  Vastgekluisterd aan de radio.  Ik zal uw ploeg vooruit roepen.  Vooruit schreeuwen.  U zal het niet horen.  Dat weet ik.  Ik ben een nuchtere jongen.  In telepathisch gedoe geloof ik niet.  Ondanks dat besef zal ik roepen, springen, schreeuwen, lachen, huilen, … Negentig minuten lang.  Die negentig minuten zal ik doldwaas intens meebeleven.  Om dan aan het einde op mijn knieën te vallen en de voetbalgoden te danken.  Hen te danken voor die eerste kampioenstitel.
 
Beste Hein, ik wens u het allerbeste.  Beste Hein, bezorg ons die titel.  Het zou mooi zijn.  Voor het voetbal.  Voor Gent.  Voor mij.
 
Een indianenhoofd op mijn schouder, dat zal niet onmiddellijk gebeuren.  Dat zal u niet kunnen bewerkstelligen bij mij.  Wat u wel hebt gedaan, is het slopen van die schroom.  Die schroom mij fan te noemen.  Want dat weet ik nu.  Dat besef ik nu.  Ik ben fan.  Van KAA Gent.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Website:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen