donderdag 12 juli 2018

Uitgelezen: Wedervaring. Brief aan Bodo Kirchhoff.

Beste Bodo,
 
Het gebeurt niet vaak.  Slechts heel zelden overkomt het mij.  Met uw boek gebeurde het.  Onmiddellijk en meteen.  Meteen wist ik dat uw boek een goed boek zou zijn.  Dat kan u heel misschien vreemd lijken.  Want moet een boek niet volledig gelezen worden om pas aan het eind te kunnen oordelen.  Moet een lezer niet elke pagina gesavoureerd hebben om pas dan een juist eindoordeel te kunnen vormen.  Ik dacht het wel.  Dat lijkt bijna de logica.  Maar toch zijn er uitzonderingen.  Uw boek is een dergelijke uitzondering.  Reeds van bij het begin had ik het gevoel een exceptioneel boek te lezen.  Reeds van bij het begin had ik dat intense gevoel dat u mij fijne momenten zou schenken.  
 
U had mijn zwakke plek ontdekt.  Italië.  Binnen Europa is dat mijn favoriete reisbestemming.  Nooit heeft dat land mij teleurgesteld.  Met uw boek vertrok ik opnieuw naar Italië.  U liet mij plaatsnemen in de cabriolet van Julius Reither en Leonie Palm, de personages uit uw boek.  U bracht mij naar Affi.  Naar Modena.  Naar Ravenna.  Naar Ancona.  Naar Bari.  U bracht mij over de straat van Messina.  Naar Sicilië.  Ik las uw boek.  Ik was op reis.  In mijn hoofd zat ik in Italië.  Ik proefde de sfeer van de Italiaanse dorpen en steden, die u beschreef.  Ik liep in de straten en steegjes, die u evenzo beschreef.  De Belgische zon werd een Italiaanse zon.  Uw boek was mijn ticket.  Mijn ticket om telkens weer op reis te vertrekken.  Telkens ik uw boek opensloeg.
 
Zou dat volstaan om uw boek een goed boek te noemen? Neen.  Uiteraard niet.  Slechts één reden zou wat minnetjes zijn.  Daarom geef ik u met veel plezier nog een tweede reden.  Uw personages.  Julius en Leonie.  Romeo en Julia durf ik hen niet te noemen.  Met die figuren durf ik hen niet te vergelijken.  Wel durf ik hen Thelma en Louise te noemen.  Naar de twee protagonisten uit die gelijknamige film.  Uw Julius en Leonie worden mijn Thelma en Louise.  Met dat ene verschil.  Uw helden zijn ouder.  Bejaard.  Uw helden laten geen mannen achter.  Wel laten zij hun serviceflat achter.  Nogal impulsief stappen zij de cabriolet in.  Beginnen aan een reis.  Een roadtrip.  Zonder vooropgezet doel.  Uiteindelijk zullen zij naar Sicilië rijden.  Maar dat weten zij nog niet bij de start.  In den beginne was er niks.  Zo is het altijd geweest.  Met elke gereden kilometer maken zij hun begonnen verhaal langer.  Vullen zij dat begin verder aan.  Met elke gereden kilometer groeit mijn sympathie voor deze rebelse bejaarden.
 
Twee goede redenen.  Dat klinkt al wat overtuigender.  Maar toch.  Wordt er niet gezegd dat alle goede dingen uit drie bestaan? Het moet dus nog beter.  Een derde reden moet ik vinden.  De liefde.  Dat is de grootste reden.  De mooiste reden.  Hoe mooi kan het zijn getuige te mogen zijn van een ontluikende liefde.  De lezer zit op de eerste rij.  Als bevoorrechte getuige.  De lezer ziet geen jonge liefde.  Geen jonge mensen.  Wel een oudere dame.  Wel een bejaarde heer.  Toch sijpelt in hun zoeken naar liefde een zekere jeugdigheid.  We voelen de onwennigheid.  De onzekerheid.  We voelen het zoeken.  Het aftasten.  In hun zoeken naar liefde lijken het wel bejaarde tieners.  Hun levenservaring zou doen vermoeden dat alles spontaan gebeurt.  Dat is het niet.  Er wordt veel nagedacht.  Over hoe de andere te benaderen.  Zonder toch opdringerig te zijn.  Die zachtheid ontroert.  Liefde op hogere leeftijd, het kan.  Zelfs met vlinders in de buik.  Vlinders, die ook de lezer ervaart.  Die lezer leeft mee.  Bijna zou ik Julius en Leonie aanmoedigen.  Maar dat kan niet.  Dat mag niet.  Liefde moet groeien.  Zonder enige druk van buitenaf.  Ik moet dus zwijgen.
 
Drie redenen.  Ik heb drie redenen gevonden.  Of neen, u hebt mij drie redenen aangereikt.  Uw boek mag dus een goed boek genoemd worden.  Dat zou u gelukkig moeten stemmen.  Ik zou dus kunnen beginnen met het zoeken naar een juiste manier om deze brief af te sluiten.  Om zachtjes aan afscheid te nemen.  Maar toch doe ik verder.  Ik blijf schrijven.  Want ik wil u nog dingen vertellen.  Dingen, die mij het boek doen koesteren.  Daarom wil ik u die dingen niet onthouden.  Ik schrijf verder.
 
Wedervaring.  Enkel die titel al.  Het houdt mij bezig.  Ik tracht de betekenis achter dat ene woord te achterhalen.  Een verklaring vind ik in het boek.  Dat ene woord dekt de lading.  Dat ene woord is de meest krachtige samenvatting van het boek.  Weder ervaren.  Opnieuw beleven.  Er is het herbeleven van de liefde.  Van een liefde.  Er is die kans opnieuw passie te voelen.  Er is die kans opnieuw te verlangen.  Toch is het niet enkel dat.  In dat ene woord schuilt meer.  In dat ene woord lees ik een herkansing.  De mogelijkheid op een tweede kans.  Een kans om eerder gemaakte fouten te herstellen.  Jawel, Leonie en Julius zijn getekend door het leven.  In die reis wordt hen de kans geboden om niet dezelfde fouten te maken.  Om opnieuw de richting uit te gaan die in het voorbije leven te vroeg werd afgebroken.  Wonden kunnen geheeld worden.  Ik reis om te leren.  Dat zeg ik wel eens.  Hier is het anders.  Hier reist men om te herstellen.  Om toch minstens die kans op herstelling te grijpen.
 
Nog één ding wil ik u zeggen.  Omdat ik er niet om heen kan.  Omdat het moet gezegd worden.  Ik kan mijn brief niet beëindigen zonder het over de taal te hebben.  Over uw taal.  Die taal is van een uitzonderlijk hoog niveau.  Pure poëzie.  U smokkelt in het verhaal heerlijke overpeinzingen.  U verwoordt het op een dergelijke manier dat het ontroert.  Ik zou enkele voorbeelden kunnen aanhalen.  Ter staving van wat ik zeg.  Ik doe het niet.  Het is aan de potentiële lezer te ervaren wat ik heb mogen ervaren.  Dat heerlijke plezier wil ik hem of haar niet ontnemen.  Ik wil de verrassende kennismaking intact laten.
 
Beste Bodo.  Vijf redenen reikte u mij aan om uw boek een goed boek te noemen.  Een uitzonderlijk boek.  Aan elke reden koppel ik een ster.  Zo wordt uw boek een vijfsterrenboek.  U hebt die sterren afgedwongen.  Op een overtuigende wijze.  Op een prachtige wijze.  Mensen die niet lezen durven lezen wel eens te omschrijven als tijdverlies.  Dat is het uiteraard niet.  Dat zal ik nooit beweren.  Wat lezen dan wel is? Dat hebt u mij alweer doen ervaren.  Puur en intens genot.  Dat gaf u mij.  Dat schonk u mij.  Voor dat mooie cadeau wil ik u uitgebreid danken.  Want het is altijd weer fijn herinnerd te worden aan die exceptionele kracht van een leeservaring.
 
Met vriendelijke groeten.

donderdag 5 juli 2018

Uitgelezen: Wat je niet vertelde - Een Russische familiegeschiedenis. Brief aan Mark Mazower.

Beste Mark,
 
Wat je niet vertelde.  Bij de titel van uw boek moet ik denken aan iets uit mijn jeugd.  In het vierde leerjaar moest ik met enkele klasgenoten een expositie opzetten rond één bepaald onderwerp.  Wij kozen voor de Tweede Wereldoorlog.  Om het verhaal van die oorlog wat te verlevendigen, hadden wij een schitterend idee.  Wij zouden gaan praten met mijn nonkel.  Mijn peetoom.  Hij was lid geweest van het Belgische verzet.  Hem zouden wij vragen te getuigen over zijn leven als weerstander.  Via een vraaggesprek zou hij vertellen over dat ene deel van zijn levensverhaal.  Zover is het nooit gekomen.  Dat specifieke interview heeft hij geweigerd.  In ruil praatten we over de oorlogsjaren en hoe hij die jaren heeft ervaren en beleefd.  Maar dus niks over het verzet.  Dat onderwerp werd uit de weg gegaan.  Dat vertelde hij niet.  Ik ervaarde wat u ervaarde.
 
Maar u deed wat ik naliet.  U bleef niet bij de pakken zitten.  U ging op onderzoek.  U groef in brieven, dagboeken en archieven.  U ontrafelt.  U haalt dingen uit het verborgene.  Om zo tot het grote verhaal te komen.  Het verhaal van uw familie.  Dat verhaal omschrijven als ‘gewoontjes’ zou een grote fout zijn.  Dat verhaal mogen we best uitzonderlijk noemen.  Jawel, ik durf het zelfs indrukwekkend te noemen.  In dat imposante verhaal vallen de namen van heel wat beroemdheden.  Jan Karski.  T.S. Eliot.  Walter Benjamin.  Nikolaj Krylenko.  Ayn Rand.  Dmitri Baltermants.  David Ben-Goerion.  Veldmaarschalk Paulus.  David Grossman.  Chroesjtsov.  Emma Goldman.  Prinses Elizabeth.  Al die figuren kleurden het verhaal van uw familie.  Soms heel vluchtig.  Soms heel intens.  Toch zijn het niet enkel die beroemdheden.  Namedropping kan leuk zijn voor even maar het maakt een verhaal daarom niet noodzakelijk tot een sterk verhaal.  Om tot een sterk verhaal te komen, hebben we nood aan gebeurtenissen.  Die gebeurtenissen levert uw familie.  Omdat uw familie er midden in stond.  U voert ons langs de Eerste Wereldoorlog.  Langs de Oktoberrevolutie.  U voert ons langs de Tweede Wereldoorlog.  Langs de Holocaust.  U voert ons langs de Terreur onder de jaren van Stalin.  Langs de Koude Oorlog.  Uw familieleden maakt die grote geschiedenis persoonlijk.  Die grote geschiedenis heeft een impact op uw familie.  Uw familie ondergaat.  Uw familie reageert.  Uw familie anticipeert.  Die grote geschiedenis vernietigt.  Versnippert.  Verspreidt.  Heel vaak slaat die geschiedenis.  Slechts weinig zalft diezelfde geschiedenis.  De manier, waarop uw familie het hoofd boven water houdt in die kolkende rivier, is bewonderenswaardig.
 
U vertelt niet enkel het verhaal van de geschiedenis.  De geschiedenis van een land.  De geschiedenis van een familie.  U vertelt ons ook het verhaal van de migrant.  Van de thuisloze.  U laat ons voelen wat het betekent thuisloos te zijn.  Plaatsen waar wij wonen ervaren wij als een deel van onszelf.  Dat weten wij.  Dat beseffen wij.  Maar vaak realiseren wij ons niet wat het betekent als wij niet meer kunnen terugkeren naar die plaatsen.  U omschrijft emigratie en/of ballingschap als ontworteling.  Zo wordt het ervaren.  In die ontworteling toont u het belang van briefwisseling.  Brieven worden geschreven.  Veel en uitgebreid.  Om zo op de hoogte te blijven van zij die er niet meer zijn.  Van zij die niet meer rondom de briefschrijver staan.  Van zij die gemist worden.
 
Via het verhaal van uw familie realiseert u zich dat veel mensen niet bereid zijn te strijden voor wat ook maar iets verder gaat dan de vervolmaking van hun eigen zelf.  Als maatschappijkritiek kan dat tellen.  Maar die vaststelling moet u hartzeer doen.  Omdat u het anders hebt gezien.  Als u naar uw grootvader kijkt.  Als u naar uw vader kijkt.  Zij bleven niet afzijdig.  Zij namen stelling in.  Zij streden voor een betere wereld.  In Rusland.  Als Bundist.  In Engeland.  Als lid van Labour.  Dat politieke engagement versterkte hun persoonlijkheid.  Heel misschien zou het hun wortels versterken.  Heel waarschijnlijk zou het de ontworteling enigszins kunnen temperen.
 
Uw grootmoeder zei ooit dat er niets is wat meer genoegen schenkt dan een boek.  Dat las ik in uw boek.  Ik kan slechts één ding besluiten.  Uw moeder is een wijze vrouw.  Ik heb vele boeken gelezen.  Die hebben mij veel genoegen geschonken.  Uw boek is hierop geen uitzondering.  Integendeel zelfs.  Uw boek schonk mij uitermate veel genoegen.  In die mate dat ik meen een wijzer man geworden te zijn.  Zonder de pretentie te hebben dit ook werkelijk te zijn.  Het is slechts een aanvoelen.  Een wijzer man stelt zichzelf vragen.  Zonder daarop noodzakelijk een antwoord te weten.  Toch niet onmiddellijk.  Uw boek heeft mij tot die oefening gedwongen.  Ik heb mij vragen gesteld.  Of neen, ik stel mij nog steeds vragen.  Over oorlog.  Over revolutie.  Over antisemitisme.  Over communisme.  Over familie.  Over migratie.  Over vrijheid.  Over opgroeien.  Over herinneren.  Alle antwoorden heb ik nog niet.  Sommige antwoorden liggen min of meer vast.  Andere antwoorden evolueren.  Uw boek gaat door.  Een laatste bladzijde kent uw boek niet.  Dat maakt het intens.  
 
Beste Mark.  Ik wil u danken.  Omdat u voor mij de deuren opende.  De deuren van uw huis.  De deuren van uw familie.  Uw familie was niet enkel uw grootvader.  Niet enkel uw grootmoeder.  Uw familie was niet enkel uw vader.  Niet enkel uw moeder.  Uw familie werd opengetrokken naar de wereld.  In die grote wereld hebt u mij meegenomen.  Met u heb ik gereisd.  Voor die literaire reis wil ik u uitermate danken.  Aan het begin van de reis had ik een klein koffertje.  Aan het eind van de reis stel ik vast dat ik een nieuwe koffer heb.  Een grotere koffer.  Een veel grotere koffer.  Dus, dankuwel.  Dankuwel.
 
Met vriendelijke groeten.

dinsdag 3 juli 2018

Mooie liedjes: Baby bird van Silvy. Brief aan Silvy De Bie.

Beste Silvy,
 
In het verleden schreef ik een brief aan Helsinki.  Ik schreef een brief aan Equal Idiots.  Aan Falling Man.  Aan Amenra.  Aan Comet Street.  Aan Arsenal.  Aan Lagüna.  Heel recent schreef ik nog een brief aan Poltrock.  Vandaag zit ik aan mijn computer om een brief aan u te schrijven.  Bij het lezen van die eerste woorden hoor ik uw wenkbrauwen fronsen.  U leest dat namenlijstje en lijkt niet te kunnen begrijpen waarom ik toch een brief aan u schrijf.  U oordeelt dat beide werelden te ver uit elkaar liggen.  Tot voor kort zou ik ook zo geoordeeld hebben.  Maar toen kwam Liefde voor Muziek.  Het televisieprogramma waaraan u deelnam.  In het gezelschap van Sarah Bettens, Sharon Den Adel, Coco Jr. Gert Bettens, Helmut Lotti, Jasper Steverlynck en Niels Destadsbader.  Naar dat programma heb ik gekeken.  Ik zag u aan het werk.  Ik hoorde u aan het werk.  Ik was onder de indruk.  Diep onder de indruk.
 
Maar toen kwam die laatste aflevering.  Iedereen had zijn interpretaties gebracht van andermans nummers.  Van andermans hits.  Onze wegen zouden scheiden.  Dat dacht ik toen.  Het was fijn geweest samen.  Maar nu zouden wij uiteengaan.  Zo zou het zijn.  Zo zou het gaan.  Maar dan blijkt weer dat zegswijzen in zich een kern van waarheid dragen.  Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.  Dat bleek ook in deze.  Wij gingen niet uiteen.  Toch niet definitief.  Want u deed dat ene ding.  Dat ene ding waardoor ik terugkeerde naar u.  
 
Ik had het moeten weten.  In Liefde voor Muziek had u laten doorschemeren dat u werkte aan eigen nummers.  Meer nog, heel kort liet u een fragment horen.  Aan uw collega’s en dus aan televisiekijkend Vlaanderen.  Dat fragment heb ik gehoord.  Baby bird.  Op dat moment was u onzeker.  U twijfelde.  U zocht naar bevestiging.  Naar woorden, die u vertelden dat het nummer voldeed.  Meer dan voldeed.  Die twijfel keerde wel vaker terug.  Na elk optreden in Liefde voor Muziek zag ik in uw ogen die ene vraag branden.  Heb ik het goed gedaan? Elke keer weer wou ik rechtop staan en op u toestappen.  Ik wou u omarmen.  Ik wou u zachtjes zeggen dat u mij opnieuw had overdonderd.  U leverde bewijs van uw kunnen.  Elke keer weer.  Ik zag u op dat podium staan.  Ik hoorde u zingen.  Ik zag een zangeres staan.  Een zangeres met een stem.  Een eigen stem.  Een eigen stijl.
 
Recent bracht u uw eerste soloalbum uit.  Ik vermoed dat uw collega’s u wisten te overtuigen.  Ik vermoed dat zij u vertelden dat het een grote fout zou zijn uw eigen nummers stof te laten vergaren.  Uw nummers hoorden niet enkel op uw smartphone te staan.  Uw nummers dienden niet gedeeld te worden in een te kleine kring van intimi.  Uw nummers moesten op grote schaal gedeeld worden.  Uw nummers vroegen om een publiek.  Om een groot publiek.  Die nummers moesten op een album.  U hebt geluisterd naar die goede en wijze raad.  Daar kan ik enkel blij om zijn.  Want naar dat nieuwe album heb ik geluisterd.  Naar uw nummers heb ik geluisterd.  Alweer deed u wat u al enkele malen had gedaan met mij.  Mijn mond viel open.  Van verwondering.  Van bewondering.  Verwondering en bewondering om wat u presteerde.  U was een grote dame.  U bent een grote dame.  
 
Onze werelden liggen heel waarschijnlijk ver uiteen.  Maar het is uw stem.  Het is uw stem die de kloof overbrugt.  Voor uw stem kan ik niet ongevoelig blijven.  Die stem overtuigt.  Die stem raakt.  Die stem ontroert.  Het is uw stem die mij terugroept.  Die mij terugroept naar mijn favorieten op uw album.  Dan luister ik.  Dan luister ik nog eens.  En nog eens.  En nog eens.  
 
Ik kan enkel maar hopen dat u met dit album naar de zalen trekt.  Want deze muziek hoort niet enkel in de woonkamer.  Niet enkel op kantoor.  Niet enkel in de wagen.  U moet het podium op.  Zoals het een grote dame betaamt.  Uw stem vraagt om een podium.  Uw nummers vragen om een podium.  Twijfelen hoeft u niet meer te doen.  Voor twijfel is er geen plaats meer.  U hebt uw plaats verdiend.  U hebt uw plaats opgeëist.  Met krachtige overtuiging.  Met grote muzikaliteit.
 
Beste Silvy.  Ik wil u feliciteren.  Met Baby bird.  Maar ik wil nog meer.  Ik wil u alle succes toewensen en zachtjes aanmoedigen dit gekozen pad verder te bewandelen.  
 
Met vriendelijke groeten.


donderdag 28 juni 2018

Mooie liedjes: Moods van Poltrock. Brief aan David Poltrock.

Beste David,
 
Dit jaar zou u drie albums uitbrengen.  Achtentachtig dagen geleden bracht u Mutes uit.  Dat was het eerste deel van uw trilogie.  Naar aanleiding van dat eerste album schreef ik u een brief.  In het slot van die brief schreef ik dat ik zou uitkijken naar uw volgende album.  Dat volgend album is nu dus een feit.  Moods hebt u hem gedoopt.  Ik heb uitgekeken.  Want ik weet dat belofte ook schuld maakt.  Ik beloof dus niet enkel.  Ik doe ook.  Maar toch heb ik niet enkel uitgekeken.  Dat zou wat minnetjes zijn.  Ik heb ook geluisterd.  Want dat is wat uiteindelijk moet gebeuren met muzikale werkstukken.
 
Is het normaal te noemen dat wij bij het tweede album hetzelfde verwachten? Die verwachtingen kunnen als normaal omschreven worden als dat eerste album goed was.  Het tweede wil dan een verlengstuk zijn van het eerste.  Het zou dan gemakkelijk zijn in hetzelfde vijvertje te vissen.  Om gewoon de lijn door te trekken.  Dat zou iemand doen die gehecht is aan rustige vastheid.  Iemand die opteert voor zekerheid en het avontuur bijgevolg uit de weg gaat.  Met Moods botst u met die rustige vastheid.  U slaat een andere richting in.  U maakt het uzelf moeilijk.  Maar u beseft dat een trilogie nood heeft aan variatie.  Dat net in die variatie de uitdaging verscholen zit.
 
Nochtans.  Een eerste, oppervlakkige luisterbeurt zou mij kunnen doen besluiten dat Moods een kopie is van Mutes.  Dat ik in Moods een gelijkaardige rust kan ontdekken.  Indien ik dat zou beweren, zou ik zwaar in de fout gaan.  Muziek verdraagt geen oppervlakkigheid.  Muziek vraagt aandacht.  Concentratie.  Want pas dan kan er ontdekt worden.  Pas dan kan er begrepen worden.  Ik ging dus voorbij aan die eerste, oppervlakkige luisterbeurt.  Aan die eerste luisterbeurt koppelde ik geen conclusies.  Ik luisterde verder.  Meer intens.
 
De rust, die ik aanvankelijk vermoedde, blijkt vals te zijn.  De vermoede rust verdwijnt.  Ik ontdek het dreigende karakter van het album.  Zoals ik reeds zei, een mens moet opletten met oppervlakkigheid.  Oppervlakkigheid zendt verkeerde signalen uit.  Dat merk ik nu.  In die dreiging proef ik verlies.  Vervreemding.  Verlatenheid.  Als luisteraar sta ik alleen.  In die eenzaamheid word ik met mijzelf geconfronteerd.  Ik stel mijzelf vragen.  Gemakkelijke vragen.  Moeilijkere vragen.  Neen, niet langer is er die rust.  Eerder is het verwarring.  Een verwarring waarin enige verleidelijkheid schuilt.  Want als luisteraar word ik niet weggeduwd.  Ik word teruggeroepen.  Het album nodigt mij uit.  Telkens opnieuw.  Telkens opnieuw verken ik dat dreigende.  Dat donkere.  Ondanks die vervreemding en verlatenheid lijkt het toch bevrijdend te werken.  Helend.  Misschien omdat ik op mijn vragen de juiste antwoorden vind.  Wat zou er gebeuren als dat niet zo zou zijn? Hoe zou ik het album dan ervaren?
 
Ik vraag mij af hoe dat verschil met het eerste album kan verklaard worden.  Een verklaring kan misschien gevonden worden in de manier van opname.  U maakt voor het eerst gebruik van de ‘prepared piano’.  Dat las ik in het persbericht.  Ik heb het niet zelf ontdekt.  Niet zelf opgemerkt.  Een dergelijk geoefend luisteraar ben ik niet.  Die muzikale opmerkzaamheid ontbeer ik.  Dat hoeft helemaal niet erg te zijn.  In mijn zoektocht naar het begrijpen van een album mag ik mij best verlaten op andere bronnen buiten mijzelf.  In datzelfde persartikel lees ik dat op, onder of tussen de snaren objecten zoals papier, vilt, bouten en houten pinnen worden aangebracht.  Zelfs bestek en doopsuiker zouden tot uw arsenaal behoren.  Dat arsenaal aan vreemde effecten draagt bij tot het dreigende karakter.  Tot het vervreemdende karakter.  Dat denk ik.  Dat vermoed ik.
 
Ik luisterde naar uw tweede album.  Naar Moods.  Alweer werd het een aangename kennismaking.  Een kennismaking, die wat meer voeten in de aarde had.  Want het was niet evident.  Uw tweede album was niet zo open als het eerste.  Moods is meer gesloten.  Er moet dus wat gevochten worden om binnen te raken.  Het moet als het ware opengebroken worden.  Om toch enig licht binnen te laten schijnen.  Om op die manier die verlatenheid te verlichten.  Om op die manier dat verlies te temperen.  Die zoektocht maakt elke luisterbeurt tot een uitdaging.  In die uitdaging schuilt het wonderlijke van dit album.
 
Ik luisterde naar uw tweede album.  Met veel plezier.  Met evenveel plezier kijk ik uit naar het finale deel van uw trilogie.  Met deze belofte besef ik dat ook een derde brief zal volgen.  Dat ik ook een derde brief zal moeten schrijven.  Dat vind ik niet erg.  Vind ik helemaal niet erg.  Over mooie dingen is het heerlijk te mogen schrijven.  Ik deed het een eerste keer.  Ik deed het nu een tweede keer.  Twee keer schonk u mij voldoende inspiratie.
 
Beste David.  Ik wil u danken voor het fantastische Moods.  Voor die fantastische tweede.  Ik wens u voldoende inspiratie de volgende achtentachtig dagen. 
 
Met vriendelijke groeten.


dinsdag 26 juni 2018

Uigelezen (uitgeprobeerd): Puur Pascale 2. Brief aan Pascale Naessens.

Beste Pascale,
 
Ik was afgeweken.  Van het rechte pad.  Dat is altijd zo gevaarlijk aan rechte paden.  De mogelijkheid is altijd aanwezig dat er afgeweken wordt.  Een mens moet recht in zijn schoenen staan om eeuwig op dat rechte pad te blijven.  Het vlees is zwak, zegt men.  Welnu, ik heb voor heel even dat juiste pad verlaten.  U leest dit.  Heel misschien verwacht u nu een zware zonde.  Een doodzonde.  Ik kan u geruststellen.  Dat was het niet.  Ik ben een brave jongen.  Zwaar zondigen ligt niet in mijn aard.  Toch ben ik niet perfect.  Gelukkig maar, denk ik dan.  Perfectie moet verschrikkelijk zijn.  Moet saai zijn.  Ik maak dus wel eens een foutje.  Over één van die foutjes wil ik het hebben.  Met u.  Omdat u betrokken partij bent.
 
Laat mij alles verduidelijken.  Want ongetwijfeld stelt u zich na deze inleiding vragen.  Die vragen wil ik ophelderen.  Met het vervolg van mijn brief.  Ik zal u mijn verhaal vertellen.  Daarvoor moeten we een stapje terugzetten.  Moeten we even naar het verleden.  Om dan weer naar het heden te stappen.
 
Ik was een fan van u.  U merkt, ik spreek in de verleden tijd.  Dat feit ligt dus achter ons.  We keren dus terug.  Zoals ik had gezegd.  Ik had al uw boeken.  Uw kookboeken.  Ik kookte volgens uw principes.  Elke avond koos ik één gerechtje.  Was het moeilijk? Was het lastig? Was het tijdrovend? Helemaal niet.  Ik ben geen kookprins.  Toch ging het vlotjes.  Elke keer weer verbaasde ik mij zelf.  Verdomme, ik kon koken.  Ik kon lekker koken.  Wat een openbaring.  Koken werd een plezier.  Koken werd ontspanning.
 
Heel waarschijnlijk vermoedt u het al.  Er wordt gezegd dat mooie liedjes niet lang duren.  In dat gezegde schuilt kenbaar een kern van waarheid.  Mijn mooie liedje duurde niet lang.  Mijn aanvankelijke kookplezier verwaterde.  Ik verviel in oude gewoontes.  Uw kookboeken bleven gesloten.  Koken werd opnieuw inspiratieloos.  Koken werd een sleur.  Koken werd iets wat snel moest gaan.  Het werd een opdracht.  Iets wat moest gebeuren.  Iets wat we snel achter de rug wilden hebben.  Om dan weer aan leuke dingen te beginnen.  Waar was het fout gelopen? Waarom was het fout gelopen? Ik weet het niet.  Misschien moet ik een verklaring zoeken in het feit dat goede gewoontes moeilijk vol te houden zijn.  Dat slechte gewoontes veel gemakkelijker zijn.  Van kookprins gleed ik af naar kookkluns.  Ik klungelde maar wat bijeen.  
 
Maar dan kwam toch weer dat ene moment.  Dat moment waarop ik uw nieuwste boek kocht.  Jawel, ik liet mij verleiden.  Ik kocht Puur Pascale 2.  Het boek bleef een tijdje steken tussen de andere boeken.  Het bleef onaangeroerd.  Dat hoort niet.  Dat mag niet.  Boeken moeten gelezen worden.  Kookboeken moeten gebruikt worden.  Dat besefte ik.  Ik ging opnieuw aan de slag.
 
Courgetterolletjes met vis en tomaatjes.  Spinazienestjes met mozzarella.  Zalm met broccoli, avocado en een oosters sausje.  Aziatisch soepje van paddenstoelen met garnalen.  Soep met kikkererwten, tomaat en boerenkool.  Witlof opgevuld met geitenkaas en dadels.  Kip met wortelen en gedroogde abrikozen.  
 
Ik kies mijn recepten.  Ik slenter doorheen uw boek.  Maak uitstapjes naar uw vorige boeken.  Ik wik en weeg.  Ik laat mij leiden door mijn goesting.  Mijn goesting kiest de recepten.  Ik ga om mijn ingrediënten.  Winkelen is geen opgave.  Winkelen wordt een ontdekkingsreis.  Ik ruik aan de groenten.  Ik snuif aan de kruiden.  Alles wordt opnieuw anders.  De zon in mijn culinaire wereldje gaat opnieuw schijnen.  Kleuren worden intenser.  Geuren worden voller.
 
Ik kook niet meer.  Ik kokkerel.  Dat is een wereld van verschil.  In dat ene woordje schuilt het hervonden plezier.  Ik lach opnieuw aan de kookpotten.  Elk stapje van het recept volg ik.  Bij elke stap wordt mijn glimlach groter.  Breder.  Want ik weet wat het eindresultaat zal zijn.  Ik weet dat het eindresultaat haalbaar is.  Omdat de moeilijkheidsgraad niet al te hoog is.  Drempels worden laag gehouden.  Er worden geen barrières opgeworpen.  Ik kan het.  Zelfs ik kan het.
 
Wij gaan aan tafel.  Nemen onze tijd.  Wij genieten.  Dat vraagt tijd.  Dat kan niet zomaar eventjes afgehandeld worden.  Wij gaan zitten.  Snijden ons gerechtje aan.  Wij proeven.  Wij smullen.  Wij kijken elkaar aan.  Zeggen niets.  Met volle mond praten doen wij niet.  Wij zijn welopgevoed.  Maar in onze ogen fonkelen pretlichtjes.  Die pretlichtjes behoeven geen woorden.  Die zeggen alles.  Die pretlichtjes zeggen dat het superformiweldigeindefantakolosachtig is.
 
Ik ben teruggekeerd.  Terug op het rechte pad.  Dat pad voelt goed.  Hier wil ik blijven.  Hier wil ik voor eeuwig vertoeven.  Want dit is goed.  Dit is lekker.  Opnieuw mag ik dat intense plezier beleven.  Ik was verdwaald.  Maar nu ben ik terug.  Soms moet een mens verdwalen om te beseffen waar het goed is.  Om te beseffen wat goed is.  Dat besef ik nu.  Dat weet ik nu.
 
Beste Pascale.  Ik wil u danken voor de inspiratie.  Ik wil u danken voor die recepten.  Maar bovenal wil ik u danken voor die pretlichtjes.
 
Met vriendelijke groeten.

donderdag 21 juni 2018

Uitgelezen: Het noordwater. Brief aan Ian McGuire.

Beste Ian,
 
Het was lang geleden.  Het was heel lang geleden.  Het was heel lang geleden dat ik gestopt was met het lezen van thrillers.  Een reden voor dat plotselinge stoppen kan ik niet echt geven.  Het leek alsof ik genoeg had van het genre.  Ik dreef weg.  Onze wegen gingen uiteen.  Ik had nooit gedacht nog terug te keren.  Maar dat is net het gevaarlijke met dat ene woordje, ‘nooit’.  Nooit wordt ooit.  Ooit keert iedereen terug.  Ik ook.  Ik keerde terug naar mijn oude liefde.  Naar het genre van de thrillers.
 
Een mens moet uitkijken met het opnemen van oude gewoontes.  Alle omstandigheden moeten juist zitten.  In dit specifieke geval is de keuze van het boek allesbepalend.  Het boek moet goed zijn.  Een foute keuze kan onherstelbare gevolgen hebben.  Waardoor terugkeren niet meer mogelijk is.  Waardoor een definitieve breuk een feit wordt.  Ik koos uw boek.  Uw boek moest mij terugbrengen naar de stal, die ik jaren terug verlaten had.  Op uw schouders laadde ik een grote verantwoordelijkheid.  U mocht niet falen.
 
Ik kan kort zijn.  U faalde niet.  U slaagde met grootste onderscheiding.  U deed mij opnieuw die intense drang voelen.  Die drang om het boek niet aan de kant te leggen.  Om te blijven lezen.  Om in het verhaal te stappen.  Om in het verhaal te kruipen.  Uw boek werd een verslaving.  Korte leesmomenten waren geen optie.  Ik verslond de pagina’s.  Ik hield leesmarathons.  Ik verloor de tijd uit het oog.  Tijd deed niet meer ter zake.  Enkel uw boek telde.
 
U bracht mij naar een wereld, die mij voordien onbekend was.  De wereld van de walvisvaarders.  In de tweede helft van de negentiende eeuw.  Die wereld staat op zijn kop.  Staat op een keerpunt.  Het zeilschip verdwijnt.  Het stoomschip doet zijn intrede.  Op dat kantelpunt situeert zich uw verhaal.  Grote veranderingen doen rare dingen met een mens.  Uw hoofdrolspelers zijn hierop geen uitzondering.  Zij menen de situatie te kunnen uitbuiten.  In eigen voordeel.  Een plan wordt uitgewerkt om de verzekeringen op te lichten.  Op weg naar de poolcirkel moet het plan ten uitvoer gebracht worden.  
 
Maar plannen zijn wat zij zijn.  Enkel op papier verloopt alles zoals het hoort.  In werkelijkheid worden plannen steeds weer gewijzigd.  Worden plannen steeds weer bijgestuurd.  Door omstandigheden, waarop nauwelijks enige invloed kan uitgeoefend worden.  In uw boek doorkruist een moord de plannen.  De moordenaar moet gevonden worden.  Maar op de walvisvaarder is elk bemanningslid verdacht.  Iedereen heeft zo zijn eigen verborgen agenda.  Elk bemanningslid heeft een zwarte bladzijde in zijn levensverhaal.  Iedereen heeft zijn donker kantje.  Een donker kantje dat tijdens het onderzoek komt bovendrijven.  Een donker kantje dat elkeen verdacht maakt.  De juiste reden moet gezocht worden.  Moet gevonden worden.  Voorwaar geen sinecure.
 
Moord en fraude.  Twee verhaallijnen lopen doorheen uw boek.  U leidt de lezer van de ene verhaallijn naar de andere.  Soms lopen die lijnen samen.  Soms lopen die lijnen uiteen.  Soms focust u op de ene lijn.  Soms licht u de andere lijn wat meer uit.  Vlot springt u over en weer.  Om dan in een spetterende finale alles samen te brengen.  Vaak wordt gezegd dat één en één niet altijd twee is.  Soms kan het drie zijn.  Dat lijkt ook op te gaan voor uw boek.  U creëert een meerwaarde.  Niet enkel de moord.  Niet enkel de fraude.  Het samenspel maakt uw boek tot een pareltje.
 
U leidt mij de wereld van de walvisjacht binnen.  U toont mij het vangen van de walvissen.  Het versnijden van de walvissen.  Het kappen van de walvissen.  U doet het op een dergelijke manier dat het lijkt alsof ik zelf op het schip sta.  Ik zie.  Ik ruik.  Ik walg.  Bijna keer ik mij weg.  Want wat u beschrijft, is niet fraai.  Het is een harde wereld.  Geen wereld voor zachtgekookte eitjes.  Geen wereld voor watjes.  Die wereld wordt bevolkt door uitschot.  Door woestelingen.  Door onbenullen.  Op de walvisvaarder lijkt bijna geen plaats te zijn voor rechtschapen mensen.  Of toch, de scheepsarts.  Hij lijkt die ene uitzondering te zijn.  Hij lijkt het weinige licht te laten schijnen in een verhaal, dat bijzonder donker gekleurd is.  Hij is de enige, die houvast lijkt te bieden.  Die overeind lijkt te blijven.  Hij is het enige lichtpuntje in een verhaal van hebzucht.  In een verhaal van waanzin.  In een verhaal van dolheid.
 
Op de achterflap las ik dat uw boek door de BBC verwerkt wordt tot een zesdelige televisieserie.  Dat verbaast mij geenszins.  Uw boek is bijzonder filmisch.  Terwijl ik uw boek lees, zie ik alles voor mijn ogen gebeuren.  Ik zie de moorden.  Ik zie het zinken van het schip.  Ik zie de barre overlevingsstrijd op het ijs.  Ik zie de gemeenschap van de Eskimo’s.  Ik zie de uiteindelijke afrekening.  Ik las het boek.  Ik zag de film.  Tezelfdertijd.  Opnieuw lijkt één en één toch weer drie te zijn.
 
Met uw boek keerde ik terug naar het genre van de thrillers.  Het was een gok.  Een gok, die achteraf goed bleek uit te draaien.  U hebt mij teruggebracht naar de thrillers.  Want dat is wat ik nu weet, ik zal er nog lezen.  Er zullen er nog volgen.  Uw boek is het eerste in een lange en nieuwe reeks.  Uw boek zal het antwoord zijn als mij gevraagd wordt waarom ik thrillers lees.  Het Noordwater, dat zal ik zeggen.  Lees dat boek en u zal mij begrijpen, dat zal ik antwoorden.
 
Beste Ian.  Ik wil u danken.  Voor uw boek, dat mijn fantasie prikkelde.  Een geprikkelde fantasie, die geschreven woorden tot leven bracht.  Dat is uw verdienste.  Dat is enkel en alleen uw verdienste.  Ik heb genoten.  Van uw verhaal.  Van uw taal.  Dit was mooi.  Dit was heerlijk.  Daarom, bedankt.  In overvloed.
 
Met vriendelijke groeten.