donderdag 21 juni 2018

Uitgelezen: Het noordwater. Brief aan Ian McGuire.

Beste Ian,
 
Het was lang geleden.  Het was heel lang geleden.  Het was heel lang geleden dat ik gestopt was met het lezen van thrillers.  Een reden voor dat plotselinge stoppen kan ik niet echt geven.  Het leek alsof ik genoeg had van het genre.  Ik dreef weg.  Onze wegen gingen uiteen.  Ik had nooit gedacht nog terug te keren.  Maar dat is net het gevaarlijke met dat ene woordje, ‘nooit’.  Nooit wordt ooit.  Ooit keert iedereen terug.  Ik ook.  Ik keerde terug naar mijn oude liefde.  Naar het genre van de thrillers.
 
Een mens moet uitkijken met het opnemen van oude gewoontes.  Alle omstandigheden moeten juist zitten.  In dit specifieke geval is de keuze van het boek allesbepalend.  Het boek moet goed zijn.  Een foute keuze kan onherstelbare gevolgen hebben.  Waardoor terugkeren niet meer mogelijk is.  Waardoor een definitieve breuk een feit wordt.  Ik koos uw boek.  Uw boek moest mij terugbrengen naar de stal, die ik jaren terug verlaten had.  Op uw schouders laadde ik een grote verantwoordelijkheid.  U mocht niet falen.
 
Ik kan kort zijn.  U faalde niet.  U slaagde met grootste onderscheiding.  U deed mij opnieuw die intense drang voelen.  Die drang om het boek niet aan de kant te leggen.  Om te blijven lezen.  Om in het verhaal te stappen.  Om in het verhaal te kruipen.  Uw boek werd een verslaving.  Korte leesmomenten waren geen optie.  Ik verslond de pagina’s.  Ik hield leesmarathons.  Ik verloor de tijd uit het oog.  Tijd deed niet meer ter zake.  Enkel uw boek telde.
 
U bracht mij naar een wereld, die mij voordien onbekend was.  De wereld van de walvisvaarders.  In de tweede helft van de negentiende eeuw.  Die wereld staat op zijn kop.  Staat op een keerpunt.  Het zeilschip verdwijnt.  Het stoomschip doet zijn intrede.  Op dat kantelpunt situeert zich uw verhaal.  Grote veranderingen doen rare dingen met een mens.  Uw hoofdrolspelers zijn hierop geen uitzondering.  Zij menen de situatie te kunnen uitbuiten.  In eigen voordeel.  Een plan wordt uitgewerkt om de verzekeringen op te lichten.  Op weg naar de poolcirkel moet het plan ten uitvoer gebracht worden.  
 
Maar plannen zijn wat zij zijn.  Enkel op papier verloopt alles zoals het hoort.  In werkelijkheid worden plannen steeds weer gewijzigd.  Worden plannen steeds weer bijgestuurd.  Door omstandigheden, waarop nauwelijks enige invloed kan uitgeoefend worden.  In uw boek doorkruist een moord de plannen.  De moordenaar moet gevonden worden.  Maar op de walvisvaarder is elk bemanningslid verdacht.  Iedereen heeft zo zijn eigen verborgen agenda.  Elk bemanningslid heeft een zwarte bladzijde in zijn levensverhaal.  Iedereen heeft zijn donker kantje.  Een donker kantje dat tijdens het onderzoek komt bovendrijven.  Een donker kantje dat elkeen verdacht maakt.  De juiste reden moet gezocht worden.  Moet gevonden worden.  Voorwaar geen sinecure.
 
Moord en fraude.  Twee verhaallijnen lopen doorheen uw boek.  U leidt de lezer van de ene verhaallijn naar de andere.  Soms lopen die lijnen samen.  Soms lopen die lijnen uiteen.  Soms focust u op de ene lijn.  Soms licht u de andere lijn wat meer uit.  Vlot springt u over en weer.  Om dan in een spetterende finale alles samen te brengen.  Vaak wordt gezegd dat één en één niet altijd twee is.  Soms kan het drie zijn.  Dat lijkt ook op te gaan voor uw boek.  U creëert een meerwaarde.  Niet enkel de moord.  Niet enkel de fraude.  Het samenspel maakt uw boek tot een pareltje.
 
U leidt mij de wereld van de walvisjacht binnen.  U toont mij het vangen van de walvissen.  Het versnijden van de walvissen.  Het kappen van de walvissen.  U doet het op een dergelijke manier dat het lijkt alsof ik zelf op het schip sta.  Ik zie.  Ik ruik.  Ik walg.  Bijna keer ik mij weg.  Want wat u beschrijft, is niet fraai.  Het is een harde wereld.  Geen wereld voor zachtgekookte eitjes.  Geen wereld voor watjes.  Die wereld wordt bevolkt door uitschot.  Door woestelingen.  Door onbenullen.  Op de walvisvaarder lijkt bijna geen plaats te zijn voor rechtschapen mensen.  Of toch, de scheepsarts.  Hij lijkt die ene uitzondering te zijn.  Hij lijkt het weinige licht te laten schijnen in een verhaal, dat bijzonder donker gekleurd is.  Hij is de enige, die houvast lijkt te bieden.  Die overeind lijkt te blijven.  Hij is het enige lichtpuntje in een verhaal van hebzucht.  In een verhaal van waanzin.  In een verhaal van dolheid.
 
Op de achterflap las ik dat uw boek door de BBC verwerkt wordt tot een zesdelige televisieserie.  Dat verbaast mij geenszins.  Uw boek is bijzonder filmisch.  Terwijl ik uw boek lees, zie ik alles voor mijn ogen gebeuren.  Ik zie de moorden.  Ik zie het zinken van het schip.  Ik zie de barre overlevingsstrijd op het ijs.  Ik zie de gemeenschap van de Eskimo’s.  Ik zie de uiteindelijke afrekening.  Ik las het boek.  Ik zag de film.  Tezelfdertijd.  Opnieuw lijkt één en één toch weer drie te zijn.
 
Met uw boek keerde ik terug naar het genre van de thrillers.  Het was een gok.  Een gok, die achteraf goed bleek uit te draaien.  U hebt mij teruggebracht naar de thrillers.  Want dat is wat ik nu weet, ik zal er nog lezen.  Er zullen er nog volgen.  Uw boek is het eerste in een lange en nieuwe reeks.  Uw boek zal het antwoord zijn als mij gevraagd wordt waarom ik thrillers lees.  Het Noordwater, dat zal ik zeggen.  Lees dat boek en u zal mij begrijpen, dat zal ik antwoorden.
 
Beste Ian.  Ik wil u danken.  Voor uw boek, dat mijn fantasie prikkelde.  Een geprikkelde fantasie, die geschreven woorden tot leven bracht.  Dat is uw verdienste.  Dat is enkel en alleen uw verdienste.  Ik heb genoten.  Van uw verhaal.  Van uw taal.  Dit was mooi.  Dit was heerlijk.  Daarom, bedankt.  In overvloed.
 
Met vriendelijke groeten.

dinsdag 19 juni 2018

Mooie liedjes: Amber hands van Lagüna. Brief aan Naomi, Alfredo, Mauro, Niels en Xavier.

Beste Naomi,
Beste Alfredo,
Beste Mauro,
Beste Niels,
Beste Xavier,
 
Op welke zender dient een luisteraar af te stemmen indien die luisteraar op de hoogte wenst te blijven van de nieuwste muziek? Die vraag kan al eens een bron van discussie zijn.  In die discussie blijf ik niet afzijdig.  Ik pleit hierbij ten gunste van Radio 1.  Met dat pleidooi bots ik af en toe met vrienden, die Studio Brussel een warm hart toedragen.  In die discussie kan onmogelijk een winnaar aangeduid worden.  Iedereen blijft overtuigd van zijn gelijk.  Omdat argumenten toch steeds weer een nuttig instrument kunnen zijn in het overtuigen van de ander tracht ik die ook in dit debat aan te reiken.  Het avondprogramma Wonderland is in mijn pleidooi één van die overtuigende argumenten.  Presentator Korneel De Clercq tracht in dat programma elke avond een mooi overzicht te geven van het nieuwere werk.  Van het betere werk.
 
In dat programma zijn er soms van die wonderlijke momenten.  Die momenten waarop de luisteraar oprecht meent een ontdekking te hebben gedaan.  Vorige woensdag beleefde ik een dergelijk moment.  Ik hoefde helemaal niet lang te wachten.  Ik had nog maar net afgestemd op het programma.  Het korte nieuwsoverzicht was net voorbij.  Het weerbericht voor de komende dagen was gegeven.  Het eerste muziekje werd gespeeld.  Dat eerste muziekje had meteen mijn volle aandacht.  In die mate dat ik mij onmiddellijk naar de playlist haastte.  Ik kon niet wachten op de afkondiging van Korneel De Clercq.  Ik diende het meteen te weten.  Zonder enig uitstel.  
 
Amber Hands van Lagüna.  Zo las ik in de playlist.  Dit was mij onbekend.  Deze onwetendheid was nochtans geen reden voor paniek.  Dat gebeurt wel meer met nieuwe muziek.  Bij nieuwe muziek dien ik al eens op onderzoek te gaan.  Dien ik al eens op het internet te surfen om tot een verdere kennismaking te komen.  Met de uiteindelijke bedoeling die aanvankelijke onwetendheid wat uit te gommen.  Wat te verlichten.  Zodat ik muzikaalgewijs toch alweer een klein beetje beter ben bijgebeend.
 
U bracht mij naar de finale van Humo’s Rock Rally.  Die had u net niet gewonnen.  U had de zilveren medaille weggekaapt.  U was geëindigd na The Calicos.  Het leek alsof ik werd wakker geschud.  Ergens had ik dit jaar de finale van Humo’s Rock Rally gemist.  Ik had hierover niks gelezen.  Deze informatie was volledig nieuw voor mij.  Pas nu werd ik overmand door een lichte paniek.  Wat was hier gebeurd? Die vraag stelde ik mij.  Die vraag eiste een antwoord.  Slechts heel even vreesde ik dementie.  Een vroege vorm van dementie.  Mijn geheugen diende evenwel niet in twijfel te worden getrokken.  Ik was op de dag van de finale op reis vertrokken.  Op het moment dat de media berichtte over de uitslag zat ik in Iran.  Ik was onbereikbaar voor het binnenlandse rocknieuws.  Terug in het land leek het alsof ik niks had gemist.  Ik dwaalde.  Uw passage in Wonderland had mij attent gemaakt op wat ik gemist had.  Ik deed een kort inhaalmaneuver en was opnieuw bij de les.
 
Ik luisterde naar Amber Hands.  Ik luisterde opnieuw.  En opnieuw.  En opnieuw.  En opnieuw.  Ik kreeg er niet genoeg van.  Een mijmerende stem.  Monumentale synths.  Verschroeiende gitaren.  Dat las ik.  Dat hoorde ik.  Ik dacht aan Joy Division.  Ik dacht aan The Psychedelic Furs.  Ik dacht aan zwart.  Ik dacht aan new wave.  Ik dacht aan de betere groepen uit die vorige, muzikaal heerlijke tijden.
 
Intussen luisterde ik reeds vele malen.  Het nummer wordt elke keer nog beter.  Nog intenser.  Het doet mij verlangen naar uw nieuwste ep.  Want daaraan zou u aan het werken zijn.  Dat wil ik horen.  Want Amber Hands vraagt om een vervolg.  Om een nog straffer vervolg.  Toch wil ik niet enkel dat debuutalbum.  Dat zou wat te weinig zijn.  Ik wil meer.  Veel meer.  Ik wil u live aan het werk zien.  Ik wil omvergeblazen worden.  Net zoals die vorige woensdag.  In Wonderland.  In dat korte moment dat ik u voor de eerste keer hoorde.  Dat moment wil ik langer kunnen aanhouden.  Een concert kan hieraan tegemoet komen.  Daar kijk ik dan ook graag naar uit.
 
Ik wens u het allerbeste.
 
Met vriendelijke groeten.


donderdag 14 juni 2018

Uitgelezen: De sixties. Seks! Drugs! Rock-'n-roll! Revoluties! Brief aan Rudolf Hecke.

Beste Rudolf,
 
Ik meende oprecht dat het niet bestond.  Dat het enkel bestaansrecht had in de stripverhalen van Suske en Wiske.  Nu weet ik dat het anders is.  Nu weet ik dat het bestaat.  Want ik heb het ervaren.  Met uw boek.  Uw boek was mijn teletijdmachine.  U flitste mij terug naar de jaren zestig.  De jaren zestig van de vorige eeuw.
 
U voerde mij terug naar vroegere tijden.  Naar tijden, die ik niet gekend heb.  Jawel, ik ben geboren in negentienhonderd achtenzestig.  Maar in die vroege levensjaren verzamelde ik nog geen herinneringen.  Ik was te zeer onder de indruk van de grote wereld, die ik net betreden had.  Ik zocht nog naar vaste ankerpunten, die als kapstok konden dienen voor mijn nog te collectioneren memories.  Die zoektocht vraagt tijd.  Vraagt geduld.  Zo passeerden de zestiger jaren langs mij heen.  Onwetend was ik van wat om mij heen gebeurde.
 
Ik werd teruggeflitst naar een tijd, die ik niet kende.  Ik had kunnen verloren lopen.  Ik had kunnen verdwalen.  Dat gebeurde niet.  U was mijn gids.  U nam mij bij de hand.  Ik moest terugdenken aan die politieke tijden, waarin de gids ervaren was.  Aan die woorden moest ik denken want u bent ervaren.  U bracht mij naar plaatsen waar ik voordien nog niet was geweest.
 
Nu moet ik eerlijk bekennen dat niet alles mij vreemd was.  Muziek is een omgeving waarin ik mij nogal thuis voel.  Hierin kon u mijn hand wat lossen.  Hierin mocht u mij wat vrijer laten rondlopen.  Serge Gainsbourg.  Françoise Hardy.  Bob Dylan.  The Doors.  Fairport Convention.  Canned Heat.  Frank Zappa.  David Bowie.  The Grateful Dead.  The Rolling Stones.  The Beatles.  The Yardbirds.  Ferre Grignard.  Paul Michiels.  Jimi Hendrix.  Die namen waren mij niet onbekend.  Vele verhalen achter die namen waren mij wel onbekend.  Enkele van die verhalen onthulde.  Enkele van die verhalen vertelde u.  Ik moest lachen toen ik las dat Lilianne Saint-Pierre met Jimi Hendrix op stap ging na een Duitse televisieshow.  Ik kon mijn lach niet onderdrukken toen ik las dat The Rolling Stones te gast waren bij Tienerklanken.  Bij tante Terry en nonkel Bob.  Ik vroeg mij af of het vrolijke vrienden geworden waren.  Ik keek vreemd op toen ik las dat Pink Floyd nog had opgetreden in het Antwerpse Pannenhuis.  Dit moeten heerlijke tijden geweest zijn, dacht ik.
 
U toonde mij hoe de muziek in die jaren professionaliseerde.  Managers.  Producers.  Alles werd ernstiger.  Serieuzer.  U toonde mij het begin van rockmusicals.  Van de supergroepen.  Van de muziekclubs en rocktempels.  Van de jeugdclubs.  U bracht mij naar Londen.  Naar Parijs.  Naar Amsterdam.  U voerde mij naar de gedurig wisselende rocksteden.  Samen met u ging ik langs bij de nieuwste muziekclubs.  The Marquee Club.  Olympia.  De Melkweg.  Paradiso.  Whisky a Go Go.  De Fillmore.  Wij klopten aan bij nieuwe radiostations.  Bij KPMX.  Bij Europe 1.  Bij Radio Luxembourg.  Samen met u beleefde ik legendarische concerten.  Waarvan u verslag deed.  Ik las en genoot.  Bij dat lezend genot trachtte ik de muziek te horen.  Ik trachtte die in mijn hoofd op te roepen.  Dat maakte het lezen nog intenser.  Nog echter.
 
U nam mij mee naar feestjes.  Met u ging ik naar happenings.  Naar human be-ins.  Naar love-ins.  U nam mij mee naar sekten.  Naar hippiegemeenschappen.  Ik wil eerlijk zijn, ik hou wel van een feestje.  Ik hou wel van een zwaar feestje.  Er mag al eens doorgezakt worden.  Wat ik hier las, deed mij evenwel blozen.  Ik voelde mij een broekventje.  Ik besefte plots dat ik heus wel een brave jongen was.  Ik las over gekke feestjes.  Over dolgedraaide feestjes.  Over feestjes waarop bijna alles mogelijk was.  Geen remmen.  Geen beperkingen.  Ik trok mijn ogen wijd open.  Vaak viel mijn mond open bij wat ik las.  Dit waren feestjes van een hogere categorie.  Van een bijna buitenaardse categorie.  
 
U bracht mij niet enkel naar de wereld van de muziek.  U bracht mij niet enkel naar feestjes.  Samen met u ging ik de straat op.  Om te protesteren.  Samen met studenten.  Samen met arbeiders.  Ik ging langs bij de derdewereldbeweging.  De vredesbeweging.  De vrouwenbeweging.  Ik zag hoe progressieve jongeren hun krachten bundelden tegen de autoriteiten.  Ik sloot mij aan bij het verzet tegen de oorlog.  Ik leverde mee strijd om gelijke rechten.  Ik uitte mijn afkeer tegen de consumptiemaatschappij.  Ik voerde acties tegen discriminatie omwille van seksuele geaardheid.  U bracht mij naar die plaatsen waar zwaar strijd werd geleverd.  Naar Selma.  Naar de Quartier Latin.  Naar Leuven.  U introduceerde mij bij groeperingen, die voor de omverwerping van het systeem gingen.  The Weathermen. The Angry Brigade.  Samen met u voelde ik de schreeuw om vrede.  De roep om revolte.
 
U bracht mij naar een wereld waarin alles volop aan het veranderen was.  Muziek.  Mode.  Kunst.  Seks.  Media.  Film.  Niks bleef hetzelfde.  U toonde mij hoe het brave verviel.  Hoe het gedurfde opkwam.  Ik reisde doorheen een gekke wereld.  Doorheen een wereld, die plots vaststelde dat het anders moest.  Dat de vastgelegde conventies dringend moesten opengebroken worden.  Samen met u was ik getuige van die strijd.  Van die veranderingen.
 
U nam mij mee naar een wereld.  Een wereld van waaruit ik terugkeek naar mijn wereld.  Naar de wereld, die ik ken.  De wereld van vandaag.  Ik besef dat we heel misschien wel nood hebben aan een stevige dosis ‘sixties’.  Ik besef dat we heel misschien opnieuw de barricades op moeten.  Dat er vandaag heel wat thema’s zijn die om een oplossing schreeuwen.  De toenemende ongelijkheid.  De klimaatopwarming.  Ik weet niet of het zal gebeuren.  Wij zijn te braaf geworden.  Wij roepen niet meer.  Wij schreeuwen niet meer.  Heel soms vragen wij.  Heel beleefd.  Heel stilletjes.  Verder gaat het niet.  Het blijft stil op straat.  Op universiteitscampussen.  Het mag wat wilder.  Wat stouter.  Wat harder.  Dat besef ik.  Dat hoop ik.
 
Beste Rudolf.  Ik was blij met u te mogen meestappen doorheen de jaren zestig.  Het was een boeiende en leerrijke reis.  In die mate dat ik wel een beetje verlang naar die jaren.  Niet omdat het toen beter was.  Wel omdat het nu nodig is.  Uw boek was een openbaring.  Een wake-up call.  Een oproep.  Voor dat alles wil ik u van harte bedanken.
 
Met vriendelijke groeten.

dinsdag 12 juni 2018

JR, gezien in NTGent op locatie. Brief aan Anne-Laure, Ella-June, Imke, Marie, Bart, Frank, Geert, Gène, Jan, Joé, Junior, Kes, Michael, Oscar, Rashif, Stijn, Thomas, ...

Beste Anne-Laure,
Beste Ella-June,
Beste Imke,
Beste Marie,
Beste Bart,
Beste Frank,
Beste Geert,
Beste Gène,
Beste Jan,
Beste Joé,
Beste Junior,
Beste Kes,
Beste Michael,
Beste Oscar,
Beste Rashif,
Beste Stijn,
Beste Thomas,
Beste …,
 
Ik kwam te voet.  Vanuit Zwijnaarde.  Naar de Floraliënhal.  U had mij kunnen attent maken op het bestaan van het openbaar vervoer.  Van dat bestaan ben ik evenwel op de hoogte.  Alleen ben ik niet zo vertrouwd met de lijnen en de netten.  Ik nam dus het zekere voor het onzekere.  Ik kwam te voet.  Zoals ik reeds zei.  Ik moet u ook bekennen dat er soms wat schort met het beheren van mijn tijd.  Daar kan al eens een foutje insluipen.  Zoals die woensdagavond.  Ik had alles wat te nauw berekend.  Ik moest mij dus haasten.  Snelwandelen, dat is wat ik deed.  Ik kwam aan bij de Floraliënhal.  Buiten adem.  Op mijn voorhoofd parelden dikke zweetdruppels.  Ik kon maar één ding hopen.  Dat het goed zou zijn.  Dat het verdomd goed zou zijn.  Met minder zou ik geen genoegen nemen.
 
Een complexe en hilarische satire op het kapitalisme.  Dat mocht ik verwachten.  Het lijkt alsof die belofte meteen wordt ingelost.  Bij het betreden van de ‘arena’ meende ik reeds geconfronteerd te worden met alvast één kritische bedenking op het kapitalisme.  In het midden van de ‘arena’ staat de ‘building’, een opeenstapeling van containers.  Rond die toren staan vier tribunes.  Ik moet denken aan die verlammende keuzestress bij de consument.  Honderden merken.  Binnen die merken honderden variëteiten.  Ik kijk om mij heen.  Naar die vier tribunes.  Naar die vele stoelen.  Waar moet ik mij zetten? Welke stoel zal het beste overzicht bieden? Want ik wil niks missen.  Ik kijk.  Kijk.  Kijk.  Om dan maar een stoel te kiezen.  Hoog in de tribune.  Dat lijkt mij het beste.  Zekerheid heb ik niet.
 
Ik ben gezeten.  De voorstelling begint.  Ik weet niet wat ik zie.  Zit ik te kijken naar een filmvoorstelling? Of ben ik toch op een theatervoorstelling? Film en theater, het loopt dooreen.  Op een vlotte manier.  Op een snelle manier.  Het een springt over op het ander.  Ik moet alert blijven.  Ik mag de aandacht niet laten verslappen.  Ik moet bij de les blijven.  Maar dat lukt.  Zonder enige moeite, zo lijkt het wel.  Ik schakel vlotjes over.  De rode draad doorheen het verhaal laat ik niet los.  Ik volg.  Op het puntje van mijn stoel.  Jawel, ik ben in de ban.
 
Het verhaal? Het verhaal gaat over chaos.  Over mensen die in een dolgedraaide wereld toch trachten overeind te blijven.  Soms lukt dat.  Moeizaam.  Soms loopt het fout.  Faliekant.  Wij zien de personages strijd leveren.  Wij zien personages met hun hoofd hard tegen de muur knallen.  Dromen worden gedroomd.  Worden niet gerealiseerd.  Worden hard vertrappeld.  Allemaal lijken het verliezers.  Verliezers in een wedstrijd, die het leven is.  Allemaal verliezers.  Geen winnaars.  Of toch.  Eén winnaar.  Een elfjarige jongen.  In de chaos vindt hij winst.  Hij gebruikt diezelfde chaos.  Tot meerdere eer en glorie van zijn eigen persoontje.  Niemand anders lijkt van tel.  Hij gebruikt.  Hij misbruikt.  Zonder enige kritische bedenking over zijn handelen.  Hij speelt een spelletje.  Een spelletje, waarvan hij de spelregels bepaalt.  Spelregels, die constant wijzigen.  In dat spel is er slechts één scheidsrechter.  Geld, dat is de referee.  Geld bepaalt alles.
 
Ik zie het verhaal.  Ik lees de kritiek.  De kritiek op het systeem, dat kapitalisme wordt genoemd.  Veel geblaat, weinig wol.  Er wordt veel gepraat.  Weinig gezegd.  Grote woorden moeten de leegheid verhullen.  Niemand lijkt te weten waar het heen moet.  Iedereen doet maar wat.  Op de hoogste trede van de sociale ladder.  Op de laagste trede.  Iedereen improviseert.  Met dat ene verschil.  Op de hoogste ladder lijkt er structuur achter het handelen te schuilen.  Alles lijkt doordacht en onderbouwd.  In werkelijkheid is het enkel schone schijn.  Dus neen.  Geen verschil.  Geen enkel.
 
Maar de grootste kritiek op het huidige systeem schuilt in dat jongetje.  Dat elfjarig jongetje.  JR.  Hij speelt een spelletje met kwalijke gevolgen.  Met diep ingrijpende gevolgen.  Hij staat daar niet bij stil.  Is ongevoelig voor die gevolgen.  Bij hem overheerst enkel die ene drang, het spelen van het spelletje.  Hem kan eigenlijk niks kwalijk genomen worden.  Het wordt anders als ik besef dat in de echte wereld geen kind maar volwassenen hetzelfde spel spelen.  Volwassenen, die zich wel moeten bewust zijn van de consequenties.  Die zouden moeten handelen volgens welbepaalde ethische principes.  Volgens waarden en normen.  Recente wereldcrisissen hebben getoond dat het niet gebeurt.  Dat regelgeving en ethisch handelen nauwelijks aanwezig zijn.  Geld.  Geld.  Geld.  Dat lijkt de enige motivatie te zijn.  Dat lijkt de enige regel te zijn.  De enige waarvoor alle andere moeten wijken.
 
Ik was mijn brief begonnen met mijn voettocht naar de Gentse Floraliënhal.  Met mijn hoop dat de voorstelling verdomd goed zou zijn.  Een hoop als compensatie voor mijn vele zweet.  Aan het eind van de voorstelling, na vier uur, kan ik hierover kort zijn.  Soms schuilt in de beknoptheid de essentie.  Mijn hoop werd werkelijkheid.  Deze voorstelling was een feest.  Ik zie en voel het spelplezier.  Iedereen schittert.  Geen enkele uitzondering.  Dit moet gezien worden.  Dit moet gespeeld worden.  Vaak en veel.
 
Na de voorstelling drink ik nog een pintje.  Ik vat mijn wandeling aan.  De afstand blijft dezelfde.  Maar de omstandigheden zijn anders.  Ik hoef mij niet meer op te jagen.  Ik heb tijd.  Tijd om te reflecteren.  Om na te denken.  Om bepaalde fragmenten terug te roepen.  Hilarische fragmenten.  Diepdroevige fragmenten.  Ik stap en lach.  Dit was een fijne avond.  Dit was een fantastische ervaring.
 
Beste.  Ik wil u danken voor deze voorstelling.  Voor deze trip.  Het was hevig.  Het was intens.  Maar bovenal was het fenomenaal goed.
 
Met vriendelijke groeten.