vrijdag 8 november 2013

De juiste keuze. Niet altijd gemakkelijk.

Nieuwe cd-releases.  Hoe kunnen we door de bomen nog het bos zien? Bijzonder moeilijk.  Zij komen in te grote aantallen op ons af.  Uit die grote aantallen moeten of mogen wij een keuze maken.  Wat te kiezen? Keuzestress knelt zich om mijn hart.  Het angstzweet breekt mij uit.  Want de angst een verkeerde keuze te maken bestaat.  Die verkeerde keuze willen wij ten allen tijde vermijden.  Hiervoor bestaan een aantal mogelijkheden.  Die mogelijkheden zijn niet waterdicht maar ze verhogen de kans op succes.
 
Wij kunnen ons enkel verlaten op gevestigde namen.  Namen, die in het verleden reeds bewezen hebben voor kwaliteit te staan.  Deze zekerheid biedt weinig verrassing.  Biedt weinig vernieuwing.  Maar ondanks deze bezwaren biedt zij wel de hoogste kans op zekerheid.  In deze moeilijke economische tijden is een mens op zoek naar zekerheid, toch?
 
Een andere mogelijkheid zijn referenties.  Soms gebeurt het wel eens dat gevestigde namen aan namedropping doen.  Zij laten een naam vallen.  Een naam, waarvan zij menen dat die het zal maken in het muziekwereldje.  Een naam, die zij durven te bestempelen als een revelatie.  Als een markante openbaring.  Die grote namen hebben een grote kennis.  Zij draaien al een behoorlijk tijdje mee.  Zij moeten het wel weten, toch?
 
Dan bestaat er nog een mogelijkheid.  Succes is niet altijd verzekerd.  Deze mogelijkheid staat eerder gelijk aan het wagen van een gokje.  Maar als die gok gunstig uitpakt, is het plezier des te groter.  Des te intenser.  Want dan hebben wij het heerlijke gevoel een ware ontdekking gedaan te hebben.  Die mogelijkheid wordt ons aangereikt door kritische, muzikale geesten (ook wel critici genoemd).  Muzikanten noemen die critici vaak misprijzend gebuisde of mislukte muzikanten.  Die bewering laat ik voor rekening van de muzikanten.  Ik durf en wil die bewering niet in de mond nemen.  Want ik verlaat mij vaak op die kritieken.  Omdat die kritieken mij wegwijs maken doorheen het uitgebreide, wijde muzikale landschap.  Die kritieken tonen mij de weg naar de nieuwste sensaties.  Naar de opmerkelijkste releases.  Naar baanbrekend werk.  Naar herontdekkingen.
 
In die kritieken lees ik vaak verwijzingen naar andere groepen.  Dat maakt het interessant.  Want met die verwijzingen maakt de criticus duidelijk welke richting de te bespreken release uitgaat.  Onlangs las ik de bespreking van de nieuwste van White Denim, ‘Corsicana Lemonade’.  In die bespreking werd gerefereerd naar The Black Keys.  Dat is pas een referentiepunt.  Dan Auerbach, de frontman van The Black Keys, wordt bijna als een heilige beschouwd.  Wat hij aanraakt, verandert in goud.  Een muzikale Midas, zo kunnen wij hem noemen.  Hij had een hand in het succes van Michael Kiwanuka, Valerie June en heel recentelijk nog in het succes van Bombino.  Dat alles maakte mij nieuwsgierig.  Daarbovenop kwam nog de omschrijving van de muziek.  De muziek van White Denim werd omschreven als vettige, zompige bluesrock.  Ik was verkocht.  Dit moest goed zijn.  Zonder enige twijfel.  Ik laat u meegenieten.

Links:
White Denim – website.
White Denim: Pretty Green (de clip).

Links muziekbladen:
Enola.
Damusic.
Rifraf.

donderdag 7 november 2013

Boekendomino. Een ode aan het boek?

Een ode brengen aan het boek.  Een nobel initiatief.  Maar hoe dat initiatief vertalen naar de realiteit? Niet zo eenvoudig.  Toch meende boek.be een middel gevonden te hebben om die vertaling te realiseren.  Een realisatie met de nodige toeters en bellen, dat zou het worden.  Boek.be koos voor een boekendomino.  Niet zomaar een dominootje.  Boek.be ging voor een wereldrecord.  Dat was de enige en juiste houding.  Want een ode vraagt om grootsheid.  Een ode vraagt om records.  
 
Boek.be slaagde in zijn opzet.  In een parcours van zeshonderd veertien meter vielen vierduizend achthonderd vijfenveertig boeken georkestreerd om.  Het wereldrecord was een feit.  Maar was met dit nieuwe wereldrecord ook een ode gebracht aan het boek? De meningen waren verdeeld.  Sommigen zagen in in deze mediastunt een totaal misprijzen voor het boek.  Voldoende redenen alleszins voor voor- en tegenstanders om hierover een robbertje uit te vechten in de pers.
 
Ik ben een bibliofiel.  Ik hou van boeken.  Was ik verontwaardigd? Stuitte deze weinig respectvolle omgang met het boek mij tegen de borst? Tweemaal durf ik neen te antwoorden.  Ik lachte om dit wereldrecord.  Want ik voelde sympathie met de initiatiefnemers.  Omdat die vallende boeken mij terugkatapulteerden naar een ver verleden.  Jawel, ik ben vijfenveertig.  Ik heb jaren vergaard.  Ik kan terugkijken.  Dat laat mij toe te spreken over een ver verleden.
 
In dat verre verleden zat ik thuis.  Het ouderlijke huis.  Met mijn broers.  Met mijn zus.  Vader en moeder waren niet thuis.  Op die momenten was het feest.  Op die momenten dansten de muizen op tafel.  Wij zochten verstrooiing.  Afleiding.  Om die dreigende verveling tegen te gaan.  Wij keken rond.  Rond en rond.  Al snel botsten wij op boeken.  Vele boeken.  Stevige boeken.  Die standvastige boeken leken ons te roepen.  Leken ons in te fluisteren hen uit de kasten te bevrijden.  Hen los te breken uit die stijve, stramme houding.  Zij wilden doldwaas vertier.  Dat fluisterden die boeken ons in.  Wij luisterden.  Wij waren jong.  Boeken hadden de wijsheid in pacht, zo was ons verteld.  Dan mochten wij toch niet ingaan tegen de wil van die vele boeken.
 
Wij verenigden ons tijdelijk in het BLF.  Het Books Liberation Front.  Encyclopedieën, kunstboeken, dikke romans, … Boeken werden uit de kast genomen.  Als een automatisme begonnen wij die boeken op te stellen.  Rechtop.  Netjes achter elkaar in een ter plaatse uitgedacht parcours.  Wij vertrokken in mijn slaapkamer.  Gingen dan alle slaapkamers rond.  Na de slaapkamers gingen wij de trap af.  Naar de speelkamer.  Om te eindigen in de living.  Elk boek stond strak in het gelid.  Te wachten op zijn kort moment de gloire.  Dat zou er snel aankomen.  Dat hoopten wij toch.
 
Wij gingen naar mijn slaapkamer.  Gaven dat eerste boek een kleine tik.  Hij viel om en zette daarmee het domino-effect in gang.  Eén na één vielen alle boeken om.  Zonder enige onderbreking.  Alsof die boeken wisten wat ze moesten doen: hemels jolijt schenken aan ondernemende jeugd.  Heerlijk om te zien.  Wij waren enthousiast.  Dit was een mooi, literair vuurwerk.  Elk boek viel om met een plof.  Elke plof volgde elkaar op.  Die ploffen volgden elkaar zo snel op dat zij tot een symfonie verwerden.  Een ploffende, doffe symfonie.  Een heerlijk muziekstuk.  Bij elke plof kraaiden wij van de pret.  Dolgedraaid dansten wij rondjes.
 
In de living viel het laatste boek om.  Plots was het stil.  Opnieuw gingen wij aan de slag.  Want alle boeken moesten terug de kast in.  Als echte cowboys dreven wij die boeken de kast in.  Elk bewijs van onze aanslag op de grote literatuur moest verdwijnen.  Wij moesten onze sporen uitwissen.  Dat lukte.  Bij thuiskomst van vader en moeder hadden alle boeken hun oude posities ingenomen.  Niks kon doen vermoeden wat enkele uren vooraf had plaatsgevonden.  Dat was ons geheimpje.  Het geheimpje van de kinderen.  Het geheimpje van de boeken.  Bij het passeren van de boeken knipoogde ik heimelijk naar die boeken.  Die enkele doldwaze minuten hadden ons tot bondgenoten gemaakt.  Bondgenoten, die aan elkaar geheimhouding hadden gezworen.
 
Ik begreep de stunt van boek.be.  Dit wereldrecord was inderdaad een ode aan het boek.  Of neen, meer nog dan een ode aan het boek was dit een ode aan mijn jeugd.  Een gezegende jeugd.

Link:
Boekendomino - Filmpje.

woensdag 6 november 2013

Concerten? Neen voor het ene, ja voor het andere.

Ten tijde van 'Suburbs' zou het anders geweest zijn.  Dan zou ik wild telefoneren om toch maar een kaartje te bemachtigen voor een concert van Arcade Fire.  Alles zou ik hebben gedaan om toch maar een toegangskaartje in handen te krijgen.  Vandaag is het anders.  Mijn enthousiasme is bekoeld.  De single ‘Reflektor’ als voorbode van hun nieuwste album stelt een beetje teleur.  Laat mij duidelijk wezen, dit is een persoonlijke opinie.  Een persoonlijke opinie, dat botst met de commentaren in tal van professionele muziekbladen.  Die commentaren zijn unaniem lovend.  Maar ondanks die lovende kritieken blijf ik toch op mijn honger zitten.  Arcade Fire slaat een nieuwe richting in.  Maar ik volg niet.  Ik haak af.  Ik ga aan de kant staan.  Hopend dat zij ooit op hun stappen terugkeren.  Of zij dat ook zullen doen? Ik weet het niet.  Arcade Fire is nogal eigenzinnig.  Heeft een eigen willetje.  Laat zich niks gelegen liggen aan trends en modes.  Arcade Fire raast verder.  Maar ik volg niet.  De nieuw gekozen marsrichting van Arcade Fire kan mij niet bekoren.  Ik zal volgende vrijdag dus niet naar de telefoon grijpen om toch maar een kaartje te veroveren.  Ik zal op 24 november niet in de Hallen van Schaarbeek staan.  Zal ik een feestje missen? Heel waarschijnlijk.  
 
Maar ik hoef niet te treuren.  Ik hoef niet huilend in een hoekje te gaan zitten.  Een andere mogelijkheid op een feestje wordt mij aangereikt.  Arsenal kondigde net aan op 19 april een concert te spelen in de Antwerpse Lotto Arena.  Deze Belgen weten wat feesten is.  Zij hebben dat woord een nieuwe betekenis gegeven.  Niet uitgedrukt in woorden.  Wel in tot dans dwingende beats.  Op een concert van deze groep moeten wij datgene doen wat Herman Van Veen al jaren zingt.  Op die concerten moeten wij rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan.  Twee jaar terug was ik er bij in het Antwerpse Sportpaleis.  Het was heerlijk.  Ik ging uit mijn dak.  Dit was één van de beste concerten.  Eén van de beste concerten ooit.  Ik had gekozen voor een zitplaats.  Maar dat duurde niet lang.  Na enkele nummers werd mijn zitplaats een staanplaats.  Ik ging staan.  Rechtop.  Aanvankelijk bewoog ik lichtjes heen en weer.  Een beetje geremd.  Maar die remmen werden gesloopt.  Gesloopt door een professioneel slopersteam, bestaande uit een groep overenthousiaste muzikanten.  Het lichtjes bewegen werd wild springen.  Danspasjes, waartoe ik mij voordien niet in staat achtte, toverde ik die avond uit mijn wonderlijke danshoed.  Die achttiende november was een heerlijke avond.  Een avond, vol van ambiance.
 
Arcade Fire? Neen.  Te veel twijfel.  Te veel voorbehoud.  Arsenal? Jawel, heel zeker.  Geen enkele twijfel.  Omwille van die mooie herinneringen.  Omwille van dat hunkeren naar alweer een heerlijk feestje.

Concertdata:
Arcade Fire, zondag 24 november 2013, Hallen van Schaarbeek (voorverkoop start 8 november).
Arsenal, zaterdag 19 april 2014, Lotto Arena (voorverkoop start 8 november).

dinsdag 5 november 2013

Africa. Gezien in NTGent.

Dit jaar wordt de voorstelling ‘Africa’ hernomen.  Ik zag deze voorstelling vorig jaar.  Na de voorstelling schreef ik hierover een commentaar.  Vandaag herhaal ik deze commentaar.  Met de bedoeling u naar het theater te voeren.  Te lokken.  Te verleiden.  Want de voorstelling is goed.  Meer dan goed.
 
Africa.  U bent een attent iemand.  U zal mij wijzen op die schrijffout in dat ene, kleine woord.  Ik zou het kunnen beamen.  Ik zou het foutje kunnen herstellen.  Door eenvoudig de letter c te veranderen in de letter k.  Dan zou het goed zijn.  Dan zou alles spellingsgewijs in orde zijn.  Maar soms moeten wij de spelling even aan de kant laten.  Soms moeten wij meer belang hechten aan de eigenlijke betekenis van een woord.  Soms moeten wij meer lezen dan enkel dat woord.  Die letter c in Africa verwijst naar het bevreemdende van dat continent.  Het mythische.  Het fantasievolle.  Die letter staat symbool voor onze dromen over dat continent. U ziet, taal kan soms meer zijn dan enkel regeltjes.  
 
Africa of Afrika.  Het is een woordspelletje.  Een goede vondst.  Ik herken mij in die ene letter.  Ik herken mij in die betekenisvolle c.  Want ook ik droom van Afrika.  Een droom, waarvan ik hoop dat die ooit tastbaar wordt.  Werkelijkheid wordt.  Ik wil naar het zwarte hart van Afrika.  Naar het centrum.  Naar Congo.  Of Rwanda.  Naar Burundi.  Eventjes heb ik geproefd van Afrika.  Aan de rand van het continent heb ik even genipt.  Het smaakte naar meer.  Veel meer.  Ik verlang naar dat zwarte continent.  Dat verlangen werd gevoed door twee boeken, die ik las: Bloedrivier van Tim Butcher en Congo van David Van Reybrouck.  Die boeken hebben mijn dromen groter gemaakt.  Ik wil in de voetsporen treden van die auteurs.  Ik wil ontdekken.  Ik wil zien, voelen.  Ik wil proeven.
 
Gisteren stond Oscar Van Rompay in de Minard op de planken.  Met zijn theatervoorstelling.  Een monoloog over zijn Afrika.  Op tekst gezet door Peter Verhelst.  Een aaneenschakeling van anekdotes.  Soms kort, soms meer uitgebreid.  Maar elke anekdote toonde ons een ander beeld van Afrika.  De droom werd geïnfecteerd met de werkelijkheid.  Ja, Afrika is een mooi continent.  Ja, Afrika is een wreed continent.  Schoonheid en hardheid gaan hand in hand.  Dat duale karakter maakt leven in Afrika tot een karwei.  Leven als blanke in Afrika is niet gemakkelijk.  Het dwingt de blanke tot het zich voortdurend in vraag stellen.  Het dwingt de blanke om voortdurend zijn houding te evalueren.  Zijn houding tegenover het land.  Tegenover de bevolking.  Het bepalen van een steeds wijzigende positie is vermoeiend.
 
Heeft de voorstelling mijn droom aangetast? Heeft de voorstelling mijn droom besmet en minder schitterend gemaakt? Neen, geenszins.  Integendeel zelfs.  Nog meer dan ooit tevoren wil ik naar dat continent reizen.  Om een antwoord te vinden op vele vragen.  Vragen, gesteld in die boeken. Vragen, gesteld in de voorstelling.  Afrika blijft boeiend en fascinerend.  Mijn droom blijft overeind.  Alleen heeft die droom nu meerdere, kleurrijke schakeringen gekregen.
 
De voorstelling is buitengewoon sober.  Behalve dan het eerste deel.  Dat eerste deel is bijzonder theatraal.  De getuigenis van Oscar Van Rompay over zijn leven in Kenia is bijna een academische zitting.  Bijna is het een documentaire, live gebracht op de planken.  Maar ondanks die soberheid slaagt Van Rompay er in uw aandacht vast te houden.  Niet meer los te laten.  Die soberheid werkt.  Is heel misschien zelfs noodzakelijk.  Want u wordt niet afgeleid.  Het verhaal en de luisteraar, meer is er niet.  Toch is het een meer dan sterke formule, dat optimaal werkt.
 
Gisteren was ik een volle avond in Afrika.  In Kenia.  Aan de hand van Oscar Van Rompay.  Hij wees aan.  Hij merkte op.  Hij verklaarde.  Hij stelde vragen.  Soms gaf hij antwoorden.  Enkele uren was ik in Afrika.  Het was er heerlijk toeven.  Met tegenzin stapte ik terug Gent binnen.

Links:
Africa – Speeldata.

Inleiding:
Africa – NTGent.

vrijdag 1 november 2013

Mooie liedjes: The Rhythm Junks.

Schoonheid vraagt weinig woorden.  Gewoon luisteren.  Of zouden deze weinige woorden toch een zekere vorm van luiheid en gemakzucht verbergen?


Link:
The Rhythm Junks - Some People.

Website:
The Rhythm Junks.

woensdag 30 oktober 2013

Searching for Sugar Man. Een aanrader.

Tiramisu? Zonder enige twijfel kan iedereen u het recept van dit Italiaans zoethoudertje doorgeven.  Onmiddellijk en zonder enig nadenken.  Moeilijker wordt het als wij vragen naar het recept van succes.  Dat is een andere kwestie.  Succes? Hoe komen wij tot succes? Een samenloop van omstandigheden, dat kan een mogelijk antwoord zijn.  De juiste man, de juiste plaats, het juiste moment.  Die combinatie kan ons tot succes brengen.  Maar wie is die juiste man? Waar is die juiste plaats? Wat is dat juiste moment? Niemand die het weet.  Pas als wij succes hebben, kunnen wij terugblikken en kunnen wij alles netjes ontleden.  Pas dan kunnen wij aangeven wie of wat die drie noodzakelijke ingrediënten zijn.  Pas als wij succesvol zijn, kunnen wij succesvol analyseren.  Zolang wij de sterrenstatus niet bereikt hebben, blijft het een proces van vallen en opstaan.
 
Sixto Rodriguez? Heel waarschijnlijk laat deze Amerikaanse singer-songwriter geen belletje rinkelen bij u.  Die naam zegt u heel waarschijnlijk helemaal niks.  Geen paniek, rustig blijven.  Dat u die naam niet kent, hoeft u niet te verbazen.  Zijn twee albums, ‘Cold Fact’ (1970) en ‘Coming From Reality’ (1971), werden nauwelijks of niet opgemerkt.  Deze artiest opereerde in de marge.  Hij bleef onder de radar, werd door niemand opgemerkt.
 
De grote doorbraak bleef uit in zijn thuisland.  In Zuid-Afrika verging het hem anders.  Daar werd hij een ster.  Bij toeval bijna.  Een meisje keerde terug uit Amerika met een cassette.  Op die cassette stond de muziek van Rodriguez.  Die cassette ging rond onder vrienden.  Dat ene vonkje werd een groot vuur.  Enkel in Zuid-Afrika.  De sterrenstatus van Rodriguez werd nog versterkt door wilde verhalen.  Broodjeaapverhalen over deze artiest tierden welig in Zuid-Afrika.  Rodriguez zou dood zijn.  Een overdosis zou hem fataal geworden zijn.  Hij zou zichzelf door het hoofd geschoten hebben op het podium.  Hij zou zichzelf in brand gestoken hebben op het podium.
 
Van die wilde verhalen bleek helemaal niets waar te zijn.  Rodriguez bleek alive en kicking te zijn.  Tot die slotsom kwam de regisseur Malik Bendjelloul in zijn documentaire ‘Searching for Sugar Man’.  Hij ging op zoek naar dat Zuid-Afrikaanse fenomeen.  Geen gemakkelijke zoektocht want over Rodriguez was nauwelijks iets bekend.  Maar in Amerika vond hij de man.  In Detroit.
 
De documentaire werd een succes.  In 2013 won de film de Oscar voor Beste Documentaire.  In 2012 won hij de publieksprijs op het Sundance Film Fesitval.  Over de hele wereld viel de documentaire in de prijzen.  In de slipstream van dit succes stond Rodriguez op uit de vergetelheid.  Hij schudde het stof van zich af.  Eindelijk kon hij oogsten wat hem zo lang niet werd gegund: succes.  Op zeventigjarige leeftijd kan Rodriguez op wereldtournee.  Hij kan zijn liedjes brengen voor een ruim publiek.  Dat is toch waar het uiteindelijk om draait voor een muzikant.
 
Op zondag 3 november zendt Canvas deze documentaire uit.  Om 22.35 uur.  U moet kijken.  Niet enkel omwille van het prachtige verhaal.  Maar bovenal omwille van die muziek.  Want die is heerlijk fantastisch.

Links:
Website Rodriguez.

Trailer:
Searching for SugarMan.

dinsdag 29 oktober 2013

Brief aan de onbekende mevrouw.

Geachte,
 
Wij kennen elkaar niet.  Tot zondagmiddag hadden wij elkaar nog nooit ontmoet.  Maar zondagmiddag zou alles veranderen.  Die middag zouden wij elkaar treffen.  Ondanks die ontmoeting hebben wij niet uitgebreid met elkaar kunnen kennismaken.  Uw naam blijft mij onbekend.  Vandaar die nogal koude aanspreking boven in mijn brief.  Ik had u willen aanspreken bij de voornaam.  Maar onze ontmoeting was te kort.  Er was geen tijd voor uitwisseling van gegevens.
 
Zondag reed ik naar Ikea.  Niet omdat ik mijn woonkamer wou herinrichten.  Een onmiddellijke en extreme make-over van mijn appartementje staat niet ingepland.  Ik kwam naar Ikea voor een portie mosseltjes.  Meer zou het niet worden.  Enkel mosseltjes.  Dan terug de wagen in.  Een culinair blitzbezoek aan de Zweedse meubelgigant.
 
Blijkbaar was ik die dag niet als enige naar de Ikea gekomen.  Het was druk.  Bijzonder druk.  Een reglementaire parkeerplaats was moeilijk te vinden.  Ik kleur met voorkeur binnen de lijntjes.  Illegaal gedrag is niet onmiddellijk aan mij besteed.  Geen wildparkeren voor mij.  Ik ga op zoek naar die ene vrije plaats.  Zondag viel het dus niet mee.  Ik had al enkele rondjes gedraaid op de parking.  Wanhoop deed mij bijna besluiten terug huiswaarts te keren.  Maar juist op dat moment kwam dat vriendelijk madammetje aangewandeld.  In wanhoop is de redding steeds nabij.  Zij gaf mij te kennen dat zij vertrok.  Zij bood mij haar staanplaats aan.
 
Ik ging op de rem staan.  De zoektocht was voorbij.  Ik had mijn plaatsje.  Nog heel even en ik kon mijn wagen stallen.  Mijn knipperlicht schakelde ik aan.  Om iedereen aan te geven dat het weldra vrij te komen plaatsje aan mij was toegewezen.  Ik wachtte rustig af om mijn manoeuvres te starten.
 
Dat was het moment dat ik u tegenkwam.  Dat was het moment waarop u mijn leven binnentrad.  U kwam vanuit de andere richting aangereden.  U zag een auto wegrijden uit een kort daarvoor nog bezette parkeerplaats.  Uw knipperlicht ging aan.  U leek mij niet te zien.  U leek niet op te merken dat ik daar al een tijdje geduldig stond te wachten.  Of neen, u merkte mij wel op.  Maar u gaf een heel andere invulling aan de bestaande situatie.  U was eerst.  Dat plaatsje was voor u.  Daarover bestond geen enkele twijfel.  Zo dacht u.  Om uw verkeerde interpretatie toch nog meer kracht van overtuiging te geven, stapte u uit.  U ging voor mijn wagen staan zodat uw man rustig de vrijgekomen plaats kon inrijden.  Ik vermoed dat u de voorbije week op uw bedrijf een assertiviteitstraining had gehad en dat u dit het juiste moment vond om de vele theorie in de praktijk om te zetten.
 
Heel kort moest ik even denken aan die eeuwige discussie over de kip en het ei.  Wie was er het eerst? Ik weet het niet.  Een correct antwoord heb ik nog steeds niet gevonden.  Maar zondag wist ik het wel.  Zonder enige aarzeling.  Ik was eerst.  Ik zou niet wijken.  In vele delen van de wereld wordt hevige strijd geleverd om rechtvaardigheid.  In vele delen van de wereld leveren mensen dagelijks strijd om een rechtvaardige behandeling.  Dit zou mijn kleine ministrijd worden.  Dat moment werd ik heel even Rosa Parks.  Neen, ik zou mijn plaats niet afstaan.  
 
Ik reed vooruit.  Heel lichtjes.  Ik was vastberaden.  U zou in het zand bijten.  Zoveel was zeker.  Ik bleef rijden.  Heel zachtjes.  U ging wild tekeer.  Ik was vastbesloten.  Zachtjes reed ik tot uw benen aan.  In mijn ogen las u vastberadenheid.  U ging aarzelen.  U zette een stapje terug.  Ik volgde u met de wagen.  Nog altijd heel rustig.  Nog altijd heel zachtjes.  Rechtvaardigheid dreef mij vooruit en drong u achteruit.  U plooide.  Ik kon parkeren.  Ik zegevierde.  Rechtvaardigheid won.  Ondanks mijn zege bleef ik nederig en bescheiden.  Geen uitbundigheid.  Wel ingetogenheid.
 
Ik stapte uit.  Ging op weg naar de ingang van Ikea.  Het verlies viel u zwaar.  Hysterisch kwam u aangerend.  U had mijn nummerplaat, u zou de politie bellen.  Slagen en verwondingen, dat was de beschuldiging.  Eventjes meende ik te moeten reageren.  Om die noodzakelijke puntjes op de i te zetten.  Maar ik hield mij in.  Ik dacht aan die wijze raad van mijn vader.  Niet reageren op hysterische vrouwen, vertelde mijn vader.  Dat zou nog meer het vuur aanwakkeren, zo vertelde mijn zelfde vader verder.  Ik zweeg dus.  Ik liet de storm over mij heengaan.
 
Maar zelfs stilzwijgen kan het vuur van een hysterische vrouw aanwakkeren.  U volgde mij tot in het restaurant.  Om een vloek over mij uit te spreken.  U riep mij toe dat ik mij moest verslikken in mijn heerlijke mosseltjes.  Gedurende uw tirade bleef ik stoïcijns kalm.  Een kalmte, door u verkeerd geïnterpreteerd als agressie.  U zette mij weg als een agressieveling.  U bleef razen en tieren.  Ik bleef zwijgen.  Uiteindelijk ging uw storm liggen.  Uw vuur doofde uit.
 
Ik kan geen verklaring vinden voor uw doldwaze raid.  Jawel, ik moest lachen.  Om uw gedrag.  Om mijn gedrag.  Dit alles was helemaal niet nodig.  Maar heel soms moet een nutteloze strijd gestreden worden.  Dat meende ik zondag.  Dat deed ik zondag.
 
Ondanks al het voorgaande, wens ik u alle succes toe in het verdere leven.  U ziet, ik ben een vriendelijke jongen.  Een vriendelijke jongen, enkel en alleen op zoek naar een parkeerplaats.
 
Met oprechte groeten.