vrijdag 28 maart 2014

Marsman. Brief aan Mathias Sercu en medespelers.

Beste Mathias,
Beste medespelers,
 
Ik moest kijken.  Ik kon niet anders.  In de media werd uw nieuwe reeks ‘Marsman’ bedolven onder de kritiek.  Goede kritiek, laat daarover geen misverstand bestaan.  De eerste aflevering was nog niet op televisie uitgezonden maar toch kon ik in kranten al lezen dat uw reeks aanspraak kon maken op die felbegeerde titel van beste reeks in dit nauwelijks begonnen jaar.  Zoals ik al zei, ik moest kijken.  U zou kunnen opwerpen dat ik de vrije keuze heb.  Niks moet, alles mag.  Ik ben inderdaad een vrij mens maar mijn vrijheid wordt vaak aangevreten door een te hoge mate aan nieuwsgierigheid.
 
Het hoofdpersonage krijgt het zwaar te verduren in die eerste aflevering.  Bijzonder zwaar.  Enkele weken terug is zijn moeder gestorven.  Hij verliest zijn job.  Dezelfde dag nog verlaat zijn vrouw hem.  Alle goede dingen bestaan uit drie.  Dat wordt wel eens gezegd.  Maar slechte dingen lijken uit vier te bestaan.  Want ondanks alle kommer en kwel besluit hij zelf op te stappen en zijn bandje ‘De Mannen van Mars’ te verlaten.  Al die tegenslag is te veel voor één mens.  Al die tegenslag zou kunnen volstaan om die televisie uit te schakelen.  De wereld is klote.  Dat lezen wij in de krant.  Dat zien wij op Het Journaal.  Bij ontspanning nog eens met de neus in een portie miserie geduwd worden, het kan al eens te veel van het goede zijn.  Wegzappen zou dus een logische reactie kunnen zijn.  Omwille van lijfsbehoud.  Of zielsbehoud.  Of om het behoud van beide want lijf en ziel zijn toch onlosmakelijk en onafscheidelijk, niet?
 
Een eerste aflevering mag geen waardemeter zijn.  Vaak is het bedoeld als een eerste kennismaking.  Een kennismaking waarin de verschillende personages aan de kijker worden voorgesteld.  Alles blijft een beetje oppervlakkig in die eerste aflevering.  Voorzichtig worden de contouren van het grote verhaal geschetst.  Die inleiding is noodzakelijk om de kijker op sleeptouw te nemen en te verleiden tot het trouw volgen van de verdere afleveringen.  Een reeks verdient dus een tweede aflevering om beoordeeld te worden.
 
Die tweede aflevering heb ik niet nodig.  Ik kruip nu al in de pen.  Om u nu al te feliciteren.  Dat kan voorbarig zijn.  Want heel misschien zakt uw reeks bij de volgende afleveringen als een pudding ineen.  Ik wens het u niet toe.  Bovendien durf ik te vermoeden dat het ook niet zal gebeuren.  Uw reeks is te warm.  Te gezellig.  Kommer en kwel verbinden met warmte en gezelligheid.  Lijkt dit geen contradictio in terminis? Neen, helemaal niet.  Toch niet in deze serie.  Alles wordt in de balans gelegd.  Er wordt gewikt en gewogen.  Het hoofdpersonage stuntelt en incasseert.  Maar hij heeft voldoende vluchtheuvels om te schuilen.  Hij heeft zijn dochter.  Zijn broer.  Hij heeft zijn vrienden.  Jawel, hij heeft zelfs zijn dode moeder.  Afstandelijk en streng lijkt zij maar wat hij in het dagelijkse leven niet kan, lijkt hij wel te kunnen tegen zijn moeder: praten.  Op al die vluchtheuvels schittert die warme gezelligheid.  Op al die vluchtheuvels breekt die noodzakelijke lichtheid door.  Dus, jawel, er kan en mag al eens gelachen worden.
 
In tegenstelling tot alle kranten heb ik het in al het voorgaande nog niet gehad over de broer van het hoofdpersonage, Rudy.  Ik heb het nog niet gehad over de autistische broer.  Maar dat doe ik bewust.  Zoals u doet in de serie, wil ook ik niet louter focussen op dat ene.  De broer is één van de personages en toevallig heeft die broer autisme.  Hij maakt een natuurlijk deel uit van de reeks.  In niets lijkt hij een curiositeit.  Hij schittert naast en tussen de andere personages.  Hij wordt er niet uitgelicht.  Neen, zijn verhaal wordt verteld samen met het verhaal van de anderen.  Eén geheel, één verhaal.
 
Ik heb gekeken.  Met veel plezier.  Nu al weet ik dat wij voor enkele weken een vaste afspraak hebben.  Een afspraak voor het televisiescherm.  Want ik wil weten hoe het verder gaat.  Meer nog wil ik weten hoe ‘De Mannen van Mars’ klinken.  Jawel, ik ben nieuwsgierig.  Voor enkele weken zullen de sociale babbels na de conditietraining op dinsdagavond bewust ingekort worden.  Want ik wil naar huis.  Naar dat televisiescherm.  Naar Nico.  Naar Rudy.  Ik wil zien en kijken.  Ik wil voelen.  Tot volgende dinsdag, dus.
 
Met vriendelijke groeten.
 
 
Een gouden tip:
U hebt de eerste aflevering gemist.  Omdat u dacht dat deze reeks helemaal niks voor u was.  Maar na het lezen van bovenstaande denkt u iets gemist te hebben.  U vreest een niet meer te herstellen, sociale handicap opgelopen te hebben.  Omdat u niet kan meepraten.  Omdat u niet weet wie Nico is.  Wie Rudy is.  Wie De Mannen van Mars zijn.  U zit in zak en as.  U slaat u voor het hoofd.  U maakt uzelf verwijten.  Omwille van die verdomde vooringenomenheid.  Dat alles zou kunnen.  Ik kan u begrijpen.  Omwille van dat begrip wil ik u die oplossing meegeven.  Op maandag 31 maart om 22.35 uur zendt Eén de eerste aflevering heruit.  U krijgt een herkansing.  Grijp die kans.  Aarzel niet.  Het zal uw sociale leven ten goede komen.

woensdag 26 maart 2014

Het rapport van Vlaamse parlementsleden. Kan het ook anders?

Politici? Zij hebben het niet makkelijk.  Het zijn zakkenvullers.  Leeggangers.  Niksnutten.  Dat zijn dan nog de eerder mildere, zachtere vormen van verwijten.  Vaak kan het nog krachtiger.  Heel vaak kan het nog vuiler.  Ik ben een beschaafde jongen.  Ik hou het graag netjes.  Dergelijke verwijten zal ik dan ook niet in de mond nemen.  Omdat het niet hoort.  Iemand uitschelden voor rotte vis, het ligt niet in mijn aard.
 
Politici, het zijn zakkenvullers.  Vaak is dat het uitgangspunt van debat.  Vaak is dat het besluit van discussie.  In dat populistische gewauwel ontbreken heel vaak of meestal onderbouwde argumenten.  Een verstandelijke argumentatie is helemaal niet nodig.  Het buikgevoel spreekt.  Dat gevoel vraagt geen grondige analyses.  Kennis of enige vertrouwdheid met de materie is niet nodig.  Dat maakt alles te gecompliceerd.  Laten wij het daarom eenvoudig houden, denken velen.  Laten wij daarom dat buikgevoel maar vertrouwen.  Voorwaar een spijtige zaak.
 
Ik wil een helder debat.  Ik wil een eerlijk debat.  Ik wil weg van dat buikgevoel.  Elk element, dat bijdraagt tot een open en eerlijk debat, vind ik daarom een verrijking.  Een verademing.  Deze morgen bij het lezen van de De Standaard bladerde ik dan ook heel snel door naar het Rapport van het Vlaamse Parlement.  Dat rapport zou mij een idee geven van de waarde van onze parlementsleden.  In dat rapport zouden zij gewikt en gewogen worden.  Op basis van dat rapport zouden wij een waardeoordeel kunnen uitspreken.  Een onderbouwd oordeel.  Een dergelijk initiatief kon ik enkel toejuichen.
 
Al snel doofde mijn aanvankelijke enthousiasme.  Bij het lezen van de inleiding fronste ik met de wenkbrauwen.  Dat fronsen veruitwendigt mijn zin voor kritiek.  Ik fronste diep.  In die inleiding kon ik lezen op welke basis het rapport was opgesteld.  Hier gingen mijn tenen krullen.  De voltallige Wetstraatredactie van De Standaard was op basis van een aantal zelfgekozen criteria tot een puntensysteem gekomen.  Die criteria waren: werkkracht, dossierkennis, impact, uitstraling en communicatie.  Dit alles werd aangevuld met gesprekken, die de journalisten hadden met meerdere parlementsleden.  Op welke manier al deze criteria cijfermatig konden vertaald worden, leek mij een raadsel.  Dit leek mij al te zeer op nattevingerwerk.  Objectiviteit leek in deze van geen tel.  Eerder leek het alsof de journalisten ook hun buikgevoel aanspraken.  Dat buikgevoel, dat ik zo verfoei.  De aangehaalde gesprekken met de parlementsleden waren geen balsem op de wonde.  Geenszins.  Want in hoeverre schemerden in deze gesprekken persoonlijke afrekeningen, partijvetes en afkeer voor deze of gene partij door.
 
Bovendien blijkt het waardeoordeel meer bepaald te worden door de tekortkomingen en gebreken in de werking van het Vlaamse parlement en minder door de eigen, persoonlijke werking van de individuele parlementsleden.  De Vlaamse parlementsleden moeten roeien met de riemen, die zij hebben.  Op die riemen moeten zij beoordeeld worden.  Niet op de beste maar niet voorradige riemen.  Binnen dat huidige maar gebrekkige systeem moeten zij beoordeeld worden.  Niet binnen het ideale maar niet of nog niet gerealiseerde systeem.
 
Voorstellen van decreten.  Interpellaties.  Schriftelijke vragen.  Amendementen.  Al het voorgaande lijkt mij een voldoende waardemeter voor de werkkracht.  Uit de ingediende voorstellen, vragen en amendementen kan een voldoende kennis van betreffende dossiers blijken.  Toch worden al die beschouwingen niet meegenomen in het eindoordeel.  Een spijtig besluit.  Een fout besluit.  De journalisten lijken voor God te spelen.  Een bijzonder arrogante houding.
 
Net als de stemtest lijkt mij dit eerder een gimmick.  Een leuk speeltje met nauwelijks enige informatieve waarde.  Bedoeld als randanimatie.  Zeker niet bedoeld als journalistieke bijdrage in het debat, dat bij de kiezer moet leiden tot een heldere en weloverwogen stem.
 
Het rapport belandde al snel in de vuilbak.  Nauwelijks gelezen.  Met dit rapport kan ik mijn pap niet koelen.  Met meer plezier surf ik naar die website, waarover ik in De Morgen las.  Op die site worden onze Vlaamse parlementsleden eveneens gewikt en gewogen.  Maar dan op basis van het geleverde parlementaire werk.  Enkel de naakte cijfers worden gegeven.  De interpretatie wordt overgelaten aan de lezer.  Op basis van het geleverde cijfermateriaal kan die lezer tot een oordeel komen.  Deze website bewijst dat het anders kan.  Gelukkig maar.
 
Tot slot.  De Standaard belooft ons heel binnenkort een cijfermatige doorlichting van alle partijprogramma’s.  Nieuwsgierig en geïnteresseerd kijk ik uit naar deze studie.  Ik hoop dit keer op meer dan enkel een gimmick.  Op meer dan enkel een te doorzichtig verkoopstrucje.  Een verkoopstrucje, bedoeld als lokmiddel tot aankoop van de krant.  Want ik had het al gezegd, dat lijken dit oppervlakkige rapport en de onvolledige stemtest mij al te zeer.  Een te doorzichtig verkoopstrucje en daardoor een monster zonder waarde.

Website:
Ze werken voor jou.
Het federale regeerakkoord.

maandag 24 maart 2014

Strijd tegen de armoede. Een breekpunt? The sequel. Voorzitter Bruno Tobback antwoordt.

Op 24/02/2014 publiceerde ik mijn artikel 'Strijd tegende armoede.  Een breekpunt?'. Op 17/03/2014 zond Bruno Tobback mij het volgende antwoord:

Beste Wim,

Dank voor uw vurige mail van 24 februari en uw reactie op de beslissingen die het ledencongres heeft genomen over ons programma voor de verkiezingen.
 
We proberen steeds met een sterk programma naar buiten te komen en doen dit nu onder de noemer sociale welvaart.  Alle afdelingen hadden voor het congres de kans om wijzigingen of amendementen in te dienen op het programma, en deze hebben we besproken op de resolutiecommissie voor het congres.  De wijzigingen waarover we geen overeenstemming bereikten op deze commissie werden voorgelegd op het congres.  Op deze manier werken we op een democratische manier aan ons programma.
 
Ook onze Jongsocialisten kunnen in dit proces wijzigingen indienen, en deden dit.  Het amendement over het legaliseren van het gebruik van cannabis werd meegenomen naar het congres en daar door een meerderheid van de leden aangenomen.  Er waren heel wat jongeren aanwezig op het congres, wat positief is, en zij slaagden erin om het congres te overtuigen.  We bewijzen op deze manier dat we als partij inspraak hoog in het vaandel dragen en dat democratie een basiswaarde is.
 
Maar als er een iets is wat op het congres echt duidelijk is geworden is het dat we ons als partij eerst en vooral zullen bezighouden met sociale welvaart.  We hebben een sterk programma, met meer dan 1.200 concrete voorstellen.  We hebben het over jobs voor iedereen, over pensioenen, over onze sociale zekerheid, ons onderwijs en het gevecht tegen sociale dumping.  Dat is vandaag onze prioriteit, én de inzet van deze verkiezingen.  Daarover zijn we het allemaal eens.
 
SP.A wil iedereen een positieve toekomst bieden.  Daarom gaan wij voluit voor sociale welvaart: welvaart die we samen creëren, voor iedereen.  Zodat iedereen een job heeft die toelaat om op het einde van de maand de rekeningen te betalen.  Zodat niemand financiële kopzorgen heeft na een loopbaan van 42 jaar.  Zodat gezondheidszorg voor iedereen is en niet alleen voor wie het kan betalen.  Zodat onderwijs elk talent – zonder onderscheid ontplooit.
 
Ik hoop dan ook van harte dat u ons daarom blijft steunen en dat we samen een stevige campagne kunnen voeren om een echte alternatieve regering op de been te kunnen brengen.
 
Met vriendelijke groeten,

Bruno Tobback,
Voorzitter SP.A

donderdag 20 maart 2014

De stemtest rammelt.

De ombudsman van De Standaard heeft gesproken.  De debatten worden gesloten.  De Stemtest wordt niet aangepast.  Enkel partijen, die vertegenwoordigd zijn in het Vlaams Parlement en kandidaten indienen in heel Vlaanderen, zullen in de test worden opgenomen.  Geen PVDA+ dus.  Geen Piratenpartij.  Geen LDD.  Een duidelijke stellingname.  Maar is het ook een juiste stellingname? Dat durf ik te betwijfelen.
 
Bij die hele discussie moet ik telkens weer terugdenken aan die keer toen ik als bijzitter in een stembureau zonder morren mijn burgerplicht vervulde.  De zware verantwoordelijkheid, die op onze schouders rustte, werd verlicht in luchtige gesprekken met collega-bijzitters.  Jawel, er werd al eens gelachen.  Een grap, bedoeld om de ernst van de situatie te ontkrachten, het mag al eens.  Behalve die grappen en grollen waren er heel soms ook meer ernstige gesprekken.  Zo was er die ene collega-bijzitter.  Haar zoon moest voor de eerste maal gaan stemmen.  Enkele dagen vóór de eigenlijke stembusgang sprak zij hem aan.  Of hij al wist voor wie te stemmen? Hij haalde zijn schouders op.  Daarover had hij nog niet nagedacht.  Hij zou wel zien in het stemhokje.  Zijn humeur van de dag zou zijn stem bepalen.  Dit kon niet.  Verkiezingen zijn te belangrijk, dat vertelde mijn collega-bijzitter aan haar zoon.  Even nadenken over een juiste stem op een juiste partij, dat leek voor mijn collega-bijzitter een meer correcte houding.  Om hem wegwijs te maken doorheen de vele en verschillende programma’s verwees zij hem door naar de stemtest.  In de hoop dat haar zoon via die test zou komen tot een meer onderbouwde en minder geïmproviseerde stem.
 
In dat kleine verhaal schuilt het belang van de stemtest.  Die stemtest is een wegwijzer.  Aan de deelnemer geeft het een marsrichting aan.  De deelnemer is vrij mee te stappen in de hem aangegeven richting.  Aan hem is de uiteindelijke keuze.  De stemtest adviseert.  De deelnemer beslist.
 
Maar om tot een waardig en valabel advies te komen, moet die stemtest een volledigheid betrachten.  Die volledigheid lijkt mij door de stellingname van de ombudsman in het gedrang te komen.  Onvolledigheid kan en mag in deze niet getolereerd worden.  Omwille van het belang.  In die test worden kiezers geleid naar een partij.  Het weigeren van één of meerdere partijen tot de test heeft tot gevolg dat de deelnemer nooit bij één van de geweigerde partijen kan uitkomen.  In een open brief, gepubliceerd in De Morgen, werd het effect van de stemtest als bevestigend omschreven.  Het zou de kiezer bestendigen in hun keuze.  Volgens deze briefschrijvers zou het potentiële electoraat worden weggeleid naar andere partijen wanneer een partij niet in een stemtest zit.  Deze bedenking kan ik enkel onderschrijven.
 
De initiatiefnemers tot de test hebben nochtans hun redenen voor deze onvolledigheid.  De opname van alle partijen in de test zou het ontwerpen van de test al te zeer bemoeilijken.  Het zou te test al te uitgebreid maken aangezien meerdere stellingen noodzakelijk zouden zijn om enig onderscheid tussen de diverse partijen te bekomen.  Volgens de initiatiefnemers moet de test eenvoudig zijn en snel in te vullen.
 
Eenvoud en snelheid lijken mij als redenen onvoldoende te zijn.  Dat excuus moeten wij als te zwak van de hand wijzen.  Een hulpmiddel in het bepalen van het stemgedrag is te belangrijk om eenvoud en snelheid te laten primeren.  Zelfs de aangehaalde moeilijkheid in het ontwerpen kan niet aanvaard worden als verontschuldiging.  Nooit mag een universiteit een complexiteit uit de weg gaan.  Integendeel, de complexiteit van een probleem moet een universiteit omarmen als een opportuniteit.  Een uitdaging, dat moet het zijn.  Een uitdaging om te komen tot een duidelijke, volledige en goed werkende test.
 
Dat het nochtans anders kan, heeft het verleden aangetoond.  In vorige stemtests werd het PVDA ooit nog opgenomen.  Zelfs de kartelpartners N-VA en Spirit werden in vorige stemtests als afzonderlijke partijen opgenomen.  Golden toen andere regels? Was alles toen zo veel eenvoudiger?
 
In heel deze discussie lijken mij slechts twee opties mogelijk: ofwel een test, waarin alle partijen opgenomen worden, ofwel helemaal geen test.  Duidelijker kan ik het niet stellen.

dinsdag 18 maart 2014

Mooie liedjes: ?.

‘Ain’t no sunshine’ van Bill Withers.  Ongetwijfeld kent u dat liedje.  Dat moet wel, dat is eigen aan een wereldhit.  Een wereldhit heeft maar een paar noten nodig om onmiddellijk herkend te worden.  Maar er is meer dan die onmiddellijke herkenning.  Een wereldhit zingt u mee.  Of neuriet u mee.  Zingen of neuriën, dat is afhankelijk van uw kwaliteiten als zanger.  Dat is afhankelijk van een juiste zelfkennis.  Horen, herkennen en zingen.  Dat proces wordt gelinkt aan een wereldhit.  Maar zelfs dat is nog niet alles.  Een wereldhit blijft na het beluisteren hangen in het hoofd.  Dat oneindig herhalen in het hoofd kan enkele uren duren.  Zelfs enkele dagen kan dat hitje weergalmen in het hoofd.  Jawel, u kan er hoorndol van worden.
 
‘Ain’t no sunshine’ heeft een dergelijke status verworven dat ik het eigenlijk niet meer kan horen.  Het gaat verder dan enkel verveling.  Dat liedje verveelt niet meer.  De gradatie van verveling heeft dit liedje al ver overschreden.  Bij de eerste noten zoek ik dan ook spontaan een andere zender.  Ik schakel onmiddellijk over.  Omwille van zelfbehoud.  Mijn psychisch en fysisch welbevinden acht ik hoog.
 
Maar heel soms heb je die mogelijkheid van ontvluchten niet.  Heel soms moet je de confrontatie aangaan.  Zoals deze morgen.  Een collega riep mij bij zich.  Hij vroeg mij of ik eventjes tijd had.  Die tijd had ik.  Indien ik die tijd niet had, dan had ik tijd gemaakt.  Want dat kan, men kan tijd maken.  In deze tijden van rushen en crossen zou men dat kunnen vergeten.  Het hoeft niet altijd vooruit te gaan.  Het hoeft niet altijd sneller te gaan.  Neen, heel dikwijls kan men gewoon blijven stilstaan.  Op de vraag van mijn collega of ik even tijd had, bleef ik dan ook bewust stilstaan.  Ik nam de tijd.  Ik had de tijd.  Hij wilde mij iets laten horen.  Weigeren was geen optie want onmiddellijk duwde hij mij zijn oortjes in de hand.  Zijn vastberaden en niet voor een ‘neen’ vatbare daadkracht kan achteraf enkel geïnterpreteerd worden als terechte, vaderlijke fierheid.
 
Ik stak de oortjes in.  Dan gebeurde dat onverwachte.  In mijn oren hoorde ik die eerste noten van ‘Ain’t no sunshine’.  Mijn spontane reactie van wegzappen bleef evenwel uit.  Wat ik hoorde, was overrompelend.  Ik werd gegrepen.  Aangegrepen.  Door een hese, breekbare stem.  Door een unieke stem.  Doorheen de mij uitgeleende oortjes hoorde ik een zangeres, die erin slaagde die wereldhit op een heel eigen en aparte wijze te interpreteren.  Eén zangeres.  Eén gitaar.  Eén doehetzelfcameraatje.  In de badkamer? Op de slaapkamer? In de woonkamer? Waar het werd opgenomen weet ik niet maar bijna leek het niet van deze wereld.  In deze wereld kan schoonheid en breekbaarheid soms buitenaards klinken.
 
Normaal gezien zou nu een link volgen naar dat filmpje.  Dat was ik van plan.  Maar het lukt mij niet.  De artieste (omwille van haar wonderlijke prestatie durf ik haar zo te noemen) weigert het filmpje te delen met de gemeenschap.  In tijden van sharen en liken kunnen wij dit een moedige houding noemen.  Een moedige houding evenwel waardoor u mijn ochtendlijke geluk niet kan delen.
 
Juryleden zullen over haar niet oordelen.  U zal op geen enkel televisieprogramma voor deze ‘unknown artist’ kunnen stemmen.  Maar ik durf u nu te vertellen, deze morgen hoorde ik The Voice van Vlaanderen.

maandag 17 maart 2014

It's only rock 'n roll but I like it.

Neen, neen, neen.  In den beginne was er twijfel.  Toen ik via allerlei kanalen vernam dat The Rolling Stones headliner zouden worden van TW Classic, was ik niet onmiddellijk wild.  Ik sprong niet spontaan op tafel om als een jong veulen wild luchtgitaar te spelen.  Ik bleef rustig.  Ik bleef kalm.  Want zoals ik al zei, er was twijfel.  Heel veel twijfel.
 
In 2003 had ik hen nog aan het werk gezien.  Eveneens in Werchter.  Toen was ik nauwelijks onder de indruk.  Zij hadden niet overtuigd.  Die ervaring deed mij twijfelen.  Maar er waren nog andere redenen.  Op televisie zag ik hun passage op Hyde Park.  Vorig  jaar stonden zij in dat Londense tuintje.  Wederom vond ik hen zwakjes.  Zij leken te mak.  Te tam.  Zo tam zelfs dat ik het volledige concert niet heb uitgekeken.  Bovendien las ik dat Keith Richards onlangs een kinderboek geschreven had.  Vroeger haalde Keith de krantenkoppen met allerlei drugsperikelen.  Nu haalde hij de krant met zijn nieuwe kinderboek ‘Gus and me’.  Keith Richards als brave opa? Het is toch even wennen.  Het leek alsof het vuur doofde.  Het leek alsof het rock and roll hart van The Stones was stilgevallen.
 
Ik stond in dubio.  Zoals in dat liedje van Het Goede Doel.  Gaan? Niet gaan? Het ene moment zou ik wel gaan.  Het andere moment zou ik dan weer niet gaan.  Ik wist het niet.  Hadden The Rolling Stones recht op een herkansing? Studenten hadden recht op een tweede zit.  Rockgroepen moeten die kans op eerherstel toch ook geboden worden.  Bovendien is er die reële kans dat het wel eens de laatste passage zou kunnen zijn.  Dat deze passage mag beschouwd worden als een afscheidsconcert.  De jongens zijn al zeventig.  Nu kunnen zij wel nog jong van hart zijn, de beenderen ondergaan toch de tol van de leeftijd.  Rondhossen op een podium, voor zeventigers is het niet meer zo evident.
 
Bovenstaande redenen deden mijn aanvankelijke twijfel afbrokkelen.  Toen ik enkele uren na de aankondiging de volledige affiche las, was er van twijfel geen sprake meer.  Ik zou gaan.  Ik zou een ticket kopen.  Simple Minds, Seasick Steve, Triggerfinger, Arno en Admiral Freebee gaven mij één voor één dat extra argument om te gaan.
 
Zaterdagmorgen zat ik voor mijn computer.  Klaar voor een moeilijke strijd.  Voor dat zware gevecht om een ticket.  Want dat was wat ik zeker wist, het zou moeilijk worden.  Het zou er om spannen.  Ik verwachtte een stormloop.  Ik moest mij in die stormloop mengen.  Ik moest mij er tussenin wringen en in dat trekken en duwen moest ik hopen op een gemakkelijke toegang tot de website voor de ticketverkoop.
 
Dat het moeilijk zou worden, bleek al bij aanvang.  Ik kwam onmiddellijk op een wachtlijn.  Een tikkend klokje liet mij weten dat de wachttijd kon uitlopen tot maximum een half uur.  Het was duidelijk, ik moest geduld betrachten.  Meer kon ik voorlopig niet doen.  In die tussentijd konden er heel wat tickets verkocht worden.  Nagelbijten, dat was wat ik deed.  Tot het moment dat het klokje verdween en ik toegang kreeg tot de website.  Toen ging alles vlotjes en gemakkelijk.  Ik had mijn tickets.  Vrij snel eigenlijk.  Het bestaan van een muzikale God leek bevestigd te worden.  Die muzikale God leek mij gunstig gezind.  
 
Ik had kaarten.  Op achtentwintig juni sta ik op de wei van Werchter.  Klaar voor een feestje.  Dat hoop ik.  Dat hoop ik van ganser hart.  Zodat ik blij en welgezind afscheid kan nemen van Mick en zijn kornuiten.

Link:
The Rolling Stones, live at Prudential Center, Newark, New Jersey – The full concert.