donderdag 15 oktober 2015

Gezien in het Sportpaleis: iNNOCENCE + eXPERIENCE Tour van U2. Brief aan Bono.

Beste Bono,
 
Elk jaar zijn er slechts enkele hoogtepunten.  Concertgewijs bedoel ik dan.  Moeilijk is het vooraf te bepalen wat die hoogtepunten precies zullen zijn.  Dat kan niet.  Dat gaat niet.  Een glazen bol, waarin de toekomst ons helder en duidelijk wordt voorgespiegeld, daarin geloof ik niet.  Het wordt gokken.  Nattevingerwerk, daarop komt het kopen van een concertticket eigenlijk neer.  U kan het vergelijken met een lotje van de Nationale Loterij.  Ook daar geen zekerheden.
 
Van die onzekerheid zou een mens wanhopig kunnen worden.  Het zou een mens tot waanzin kunnen drijven.  Toch is het niet altijd zo.  Er zijn zo van die uitzonderingen.  Sommige groepen leveren een garantiebewijs.  Een garantie op uitmuntendheid.  Een garantie op perfectie.  Ik weet het, perfectie bestaat niet.  Maar toch kan het benaderd worden.  In die mate zelfs dat perfectie bijna mogelijk wordt.
 
Heel waarschijnlijk vraagt u zich nu af welke groepen ik tot die enkele uitzonderingen reken.  Dat is te begrijpen.  U bent zanger.  U bent de frontman van een groep.  U voelt zich aangesproken.  U wordt aangesproken op uw beroepseer.  Laat mij u geruststellen.  Laat mij die fronsen boven uw wenkbrauwen wegnemen.  Want dat doet u, u fronst de wenkbrauwen bij het lezen van voorgaande.  Omdat u zich vragen stelt.  Omdat u zichzelf de vraagt stelt of uw groep tot die enkele uitzonderingen mag gerekend worden.
 
U2 is één van die uitzonderlijke bands.  Voilà, het hoge woord is er uit.  Die uitzonderlijkheid was dan ook de reden waarom ik vorig jaar een ticket kocht.  Een kaartje bemachtigen was niet eenvoudig.  Een huzarenstukje, dat was het.  Want niet alleen ik ben op de hoogte van het uitzonderlijke karakter van uw band.  Velen hebben die kennis.  Het wordt drummen voor een kaartje.  Iedereen wil er wel eentje.  Een kaartje is daarom geen evidentie.  Het was spannend.  Heel eventjes zag het er bijzonder slecht uit.  Maar dan toch.  Uiteindelijk.
 
Gisteren zat ik in het Sportpaleis.  Ik was voorbereid.  Ik had alle recensies gelezen.  Ik wist wat er ging komen.  De setlist had ik van het internet geplukt.  Uw entree had ik op Youtube gezien.  Geen verrassingen voor mij.  Dat had ik gedacht.  Vooraf, bij het vertrek naar Antwerpen.
 
Dat bleek een denkfout te zijn.  Zich voorbereiden op een concert van U2, het kan niet.  Het bestaat niet.  Onmogelijk.  Een concert van U2 gaat niet enkel om wat men ziet.  Niet enkel om wat men hoort.  Dat speelt mee.  Uiteraard.  Maar bovenal draait een concert van U2 om het gevoel.  Om emotie.  Daarop kan een mens zich niet voorbereiden.  Dat bleek al snel.
 
U kwam de zaal binnengewandeld.  Op muziek van Patti Smith stapte u vanachter uit de zaal naar het podium.  Dat wist ik.  Verbaasd was ik niet.  Toch gingen al mijn haren overeind staan.  Op het moment dat ik u zag, kreeg ik kippenvel.  Over mijn gehele lichaam.  Van kop tot teen.  Ik keek u nochtans niet recht in de ogen.  Ik stond niet op het middenplein.  Ik zat hoog in het Sportpaleis.  Toch had ik dat oogcontact niet nodig.  U zien was voldoende.  In levende lijve.  Alleen dat al was meer dan voldoende.  Omdat uw persoon zo veel meer vertegenwoordigt.  Uw band is niet enkel muziek.  Uw band is ook een kapstok.  Een kapstok, waaraan vele herinneringen uit mijn reeds geleefde leven hangen.  Ik zie u en ik blik terug.  Bijna automatisch.  Het concert is nog maar net begonnen en ik baad in een warme gloed.  Een warme, nostalgische gloed.
 
U begon met The Miracle (of Joey Ramone).  Dat mag als een statement beschouwd worden.  Over uw nieuwste album is al heel wat geschreven.  De kritieken waren niet zo lovend.  Maar nu, hier in Antwerpen, verstommen die kritieken.  U dient uw critici overtuigend van antwoord.  De nieuwe nummers overtuigen.  U steekt ze niet weg.  U gaat ze niet voorbij.  Neen, u laat die nieuwe songs hun prominente plaats opeisen in de show.  Zij worden niet gedegradeerd tot randanimatie.
 
Ondanks bovenstaande moet ik wel bekennen dat ik met de nieuwste nummers niet dezelfde band heb als met de oudere nummers.  Dat kan niet.  Dag mag ik niet verwachten.  Bij die oude nummers gaat het nog dieper.  Veel dieper.  Tot tranen toe word ik geroerd.  Bij October en Out of Control raak ik die krop in de keel niet kwijt.  Ik denk aan mijn broer.  Mijn  grote broer.  Hij opende voor mij de poort.  Neen, niet de poort naar de hel.  Heus niet.  Hij ontgrendelde voor mij de toegang tot de betere muziek.  Voordien was die toegang afgesloten voor mij.  Grote broer gaf mij de sleutels.  Hij liet mij luisteren naar uw debuutalbum Boy.  Naar de opvolger October.  Die kennismaking opende een nieuwe wereld voor mij.  Een nieuwe wereld, waar ik nu nog doorheen zwerf.  Waarin ik nu nog steeds nieuwe ontdekkingen doe.  Daaraan denk ik.  Aan dat alles doet u mij denken.
 
Een show van U2 draait niet enkel om de muziek.  Er is ook uw engagement.  Een engagement, dat u niet kan wegstoppen.  Dat u niet kan uitschakelen.  Dat altijd toch weer een uitlaatklep vindt in uw shows.  Velen noemen u daarom megalomaan.  Ik niet.  Geenszins.  Ik koester uw woorden.  Ik weet uw oproepen te waarderen.  Uw roep om rechtvaardigheid.  Om vrede.  Om een betere wereld.  Ook gisteren deed u het.  U vroeg om de vluchtelingen te verwelkomen.  Om de Europese gedachte tot een deel van onze persoonlijkheid te maken.  Om die gedachte te verinwendigen.  Dat deed u niet via grote toespraken.  Neen, die toespraken had u al gedaan in vorige shows.  Nu raakte u die topics slechts zijdelings aan.  Heel kort.  U leek bijna te zwijgen.  Meer dan u sprak het videoscherm tot ons.  Op dat scherm projecteerde u uw ideeën.  Niet u maar het videoscherm schudde ons wakker.  Maande ons aan tot actie.  Tot politieke bewustwording.
 
U2 in een zaal? Zou dat lukken? U2 hoort in een voetbalstadion.  Op een wei.  Dat dacht ik toen ik hoorde dat u naar het Sportpaleis zou komen.  Want zou u doen met het podium.  Een podium, dat bij elke tour groter werd.  Hoger werd.  Zou dat in het Antwerpse paleis kunnen? Jawel, zonder enig probleem.  Het podium was bescheiden.  Bijna klein te noemen.  In ruil kregen we een videoscherm.  Een scherm, waarin u uw zoektocht naar vernieuwing kon botvieren.  Wat dat scherm kon, zagen wij bij Cedarwood Road.  Bij Invisible.  Bij Bullet the Blue Sky.  Visuele tovenarij.  Hoogstaande goocheltrucs.  U2 in een zaal? Jawel, het werkt wonderwel.
 
Ik mocht niet op het podium met u.  Mocht geen dansje met u doen.  Dat zou ik doen.  Zeer zeker.  Zelfs al ben ik een man.  Ik zou u in de armen vliegen.  Ik kreeg geen gitaar van The Edge.  Dat zou ik nochtans willen.  Zelfs al kan ik geen gitaar spelen.  Dat alles deed ik niet.  Dat alles kreeg ik niet.  U zou kunnen denken dat ik daarom een beetje teleurgesteld was.  Maar dat was ik niet.  Ik was blij.  Blij in de plaats van die twee ‘lucky bastards’.  Ik lachte.  Samen met hen.  Samen met u.  Om dat grote plezier.  Om dat grote feest.
 
Gisteren was ik in het Sportpaleis.  Voor u.  Voor The Edge.  Voor Adam Clayton.  Voor Larry Mullen Jr.  Ik wist dat het een feestje zou worden.  Omdat uw band een van de weinige is met dat garantielabel.  Ik was dus niet verbaasd dat ik een feestje kreeg.  Wel had ik spijt dat het feestje voorbij was.  Te snel.  Te vlug.  Want het mocht doorgaan.  Het mocht blijven doorgaan.  One, dat had u nog kunnen spelen.  Of The Electric Co.  Of Bad.  Of Gloria.  Of A Day without Me.  Of Party Girl.  Of All I Want is You.  Of … Of … Of …
 
U had nog voldoende songs om door te gaan.  Om nog even in Antwerpen te blijven.  Maar u moet de honger voeden.  Niet stillen.  U moet ons doen uitkijken naar de volgende keer.  Naar een volgende ontmoeting.  Want dat is wat ik nu weet.  De volgende keer ben ik weer van de partij.  Met mijn grote broer.  Dat zou mooi zijn.
 
Beste Bono, bedankt.  En tot de volgende keer.
 
Met vriendelijke groeten.

Setlist:
The Miracle of Joey Ramone.
Out of Control.
Vertigo.
I Will Follow.
Iris (Hold Me Close).
Cedarwood Road.
Song for Someone.
Sunday Bloody Sunday.
Raised by Wolves.
Until the End of the World.
The Fly.
Invisible.
Even Better Than the Real Thing.
Mysterious Ways.
Desire.
Angel of Harlem.
Every Breaking Wave.
October.
Bullet the Blue Sky.
Zooropa.
Where the Streets Have No Name.
Pride.
With or Without You.
City of Blinding Lights.
Beautiful Day.
I Still Haven’t Found What I’m Looking For.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen