maandag 15 september 2014

Het sociale gelaat van Europa? Brief aan Marianne Thyssen.

Beste Marianne,
 
Alvorens van wal te steken, laat mij u eerst gelukwensen met uw nieuwe functie.  Vanaf heden mag u zich Europees Commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit noemen.  Voorwaar, een hele mond vol.  Ik weet het wel, u moet eerst nog gehoord worden.  U dient nog te verschijnen voor het vuurpeloton.  Het vuur zal u aan de schenen gelegd worden.  Pas na dat uitgebreide examen is de functie definitief verworven.  Maar een falende afgang acht ik niet mogelijk.  Dus, jawel, felicitaties zijn op hun plaats.  Zelfs bij voorbaat.
 
Die gelukwensen waren niet algemeen.  Bij het bekendmaken van het nieuws waren de reacties eerder lauw.  U zou naast een topportefeuille gegrepen hebben.  U had niet de beloofde topfunctie binnen de Commissie gekregen.  U leek in tweede klasse te spelen.  Dat alles was de teneur van de aanvankelijke berichtgeving.  U deed uw best tot bijsturen maar de toon was gezet.
 
Ik begreep die reacties niet.  Al jaren wordt in allerhande media geschreven over de te grote kloof tussen de Europese politiek en de Europese burger.  Als één van de redenen voor die kloof wordt de afwezigheid van een sociale dimensie binnen die Europese politiek aangehaald.  Gedwongen door de crisis was er de laatste jaren een te sterke focus op begrotingsdiscipline en economische groei.  Sociaal beleid leek onbestaand.  Op het moment dat u dan de bevoegdheden van Werkgelegenheid en Sociale Zaken krijgt toebedeeld, wordt plots geschreven dat Mededinging en Interne Markt zo veel belangrijker zouden zijn.  Met die bewering lijkt de media zichzelf tegen te spreken.
 
Uw uitdagingen zijn groot.  Met uw bevoegdheden kan u Europa een sterk, sociaal gezicht geven.  Met uw bevoegdheden kan u een brug slaan over die al aangehaalde kloof.  Uw keuzes in het te voeren beleid kunnen een grote impact hebben op de manier waarop de burger tegen die grote, Europese reus aankijkt.  U kan de lokroep van populistische praatvaren temperen of stillen.  U kan die beste stuurlui aan wal weerwerk bieden.  Want u kan duidelijk maken dat Europa in staat is een echt tweesporenbeleid te voeren.  Een beleid met aandacht voor uitgebalanceerde sociale en economische maatregelen.
 
Wat kan u doen? Wat moet u doen? Vooreerst is er het debat rondom de detacheringsrichtlijn.  Die richtlijn bepaalt de voorwaarden waartegen werknemers tijdelijk in het buitenland aan de slag kunnen.  Op die richtlijn is heel wat kritiek.  In die kritiek wordt vaak het probleem van sociale dumping aangekaart.  U hebt de mogelijkheid die richtlijn uit te klaren.  Bij te stellen.  In te perken.  Dat alleen al lijkt mij een bijzonder belangrijke uitdaging.  Maar er is meer.  U kan de discussie rondom het Europese minimumloon een bepalende richting uitduwen.  Al te vaak spelen bedrijven Europese landen tegen elkaar uit bij hun keuze voor een vestigingsplaats of in het bepalen welke vestiging zal gesloten worden in het kader van herstructurering.  Dat opbod moet resulteren in het verwerven van buitensporige gunstmaatregelen.  Een minimumloon kan een impact hebben op dit verderfelijke spelletje.
 
Bovenstaande dossiers zullen u bloed, zweet en tranen kosten.  Want u moet de verschillende standpunten van de Eurolanden samenbrengen in één beleid.  Dat zal heel wat overleg vragen.  U zal er moeten over waken dat de wijn geen water wordt. 
 
Tussendoor zal u zich misschien nog kunnen buigen over het reguleren van het sociaal overleg.  Over de bescherming van zwangere werkneemsters.  Over veiligheid en gezondheid op het werk.  Al die dossiers liggen op uw bureau.  Vijf jaar lijkt lang.  Maar dat is het niet.  U moet direct aan de slag.  Want voor u het beseft, is die vijf jaar voorbij en staat u opnieuw voor de kiezer.
 
Bovenstaande moet duidelijk maken dat ik het niet eens ben met de manier waarop in de media wordt aangekeken tegen uw bevoegdheden.  U hebt een topbevoegdheid.  De manier waarop u die bevoegdheden invult, zal bepalen of u ook een topcommissaris bent.  Dat eindoordeel zal veel belangrijker zijn dan de zwaarte van uw portefeuille.
 
Ik heb er vertrouwen in.  In uw persoon.  Bij uw te voeren beleid maak ik enig gezond en kritisch voorbehoud.  Hierin zal u zich moeten bewijzen.  Hierin zal u mij moeten overtuigen.  In alle geval wens ik u veel succes toe.

Met vriendelijke groeten.

donderdag 11 september 2014

Songs of Innocence. De nieuwe van U2.

Songs of innocence, de nieuwste van U2.  Eindelijk is hij er.  Al verschillende malen werd de release aangekondigd om dan weer afgekondigd te worden.  Het zou een fan tot wanhoop kunnen drijven.  Maar gisteren stond het dan in alle kranten.  De nieuwe van U2 was een feit.  Maar dat was niet alles.  Er was meer.  Veel meer.  De nieuwste van U2 werd gratis aangeboden via iTunes.  Gratis? Legaal? Had ik dit wel goed gelezen? Jawel.  Twee keer jawel.  Gratis én legaal.  Zonder enige kosten.  Zonder zich zorgen hoeven te maken omtrent wettelijke consequenties.
 
Terwijl de verschillende media peilden naar het waarom van deze zet, had ik slechts één gedachte.  Ik wou die schijf.  Maar doorheen die gedachte sluimerde die vrees.  Die vrees dat het mij niet zou lukken.  Want de verhouding met mijn computer is nogal gecompliceerd.  Jawel, ik kan een computer wel gebruiken.  Gebruiken voor die alledaagse doelen.  Een briefje schrijven.  Vakantiefoto’s opslaan.  Internet raadplegen.  Een reis boeken.  Internetbankieren.  Dat alles lukt mij wonderwel.  Maar moeilijker mag het niet worden.  Als die computer mij bestookt met allerlei computertechnische vragen, zit ik met de handen in het haar.  Dit scenario vreesde ik.
 
Ik was ongedurig.  Zenuwachtig.  Want ik wou weten of het mij zou lukken.  Of ik als fan die avond nog zou kunnen luisteren naar die laatste worp van één van mijn favoriete bands.  Gisterenavond zat ik voor de computer.  Onmiddellijk ging ik naar de store op iTunes.  Wat ik vreesde, kwam uit.  Doorklikken naar Songs of Innocence lukte mij niet.  Dat had nochtans vrij gemakkelijk moeten gaan.  Ik had iTunes reeds geïnstalleerd op mijn computer.  Dat hoefde dus niet meer te gebeuren.  Maar toch lukte het mij niet.  Even was er paniek.  Studio Brussel bracht evenwel redding.  Via hun site kon ik doorklikken.  Dan ging alles vlotjes.  Zonder enig probleem.  Enkel gratis album aanklikken en alles ging vanzelf.  Op nauwelijks enkele seconden kon ik mij eigenaar noemen van de nieuwste van U2.
 
Diezelfde avond luisterde ik nog naar de nieuwste nummers.  Dolenthousiast.  Meer dan blij.  Mijn oordeel? Goed, uiteraard.  Meer dan goed, dat spreekt voor zich.  Maar eigenlijk mag u mij dat niet vragen.  Eigenlijk kan u mij dat niet vragen.  Ik ben fan.  Dat statuut vertroebelt mijn oordeel.  Objectiviteit is mij vreemd.  Ik voel mij al te zeer betrokken partij.  Ik zwijg.  Ik verwijs u door naar het oordeel van de professionals.  Zij kunnen oordelen.  Weg van alle emoties.
 
Het overzetten van de computer naar de iPod lukte ook.  Zodat ik deze morgen met Bono in de oren naar het werk fietste.  Niet veilig, ik weet het.  Ik besef het.  Maar voor U2 neem ik graag dat berekende risico.  Bono zong en plots was die morgen zo veel mooier dan alle voorgaande.  Bono zong en op muzikale vleugels reed ik naar mijn werk.
 
Jawel, U2 zal voor heel even overheersen.  Terwijl ik luister, droom ik al van de volgende concertenreeks.  Dublin, New York of toch Brussel? Maakt mij niet uit.  Ik weet enkel dat ene: ik zal er staan.  Zoveel is zeker.

Links:
Songs of Innocence – U2.
Studio Brussel – U2 link.
Recensie in De Morgen.

woensdag 10 september 2014

Uitgelezen: Beestig China. Brief aan Tom Van de Weghe.

Beste Tom,
 
Reizen, ik zou het een hobby durven noemen.  Elke kans grijpen wij aan om er op uit te trekken.  Huismussen zijn wij zeker niet.  Thuis zitten, wij kunnen het wel.  Maar de wereld lijkt ons een meer verleidelijke speeltuin.  Een speeltuin met vele plekjes, die vragen ontdekt te worden.  Heel vaak voel ik mij een echte ontdekkingsreiziger.  Zoals die avontuurlijke waaghalzen uit vroegere dagen, die als eerste nog nooit eerder ontgonnen terrein betraden.  Vaak ervaar ik dezelfde sensaties bij het zien van niet te beschrijven landschappen.  In confrontatie met unieke, nooit geëvenaarde bouwwerken.  Op die plekken valt mijn bek meer dan eens wagenwijd open.  Al te zeer overdonderd.  Al te zeer onder de indruk.  Van de schoonheid van de natuur.  Van de inventiviteit van mensen.
 
Heel waarschijnlijk hebt u aan voorgaande geen boodschap.  Heel waarschijnlijk vraagt u zich af waarom ik u met deze ontboezemingen lastig val.  Durf lastig te vallen.  U bent een druk man.  U moet op zoek naar nieuws.  U bent een nieuwsjager.  Journalist.  In die jacht op nieuwtjes moet u zich focussen.  Dat verwacht de kijker of luisteraar.  U voelt zich verantwoordelijk en tracht daarom die verwachtingen in te lossen.  Dan hoeft afleiding niet.  Neen, daarvan keert u zich af.  Of toch niet? Heel misschien is een beetje afleiding noodzakelijk om juist gefocust te blijven.  Dat laatste hoop ik.  Anders dreigt deze brief in de vuilnisbak te verdwijnen.
 
Dat zou jammer zijn.  Beschouw  het voorgaande als een inleiding.  Een noodzakelijke inleiding om tot datgene te komen wat ik eigenlijk wil vertellen.  De kern van de zaak, zoals ook wel eens wordt gezegd.  Twee jaar terug gingen wij op reis.  Naar China.  Vóór het vertrek maakten wij een zeker voorbehoud tegenover dat land.  Vooroordelen zijn nooit een goede raadgever.  Toch hadden wij die.  Chinezen waren onbeleefd.  Het land was vuil.  Het smakken en spuwen waren verfoeilijke gewoontes.  Die verhalen kregen wij te horen van mensen, die er al geweest waren.  Ondanks die verhalen gingen wij toch.  Dat pleit in ons voordeel.  Vooroordelen houden ons niet thuis.  Zelf oordelen lijkt ons de beste remedie tegen die vele, weinig positieve verhalen.
 
Drie weken hebben wij doorheen het land gereisd.  Drie weken lang hebben wij onze ogen en oren meer dan de kost gegeven.  Om aan het eind van de reis tot het besluit te komen dat China datgene had gedaan wat wij nooit hadden verwacht.  China had ons in zijn greep.  Had ons in zijn macht.  Het land had ons gecharmeerd overdonderd.  Niet één punt van kritiek hadden wij.  Met uitzondering dan van het politieke systeem, uiteraard.  China had voor ons zijn deuren geopend.  Bedremmeld waren wij binnengegaan.  Licht aarzelend zelfs.  Eens de deuren achter ons dicht gingen werden wij overrompeld door dit toch wel fantastische land.  De bevolking, de natuur en de cultuur, alles werd in een cocktail van verbazingwekkende pracht samengebracht.  Jawel, wij waren in de ban van China.  Dat land van de vele tegenstellingen.  Tussen rijk en arm.  Tussen stad en platteland.  Tussen opposanten en voorstanders.  Tussen technologische vooruitgang en ouderwetse behoudsgezindheid.  Tussen … Tussen … Tussen.  Zovele tegenstellingen.
 
Vóór het vertrek had ik alle informatie ver van mij gehouden.  Op aanraden van Godfried Bomans.  In zijn Wandelingen door Rome raadt hij de reiziger aan zich te laten verrassen.  Te veel voorkennis legt een hypotheek op die verrassing.  Een zware hypotheek.  Ik heb geluisterd.  Wie ben ik om Bomans tegen te spreken? Ik heb nauwelijks iets gelezen.  Bijna niets.  Om met open vizier te vertrekken.  Tot op heden vind ik dat nog altijd een juiste instelling.  Dat gebrek aan voorkennis heeft mij niet weerhouden te vragen.  Te zoeken.  Te zien.  Te ontdekken.  Te proeven.  Dat gebrek heeft mij niet weerhouden China in mij op te nemen.
 
Terug uit China werd het anders.  Toen wou ik dat verrassende land van tegenstellingen begrijpen.  Ik wou weten.  Ik ging op zoek naar antwoorden.  Antwoorden die konden bijdragen tot een beter begrip van dit toch wel complexe land.  Die antwoorden meende ik te kunnen vinden in boeken.  Ik las Beijing Coma van Ma Jian.  Eindelijk las ik het grote verhaal achter de studentenprotesten op Tiananmen.  Ik las Mao’s Massamoord van Frank Dikötter.  Ik kreeg de niets ontziende terreur ten tijde van de Grote Sprong Voorwaarts in mijn gezicht gesmeten.  Ik las In Elke Rivier Schijnt Een Maan van Veerle De Vos.  Ik las over de moeilijke zoektocht van een Belgische gastdocente in China.  Al die boeken las ik.  Elk boek bracht mij dat extra kruimeltje kennis.
 
In bovenstaande bent u geen betrokken partij.  Dat werd u wel op dat ene moment.  Op het moment dat ik begon aan Beestig China.  Uw boek.  In mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik ook bij uw boek.  Ik had een zekere terughoudendheid tegenover uw boek.  Niet omwille van de inhoud.  Die inhoud kende ik nog niet.  Daarvoor moest het boek gelezen worden.  Wel bemerkte ik bij mijzelf enige reserve omwille van de opzet van het boek.  Bij elk teken van de Chinese dierenriem wordt één iemand geplaatst.  Eén iemand, die via zijn of haar persoonlijke verhaal één of meerdere aspecten van de Chinese samenleving belicht.  Ik had mijn twijfels.  Persoonlijke levensverhalen, het is niet onmiddellijk mijn favoriete leesvoer.  Toch las ik uw boek.  
 
Over uw boek kan ik kort zijn.  Uit de lengte van mijn brief zou u kunnen afleiden dat ik de gave van de beknoptheid ontbreek.  Toch is dat niet zo.  Mijn eindoordeel over uw boek: uitstekend.  In uw boek vond ik de vragen terug, die ik had bij mijn terugkeer uit China.  Vragen over de toekomst van China.  Over de te volgen richting.  Over het traag te bewandelen pad van voorzichtige vernieuwing.  Meer nog dan die vragen las ik in uw boek antwoorden.  Antwoorden, aangereikt door de door u gekozen personen.  Het werd mij duidelijk dat die antwoorden niet moeten gezocht worden in uitersten.  In dat complexe land werken uitersten niet.  Het antwoord moet gezocht worden in het midden.  In het centrum.  Geen overdonderende snelheid.  Geen Godot traagheid.  De juiste snelheid, die moet gevonden worden in onderlinge samenspraak.  In een debat tussen burger en overheid.  Dat debat moet er komen.  Dat debat kan niet meer afgewimpeld worden.
 
Milieu.  Politiek.  Openheid.  Censuur.  Vakbonden.  Handel.  Economie.  Uw boek behandelt al die domeinen.  In al die domeinen wordt een zekere richting aangewezen.  Door de machthebbers.  Door de mondige burger.  Eén ding toont uw boek alvast aan.  Het worden boeiende tijden.  Voor de bewoners van China.  Voor de machthebbers in China.  Voor de wereldleiders.  Want ook dat staat vast.  De gekozen antwoorden op al die vragen zullen een invloed hebben op de wereld.  Op de verhouding van die wereld tot China.
 
Als vrienden mij vragen naar een interessant boek over China, zal ik Beestig China aanraden.  Zonder enige twijfel.  Maar ik zal dat doen als zij terugkeren van reis.  Vóór hun vertrek naar China zal ik hen het advies van Bomans doorgeven: laat u verrassen.

Met vriendelijke groeten.

maandag 8 september 2014

Antwerpse 'bottinekes' en veiligheid. Brief aan Bart De Wever.

Beste Bart,
 
Jawel, er zijn zaken gebeurd met een fatale afloop.  Dat erkent u, ongeveer twee weken terug in een interview met de lokale televisie.  Meer nog, dat betreurt u.  Maar om nu onmiddellijk de bijzondere bijstandsteams aan banden te leggen, dat vindt u alweer een stapje te ver.  U zegt dit als burgervader.  U spreekt in die hoedanigheid.  Die teams staan mee in voor de veiligheid van de burger.  Die veiligheid meent u niet langer te kunnen waarborgen.  Toch niet als de speciale interventie-eenheden aan handen en voeten gebonden worden.  Als die eenheden afgeschaft worden.  Dat meende u toch even te moeten zeggen.  Om op die manier uw bezorgdheid over deze evolutie even te ventileren.
 
Betreuren, dat zou moeten volstaan.  Betreuren om dan weer over te gaan tot de gewone gang van zaken.  Een eigenaardige houding lijkt mij.  Laten wij daarom even terugspoelen.
 
Op 6 januari 2010 overleed Jonathan Jacob.  In een cel.  Dat gegeven zou moeten volstaan om alle alarmbellen en sirenes te laten afgaan.  Maar dat gebeurt nauwelijks.  Of het gebeurt wel maar vindt nauwelijks weerklank.  Eén iemand geeft de strijd niet op.  De vader van Jonathan blijft de zaak onder de aandacht brengen.  Hij eist dat de verantwoordelijken voor de dood van zijn zoon moeten vervolgd worden.
 
Alles komt in een stroomversnelling na de reportage ‘De gestoorde procedure’ in Panorama.  Die reportage werd uitgezonden op 21 februari 2013.  Drie jaar na het overlijden.  Plots blijkt het land te klein.  Plots heeft iedereen een mening.  Het blijft niet enkel bij meningen.  Op basis van de betreffende reportage schiet het Comité P in actie.  Zij start een onderzoek naar de gebeurde feiten.  In haar rapport vraagt het Comité in haar aanbevelingen om een ministeriële omzendbrief.  In die omzendbrief zou een referentiekader moeten uitgewerkt worden.  Dat kader moet duidelijkheid verschaffen over het takenpakket van de speciale eenheden van de lokale en federale politie.  Ook moet duidelijk aangegeven worden onder welke voorwaarden lokale politiekorpsen eenheden kunnen oprichten.
 
Na publicatie struikelen politici over elkaar om de meest straffe uitspraken te doen.  Politici lijken eensgezind.  Aanpassingen en bijsturingen zijn noodzakelijk.  Uw partijgenoot BenWeyts, tevens justitiespecialist voor uw partij, stelt klaar en duidelijk dat Jonathan Jacob nog zou geleefd hebben indien de beschikbare kennis zou gedeeld worden onder de verschillende eenheden.  Die eenheden lijken al te zeer op een eilandje te opereren.  
 
Op 21 juli 2014 komt de gevraagde omzendbrief.  Die brief komt tegemoet aan de aanbevelingen, neergeschreven in het onderzoeksrapport van Comité P.  Er komen strengere eisen inzake kwaliteit en opleiding.  De speciale eenheden van de federale politie zullen de lokale teams gaan begeleiden bij opleiding, bijscholing en selectie.  Ook de vraag naar regelmatige inspecties van de lokale bijstandsteams wordt gehonoreerd.  In de omzendbrief wordt voorzien in de oprichting van een opleidingsinstituut.  In dat instituut kan alle beschikbare informatie tussen federale en lokale speciale eenheden uitgewisseld worden om op die manier tot een uniforme aanpak te komen.  Tot slot wordt in de omzendbrief aangegeven dat de federale interventie-eenheden voorrang hebben op lokale bijstandsteams bij omstandigheden waarin vuurwapens en/of explosieven aan te pas komen.
 
Aan banden leggen? Afschaffen? Dat lees ik nergens in de omzendbrief.  Duidelijkheid en uniformiteit, dat beoogt de omzendbrief.  Een duidelijke structuuur.  Een uniforme procedure.  Wie kan daar wat op tegen hebben? Ik alleszins niet.  U ook niet (als u heel eerlijk bent).  Iedereen in dit dossier is bezorgd om het waarborgen van de veiligheid.  Net als u.  Het Comité P en de Minister trachten die bezorgdheid te kaderen in een optimaal werkende politie.  Zij beseffen dat bijsturingen noodzakelijk zijn.  Op basis van de dagelijkse praktijk.  Op basis van zaken met een fatale afloop.
 
Die zaak met een fatale afloop, waarnaar u verwijst, heeft een naam.  Dat is de zaak van Jonathan Jacob.  Die zaak valt niet enkel te betreuren.  Meer nog valt die zaak vermeden te worden.  De omzendbrief is een oprechte poging dergelijke voorvallen in de toekomst te vermijden.  De felle focus van u en uw partij op ‘law and order’ kan best een lovenswaardige beleidskeuze zijn maar die keuze mag u niet blind maken voor noodzakelijke bijsturingen.
 
In uw reactie op de omzendbrief meen ik evenwel een zekere blindheid te mogen vaststellen.  Net die blindheid valt te betreuren.  Net die blindheid kan best vermeden worden.
 
Met vriendelijke groeten.

Chronologie – de links:
Panorama-reportage ‘De gestoorde procedure’.
Onderzoeksrapport Comité P.
Omzendbrief betreffende het algemene referentiekader van BijzondereBijstand in de lokale politie.

donderdag 4 september 2014

Mijn blog wordt één jaar oud.

Eén jaar terug pakte ik al mijn moed samen om nog maar eens een blog te beginnen.  Vele keren had ik het geprobeerd.  Eén keer had ik het lange tijd volgehouden.  Maar de andere keren bleek mijn blog geen lang leven beschoren.  Al na enkele maanden gaf ik het op.  Soms zelfs na enkele weken.  Niks valt van die vorige blogs nog te vinden op internet.  Ik verwijderde mijn blogs.  Met dat verwijderen verdwenen ook al mijn geschreven stukjes.  Jawel, ik kan soms meedogenloos zijn.
Eén jaar terug wou ik het nog eens proberen.  Een onzekere start.  Bang het na enkele dagen of weken alweer op te geven.  Zoals vorige keren.  Tijdens dat voorbije jaar heb ik enkele malen gedacht aan opgeven.  Geen zin meer.  Geen inspiratie.  Ik stelde heel regelmatig vragen bij het nut van een blog.  Maar al die twijfel hield mij niet weg van het schrijven.  Bij twijfel deed ik het wat rustiger.  Twijfel deed mij nooit impulsief mijn blog opblazen.  Nooit maakte ik een eind aan die blog.  Dat was al een heel verschil met mijn vorige pogingen.
Nu mag ik dus één kaarsje uitblazen.  Eén kaarsje voor mijn blog.  Die verjaardag stemt mij blij.  In mij schuilt een zekere fierheid.  Toch maakt die fierheid mij niet blind.  Het dooft mijn zin voor kritiek niet.  Ik besef terdege dat niet alle stukjes van eenzelfde kwaliteit zijn.  Ik heb voldoende realiteitszin om te erkennen dat er wat mindere stukken werden geplaatst.  Maar tezelfdertijd mag ik zeggen dat er veel goede teksten werden geplaatst.  Dat is geen arrogante zelfzekerheid.  Arrogantie is mij vreemd.  Reacties via Facebook, Hotmail of Blog sterken mij hierin.  Die reacties sterken mij in de gedachte dat ik goed bezig ben.  Dus blijf ik schrijven.  Met volle overgave.  Met alle plezier.  Vol goede moed vat ik het tweede jaar aan.
Verjaardagen vragen steeds om een terugblik.  Kijken wat er het voorbije jaar precies gebeurde.  Getallen zijn noodzakelijk bij een terugkijken.  Die cijfertjes geef ik u graag.  Op één jaar tijd publiceerde ik honderd vijfenveertig stukken, inclusief deze van vandaag.  Mijn blog werd zevenduizend driehonderd negentien maal bekeken.  Bevredigende cijfers? Neen.  Ik mag niet zelfvoldaan klinken.  Altijd kan het beter.  Altijd kan het meer.  Dat is wat ik hoop voor het volgende jaar.  Dat mijn blog zijn weg vindt doorheen het internet naar nog meer lezers.  Dat hoop ik toch.  Hoop doet leven, dat zegt het spreekwoord toch.  Ik blijf volhouden.  Ik blijf dromen.  Zelfs al zijn de meeste dromen bedrog.
Als uitsmijter geef ik u nog het toptienlijstje mee van de meest aangeklikte stukjes.  Lijstjes zijn altijd leuk.  Net als verhelderende cijfers maken ook die lijstjes deel uit van een totale terugblik.
Meest aangeklikte stukjes:
Voilà, het terugblikken is voorbij.  Wij kijken alweer vooruit.  Naar wat de toekomst brengt.  Ik ben benieuwd.  Ik ben klaar.  Klaar voor nieuwe stukjes.

maandag 1 september 2014

Zomerslaapje is voorbij. Wees (opnieuw) welkom.

Mijn zomerslaapje is voorbij.  Anderhalve maand was het stil op mijn blog.  Of toch bijna.  Op die enkele uitzonderingen na heerste totale radiostilte.  Maar nu ben ik ontwaakt uit mijn zomerslaap.  Ik ben opnieuw alert.  Klaarwakker.  Vanaf heden zal ik opnieuw op regelmatige basis stukjes publiceren.  Net als de schoolgaande jeugd neem ik vandaag een frisse start.  Met een frisse kop.  Met een frisse kijk.  Vanaf vandaag heet ik u opnieuw welkom.  Welkom dus op mijn wakker geworden blog.

woensdag 27 augustus 2014

Communicatieverantwoordelijke van Wetterse N-VA antwoordt op opiniestuk.

Op 26/08/2014 publiceerde ik mijn artikel ‘Een Wetterse N-VA versie van de vrijheid van meningsuiting’.  Diezelfde avond zond Marc Buysse, communicatieverantwoordelijke bij de Wetterse afdeling van N-VA, mij het volgende antwoord:
 
Dag Wim,
 
Ik heb intussen het hele ding gelezen en wil graag mijn ei kwijt als (pseudo)verantwoordelijke voor de communicatie van onze N-VA-fractie. 
 
Het mag dan wel vakantieperiode zijn, toch vind ik het niet kunnen dat sommige mensen het nodig achten persoonlijk te reageren zonder overleg te hebben gehad met diegenen die vanuit hun (wat ik dan noem nep)-functie de dingen moeten sturen.  Iedereen kan en mag uiteraard zijn eigen mening hebben en in een afgenomen interview kan een persoonlijke mening sowieso afwijken van het partijstandpunt. 
 
Ik kan alleen vaststellen dat sommige van onze N-VA-partijgenoten die een beleidsfunctie kregen toegewezen, nog niet beseffen dat naast het gevoerde beleid de communicatie naar de eigen kiezers toe (en met 1/3 van de stemmen is dat een pak mensen) en de bevolking over het algemeen, cruciaal is.  Vanuit het niks (en daarmee bedoel ik zonder overleg te plegen met de daartoe opgerichte cel communicatie) dingen te gaan verkondigen, is niet echt een goede keuze. 
 
Onze afdeling distantieert zich dan ook van de uitspraken die door een van onze mandatarissen zijn gedaan en beschouwt deze uitspraken als persoonlijke bedenkingen van de betrokkene, in plaats van partijstandpunten.  In de marge wil ik hier ook bij vertellen dat ik eigenlijk ontslagnemend ben en dus eigenlijk niks aan meerwaarde kan bieden.
 
Het is niet aan mij om de "vuile was" buiten te hangen, maar ik erken ten volle dat we binnen onze eigen N-VA-fractie nog op zoek zijn naar een efficiënte werking, temeer dat we niet voorbereid waren op het succes dat we kenden.  Nationaal is dit grotendeels opgevangen.  Lokaal zijn we nog volop in ontwikkeling, maar niet iedereen gaat dus mee in dit  verhaal. 
 
Wim, ik kan je frustratie inzake de ontvangen reactie op het interview begrijpen.  Til daar echter niet te zwaar aan.  Je zal naar de toekomst toe nog ettelijke malen geconfronteerd worden met ongelukkig geformuleerde uitspraken vanuit N-VA-hoek.  Onze mensen menen het wel goed hé, maar ze kunnen zich zo moeilijk uitdrukken (een gevolg van een niet ingeschat succes). 
 
NB: Als ontslagnemend bestuurslid van de N-VA ben ik blij op de hoogte te zijn gebracht van dit alles.  Ik betreur dat ik vanuit het eigen bestuur geen enkele duiding kreeg.  Voor mij betekent dit enkel dat ik meer ambitie heb dan dat de partij me kan bieden.  Mijn knowhow en dergelijke zomaar overboord gooien lijkt me ook geen optie.
 
Tot slot: Ik heb nog power in mij.  Die power wil ik echt aanwenden om iedereen zijn kans te geven.  Verandering leek me echt wel iets.  Misschien is die verandering (die ECHT wel nodig is) makkelijker te verwezenlijken via bestaande kanalen.  Ik weet het niet meer.  Ik WIL maar KAN niet binnen de eigen kring.  De rest lijkt me zo vastgeroest en gebonden aan vakbonden en zuilen.  Ik zal maar gewoon "kiezer" zijn i.p.v. …
 
Met vriendelijke groeten.
 
Marc Buysse.