woensdag 4 juni 2014

Zou het toch kunnen? De zegeningen van een iPod.

Zou het kunnen dat een iPod reageert op de gemoedstoestand van de eigenaar? Dat een iPod muziek kiest, afgestemd op de gemoedsgesteldheid van de eigenaar? Een vreemde bewering, dat hoor ik u denken.  Alvorens u gaat twijfelen aan mijn verstandelijke vermogen en u verdere stappen overweegt omwille van mijn lijfsbehoud, wil ik u vertellen waarom ik tot een dergelijke vraagstelling kom.  Waarom die vragen zich in mijn hoofd nestelen.  Ik wil u mijn verhaal doen.  Getuigenis afleggen.
 
Ik moest met de wagen naar de garage.  Om daarna te voet naar het werk te gaan.  Een strikte planning had ik uitgewerkt.  Ik ben een optimist.  Dat optimisme schemerde door in mijn planning.  Niks kon fout gaan. Alles zou vlotjes verlopen.  Een professionele timemanager zou uitgaan van allerhande rampscenario’s en zou dat allemaal incalculeren.  Dat deed ik niet.  Een foutje? Dat zou kunnen.  Toch zal ik mijzelf niet beschuldigen.  Mijzelf aan de schandpaal nagelen, dat laat ik aan anderen over.  Indien zij dat noodzakelijk zouden achten.  Feit is dat ik bij het mij aanmelden aan de receptie mocht postvatten in een wachtrij.  Hiermee had ik geen rekening gehouden.  Ik had niet vermoed dat ook anderen op eenzelfde dag zich zouden aanmelden bij de garage voor een al dan niet noodzakelijke herstelling.  Minuten tikten weg.  De wachtrij loste slechts heel langzaam op.  Ik werd een beetje zenuwachtig.  Ik zou te laat komen op het werk.  Ik zou mij moeten haasten.  Lopen, rennen, wat een begin voor een werkdag.  Stress hoeft pas aan te vangen op het werk, niet vóór het werk.  Van mijn oorspronkelijke planning bleef niks meer overeind.  Die planning kon ik de prullenmand ingooien.
 
Mijn wagen had ik achtergelaten.  Licht gestrest kon ik mijn wandeling aanvatten.  Ik nam mijn iPod.  Stak mijn oortjes in.  Op dat moment gebeurde dat ene wonderbaarlijke, dat mij tot die vragen bracht, die ik bij het begin van dit stukje stelde.  In mijn oren kreeg ik rust doorgestraald.  Muziek temperde mijn stress.  Aangepaste muziek deed mij ontspannen.  Mijn iPod leek mij enkel rustgevende songs door te sturen.  Geen stampende of beukende muziek.  Niks van dat alles.  Rust en een waar zengevoel, dat was wat ik kreeg.  Weg was het stresskonijn.  Gespannenheid gleed van mij af.  Muziek deed mij mijn race tegen de klok vergeten.  Genietend van mijn muziek en van de mij door Gent gepresenteerde omgeving stapte ik op mijn werk af.
 
Volstaat die ene ervaring om tot bovenstaande vraagstelling te komen? Een beetje magertjes, ik beken.  Onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd.  Meerdere bewijzen dienen aangedragen te worden.  Zoals bij een heiligverklaring heb ik meerdere ‘cases’ nodig tot staving van mijn bewering.  Dat extra bewijs heb ik.  Dat extra bewijs werd mij diezelfde dag nog aangereikt.
 
’s Avonds na het werk moest ik opnieuw naar de garage.  Ik mocht om mijn wagen.  Het regende.  Dat is nogal zwakjes uitgedrukt.  Een understatement, zoals wel eens wordt gezegd.  Die avond goot het.  Met bakken werd het water uitgestort.  Wachten kon ik niet.  Ik moest er door.  Vóór sluitingstijd moest ik aan de garage staan.  Ik begon aan mijn helletocht.
 
Geen stress nu.  Wel angst.  Angst om door en doornat te worden.  Ik aarzelde.  Binnen blijven was geen optie.  Ik moest mijn wagen hebben.  Ik moest er doorheen.  Wederom nam ik mijn iPod.  Wederom stak ik mijn oortjes in.  Wederom mocht ik dat wonderlijke moment ervaren.  Mijn iPod leek de weersomstandigheden te registreren.  Leek te beseffen dat zijn baasje door dat hondse weer moest.  Dit maal geen rustige muziek, dat leek mijn muziekdrager te denken.  Meer opzwepende muziek moest mijn stappen begeleiden.  Muziek, die mijn voeten net dat ietsje sneller deed bewegen.  Donkere, zwarte muziek dreef mij voort.  Duwde mij voort door de gietende regen.  Ik werd nat.  Doornat.  Niks bleef droog.  Toch bleef ik stappen.  Hard stappen.  Niet omkijken, blik strak vooruit.  Gericht op het einddoel.  Dat einddoel kwam dichter en dichter.  De redding wandelde ik tegemoet.  De onderdak biedende redding.  Slechts één metgezel had ik op mijn helletocht: mijn muziek.  De juiste muziek.
 
Reageert een iPod op de gemoedstoestand van de eigenaar? Ik weet het niet.  Ik twijfel.  Maar één ding weet ik zeker.  Steve Jobs kan veel.  Heel veel.  Het zou misschien dus toch kunnen.

Wandeling heen (de stress-versie):
Coldplay: Life in technicolor.
Wovenhand: Elktooth.
Leonard Cohen: Boogie street.
Melissa Etheridge: Keep it precious.
Stuart A. Staples: The path.
Dez Mona: Etude for a killer.
John Lennon: Borrowed time.

Wandeling terug (de regen-versie):
The Eagles: Out of control.
The Human League: Don't you want me.
The Sound: Fatal flaw.
Bombino: Azamane tiliade.
Noordkaap: De buren hebben honger.
Drive-By Truckers: Let there be rock.
Dire Straits: Private investigations.

Leonard Cohen: Boogie street.


The Sound: Fatal flaw.

maandag 2 juni 2014

Regeringsvorming, een heikele klus. Brief aan Bart De Wever.

Beste Bart,
 
U bent de grootste.  Daar hoeven wij niet flauw over te doen.  De cijfers zijn wat zij zijn.  Eén op drie Vlamingen meent dat uw partij de door u beloofde verandering kan bewerkstelligen.  Over die beloofde verandering wil ik het niet meer hebben.  Daarover schreef ik al meermaals (*).  Herhaling dienen wij te vermijden.  Dat gaat vervelen.  Verveling hoort niet in een brief.  Een ander onderwerp wil ik in deze brief aansnijden.  
 
Als grootste partij krijgt u de grootste verantwoordelijkheid.  Grootheid moet in verhouding staan.  U krijgt de verantwoordelijkheid een Vlaamse regering te vormen.  Maar niet enkel dat hoeft u te doen.  Bovenop die taak krijgt u ook nog eens de opdracht een federale regering te vormen.  Voor een gewoon mens zou dit al snel te veel kunnen worden.  Maar u wijkt niet.  U staat model voor de hardwerkende Vlaming.  Dan mag het al eens wat harder gaan.  U aanvaardt beide functies.
 
Het aanvaarden van beide functies doet uw beste vriend Bart Maddens in een interview suggereren dat in uw grote overwinning ook reeds het verlies ingebakken zit.  Zo voorbarig wil ik niet zijn.  Toch wil ik uw sympathisanten op een aantal moeilijkheden wijzen.  Moeilijkheden, die het niet evident maken dat u zal slagen in uw opdracht.  Verkeerdelijk veronderstellen zij dat de overwinning tevens inhoudt dat u het ambt van premier en van minister-president aan één van uw volgelingen zal mogen toewijzen.  Verkeerdelijk gaan zij er van uit dat uw overwinning betekent dat uw partij de sturende motor zal worden van de Vlaamse én de federale regering.  Dat deze cijfermatige logica geen evidentie is in de politiek lijkt uw sympathisanten heel even te ontgaan.  Zich verdiepen in de politieke geschiedenis van ons landje zou nochtans een zekere ontnuchtering en een grotere realiteitszin kunnen teweegbrengen bij uw kiezers.  Het politieke spel kent onverwachte wendingen.  Het politieke spel laat de winnaar heel soms ook de verliezer zijn.
 
Eerst en vooral wil ik even stilstaan bij het electorale fatsoen, waarom u vraagt.  Dat is een terechte vraag.  Fatsoen hoort.  Zelfs in de politiek.  Toch frons ik mijn wenkbrauwen als ik u hoor vertellen dat u de Waalse PS aan de kant wil schuiven.  Uw bevoorrechte gesprekspartners in Wallonië zijn MR en CDH.  Nochtans is PS de grootste partij.  Wat met het electorale fatsoen in Wallonië? Daarmee lijkt u blijkbaar minder problemen te hebben.  Een consequente houding zou u evenwel in de armen drijven van de door u verfoeide partij.  Daarmee zou u een eerste verkiezingsbelofte breken.  Dat valt moeilijk.  Daarom eventjes geen politiek fatsoen in Wallonië.  Maar dan hoeft het ook niet in Vlaanderen.  Dat lijkt mij eerlijk.  Dat lijkt mij consequent.
 
Vóór de verkiezingen had u de perfecte strategie uitgewerkt.  U wou zo snel mogelijk een Vlaamse regering vormen om dan de onderhandelingen te voeren over een federale regering.  Dat leek u de beste manier om enige druk te kunnen zetten op de federale regeringsvorming.  Die strategie vroeg om één noodzakelijke voorwaarde.  Uw partij moest incontournable worden.  Na de verkiezingen bleek dat aan die voorwaarde niet helemaal werd voldaan.  Uw partij zoog het Vlaams Belang en LDD leeg maar de regerende partijen werden niet afgestraft voor het gevoerde beleid.  Uw weerzin voor het door u gewraakte PS-model werd blijkbaar niet gedeeld.  De regerende partijen trappelden ter plaatse of boekten zelfs lichte winst.  Meer nog, aan Vlaamse kant hadden de regerende partijen plots een meerderheid.  Dit eerdere schoonheidsfoutje in de regeringsconstructie werd hiermee uitgevaagd.  Constructies, waarbij uw partij aan de kant bleef, werden plots een mogelijkheid.
 
Zoals ik al zei, in winst kan heel soms het verlies ingebakken zitten.  Want dat ene kleine lichtpuntje deden andere partijen beweren dat ook zij de winnaar van de verkiezingen waren.  Niet een zo grote winnaar als uw partij maar al bij al toch een winnaar.  U kan discussiëren over die claim maar die claim maakte de andere partijen zelfzekerder.  De gevreesde leegloop en/of afstraffing was er niet gekomen.  Uw partij bleek te vissen in een ander vijvertje.  Dat andere partijen plots voorwaarden zouden stellen, had u in uw vooraf uitgetekende strategie niet voorzien.
 
Die zelfzekerheid bij de andere partijen deden uw strategie een andere wending nemen.  Die andere partijen vroegen om beide regeringsonderhandelingen gelijktijdig te laten verlopen.  Zij bleken voorstander te zijn van een afspiegelingscollege.  Die wens mag u niet verbazen.  Voor de zesde staatshervorming dienen nog een hele reeks samenwerkingsakkoorden onderhandeld te worden.  Die onderhandelingen zullen vlotter verlopen indien dezelfde partijen aan zet zijn in zowel de Vlaamse als de federale regering.  Zij menen dat een afspiegelingscollege de kans op obstructie tot nul zal herleiden.  Dat een dergelijk college een goede afloop van die zesde staatshervorming zal waarborgen.  Indien u in een federale regering meestapt, zal u die staatshervorming moeten slikken.  Want op dit vlak zullen begrijpelijk garanties gevraagd en geëist worden.  Dat lijkt een conditio sine qua non te zijn.  U zal hiermee een staatshervorming helpen realiseren, waartegen uw partij hevig fulmineerde.  Regeringsdeelname lijkt daarom geen evidentie voor uw partij.
 
Maar ook de vorming van een Vlaamse regering belooft geen ‘walk in the park’ te worden.  Uw aanval op het binnen de Vlaamse regering onderhandelde akkoord over de onderwijshervorming heeft wonden geslagen.  Er wordt getwijfeld aan uw loyaliteit.  In verkiezingsmodus afstand nemen van een ook door uw partij onderhandeld akkoord, het is niet fraai.  Neen, het is niet fatsoenlijk.  Wie weet stellen partijen als voorwaarde tot regeringsdeelname dat het door u gecontesteerde onderwijsakkoord ook effectief zal uitgevoerd worden.  Een gemaakte verkiezingsbelofte zou hiermee teniet gedaan worden.
 
U ziet, regeringsdeelname van uw partij lijkt om bovenstaande redenen niet onmiddellijk een evidentie.  Er zal moeten onderhandeld worden.  Zwaar onderhandeld.  Compromissen zullen onvermijdelijk zijn.  Uw bereidheid tot het maken van dergelijke compromissen zal beslissen over een mogelijke regeringsdeelname.  Indien u beslist aan de kant te blijven staan of indien u aan de kant geschoven wordt, zullen andere partijen het overnemen.  Dat is eigen aan het politieke en democratische spel.  U bent aan zet.  U bepaalt de volgende zetten.  U zal de hoogte van de lat bepalen, waaronder u moet.  Indien u faalt, zal u de oorzaak van dat falen in eigen rangen moeten zoeken.  Met het vingertje wijzen naar andere partijen zal deze maal niet meer lukken.  Dat doen kleine kindjes.  U bent als partij te groot en te volwassen om de schuld af te schuiven.
 
Tot slot wil ik mij via u nog heel even richten tot de organisatoren van de Verkiezingsmars op Brussel.  Zij plannen op één augustus een mars op Brussel.  Omdat zij menen dat uw partij in de federale regering moet.  Onder die slogan trekken zij naar Brussel.  Met de organisatie van die mars lijken zij te twijfelen aan uw capaciteiten als informateur.  Zij lijken niet te geloven in uw welslagen als informateur.  Dat doe ik wel.  In voorgaande geef ik enkel de moeilijkheden en de gevaren aan.  Moeilijkheden en gevaren, die het mogelijk maken dat u toch aan de kant blijft.  Ondanks het feit dat één op de drie Vlamingen voor uw partij hebben gekozen.  Want heel misschien komen partijen aan zet, waar twee op de drie Vlamingen voor gestemd hebben.  Dat alternatieve scenario is geen aanslag op de democratie.  Dat scenario is een gevolg van de democratie.

Met vriendelijke groeten.

(*) Links:
N-VA en de kracht van verandering? Ik dacht het niet.

woensdag 28 mei 2014

Uitgelezen: Ons kamp. Brief aan Marja Vuijsje.

Beste Marja,
 
Ik had een uitnodiging van u op zak.  Een uitnodiging om even langs te komen.  U zou over uw familie vertellen.  Ik hoor u al denken.  In uw hoofd tracht u te achterhalen aan wie u onlangs een invitatie verstuurde.  Mijn naam komt niet bij u op.  Laat mij u maar meteen geruststellen.  Een uitnodiging in de letterlijke zin van het woord heb ik nooit van u ontvangen.  Wij zijn vreemden voor elkaar.  Vreemden zenden elkaar geen uitnodiging.  Het zou mooi zijn indien dit wel zou kunnen.  Maar in de grote mensenwereld gebeurt het dus niet.  Onze ouders hebben ons hier meermaals op gewezen.  Als wij de deur uitgingen, riepen zij ons na toch niet met vreemden mee te gaan.  Die waarschuwing blijft kleven in ons hoofd.  Vreemden zullen daarom vreemden blijven.
 
Toch durf ik te zeggen dat ik een uitnodiging op zak had.  In brieven mag de realiteit al eens wat aangedikt worden.  Om de dreigende saaiheid van een brief te temperen.  Ik had uw boek gekocht, dat zou ik moeten zeggen als ik bij de waarheid wou blijven.  U merkt, dat klinkt nogal gewoontjes.  Te gewoontjes zelfs.  Dat kopen van een boek staat bijna gelijk met een uitnodiging.  Toch met een beetje goede wil tot fantasie.
Uw nominatie voor de Gouden Boekenuil had uw boek onder mijn aandacht gebracht.  Meer nog dan die aandacht had het boek mijn nieuwsgierigheid geprikkeld.  Ik wou uw verhaal kennen.  Ik wou uw verhaal lezen.
 
Met dat lezen aanvaardde ik dus uw uitnodiging.  Meerdere dagen kwam ik op bezoek bij uw familie.  Bij uw ouders.  Bij uw nonkels en tantes.  Bij uw neven en nichten.  Het leek alsof ik bij u aan tafel zat.  In de keuken.  In de woonkamer.  Daar bij u thuis vertelde u mij het verhaal.  Als een verhalenverteller.  Uw belofte het enkel te hebben over uw familie werd ruimer.  Werd zoveel grootser.  Het verhaal waaierde uit.  Alsof uw familie slechts de aanleiding was.  Het excuus om een groter verhaal te vertellen.
 
Wij bleven niet in uw huiskamer.  Wij trokken er op uit.  U nam mij mee naar buiten.  Naar Amsterdam.  U toonde mij twee beelden van Amsterdam.  Net zoals Jezus Christus met onze tijdsrekening deed, deed de Tweede Wereldoorlog hetzelfde met Amsterdam.  Amsterdam vóór en na de Tweede Wereldoorlog, twee totaal verschillende werelden.  U beschreef die verschillen.  U toonde die verschillen.
 
Wij bleven niet in Amsterdam.  Wij gingen de grenzen over.  U bracht mij naar Israël.  U vertelde over de ontstaansgeschiedenis van dat land.  U vertelde over de bijdrage van uw broer en neef in die geschiedenis.  Een bescheiden maar toch belangrijke bijdrage.  Vechten voor het vaderland, het kan niet weggezet worden als een simpele voetnoot.  U vertelde meer over Israël.  Veel meer.  U vertelde mij hoe uw aanvankelijke sympathie voor het land omsloeg in een kritische houding tegenover datzelfde land.  De nederzettingenpolitiek en de bezette gebieden slopen binnen in uw familie en werden binnen die familie een breekpunt.  Een punt waarrond zich hevige discussies konden ontspinnen.  U toont die tweespalt, u verbergt ze niet.
 
In uw boek vertelde u over dat ene boek Exodus van Leon Uris.  Ik dacht onmiddellijk aan mijn moeder.  Zij vertelt nu nog dat ene verhaal.  Hoe zij mij vertelde over dat boek van Uris terwijl zij mij in bad waste.  Ik was nog een kleine jongen.  Voor mij was het een leuk verhaal.  Bij mijn moeder ging het dieper.  Zij huilde terwijl zij vertelde.  Zij zag en voelde het leed, ik hoorde enkel het verhaal.  Ik heb dat boek uiteindelijk ook gelezen.  Toen ik wat groter was en niet meer gewassen werd door mijn moeder.  Israëli’s waren helden in mijn ogen.  Maar net als u werd ik ouder.  De politieke realiteit ging knagen aan dat heldendom.  Net als u werd ik kritischer.  Net als u durf ik nu kanttekeningen te plaatsen bij het verhaal van Israël.
 
Politiek sluimert doorheen uw familieverhaal.  U vertelt het verhaal van het socialistisch gekleurde Amsterdam.  Een verhaal, waarin ik enkele parallellen kan trekken met Gent, mijn stad.  Want ook Gent heeft een roodgekleurde geschiedenis.  Ik wil u het verhaal vertellen van de Gentse Vooruit, de socialistische coöperatieve.  Als wederdienst naar u toe.  Maar het zou mij te ver drijven.  Heel misschien zou ik u hiermee zelfs vervelen.  Alhoewel ik dat durf te betwijfelen.
 
Ik heb al meerdere verhaallijnen uit uw boek aangehaald.  Maar de belangrijkste verhaallijn heb ik nog niet aangekaart.  De dramatische impact van de Tweede Wereldoorlog op uw familie is de rode draad doorheen uw boek.  U vertelt over de gevolgen van de Holocaust voor uw familie.  Voor uw vrienden.  Voor Amsterdam.  Niet enkel vertelt u over de doden.  Over de slachtoffers.  U gaat verder.  U vertelt over de verwerking van dat historische trauma.  Niet enkel bij uw familie.  Niet enkel bij de overlevenden.  Niet enkel bij de kinderen van de overlevenden.  U vertelt ook over de moeilijkheid, waarmee uw land met dit thema omgaat.  Over een zekere onwennigheid tegenover de schuldvraag.  Die vraag koppelt u aan de verantwoordelijkheid en de betrokkenheid van de Nederlandse politiediensten in de deportatie van de joden.  Het stellen van die vragen lijkt makkelijker dan het geven van antwoorden.
 
U had mij een familieverhaal beloofd.  Dat was het ook.  Maar het was niet enkel een familieverhaal.  Het was zo veel meer.  In een klein verhaal worden grote thema’s binnengebracht.  Niet als een beeldenstormer.  Wel op dezelfde manier als het verhaal van de familie wordt verteld.  Op een sobere stijl.  Zonder al te veel tierlantijntjes.  De combinatie van soberheid en nuchterheid mondt uit in schoonheid.  Want dat is wat het boek voornamelijk is, een mooi en aangrijpend boek.
 
Ik heb uw boek gelezen.  Eén ding weet ik nu, die tafel van de Vuijsjes moet een bijzondere plek zijn.  Die tafel, waarrond alle Vuijsjes gezeten zijn, moet een warme plek zijn.  Een warme en bijzondere plek.  Net als uw boek.

Met vriendelijke groeten.

Link:
Boeken – Interview met Marja Vuijsje.

maandag 26 mei 2014

Mixed emotions op zondag.

Zondagavond.  Ik zat in zak en as.  Verkiezingsresultaten kwamen op het televisiescherm voorbij.  Zij brachten weinig opbeurend nieuws.  Ik kon mij slechts moeilijk neerleggen bij de uitslag.  Ben ik dan een slechte verliezer? Neen, zo durf ik mij niet te omschrijven.  Eerder zou ik mij een bezorgde verliezer noemen.  Want vandaag zie ik een partij aan zet komen, waarmee ik nauwelijks enige affiniteit heb.  Het programma van de winnende en grootste partij staat mijlenver van mij af.  Toch zal deze partij de komende vijf jaar heel waarschijnlijk het beleid gaan bepalen.  Zowel op Vlaams als op federaal niveau.  Dat nieuws komt hard binnen.  Dat nieuws is bijzonder ontnuchterend.  Terwijl ik besefte dat in heel wat Vlaamse huiskamers champagnekurken knalden, moest ik bijna huilen.  Inderdaad, het verschil tussen winst en verlies kan groot zijn.
 
Ik zou kunnen huilen.  Toch deed ik het niet.  Want ondanks het politieke verlies kon ik gisterenavond evenzo terugblikken op sportieve winst.  Zondagnamiddag heb ik de Gentse Stadsloop gelopen.  Al enkele jaren stond deelname aan deze stadsloop op mijn verlanglijstje.  Nooit was het mij gelukt.  Excuses zijn altijd gemakkelijk gevonden.  Altijd weer kwam er iets tussen.  Altijd weer had ik iets anders leuks op de agenda staan.  De stadsloop bleef op mijn verlanglijstje staan.  Tot zondag.  Zondag kon ik stadsloop van mijn lijstje schrappen want ik stond eindelijk aan de start.
 
Ik was goed voorbereid.  Een goede voorbereiding is het halve werk.  Eén keer vóór de Gentse Stadsloop had ik tien kilometer gelopen.  Dat was gelukt maar het ging moeizaam.  Met zuchten en kreunen liep ik die tien kilometer uit.  Net één uur had ik nodig om die afstand af te haspelen.  Ik was geslaagd voor de test.  Ik was klaar.  Klaar om die Stadsloop aan te vatten.
 
Het was drummen aan de start.  Vijfduizend deelnemers, dat is een hoopje.  In processiegang gingen wij naar de eigenlijke start.  Stapvoets.  De processie van Echternach, zo leek het wel.  Schuifelen tot aan de eigenlijke start.  Eens voorbij die start konden wij datgene doen waarvoor wij gekomen waren.  Lopen.  Tien kilometer lang lopen.
 
Tien kilometer.  Die afstand kan een amateur wat afschrikken.  Jawel, ik beschouw mijzelf als een amateur.  Lopen beschouw ik nog altijd als een vrijetijdsbesteding.  Als een manier om die gezonde geest (waarvan ik vermoed dat ik deze heb) te conserveren in een gezond lichaam.  Dat lukt vrij aardig, denk ik dan.  Toch klinkt die afstand van tien kilometer in mijn oren enigszins afschrikwekkend.  In tegenstelling tot de meer geoefende loper, blijft die afstand een uitdaging.  Een bovengrens.
 
Ik begon te lopen.  Vond onmiddellijk die juiste cadans.  Dat juiste tempo.  Dat tempo, waarbinnen ik mij goed voelde.  Dat tempo, waarvan ik wist dat het mij zonder problemen naar de eindmeet zou brengen.  Dat tempo werd niet alleen bepaald door mijn voeten.  Werd niet alleen bepaald door mijn ademhaling.  Externe factoren hadden hierop een zekere invloed.  Er was het talrijk opgekomen publiek.  Zij schreeuwden u vooruit.  Hun applaus gaf mij vleugels.  Een schreeuwerig Red Bull effect, zo voelde het.  Dus jawel, op het applaus gaan die voetjes toch dat ietsje sneller.  Maar niet enkel het publiek duwde mij in de rug.  Ook mijn sportieve lotgenoten deden mij een versnelling hoger schakelen.  Zij spraken het competitieve beestje aan, dat diep in mij toch ergens verscholen zit.  Ik wou een goede rangschikking.  Jawel, ik wou dat ene groepje voorbij.  Ik wou die ene vrouw inhalen.  Ik wou in het spoor van die ene man blijven.  Al lopend werden doelen gesteld.  Die doelen dreven het tempo toch wat op.
 
Er was niet enkel het publiek.  Er was niet enkel dat groepsgevoel.  Er was ook het eigenlijke parcours.  Het parcours slingerde doorheen Gent.  Het ene straatje uit, het andere straatje in.  Het parcours verborg voldoende wat nog komen moest.  Geen eentonige lange stukken.  Eentonigheid vermoeit.  Eentonigheid ontneemt de moed, de wil tot doorzetting.  Maar die eentonigheid bleek volledig afwezig in het parcours.  Mijn nieuwsgierigheid dreef mij voort.  Ik wou weten welke kant het uit zou gaan na de volgende bocht.  Bijna haastte ik mij om voorbij de volgende bocht te kunnen kijken.  Het parcours was eigenlijk een lange aaneenschakeling van loopjes van bocht naar bocht.  Dus, jawel, mijn nieuwsgierigheid had een aandeel in mijn toch wat hogere tempo.
 
Ik liep.  Ik liep goed.  Een hele tijd met een glimlach op mijn gezicht.  Ik liep doorheen mijn Gent.  Mijn Gent, dat klinkt bezitterig.  Dat klinkt hebberig.  Maar zo is het helemaal niet bedoeld.  Fierheid doet mij spreken van mijn Gent.  Diezelfde fierheid deed mij glimlachen.  Zelfs bij het lopen van tien kilometer.  Ik liep doorheen Gent.  Volledig vrij.  Door niets of niemand gestoord.  Overal kreeg ik vrije baan.  Overal had ik voorrang.  Op de weg.  Op het fietspad.  Op het voetpad.  Ik kon vrij kiezen.  Gent was van mij.  Toch voor dat ene uurtje.  Dat gevoel deed mij zweven.  Dat gevoel deed mij zwevend glimlachen.
 
Tien kilometer heb ik gelopen.  Tien kilometer heb ik genoten.  Geen pijn.  Dat heb ik nooit ervaren.  Enkel plezier.  Plezier bij het zien van dat enthousiaste publiek.  Plezier bij het horen van die vele bandjes langs de weg.  Plezier bij het zien van die enkele rariteiten tussen die vele lopers.  Plezier bij het overschrijden van de eindmeet.
 
Zondagavond balanceerde ik tussen sportieve euforie en politieke rouw.  Euforie om een uitstekend resultaat.  Rouw om een onzekere politieke toekomst.  Een dubbel gevoel.  Toch kreeg mijn persoonlijke prestatie de bovenhand.  Dat had ik zelf bereikt.  Op het andere had ik weinig of geen greep.  Wat men zelf niet in de hand heeft, mag het feestje dus niet verknallen.  Ondanks het spijtige verkiezingsnieuws kon ik toch nog lachen.  Met dank aan de Gentse Stadsloop.  Met dank aan mijn beentjes en voetjes.  Zij hadden mij tien kilometer lang voortreffelijk gedragen.

Zoek mij.

vrijdag 23 mei 2014

Uitwijkmogelijkheden voor een rustige, apolitieke avond.

Het gespreksonderwerp voor dit weekend? Ik durf een gokje te wagen.  De verkiezingen zullen dit weekend een hot item zijn.  Dit thema zal allesbepalend en allesoverheersend zijn in en op alle mediakanalen.  Zoals in dat ene liedje zou ik kunnen stellen dat vluchten niet meer kan.  Neen, u zal het niet kunnen ontlopen.  Het komt op u af.  
 
Zaterdag zal er nog vooruitgeblikt worden.  Dan zal het spelletje gespeeld worden van mogelijke winnaars en mogelijke verliezers.  Er zal gekeken worden naar mogelijke coalities.  Er zal geanalyseerd worden welke veto’s er bestaan.  Maar bovenal zal er gedebatteerd worden.  Debatteren om die twijfelende kiezer alsnog te overtuigen.  Om met de juiste argumenten die weifelende kiezer toch nog politiek onderdak te bieden.  Het zal hard tegen hard gaan.  Het zal kletteren.
 
Zondag zal het stof neerdwarrelen.  Zondag moet er gekozen worden.  Er moet gestemd worden voor deze of gene partij.  Elkeen heeft zijn afwegingen gemaakt.  Elkeen heeft gewikt en gewogen.  Dat wikken en wegen heeft hem of haar een bepaalde richting ingeduwd.  Die richting zal bepalen waar het bolletje zal gekleurd worden.  Die richting zal bepalen of er wel een bolletje zal gekleurd worden.
 
Zondag zullen de kiezers hun stemplicht volbrengen.  Eens dat gebeurd is, kan het tellen beginnen.  Samen met dat tellen, zal er ook wederom geanalyseerd worden.  Exit-polls zullen een licht werpen op mogelijke evoluties en te verwachten ontwikkelingen.  Politici zullen op televisie hun winst of verlies duiden.  Om telkens weer te besluiten dat de kiezer altijd gelijk heeft.  Die avond zal er gekeken worden welke regering wij mogen verwachten.  Jawel, het kan boeiend zijn en worden.
 
De verkiezingen laten u koud? Het kan gebeuren.  Het bestaat.  Mij zal het niet gebeuren, aan het feest van de democratie werk ik volgaarne mee.  Maar u denkt heel misschien anders.  Uw stemplicht vervolbrengen, dat kan u net nog opbrengen maar meer hoeft men echt niet te vragen van u.  Ik wil u daarom een alternatief aanbieden.  Een alternatief voor de electorale tsunami, die dit weekend op uw pad zal komen.  Een alternatief, waardoor u heel even kan schuilen.
 
Zaterdagavond wil ik u het concert aanraden van Novastar.  Op AchtTV wordt het concert uitgezonden, dat Novastar op zes mei van dit jaar bracht in de Brusselse AB.  Hun nieuwe album Inside Outside werd op dat concert voorgesteld aan het publiek.  Een eerste uitwijkmogelijkheid wordt u geboden.
 
Zondagavond kan u ook kiezen voor muziek in plaats van politieke analyses.  Canvas zendt dan het 30th Anniversary Concert uit, dat Bob Dylan en vrienden brachten naar aanleiding van de dertigste verjaardag van het eerste album van Bob Dylan.  Die vrienden van Dylan zijn niet de minsten: Eric Clapton, George Harrison, Chrissie Hynde, Tom Petty, Tracy Chapman, Lou Reed, Johnny Cash, … Jawel, onder dat rijtje van vrienden leest u enkele namen, die niet meer onder de levenden horen.  U trekt de juiste conclusie.  Het concert dateert van 1992, dat is een heel eindje terug in de tijd.  Maar met die namen op de affiche moet dat teruggaan in de tijd toch een heerlijk feestje worden.  Met dat feestje bied ik u een tweede uitwijkmogelijkheid.
 
Vóór het concert kan u ook al afstemmen op Canvas.  Dan staat Brokeback Mountain geprogrammeerd.  Heel misschien hebt u de film nog niet gezien.  Ik heb hem alleszins nog niet gezien.  Kijken of toch maar die film opnemen? Ik weet het nog niet.  Ik ben er nog niet uit.  Ik wil contact houden met het politieke front.  Om te weten wat er schuift en beweegt op dat front.  Het zal uitgesteld kijken worden, vrees ik.  Toch wou ik het u even meegeven.  Zodat u zich zondagavond helemaal niet hoeft te ergeren.  Zodat u met deze voorkennis heel ontspannen de zondagavond kan ingaan.  Om u toch nog gerust te stellen, deze vorm van voorkennis is niet strafbaar.

Tips:
Novastar, live in AB – AchtTV, zaterdag 24/05/2014 om 23.35 uur.
Brokeback Mountain – Canvas, zondag 25/05/2014 om 20.45 uur.
Bob Dylan, The 30th Anniversary Concert – Canvas, zondag 25/05/2014 om 22.55 uur.

woensdag 21 mei 2014

Waarom ik niet (nooit) (zal) stem(men) op N-VA?

Aan het eind van het nationale debat met Bart De Wever en Paul Magnette was er die finale vragenronde.  Een set van korte vragen, waarop enkel met ja of neen mocht geantwoord worden.  De vragen waren helder en duidelijk.  Van de antwoorden werd hetzelfde verwacht.  De eerste vraag was voor Bart De Wever.  Stef Wauters vroeg hem of zijn partij de splitsing van België wou.  Ik wist het antwoord.  Ik wist wat Bart De Wever zou antwoorden.  Toen De Wever op deze duidelijke vraag een neen liet volgen, knipperde ik met de ogen.  Ik spoelde even terug omdat ik twijfelde aan de vraagstelling.  Omdat ik meende het antwoord niet goed begrepen te hebben.  Maar ook na het terugspoelen kreeg ik hetzelfde te horen.  Ik hoorde de partijvoorzitter en het belangrijkste kopstuk van de partij de bestaansreden van zijn partij ontkennen.  In het eerste artikel van de partijstatuten staat helder geformuleerd dat het uiteindelijke doel van de partij de onafhankelijke republiek Vlaanderen is.  Toch durft de voorzitter het aan dit artikel staalhard te ontkennen.  Zonder verpinken.  In zijn streven de kaap van dertig procent van het kiezerspubliek achter zich te verenigen, lijkt de voorzitter alles uit de kast te halen.  Heel even moet ik denken aan die gevleugelde woorden: wie gelooft die mensen nog.
 
Is bovenstaande voldoende om nooit meer voor N-VA te stemmen? Neen, geenszins.  Ik wil nog meerdere redenen aanhalen.  Die redenen reikt de partij ons voldoende aan.  Ik wil even terugkomen op de onderwijshervorming.  Vorig jaar bereikten de Vlaamse regeringspartijen een akkoord over deze hervorming.  In deze hervorming werd ondermeer een verbreding van de eerste graad in het secundair voorzien, alsook een uitstel van studiekeuze naar dertien jaar.  Alle partijen waren blij met dit akkoord.  Geert Bourgeois greep dit akkoord zelfs aan als bewijs van de daadkracht en de eensgezindheid van een goedwerkende Vlaamse regering.  Maar toen kwamen de verkiezingen.  De partij leek plots een heel andere richting uit te wandelen.  Onder druk van het verzet vanuit onderwijskringen keerde de partij haar kar.  Zij viel het eerder bereikte akkoord af.  Een verdediging van het akkoord, dat ook werd ondertekend door de N-VA ministers, leek electoraal niet lonend.  Enkel en alleen daarom veranderde de partij plots van voorstander naar tegenstander van de onderwijshervorming.  De kracht van verandering kreeg plots een naar bijsmaakje.  Een trouwe regeringspartner?
 
De partij beweert sociaal te zijn.  Dat lijkt een natuurlijke en verdedigbare communicatiestrategie.  Maar via die claim tracht zij het asociale karakter van haar programma te verhullen.  Ik wil voorbijgaan aan die ‘misverstane’ uitlating van Jan Jambon betreffende leefloners en een eigen huis.  Alhoewel ik het toch vreemd vind dat Jambon bij het nalezen van het interview geen enkel bezwaar maakt maar na publicatie plots stamelt en stottert dat hij verkeerd geciteerd werd.  Ik wil voorbijgaan aan die ‘misverstane’ uitlating van De Wever dat een goed CV een onmiddellijke garantie betekent voor werk.  Die twee uitlatingen wil ik in dit discours niet gebruiken.  Het zou mijn werk al te gemakkelijk maken.
 
Als bewijs voor het asociale karakter verwijs ik graag naar het standpunt omtrent de werkloosheidsuitkeringen.  De partij wil die uitkering beperken in de tijd.  Een werkloze zou twee jaar kunnen genieten van een werkloosheidsuitkering.  Het derde jaar heeft hij recht op een activeringsuitkering.  Na dat derde jaar valt hij terug op het leefloon.  Dat leefloon kan dan nog gecombineerd worden met een verplichte tewerkstelling.  Met dat standpunt wil de partij niet de werkloze viseren.  Integendeel, dat punt in het programma zou ten goede moeten komen aan de werkloze.  Om dat te staven zwaait de partij met een onderzoek, uitgevoerd door HIVA.  Dat onderzoek toont aan dat een derde zou terugvallen op het leefloon, een derde werk zou vinden en een derde geen beroep zou doen op het leefloon.  Het is altijd goed als programma’s wetenschappelijk onderbouwd zijn.  Dat geeft een programma meer allure.  Wel wordt het pijnlijk als de onderzoeksleider afstand neemt van de interpretatie van het onderzoek door de partij en zelfs beweert dat de partij zijn onderzoek misbruikt.  Toch blijft de partij bij die stelling.  Ik heb dan ook het sterke vermoeden dat alles draait rond die verplichte tewerkstelling in combinatie met het leefloon.  De partij kan op die manier de door vele partijen verfoeide mini-jobs op een sluikse manier invoeren.  Op die manier krijgt de bewering van Siegfried Bracke dat hij working poor verkiest boven non working poor toch nog een praktische invulling. Sociaal? Ik durf het te betwijfelen.  Ik dacht eerder aan uitbuiten.
 
Enorm veel ruis zit er ook de communicatie rond de automatische indexering.  Aanvankelijk was de partij tegen een dergelijke indexering.  Dat systeem moest afgeschaft worden als oplossing voor onze loonkostenhandicap.  Protest tegen dit standpunt bleef niet uit.  De sociale carrosserie van de partij kreeg een zware deuk.  Johan Van Overtveldt werd de arena ingestuurd.  Hij kwam met de boodschap dat de partij helemaal niet tegen die automatische indexering is.  Wel moest het systeem herdacht worden.  De partij dacht hierbij aan een light-versie.  In het programma lezen wij nu plots dat de partij pleit voor een indexsprong.  Sociaal? Een onderzoek van het ACV heeft aangetoond dat deze maatregel voor een voltijdse werknemer met een gemiddeld loon een bruto verlies van 888,65 euro op jaarbasis zou betekenen.  Indien u vijfenveertig bent zou het bruto totaalverlies over de volledige carrière (tot vijfenzestig jaar) neerkomen op 17.763,06 euro.  Toch wel behoorlijk, meen ik te mogen denken.
 
De indexsprong en de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd moeten duidelijk maken dat de bewering van De Wever alsof alle partijen zich zouden inschrijven in het N-VA model al te zeer van de pot gerukt is.  Handig gecommuniceerd maar het lezen van de partijprogramma’s doet een ander verhaal weerklinken.  Een verhaal, waarin andere partijen zich sociaal als tegenpool van het N-VA positioneren.  Neen, dus, geen enkel N-VA model.  Wel meerdere modellen, waaruit de kiezer mag en kan kiezen.  Wat een geluk!
 
De Nederlandse taal? Daarover waakt de partij angstvallig.  Veelal vanuit een verkrampte houding.  Peter De Roover, kandidaat op de Antwerpse Kamerlijst, beweert dat de partij het belang van een gemeenschappelijke publieke taal benadrukt om gemeenschap te vormen met de zogenaamde nieuwe Vlamingen.  In die zin zou taal een politiek middel zijn om elkaar te verstaan.  Toch meent de partij dat deze stellingname kiezers, die eerder afkerig staan tegenover het Vlaams-nationalistisch sausje van de partij, kan afschrikken en op die manier kunnen wegdrijven van de partij.  Zij moeten dus teruggehaald worden.  Deze keer wordt Siegfried Bracke ingeschakeld.  In een interview stelt hij dat taal niets te maken heeft met identiteit.  Jawel, een mens kan best Franstalig zijn en toch flamingant.  Alzo sprak Siegfried Bracke.  Het brandje leek geblust.  Maar wat dan te denken van dat hele gedoe rond de Kortrijkse frituur Grand Place.  Een N-VA schepen in Kortrijk kwam in verzet tegen deze naamkeuze.  Verkrampt? Toch wel een beetje.  Of wat te denken van die ene maatregel die De Lijn verplicht enkel Nederlandstalige affiches te gebruiken.  Engelstalige slogans worden verboden.  Verkrampt? Toch wel een beetje.
 
Tot slot wil ik nog even stilstaan bij de voorrang, die de partij wenst te geven aan het sociaaleconomische.  Bij het vormen van een regering moet hieraan voorrang gegeven worden.  Een sociaaleconomisch herstelbeleid is voor de partij het meest urgente.  Ver te verkiezen boven een verdere staatshervorming.  Dat beweert de partij bij monde van Siegfried Bracke.  Om dan weer tegengesproken te worden door een ander kopstuk.  Om dan weer bevestigd te worden door nog een ander kopstuk.  Om dan weer tegengesproken te worden.  De carrousel draait maar door.  Dan weer het sociaaleconomische, dan weer het communautaire.  Uiteindelijk weet niemand het nog.  Uiteindelijk weet niemand nog waaraan de partij uiteindelijk voorrang wil geven.  Verwarrend, dat zou u kunnen denken.  Maar voor de partij is het dat niet.  Het spuien van de vele mist moet de vrees voor alweer een langdurige regeringsvorming wegnemen.  De door de partij bewust gecreëerde onduidelijkheid moet hun onvermogen tot keuze verdoezelen.
 
Aansluitend bij voorgaande wil ik nog even aanstippen dat N-VA vragende partij is om meer bevoegdheden naar het Vlaamse niveau te halen.  Dat hoeft ons niet te verbazen.  Die vraag maakt deel uit van de core business van die partij.  Het mag dan wel verbazen dat de gevolgen van de zesde staatshervorming onvoldoende gekend zijn bij die partij.  Althans bij sommigen van de partij.  In een debat moet Liesbeth Homans door haar tegenstrever Eric Van Rompuy ingelicht worden dat het Vlaamse niveau bevoegd is voor controle op de werkwilligheid van werken én dat datzelfde niveau ook bevoegd is voor sanctioneren.  Het gaat blijkbaar te snel voor de partij.  Het lijkt mij dan ook een goed idee om alle bijkomende bevoegdheden uit die zesde staatshervorming uit te werken en te integreren in het Vlaamse beleid.  Om te garanderen dat die bijkomende bevoegdheden op een efficiënte manier worden ingevuld.  Als dat eenmaal gebeurd is, kan er heel misschien gedacht worden aan een vraag om nog meer bevoegdheden.  Maar laten wij eerst stappen alvorens te gaan lopen.  Want als wij niet weten hoe te stappen, zullen wij al snel struikelen bij het lopen.  Zoals Homans onlangs dus deed.
 
N-VA en de kracht van verandering? N-VA en vooruitgang? Ik dacht het niet.  Wat ik zie is een zwalpende partij, die van rechts naar links gaat.  Een zwalpende partij, die van slag om slinger van mening verandert.  Een zwalpende partij, die de kiezer naar de mond praat in de hoop zo die Vlaamse ‘onderstroom’ te vatten en de kaap van dertig procent te overschrijden.
 
Dat zwalpen wordt verhuld door het creëren van één externe vijand.  Die externe vijand moet verenigen.  De Waalse boeman moet de hardwerkende Vlaming rond die ene partij scharen.  Een partij, die al te sterk focust op confrontatie, wekt bij mij afkeer.  Waarheden worden verdraaid en die verdraaide waarheden worden eindeloos herhaald om zo het refrein van het programma te vormen.  Deze methode van positioneren is de grootste reden waarom ik mij wegdraai van die partij.
 
N-VA wordt in alle peilingen tot de grote winnaar uitgeroepen.  Voor één keer hoop ik echt dat die peilingen het verkeerd hebben.  Dat die peilingen er behoorlijk naast zitten.  Die hoop wordt niet gevoed door angst.  Die hoop wordt gevoed door mijn bezorgdheid om Vlaanderen.  Door mijn bezorgdheid om België.  Want samen met ons dreigen deze twee de grote verliezers te worden van deze verkiezingen.

Link:
Een filmpje als mooi einde van dit betoog: Alles op zijn kop.

maandag 19 mei 2014

Onbeslist?

Vorige week las ik op Facebook een kreet om hulp.  Een noodkreet, zo worden dergelijke kreten ook wel eens omschreven.  In een kort berichtje aan zijn vrienden vroeg de afzender op welke partij hij moest stemmen.  Hij wist het niet meer.  Of hij wist het nog niet.  Eén ding was zeker, hij kwam er niet uit.  Toch niet alleen.  Hulp was nodig.  Hulp moest geboden worden.
 
Ik was blij met die vraag.  Een dergelijke vraag verkies ik veruit boven alweer een uitnodiging tot deelname aan Farmville, Candy Crush of Crime Scene.  Aan dergelijke uitnodigingen heb ik niets.  Maar bij vragen om hulp in een democratisch proces ben ik steeds bereid mee op zoek te gaan naar een mogelijk antwoord..  Tot die zoektocht zal mijn bijdrage zich beperken.  Verder wil ik niet gaan.  Verder kan ik niet gaan.  Stemadvies is niet meer aan de orde.  Dergelijke adviezen behoren tot het instrumentarium van vorige eeuwen.  Toen werd nog vanop de kansel gezegd welk bolletje te kleuren.  Niet enkel bij het vloeken zag God ons.  Ook in het stemhokje keek Hij mee.  Vandaag zijn wij vrijgevochten.  Een dergelijk advies pikken wij niet meer.  Om die reden zal ik het ook niet doen.
 
Geen stemadvies? Wat dan wel? Ik kan enkel het pad aangeven, waarlangs ik heb gelopen om tot mijn uiteindelijke keuze te komen.  Want ook ik had het moeilijk, ik beken.  Er heerste grote twijfel in mij.  Moest ik opteren voor een strategische keuze? Of moest ik toch kiezen voor de partij van mijn overtuiging? Moest ik mijn onvrede met het huidige politieke klimaat vertalen in een meer extremere keuze? Op al die vragen gaf ik elke dag weer een ander antwoord.  Tot vorige week.  Vorige week kwam ik tot mijn uiteindelijke keuze.  Een vaste keuze, waarover geen enkele twijfel meer bestaat.  Ik heb mij losgerukt uit het peloton van onbesliste kiezers.  Ik behoor niet meer tot dat grote peloton van dertig procent.
 
Hoe kwam ik dan tot die uiteindelijke, duidelijke keuze? Vooreerst deed ik de stemtest.  Neen, ik deed niet de stemtest van De Standaard, in samenwerking met de VRT.  Het uitsluiten van partijen uit deze test deed mij deze test als onvolledig beschouwen.  Het niet opnemen van PVDA+ in deze test wierp een te grote smet op deze test.  Om die reden haakte ik af.  Maar er werd mij een alternatief geboden door de Gazet van Antwerpen.  Dit alternatief leek mij interessanter.  Omdat hier geen uitsluiting in het spel was.  In zeven thema’s kunnen wij kiezen voor een aantal maatregelen, die wij voldoende belangrijk achten en die wij in de volgende regering willen gerealiseerd zien.  In dezelfde thema’s kunnen wij tevens telkens één maatregel aanduiden, waartegen wij een veto stellen.  Op basis van die keuzes worden wij gekoppeld aan een aantal partijen.  Meer nog, wij worden gekoppeld aan kandidaten.  Voor elke gekoppelde kandidaat kan u de mate van overeenstemming met uw keuzes bekijken.  Die test gaf mij een eerste richting aan.  Die test duwde mij in een te volgen richting.
 
Als tweede en laatste stap, volgde ik de reeks Rekening 14.  In die reeks werden de programma’s van de verschillende partijen aan een kritische, cijfermatige analyse onderworpen.  Beleidsmaatregelen werden cijfermatig vertaald.  Verschillen tussen partijen werden zo uitgekristalliseerd.  Verschillen werden scherper gesteld.  Duidelijker gesteld.  Die verschillen zijn er wel degelijk.  Wat sommige partijvoorzitters ons ook willen doen geloven.
 
De cijfermatige hertaling, in combinatie met de eerder gedane stemtest, bracht mij uiteindelijk tot die ene partij.  Die partij waarin ik mijn strijdpunten vertaald zie.  Het kan.  Het bestaat.  Het vraagt een kleine investering in tijd.  Maar die minieme investering doet de twijfel verdampen.  Die investering doet vermijden dat wij uit gemakzucht kiezen voor de foertstem.  Of voor een stem voor de door peilingen als mogelijke winnaar voorgestelde partij.  Een dergelijke keuze is te gemakkelijk.  Daarom, neem die tijd.  Verkiezingen zijn te belangrijk.  Althans, dat meen ik toch.  Nog steeds.  Jawel, heel misschien ben ik één van de weinigen, die hierin nog gelooft.  Maar dat geloof zal ik nooit afvallen.

Links:
Rekening 14 – De Redactie.
Rekening 14 – De Standaard.
Rekening 14 – KUL.
Stemtest Gazet van Antwerpen.