dinsdag 10 december 2013

Brief aan Filip Watteeuw. Voor een autovrije stad.

Beste Filip,
 
Het knippen van de Volderstraat.  Ik wist niet wat ik mij hierbij diende voor te stellen.  Tot gisterenavond.  Dan werd mij alles duidelijk.  Want die avond reed ik door een geknipte straat.  Of neen, laat mij mijzelf corrigeren.  Die avond fietste ik door een geknipte straat.  Dat fietsen op dat kleine stukje tussen de Veldstraat en de Sint-Niklaasstraat was plots helemaal anders.  Het was niet langer handig slalommen tussen tegenliggende wagens.  Dit stukje vroeg niet langer om halsbrekende toeren.  Het was veiliger.  Het was rustiger.  Het was aangenamer.  Nog maar één dag is die maatregel van kracht maar in mij vindt u al een overtuigde medestander.
 
Toch bleek die maatregel heel wat weerstand op te roepen.  Dat las ik vandaag in de krant.  Een slechte communicatie zou hierbij aan de oorzaak liggen.  Vloekende en schreeuwende chauffeurs.  Onwetende politieagenten.  Niet enkel op straat werd het onbegrip voor deze maatregel luidop geuit.  Ook op internet woedde het debat.  De discussie werd niet altijd helder gevoerd.  Verwijten werden heen en weer geslingerd.  De groene vijandigheid tegenover de auto zou aan de basis liggen van deze maatregel.  Net zoals in elk mobiliteitsdebat werd de onverdraagzaamheid van de bakfietser er zelfs bij gesleurd.  Die bakfiets heeft het toch altijd weer gedaan.  Terwijl ik de vele commentaren las, kreeg ik het gevoel dat het een samenzwering van fietsers was tegenover hun aloude vijand, de wagen.
 
Ik ben een fietser.  Ik heb een wagen.  Vijandschap is mij vreemd.  Onverdraagzaamheid is mij evenzo vreemd.  Ik kom met de fiets naar de stad.  Heel soms neem ik zelfs de wagen.  Als het regent.  Of als ik lui ben.  Ik weet het, ledigheid is des duivels oorkussen.  Ik ben maar een mens.  Een mens met foutjes.  Luiheid is één van die toelaatbare foutjes.  In de ratrace, dat het dagelijkse leven heel vaak kan zijn, kan het goed zijn een zekere graad van luiheid te koesteren.  Dat doe ik dan ook.  Slechts af en toe.  Ik wil een zeker schuldgevoel vermijden.
 
Ik heb een wagen.  In mijn vrije uurtjes ben ik al eens chauffeur.  Toch wil ik u aanmoedigen nog verder te gaan.  Heel wat verder.  Ik wil pleiten voor een autovrije stad.  Die autovrije stad zie ik nogal ruim.  Ik denk aan alle straten binnen de Gentse stadsring.  Dat pleidooi moet helemaal niet gekaderd worden in een mogelijke aversie tegenover de wagen.  Dat pleidooi wil ik een positieve invulling geven.  Ik wil die negatieve bijklank weg.  Mijn streven naar een autovrije stad valt samen met mijn bezorgdheid om een leefbare, aangename en gezonde stad.  Een stad, waarin het heerlijk wandelen en winkelen is.  Een stad, waar terrasjes niet noodzakelijk op te nauw bemeten voetpaden moeten opgesteld worden.
 
Ik weet het.  Ik besef het.  Mijn wens vraagt noodzakelijke begeleidende maatregelen.  Voldoende parkeerruimte aan de rand van de stad.  Een vlot en toegankelijk openbaar vervoer, met een hoge frequentie.  Een duidelijke begeleiding en communicatie vanuit het beleid.  Zodat een draagvlak wordt gecreëerd.  Zodat voldoende wordt aangegeven dat het beleid niet handelt vanuit een mogelijk ‘autobashen’.  Zodat aan iedereen wordt meegegeven dat het beleid vertrekt vanuit een gemeenschappelijk streven: een mooi Gent.
 
Ik wens u voldoende moed.  Zodat u verder durft te gaan dan wat vandaag mogelijk wordt geacht.  U kan hierbij inspiratie halen uit lichtende voorbeelden in het buitenland.  Amsterdam, Kopenhagen, Stockholm, Londen, velen zijn u en ons voorgegaan.  U kan een catalogus opmaken van best practices.  Op basis daarvan kan u een vernieuwend beleid voeren.  Een beleid weg van archaïsche en al te behoudende regeltjes.  Een stad moet de motor van vernieuwing zijn.  Laat die motor ook draaien in het mobiliteitsdebat.  Laat die motor gezwind draaien.  Zonder sputteren.
 
Stop dus niet met knippen.  Herroep de maatregel niet.  Ga verder met het knipwerk.  Maar verval niet in een weinig coherent plakwerk.
 
Ik wens u veel freewheelende inspiratie en heldere gedachten.

Met vriendelijke groeten.

maandag 9 december 2013

Het Spookhuis der Geschiedenis. Gezien in NTG.

Sinterklaasstorm.  Regen en wind, dat was de weersvoorspelling voor vorige donderdagavond.  Geen weer om een hond door te jagen.  Ik wou thuis blijven.  Warm en rustig.  Maar dat was geen optie.  Ik moest naar buiten.  Ik had een kaartje gekocht.  Voor een toneelvoorstelling.  Het Spookhuis der Geschiedenis, dat was de naam van die voorstelling.  Een Wagneriaanse opera.  Twee uur lang.  Zonder pauze.  Dat had ik net nog gelezen op de site van NTG vóór ik vertrok.  De angst sloeg mij om het hart.  Het kon twee kanten uit.  Ofwel zou het verrassend fantastisch worden.  Ofwel zou de voorstelling de dieperik ingaan.  Een klein duiveltje fluisterde mij in dat het heel waarschijnlijk dat laatste zou worden.  Een fiasco, daarvoor vreesde ik.  Toch ging ik op weg.  Toch vertrok ik.  Ondanks die aankondiging van een komende storm.
 
Bij het binnenkomen van de theaterzaal was er een hels kabaal.  Musici op het podium gingen wild tekeer terwijl een acteur aanwijzingen stond te schreeuwen op datzelfde podium.  De voorstelling was officieel nog niet begonnen.  Het publiek zocht nog zijn zitje.  Maar ik knipperde al met de ogen.  Dit beloofde een zwaar en lastig avondje te worden.  Mijn angstig voorgevoel werd enkel maar bevestigd in die enkele minuten dat ik in die zaal stond.
 
Heel soms kan een mens het verkeerd hebben.  Dat bleek ook nu.  Want al snel kwam die verhoopte kentering.  Mijn aanvankelijk voorbehoud werd op korte tijd gesloopt.  Mijn passieve, afwachtende houding werd omgezet in een actieve houding.  Ik stapte die rollercoaster in.  Ik bleef niet aan de kant.  Ik ging mee.  Mee in dat verhaal.
 
Wat was dan dat verhaal? Het werd ons makkelijk gemaakt.  Wij hoefden niet zelf op zoek te gaan naar de betekenis van het verhaal.  Wij hoefden helemaal niet te zoeken naar de bedoeling van de regisseur.  Geen zoektocht naar de verborgen boodschappen.  Alles werd ons eenvoudig aangereikt door één van de acteurs.  Wat wij op het podium zagen, was niet de eigenlijke voorstelling.  Wij waren aanwezig op de repetities.  Wij waren getuige van de momenten, voorafgaand aan een eigenlijke voorstelling.  Bij die repetities was ook een journaliste.  Aan haar vertelde de regisseur het opzet van de voorstelling.
 
Dit was een statiedrama.  Gebaseerd op de kruisweg.  Deze voorstelling had eenzelfde structuur.  Maar elke statie kreeg een eigen, andere invulling.  Elke statie verwees naar een periode uit de korte en jonge eenentwintigste eeuw.  Deze voorstelling was een terugblik.  Een terugblik in veertien staties.  Met na elke statie een thema uit één van de opera's van Wagner.  Moeilijk? Ik dacht het niet.  Duidelijk? Ik dacht het wel.
 
Die terugblik was niet fraai.  Die terugblik was behoorlijk confronterend.  De nieuwe eeuw werd voornamelijk gekenmerkt door crisissen.  Politieke crisis.  Klimaatcrisis.  Bankencrisis.  Identiteitscrisis. Nationaliteitscrisis.  Weinig hoop, weinig kleur.  Oorlogen.  Hongersnood.  Terrorisme.  Armoede.  Corruptie.  Milieurampen.  Wanbeheer.  Een mens wordt er niet vrolijk van.  De voorstelling houdt ons een spiegel voor.  In die spiegel zien wij ons onvermogen.  Ons onvermogen tot handelen.  Wij registreren.  Wij analyseren.  Maar in die analyses verdwalen wij.  Die analyses tonen ons nochtans de gepaste en juiste remedie.  Die analyses vertellen ons de noodzakelijke dosissen.  Maar de patiënt weigert elke behandeling.  Wij rommelen en stoemelen.  Heel even staan wij op om dan weer te gaan zitten.  Om dan bij de pakken te blijven zitten.  Brood en spelen, daar lijkt het dan toch uiteindelijk om te draaien. 
 
Niet alleen wij denken zo.  Ook de politici denken zo.  Die politici menen zelfs te weten wat wij denken.  Die kennis brengt hen slechts tot gezellige, meetbare beleidsmaatregelen.  Meetbaar in de zin van electorale eenheden.  In hun onvermogen een helder toekomstbeeld uit te tekenen, wijzen zij met een beschuldigende vinger naar anderen.  Anderen op een ver en hoger niveau.  Zij beseffen niet dat zij met dit afschuiven van de verantwoordelijkheid hun eigen positie ondergraven.  Zij ondergraven hiermee de positie van de politiek.  Zij graven hun eigen politieke graf.  Uit dat graf staan dan de populisten op.  Die vuilbekkende predikers verrijzen uit het graf.  Enkel die grote roepers worden nog geloofd.
 
En wij? Wij blijven aan de kant staan.  Wij lijken wel tam geworden.  Wij lezen en ondergaan.  Heel af en toe ventileren wij onze mening.  Heel af en toe tonen wij onze verontwaardiging.  Maar die verontwaardiging leidt niet tot verdere actie.  Neen, wij duiken opnieuw de zetel in.  Want bovenal moeten wij het toch gezellig hebben.  Na elke korte opflakkering van verontwaardigde opinies vluchten wij telkens weer weg in knusse gezelligheid.
 
Deze voorstelling verwijt ons dat makke gedrag.  Het spoort ons aan tot actie.  Wij moeten opnieuw de straat op.  Wij moeten die nieuw opgebouwde Gentse kerstmarkt met de grond gelijk maken en op die brokstukken moeten wij onze barricades opbouwen.  Deze voorstelling lijkt wel De Stomme van Portici te worden van de eenentwintigste eeuw.  Deze avond wordt het publiek een geweten geschopt.  Deze avond krijgt het publiek een klap in zijn gezicht.  Het wordt wakker geschud.  Het wordt gevraagd te ontwaken uit zijn lethargie.
 
Is dat alles werkelijk het eigenlijke opzet van deze voorstelling? Of is dit alles toch maar om te lachen? Maakt ook deze voorstelling gewoon deel uit van het in dit stuk verfoeide frivoliteitstheater? Wordt in deze voorstelling de spot gedreven met de politieke idealist? Wordt die politieke Don Quichot hier finaal te kakken gezet?
 
Ik ging de zaal in met heel wat reserves.  Ik stond in dubio maar in tegenstelling tot Het Goede Doel nam ik toch dat risico.  Ik bleef.  Ik keek.  Ik zag een heerlijke, van de pot gerukte voorstelling.  Twijfel nestelde zich vast in mijn hoofd.  Deze voorstelling ernstig nemen en toch luid schreeuwen.  Toch de barricaden op.  Of deze voorstelling toch maar beschouwen als entertainend amusement en stil zwijgen.  Toch maar die zetel in.  Ik twijfel.
 
Terwijl ik naar huis rij, hoor ik op de radio Love Reign Over Me van The Who.  Dat is dan toch nog één zekerheid.  Voor de rest, allemaal vraagtekens in mijn hoofd.  Zelfs nu nog.  Terwijl ik dit stuk uittik.

Link:
Wunderbaum - Het Spookhuis der Geschiedenis.

vrijdag 6 december 2013

Mooi liedje (met een zwart randje): U2.

Vandaag is het helemaal niet moeilijk een mooi liedje te zoeken én te vinden.  Nelson Mandela is deze nacht gestorven.  Dan rest ons maar één mogelijkheid.  Wij kunnen niet om Bono heen.  Mandela en Bono, twee handen op één buik.  Zo leekt het wel.
 
Ik kies voor ‘Ordinary love’ van U2.  Uit respect voor een groot staatsman.  Een bijna uniek politicus.  Meer hoef ik niet te zeggen.  Meer hoef ik niet te schrijven.  Want Mandela is een begrip geworden.  Doorheen de geschiedenis is deze man synoniem gaan staan voor staatsmanschap.  Voor leiderschap.  Zijn gedrevenheid en visie overschaduwt al zijn politieke collega’s en doet hen verworden tot broekventjes.
 
Nog één tip.  Alvorens wij het weekend ingaan.  Schuif alle boeken aan de kant.  Bijna klink ik als de literaire Felice.  Maar bij hem moesten alle tafels en stoelen aan de kant.  Bij mij zijn het de boeken.  Dat is het kleine maar toch niet onbelangrijke verschil.  Neem uit uw bibliotheek dat ene boek.  Of leen dat ene boek bij uw gemeentebibliotheek.  Want u moet het lezen.  Nu.  De lange Weg naar de Vrijheid van Nelson Mandela.  Een inspirerend boek.  Een openbarend boek.  Een boek, dat moet gelezen worden.  Een boek, dat mag herlezen worden.  Doe het.  Aarzel niet.
 
Nelson Mandela is niet meer.  Dit wordt een trieste dag.  Dit wordt een dag met een zwart randje.  Nochtans was de dag goed begonnen.  Sinterklaas was langs geweest.  Ik kreeg een cadeautje.  Een ventje in chocolade.  Melkchocolade, Sinterklaas kent mijn voorkeur.  Ik eet mijn chocolade.  Terwijl ik denk aan Mandela.  De chocolade smaakt net dat ietsje minder.

Clip:
U2 – Ordinary love.

donderdag 5 december 2013

Red alert! Elbow.

Jawel.  Ze hadden hun komst reeds bevestigd voor het Best Kept Secret Festival.  Volgend jaar komen zij naar Nederland.  Voorlopig bleef België uit zicht.  Maar daar komt vandaag verandering in.  Want vandaag lees ik dat Elbow hun komst naar België heeft aangekondigd.  Voorwaar een mooi Sinterklaascadeau.  Op zaterdag 14 juni komen zij naar Paleis 12 in Brussel.  Dat is nog een half jaartje wachten.  Maar kaartjes kopen kan al vanaf morgen.  Vanaf negen uur.  Ga maar al in de digitale en/of virtuele rij staan.  Want die rij belooft lang te worden.

Elbow komt naar België.  Ik zal er niet bij zijn.  Zaterdag reserveer ik voor andere, sociale heerlijkheden.  Samen met mijn liefde.  Ook die zekerheid is heerlijk nieuws.

woensdag 4 december 2013

So You Think You Can Dance. 't Is voorbij.

Jawel, wij kunnen troost zoeken in andere, goede televisieprogramma’s.  Wij hebben Eigen Kweek.  Wij hebben Safety First.  Wij hebben De Ridder.  Wij hebben Birthday.  Wij hebben Alleen Elvis Blijft Bestaan.  Enige troost wordt ons inderdaad geboden.  Televisiezenders doen hun uiterste best om het gemis te compenseren.  Het gemis? U knippert met de ogen.  U weet niet waarover ik het heb.  Laat mij u dan inlichten.
 
Vorige zondag was het de finale van So You Think You Can Dance.  Vorige zondag was het de laatste aflevering van dit dansprogramma.  Na de bekendmaking van de winnaar sloot het programma definitief zijn deuren.  Tot de volgende editie.  Maar daarop moeten wij nog een jaartje wachten.  Dit tijdelijke afscheid valt zwaar.  Heel zwaar.
 
Nochtans valt er heel wat te zeggen tegen het programma.  Eerst en vooral is er de televoting.  Met het eindeloos herhalen van telefoonnummers, waarop kan gestemd worden voor deze of gene kandidaat.  Omdat de makers van het programma zich duidelijk vragen stellen bij het geheugen van de kijker worden ook de reeds gebrachte choreografieën meermaals herhaald.  Al dan niet in combinatie met de telefoonnummers.  
 
Wij zouden ons aan die herhalingen kunnen ergeren.  Maar dat doen wij niet.  Wij nemen deze kleine kantjes er graag bij.  Want wat rest, is een programma, dat overloopt van een bruisend, enthousiast positivisme.  Dat heerlijke optimisme borrelt in meerdere aspecten van het programma naar de oppervlakte.
 
Vooreerst zijn er de kandidaten.  Elke danser brengt naar de studio zijn eigen, persoonlijke verhaal.  Een verhaal van vallen en opstaan.  In stukjes en beetjes wordt dat persoonlijke verhaal doorheen het programma verteld.  Het toont ons mensen, die via het dansen willen ontsnappen.  Ontsnappen aan het gewone.  Ontsnappen aan het gevaarlijke.  Ontsnappen aan het bedreigende.  Via het dansen willen zij hun dromen realiseren.  Dromen, waarin zij schitteren als succesvol, professioneel sterdanser op internationale podia.  Die dromen resulteren in totale overgave.  Zij gooien zich.  Zij werpen zich.  Enthousiast beginnen zij telkens weer aan een nieuwe choreografie.  Heel voorzichtig zetten zij de lijnen van de nieuw aangeleerde choreografie uit tijdens de repetities om die uitgezette lijnen vervolgens met overgave in te kleuren in de spetterende liveshow.  Het grijpt naar de keel.  Naar het hart.  Naar de ogen.  Onverschilligheid bestaat niet.  Als kijker ben je betrokken partij.  Want als kijker word je ontroerd.
 
Toch zijn het niet enkel de kandidaten.  Er is ook de vakjury.  Euvgenia, Dan, Ish en Jan doen het goed.  Jawel, ik spreek hen aan bij de voornaam.  Want bijna zijn wij vrienden.  Elke zondag zitten wij samen om te kijken naar een gedeelde passie.  Dat schept een band.  Deze professionele vakjury laat zich niet verleiden tot arrogante vuilbekkerij.  Kandidaten worden niet finaal de grond ingeboord.  Niks van dat alles.  Hun kritiek is enkel opbouwend.  Bedoeld om de kandidaten in hun zoek- en ontdekkingstocht te begeleiden en op die manier naar een hoger niveau te tillen.  Hun kritiek verpakken zij in een heerlijk vocabularium.  Bij hun oordeel hangen wij aan hun lippen.  Wij knikken.  Want zij spreken met kennis van zaken.  Jawel, elk heeft zijn voorkeuren.  Die voorkeuren verbergen zij niet.  Zij uiten hun voorkeur maar blijven kritisch.  Het maakt hen niet vooringenomen.  Het maakt hen niet blind.  Net zoals de vele choreografieën kan ook het uitgesproken oordeel van een jury ontroeren.  Omwille van hun eerlijkheid.  Hun betrokkenheid.  Hun overtuigingskracht.
 
Dat zou alles kunnen zijn.  Deze twee voorgaande elementen zouden het succes van het programma kunnen verklaren.  Maar dan gaan wij voorbij aan de presentatoren.  Want An en Dennis zijn het toetje.  Dat extraatje.  Zij doen meer dan enkel presenteren.  Zij moedigen aan.  Zij troosten.  Zij beschermen.  Zij porren aan.  Zij doen kleine, onontbeerlijke dingetjes, noodzakelijk voor het welslagen van het programma.  Zij zijn het cement.  De lijm.  Zij verbinden.  Zij verbinden de dansers met de jury.  De dansers met de kijkers.  Zij gieten het gebrachte positivisme in gepaste dosissen uit over de kijkers.  Hun grappige capriolen doen even verpozen.  Zij ontluchten.  Laten heel even de lucht ontsnappen uit de opgebouwde spanning.
 
Oeps, foutje.  Bijna wou ik afsluiten.  Bijna wou ik die laatste woorden neerschrijven.  Maar dan zou ik dat ene foutje maken.  Dat ene foutje in elk dankwoord.  Ik zou mensen vergeten.  Maar ik kan het nog tijdig herstellen.  Bijna vergat ik de niet te verwaarlozen bijdrage van de choreografen te vernoemen.  Dat zou bijna onvergeeflijk zijn.  Want met hun bijdrage brengen zij vuur in het programma.  Passioneel vuur.  Louterend vuur.  Zij vertolken de grote emoties in hun dansen.  Liefde.  Hoop.  Verdriet.  Pijn.  Onafhankelijk van de te vertolken emotie zijn hun choreografieën telkens weer wervelend.  Spetterend.  Vonkend.  Knetterend.  Flitsend.  Bij het kijken naar die dansende schoonheid is de aanwezigheid van een zakdoekje geen overbodige luxe.  Tranen kunnen vloeien.  Al te zeer aangegrepen door de interpretatie van die dansende acteurs.  Of acterende dansers.  Want het zijn niet enkel de danspasjes.  Vooral draait het om de interpretatie.  Om het inleven.  Dat trachten die choreografen hun pupillen bij te brengen.  Dat lukt hen.  Niet altijd.  Maar heel vaak wel.  Dan smullen wij.  Dan likkebaarden wij.  Dan genieten wij.
 
Jawel, ik ben een fan.  Een overtuigde fan.  So You Think You Can Dance is voorbij.  Ik zal het missen.  Nu al kijk ik uit naar de volgende editie.  Want één ding staat vast.  Volgend jaar ben ik terug van de partij.  Met Euvgenia, Dan, Ish en Jan.  Met An en Dennis.  Met een nieuwe lichting dansers.  Ik kan het niet ontkennen, ik kijk er nu al naar uit.

Clip:
Dans met Tamara en Giovanni, een choreografie van Isabelle Beernaert.

dinsdag 3 december 2013

Brief aan Annick De Ridder, the sequel. Annick De Ridder antwoordt.

Op 27/11 publiceerde ik mijn brief aan Annick De Ridder naar aanleiding van haar overstap naar N-VA.  Op 01/12 stuurde zij mij volgend antwoord:
 
 
Beste Wim,
 
De inhoudelijke vervreemding van mijn voormalige partij was al even bezig.  Uiteraard heb ik die kritiek inhoudelijk geuit, maar wanneer je het schip niet van koers kan doen veranderen, moet je conclusies trekken.
 
Tweeënhalf jaar geleden ben ik na een bijzonder zware periode gestopt met lokale politiek en actiever geworden "in de privé".  Ik doe dat heel graag, en leer er veel bij, maar van de politieke microbe genezen, dat is mij niet gelukt.  
 
Politiek zit in mijn dna, en de passie om de samenleving te veranderen/verbeteren is meer dan ooit aanwezig.  Wanneer je dan de beslissing neemt dat je verder aan de kar wil blijven trekken, kom je ook bij het inhoudelijke uit uiteraard.  En de manier hoe Open VLD het liberalisme in de federale regering vertaalt, krijg ik echt niet langer verdedigd.  Ik kan mij daarentegen volmondig vinden in zowel de sociaal economische als confederalisme plannen van de N-VA: grondige hervormingen zijn nodig om welvaart en welzijn ook voor de komende generaties veilig te stellen.  
 
Afspraken over lijstvorming zijn er (of u het nu gelooft of niet) niet gemaakt.  Momenteel worden er door de leden vele amendementen ingediend op de teksten van de toekomstvisie.  Bepalen wie juist (en vanop welke plaats) zal worden uitgespeeld voor de verkiezingen, is voor eind januari (vermoedelijk).  
 
We zullen elkaar niet kunnen overtuigen, en dat hoeft ook helemaal niet, maar ik wou je toch even deze verduidelijkingen meegeven.  
 
En tot slot: dit is een van de moeilijkste beslissingen in mijn leven geweest.  Maar dag na dag ben ik er (nóg) meer van overtuigd dat het de juiste is. 
 
Met vriendelijke groeten.
 
Annick De Ridder.

maandag 2 december 2013

Brief aan Flip Kowlier.

Beste Flip,
 
Zondagavond kwam u naar de Gentse Vooruit.  Ik had verscheidene excuses om toch niet te hoeven komen.  Die avond was het de finale van So You Think You Can Dance.  Wekenlang hadden wij elke zondag gekeken naar dat programma.  Nu was het de ontknoping.  Nu gingen wij weten wie de winnaar of winnares van deze editie was.  Jawel, wij konden kijken in uitgesteld relais.  Maar de kans om via allerlei digitale mediakanalen toch te achterhalen wie gewonnen had was bestaande.  Met die voorkennis hoeft dat uitgesteld kijken eigenlijk niet meer.  Want alle spanning is weg.  Het medelevend supporteren heeft dan nog weinig zin en nut.  Daarom aarzelden wij toch te komen.
 
Bovendien was het zondag.  Dan worden wij geconfronteerd met de zondagse blues.  Die blues weerhoudt ons buiten te komen.  Die blues kluistert ons aan de zetel en duwt ons ongewild die zetel in.  Diezelfde blues maakt ons weinig ondernemend en maakt ons elke zondagavond tot passieve wezentjes, die zich onder kleurrijke fleece dekentjes warmpjes voor de televisie nestelen.  Daarom aarzelden wij toch te komen.
 
Toch waren er ook elementen, die ons naar de Vooruit riepen.  Het belangrijkste element was onze nieuwsgierigheid.  Wij hadden gelezen over uw nieuwste werkstuk ‘Cirque, de avonturen van W.M. Warlop’.  In dat werkstuk was behoorlijk wat tijd gekropen.  U was naar Londen getrokken.  U had samengewerkt met de heren Young en Powell.  Best wel grote namen in het muziekwereldje.  Op hun lijstje met referenties konden wij The Clash, The Smiths, Madonna, Kate Bush en Cockney Rebel lezen.  Niet enkel tijd werd geïnvesteerd.  Er werd ook behoorlijk wat geld tegenaan gegooid.  Er wordt gesproken van een budget van vijftigduizend euro.  Dat zou behoorlijk veel zijn voor een Belgische productie.  Dergelijke namen en dergelijk budget scheppen verwachtingen.
 
Zoals steeds wint de nieuwsgierigheid.  Nieuwsgierigheid haalde het op de dansfinale.  Nieuwsgierigheid haalde het op bluesende fleece dekentjes.  Zondagavond stonden wij in de Gentse Vooruit.  Niet in de concertzaal.  Het concert werd te elfder ure verplaatst naar de balzaal.  Een mogelijk gebrek aan interesse? Wij wensen het u niet toe.  Want in ons schuilt een zekere, warme sympathie voor u als persoon en muzikant.
 
Wij waren nog maar net binnen en het concert begon.  Het leek alsof u op ons had gewacht.  Een dergelijk gebaar weten wij te appreciëren.  U had nauwelijks een muzikale noot gespeeld, toch had u ons reeds ingepakt.  U zou kunnen denken dat wij een gemakkelijk publiek zijn.  Dat is ook zo, dat moeten wij erkennen.  Toch moet u er in slagen ons aanvankelijk enthousiasme vast te houden.  U moet dat enthousiasme verder aanwakkeren.  Want wij kunnen afhaken.  Wij kunnen het laten afweten.  Wij zijn niet enkel gemakkelijk.  Als het moet kunnen wij ook kritisch zijn.
 
U slaagde in uw opdracht.  U wist onze aandacht vast te houden.  Uw West-Vlaamse teksten gingen aan mij voorbij.  Ik ben het West-Vlaams totaal onmachtig.  Slechts heel af en toe kon ik enkele flarden ontcijferen.  Ondanks die taalkundige onmacht wist u mij toch emotioneel te grijpen.  Want uw muziek spreekt boekdelen.  Die muzikaliteit bepaalt de overheersende emoties.  Die muzikaliteit geeft aan wanneer er gefeest wordt.  Wanneer er getreurd wordt.  Wanneer er gemijmerd wordt.  Wanneer er gevloekt wordt.  Woorden kunnen overbodig zijn.  Uw groep dicteert professioneel welke emotie bespeeld wordt.
 
Circque wordt door u omschreven als de wereld maar dan in het klein.  De grote wereld in het klein.  Met al zijn tristesse.  Met zijn kleine en grote wonden.  U bent de chroniqueur, u bent de tekstschrijver.  U fileert de maatschappij.  U toont ons het leven zoals het is, tentoongespreid op de ronde piste van het circus.  De vertaling naar het podium werkt wonderwel.  Met u als dirigent en orkestleider gidst u ons doorheen die fascinerende en melancholische wereld.
 
Wij hebben de finale van SYTYCD gemist.  Intussen weten wij reeds wie de winnaar is.  De spanning, die wij hoopten nog te ervaren bij uitgesteld kijken, is weg.  Maar u gaf ons in ruil een fijne avond.  U gaf ons een mooie avond.
 
Met vriendelijke groeten.

Clip:
Flip Kowlier – Directeur.