woensdag 4 december 2013

So You Think You Can Dance. 't Is voorbij.

Jawel, wij kunnen troost zoeken in andere, goede televisieprogramma’s.  Wij hebben Eigen Kweek.  Wij hebben Safety First.  Wij hebben De Ridder.  Wij hebben Birthday.  Wij hebben Alleen Elvis Blijft Bestaan.  Enige troost wordt ons inderdaad geboden.  Televisiezenders doen hun uiterste best om het gemis te compenseren.  Het gemis? U knippert met de ogen.  U weet niet waarover ik het heb.  Laat mij u dan inlichten.
 
Vorige zondag was het de finale van So You Think You Can Dance.  Vorige zondag was het de laatste aflevering van dit dansprogramma.  Na de bekendmaking van de winnaar sloot het programma definitief zijn deuren.  Tot de volgende editie.  Maar daarop moeten wij nog een jaartje wachten.  Dit tijdelijke afscheid valt zwaar.  Heel zwaar.
 
Nochtans valt er heel wat te zeggen tegen het programma.  Eerst en vooral is er de televoting.  Met het eindeloos herhalen van telefoonnummers, waarop kan gestemd worden voor deze of gene kandidaat.  Omdat de makers van het programma zich duidelijk vragen stellen bij het geheugen van de kijker worden ook de reeds gebrachte choreografieën meermaals herhaald.  Al dan niet in combinatie met de telefoonnummers.  
 
Wij zouden ons aan die herhalingen kunnen ergeren.  Maar dat doen wij niet.  Wij nemen deze kleine kantjes er graag bij.  Want wat rest, is een programma, dat overloopt van een bruisend, enthousiast positivisme.  Dat heerlijke optimisme borrelt in meerdere aspecten van het programma naar de oppervlakte.
 
Vooreerst zijn er de kandidaten.  Elke danser brengt naar de studio zijn eigen, persoonlijke verhaal.  Een verhaal van vallen en opstaan.  In stukjes en beetjes wordt dat persoonlijke verhaal doorheen het programma verteld.  Het toont ons mensen, die via het dansen willen ontsnappen.  Ontsnappen aan het gewone.  Ontsnappen aan het gevaarlijke.  Ontsnappen aan het bedreigende.  Via het dansen willen zij hun dromen realiseren.  Dromen, waarin zij schitteren als succesvol, professioneel sterdanser op internationale podia.  Die dromen resulteren in totale overgave.  Zij gooien zich.  Zij werpen zich.  Enthousiast beginnen zij telkens weer aan een nieuwe choreografie.  Heel voorzichtig zetten zij de lijnen van de nieuw aangeleerde choreografie uit tijdens de repetities om die uitgezette lijnen vervolgens met overgave in te kleuren in de spetterende liveshow.  Het grijpt naar de keel.  Naar het hart.  Naar de ogen.  Onverschilligheid bestaat niet.  Als kijker ben je betrokken partij.  Want als kijker word je ontroerd.
 
Toch zijn het niet enkel de kandidaten.  Er is ook de vakjury.  Euvgenia, Dan, Ish en Jan doen het goed.  Jawel, ik spreek hen aan bij de voornaam.  Want bijna zijn wij vrienden.  Elke zondag zitten wij samen om te kijken naar een gedeelde passie.  Dat schept een band.  Deze professionele vakjury laat zich niet verleiden tot arrogante vuilbekkerij.  Kandidaten worden niet finaal de grond ingeboord.  Niks van dat alles.  Hun kritiek is enkel opbouwend.  Bedoeld om de kandidaten in hun zoek- en ontdekkingstocht te begeleiden en op die manier naar een hoger niveau te tillen.  Hun kritiek verpakken zij in een heerlijk vocabularium.  Bij hun oordeel hangen wij aan hun lippen.  Wij knikken.  Want zij spreken met kennis van zaken.  Jawel, elk heeft zijn voorkeuren.  Die voorkeuren verbergen zij niet.  Zij uiten hun voorkeur maar blijven kritisch.  Het maakt hen niet vooringenomen.  Het maakt hen niet blind.  Net zoals de vele choreografieën kan ook het uitgesproken oordeel van een jury ontroeren.  Omwille van hun eerlijkheid.  Hun betrokkenheid.  Hun overtuigingskracht.
 
Dat zou alles kunnen zijn.  Deze twee voorgaande elementen zouden het succes van het programma kunnen verklaren.  Maar dan gaan wij voorbij aan de presentatoren.  Want An en Dennis zijn het toetje.  Dat extraatje.  Zij doen meer dan enkel presenteren.  Zij moedigen aan.  Zij troosten.  Zij beschermen.  Zij porren aan.  Zij doen kleine, onontbeerlijke dingetjes, noodzakelijk voor het welslagen van het programma.  Zij zijn het cement.  De lijm.  Zij verbinden.  Zij verbinden de dansers met de jury.  De dansers met de kijkers.  Zij gieten het gebrachte positivisme in gepaste dosissen uit over de kijkers.  Hun grappige capriolen doen even verpozen.  Zij ontluchten.  Laten heel even de lucht ontsnappen uit de opgebouwde spanning.
 
Oeps, foutje.  Bijna wou ik afsluiten.  Bijna wou ik die laatste woorden neerschrijven.  Maar dan zou ik dat ene foutje maken.  Dat ene foutje in elk dankwoord.  Ik zou mensen vergeten.  Maar ik kan het nog tijdig herstellen.  Bijna vergat ik de niet te verwaarlozen bijdrage van de choreografen te vernoemen.  Dat zou bijna onvergeeflijk zijn.  Want met hun bijdrage brengen zij vuur in het programma.  Passioneel vuur.  Louterend vuur.  Zij vertolken de grote emoties in hun dansen.  Liefde.  Hoop.  Verdriet.  Pijn.  Onafhankelijk van de te vertolken emotie zijn hun choreografieën telkens weer wervelend.  Spetterend.  Vonkend.  Knetterend.  Flitsend.  Bij het kijken naar die dansende schoonheid is de aanwezigheid van een zakdoekje geen overbodige luxe.  Tranen kunnen vloeien.  Al te zeer aangegrepen door de interpretatie van die dansende acteurs.  Of acterende dansers.  Want het zijn niet enkel de danspasjes.  Vooral draait het om de interpretatie.  Om het inleven.  Dat trachten die choreografen hun pupillen bij te brengen.  Dat lukt hen.  Niet altijd.  Maar heel vaak wel.  Dan smullen wij.  Dan likkebaarden wij.  Dan genieten wij.
 
Jawel, ik ben een fan.  Een overtuigde fan.  So You Think You Can Dance is voorbij.  Ik zal het missen.  Nu al kijk ik uit naar de volgende editie.  Want één ding staat vast.  Volgend jaar ben ik terug van de partij.  Met Euvgenia, Dan, Ish en Jan.  Met An en Dennis.  Met een nieuwe lichting dansers.  Ik kan het niet ontkennen, ik kijk er nu al naar uit.

Clip:
Dans met Tamara en Giovanni, een choreografie van Isabelle Beernaert.

dinsdag 3 december 2013

Brief aan Annick De Ridder, the sequel. Annick De Ridder antwoordt.

Op 27/11 publiceerde ik mijn brief aan Annick De Ridder naar aanleiding van haar overstap naar N-VA.  Op 01/12 stuurde zij mij volgend antwoord:
 
 
Beste Wim,
 
De inhoudelijke vervreemding van mijn voormalige partij was al even bezig.  Uiteraard heb ik die kritiek inhoudelijk geuit, maar wanneer je het schip niet van koers kan doen veranderen, moet je conclusies trekken.
 
Tweeënhalf jaar geleden ben ik na een bijzonder zware periode gestopt met lokale politiek en actiever geworden "in de privé".  Ik doe dat heel graag, en leer er veel bij, maar van de politieke microbe genezen, dat is mij niet gelukt.  
 
Politiek zit in mijn dna, en de passie om de samenleving te veranderen/verbeteren is meer dan ooit aanwezig.  Wanneer je dan de beslissing neemt dat je verder aan de kar wil blijven trekken, kom je ook bij het inhoudelijke uit uiteraard.  En de manier hoe Open VLD het liberalisme in de federale regering vertaalt, krijg ik echt niet langer verdedigd.  Ik kan mij daarentegen volmondig vinden in zowel de sociaal economische als confederalisme plannen van de N-VA: grondige hervormingen zijn nodig om welvaart en welzijn ook voor de komende generaties veilig te stellen.  
 
Afspraken over lijstvorming zijn er (of u het nu gelooft of niet) niet gemaakt.  Momenteel worden er door de leden vele amendementen ingediend op de teksten van de toekomstvisie.  Bepalen wie juist (en vanop welke plaats) zal worden uitgespeeld voor de verkiezingen, is voor eind januari (vermoedelijk).  
 
We zullen elkaar niet kunnen overtuigen, en dat hoeft ook helemaal niet, maar ik wou je toch even deze verduidelijkingen meegeven.  
 
En tot slot: dit is een van de moeilijkste beslissingen in mijn leven geweest.  Maar dag na dag ben ik er (nóg) meer van overtuigd dat het de juiste is. 
 
Met vriendelijke groeten.
 
Annick De Ridder.

maandag 2 december 2013

Brief aan Flip Kowlier.

Beste Flip,
 
Zondagavond kwam u naar de Gentse Vooruit.  Ik had verscheidene excuses om toch niet te hoeven komen.  Die avond was het de finale van So You Think You Can Dance.  Wekenlang hadden wij elke zondag gekeken naar dat programma.  Nu was het de ontknoping.  Nu gingen wij weten wie de winnaar of winnares van deze editie was.  Jawel, wij konden kijken in uitgesteld relais.  Maar de kans om via allerlei digitale mediakanalen toch te achterhalen wie gewonnen had was bestaande.  Met die voorkennis hoeft dat uitgesteld kijken eigenlijk niet meer.  Want alle spanning is weg.  Het medelevend supporteren heeft dan nog weinig zin en nut.  Daarom aarzelden wij toch te komen.
 
Bovendien was het zondag.  Dan worden wij geconfronteerd met de zondagse blues.  Die blues weerhoudt ons buiten te komen.  Die blues kluistert ons aan de zetel en duwt ons ongewild die zetel in.  Diezelfde blues maakt ons weinig ondernemend en maakt ons elke zondagavond tot passieve wezentjes, die zich onder kleurrijke fleece dekentjes warmpjes voor de televisie nestelen.  Daarom aarzelden wij toch te komen.
 
Toch waren er ook elementen, die ons naar de Vooruit riepen.  Het belangrijkste element was onze nieuwsgierigheid.  Wij hadden gelezen over uw nieuwste werkstuk ‘Cirque, de avonturen van W.M. Warlop’.  In dat werkstuk was behoorlijk wat tijd gekropen.  U was naar Londen getrokken.  U had samengewerkt met de heren Young en Powell.  Best wel grote namen in het muziekwereldje.  Op hun lijstje met referenties konden wij The Clash, The Smiths, Madonna, Kate Bush en Cockney Rebel lezen.  Niet enkel tijd werd geïnvesteerd.  Er werd ook behoorlijk wat geld tegenaan gegooid.  Er wordt gesproken van een budget van vijftigduizend euro.  Dat zou behoorlijk veel zijn voor een Belgische productie.  Dergelijke namen en dergelijk budget scheppen verwachtingen.
 
Zoals steeds wint de nieuwsgierigheid.  Nieuwsgierigheid haalde het op de dansfinale.  Nieuwsgierigheid haalde het op bluesende fleece dekentjes.  Zondagavond stonden wij in de Gentse Vooruit.  Niet in de concertzaal.  Het concert werd te elfder ure verplaatst naar de balzaal.  Een mogelijk gebrek aan interesse? Wij wensen het u niet toe.  Want in ons schuilt een zekere, warme sympathie voor u als persoon en muzikant.
 
Wij waren nog maar net binnen en het concert begon.  Het leek alsof u op ons had gewacht.  Een dergelijk gebaar weten wij te appreciëren.  U had nauwelijks een muzikale noot gespeeld, toch had u ons reeds ingepakt.  U zou kunnen denken dat wij een gemakkelijk publiek zijn.  Dat is ook zo, dat moeten wij erkennen.  Toch moet u er in slagen ons aanvankelijk enthousiasme vast te houden.  U moet dat enthousiasme verder aanwakkeren.  Want wij kunnen afhaken.  Wij kunnen het laten afweten.  Wij zijn niet enkel gemakkelijk.  Als het moet kunnen wij ook kritisch zijn.
 
U slaagde in uw opdracht.  U wist onze aandacht vast te houden.  Uw West-Vlaamse teksten gingen aan mij voorbij.  Ik ben het West-Vlaams totaal onmachtig.  Slechts heel af en toe kon ik enkele flarden ontcijferen.  Ondanks die taalkundige onmacht wist u mij toch emotioneel te grijpen.  Want uw muziek spreekt boekdelen.  Die muzikaliteit bepaalt de overheersende emoties.  Die muzikaliteit geeft aan wanneer er gefeest wordt.  Wanneer er getreurd wordt.  Wanneer er gemijmerd wordt.  Wanneer er gevloekt wordt.  Woorden kunnen overbodig zijn.  Uw groep dicteert professioneel welke emotie bespeeld wordt.
 
Circque wordt door u omschreven als de wereld maar dan in het klein.  De grote wereld in het klein.  Met al zijn tristesse.  Met zijn kleine en grote wonden.  U bent de chroniqueur, u bent de tekstschrijver.  U fileert de maatschappij.  U toont ons het leven zoals het is, tentoongespreid op de ronde piste van het circus.  De vertaling naar het podium werkt wonderwel.  Met u als dirigent en orkestleider gidst u ons doorheen die fascinerende en melancholische wereld.
 
Wij hebben de finale van SYTYCD gemist.  Intussen weten wij reeds wie de winnaar is.  De spanning, die wij hoopten nog te ervaren bij uitgesteld kijken, is weg.  Maar u gaf ons in ruil een fijne avond.  U gaf ons een mooie avond.
 
Met vriendelijke groeten.

Clip:
Flip Kowlier – Directeur.

vrijdag 29 november 2013

Mooie liedjes: Marble Sounds.

De nieuwe single van Marble Sounds.  De vierde single van hun nieuwste werkstuk ‘Dear Me, Look Up’.  Veel woorden hoef ik er niet aan vuil te maken.  Schoonheid is eenvoudig.  Schoonheid is moeilijk.  Schoonheid is eigenlijk moeilijke eenvoud.  Maar op een dergelijke manier dat het toch makkelijk lijkt.  U bent nog mee? Neen, luister dan even naar dit liedje.  Of neen, luister naar deze song.  ‘Liedje’ klinkt een beetje minnetjes.  ‘Song’ klinkt grootser.  Heeft meer allure.  Want wie zegt nu nog liedjesschrijver? Niemand.  Iedereen heeft het over singer-songwriter, toch? Muziek heeft zo zijn gevoeligheden.  Luister dus naar deze song.  Want in deze song schuilt schoonheid.  Zoals schoonheid bedoeld is.
 
En, oh ja, u kan in de clip met adorerende verbazing kijken naar Wim Willaert, alias Frank uit Eigen Kweek.  Zonder woorden.  Zonder zijn charmante, stuntelende, gehakkelde Engels-Vlaams.
 
Clip:
Marble Sounds – Leavea light on.


woensdag 27 november 2013

Brief aan Annick De Ridder.

Beste Annick,
 
Binnenkort is het Sinterklaas.  U hebt misschien het geloof in die goedheilige man verloren.  Dat zou wel eens kunnen.  Alle geloofsinstituten verliezen aanhang.  Ook Sinterklaas deelt in de klappen.  Zelfs die brave man uit Spanje wordt in deze algemene geloofscrisis bekritiseerd.  Zelfs die brave man wordt aangesproken op zijn kleine kantjes.  Ongetwijfeld hebt u het debat over Zwarte Piet gevolgd.  Ongetwijfeld hebt u daarover een mening.  U bent per slot van rekening een politica.  Politici worden geacht een mening te hebben.  Ondanks het voorgaande durf ik toch te denken dat uw recente gedrag zal geleid hebben tot enkele bemerkingen in het Grote Boek van Sinterklaas.  Het Grote Boek, waarin de stoute kindertjes worden ingeschreven.  
 
Zoals ik al zei, u hebt een mening.  Zo hebt u een mening over uw partij.  Die hebt u de voorbije dagen uitgebreid kunnen ventileren.  Open VLD zou al te ver afgedreven zijn van het liberale gedachtegoed.  In die mate zelfs dat u zich niet meer herkent in die partij.  Dat kan een terechte vaststelling zijn.  Alhoewel ik meen te mogen stellen dat de partij tijdens het recente congres juist meer aansluiting zocht met dat door u zo beminde gedachtegoed.  Toch, u ziet het anders.
 
Debat binnen een partij is noodzakelijk.  U hebt zich geëngageerd binnen één partij.  Bijgevolg hebt u een stem in dat debat.  In tegenstelling tot het gewone kiesvee hebt u verantwoordelijkheid opgenomen binnen één partij.  U hebt van die partij een mandaat gekregen.  Die betrokkenheid geeft u het recht te waken over de koers van de partij.  U hebt de mogelijkheid die koers bij te sturen.  U kan dat alleen doen.  U kan hiervoor medestanders zoeken.  U kan hiervoor een meerderheid binnen de partij zoeken.  Dat maakt deel uit van het politieke spel.  Dat spel moet open en eerlijk gevoerd worden.  Die eerlijkheid gebiedt u het verlies te slikken indien u niet slaagt in het bereiken van de door u gewenste koerswijziging.  Dat verlies zou u moeten sterken.  Zou u moeten drijven tot het zoeken naar meer overtuigende argumenten.  Met nog meer overtuiging zou u uw gewenste beleid binnen de partij moeten verdedigen.  Enkel die koppige halsstarrigheid kan bewondering wekken.  U kiest voor een andere weg.  U kiest voor een te gemakkelijke vlucht.  Daar gaat u fout.  Behoorlijk fout.  
 
Met die te gemakkelijke uitweg besmeurt u het politieke bedrijf.  Want u bevestigt bij populisten en grote schreeuwers het beeld dat alles draait om postjes.  Dat alles draait om poenpakkerij.  Er werd u niks beloofd.  Dat beweert u.  Een zekere graad aan naïviteit is ons niet vreemd.  Maar er zijn grenzen aan die goedgelovigheid.  Een half jaar vóór de moeder aller verkiezingen moet hierover gepraat zijn bij uw mogelijke overstap.  De lijstvorming moet één van de elementen in die besprekingen geweest zijn. 
 
De overstap was de enige mogelijke keuze.  Dat zegt u.  Maar u hebt het mis.  Ik kan mij voorstellen dat zwijgend aan de kant staan niet onmiddellijk past bij uw karakter.  Dat kan zijn.  Maar dan restte u nog die andere optie: de uitstap.  U kon de politiek volledig achter u laten.  U kon kiezen voor een totale makeover en kiezen voor een carrière in de privé.  U kent de weg in het politieke landschap.  Veel ondernemers hebben graag een dergelijke wegenkaart in huis.  Ongetwijfeld had u kunnen kiezen uit een ruim aanbod.  De keuze voor het politieke vaarwel is het enige mogelijke alternatief.  U hebt hiervoor niet gekozen.  Hiermee brengt u behoorlijk veel schade aan het politieke bedrijf.
 
U koos voor N-VA.  Bij die keuze trapt u behoorlijk na naar uw oude partij.  U hebt heel wat kritiek op genomen beslissingen binnen de federale partij, waarvan Open VLD deel van uitmaakt.  U oppert deze kritiek nu.  Nooit hebt u die kritiek laten weerklinken binnen uw ex-partij.  Dat is wat een partijlid nochtans hoort te doen.  Dat is één van zijn bekommernissen.  Wat u nu doet, kan enkel geïnterpreteerd worden als natrappen van een partijlid, dat beseft dat andere mensen een grotere invloed hebben en krijgen binnen de partij.
 
Tot slot beweert u dat uw ex-partij te weinig gewicht heeft binnen de federale regering.  Uw ex-partij zou niet sturen maar enkel ondergaan.  Dat is uw visie op de beleidsdeelname van uw ex-partij.  Dat klinkt hard.  Tegenover uw nieuwe partij bent u dan weer milder.  Veel milder.  U looft het realistische programma van uw nieuwe partij.  U bent nu al een getrouwe partijsoldaat.  Enige aanpassing is niet nodig.  Toch maakt u in uw analyse enig voorbehoud.  Voorbehoud, dat u weigert te maken bij uw vroegere partij.  De mate waarin N-VA haar programma kan realiseren, laat u afhangen van het mandaat van de kiezer.  Die voorzichtigheid schuift u volledig aan de kant bij de analyse van uw vroegere partij.  Nochtans bokst Open VLD in de gewichtsklasse, haar toegemeten door de kiezer.  Binnen de regering speelt zij haar toegewezen rol.  Dat is die van de kleinere partij.  Dat is die van een kleinere partij, die hoopt op enkele fronten kleine punten te scoren.  Deze erkenning zou getuigen van politieke eerlijkheid.  Van politieke verdraagzaamheid.
 
Ik zou willen eindigen met u succes toe te wensen.  Maar dat doe ik niet.  Want ik keer mij weg van het politieke schouwspel, waarvan u de regisseur bent.  Dat schouwspel is verfoeilijk en kan ik enkel diep betreuren.
 
Zoals ik al zei, u had een andere keuze.  Dat u dat niet hebt gedaan, maakt van u een spijtige opportunist.  Dat politiek opportunisme draait dan inderdaad om het behoud van een veilig en zeker politiek zitje.  Want u ruilt de onzekerheid binnen een krimpende partij voor de zekerheid binnen een op electorale wolkjes drijvende partij.  Dat politieke zelfbehoud maakt van u een politieke huurling.  Het enige wat wij van een huurling zeker weten is dat zij wispelturig zijn.  Dat zij meelopen met de winnaar van het moment.
 
Met vriendelijke groeten.

dinsdag 26 november 2013

Zeitoun. Dave Eggers.

Ik had het boek gelezen van Björn Soenens: Amerika, een biografie van dromen en bedrog.  IN dat boek legt hij het duale karakter van Amerika bloot.  In korte stukjes belicht hij het goede en het slechte in de Amerikaanse maatschappij.  Er zit behoorlijk veel sleet op de Amerikaanse droom.  Het beloofde land loopt mank.  Het land van melk en honing moet dringend aan de zuurstof.  Tot deze besluiten kunnen wij komen na het lezen van dit toch wel interessante boek.
 
Maar ik wou het eigenlijk niet over dat boek hebben.  Dat was slechts een aanleiding.  Een handig middeltje om te komen tot datgene waarover ik het wel wil hebben.  Soms moeten wij al eens een omweg maken om tot de kern van de zaak te komen.  Die omweg kan dan beschouwd worden als een vorm van langdradigheid.  Dat kan best.  Dat zal best.  Toch heeft elk verhaal zijn eigen aanloopje nodig.  Onmiddellijk met de deur in huis vallen is behoorlijk bruut.  Dat doet men niet.  Eerst even aankloppen, dan pas de deur openen.  Zo hoort het.
 
In het grote Amerikaanse boek schreef Björn Soenens ondermeer over Katrina en de gevolgen van deze orkaan voor New Orleans.  Hij verwees hierbij naar het boek van Dave Eggers.  Hij noemde dat boek ‘Zeitoun’ een absolute aanrader.  Toch als u wat meer wou weten over de desastreuze gevolgen van die orkaan voor de inwoners van New Orleans.  Mijn nieuwsgierigheid was gewekt.  Want ik ben gebeten om te weten.  
 
Jawel, ik had gelezen over die orkaan.  In 2005 had ik alle berichtgeving gevolgd in de kranten.  Ik had gelezen over de doden en gewonden.  Over het falen en de fouten.  Ik had alle getuigenverklaringen gelezen.  Tot op dat ene moment.  Dat kritische moment.  Op het moment van de overload haakte ik af.  Op het moment dat we te overdadig werden bestookt met nieuwsfeiten liet ik de orkaan aan mij voorbijgaan.  U zou het onverschilligheid kunnen noemen.  Voorwaar een zware beschuldiging.  Ik wil die beschuldiging dan ook ontkrachten.  Wanneer de journalistiek al te zeer opschuift naar voyeurisme is voor mij de kritieke grens overschreden.  Bij dat overschrijden haak ik af.  Dat deed ik niet enkel bij Katrina.  Dat deed en doe ik ook bij andere rampen.  Geen onverschilligheid dus.  Wel een constant waken over het gaaf houden van mijn betrokken interesse.
 
Ik heb ‘Zeitoun’ gelezen.  Dit waar gebeurd verhaal is een verslag over de dagen vóór en na Katrina.  Het toont de voorbereidingen van de familie Zeitoun op de aangekondigde orkaan.  Het toont een familie, die constant afwegingen maakt.  Noodzakelijke afwegingen.  Op basis van dagelijkse weerberichten en weersvoorspellingen moeten zij beslissen over evacuatie.  Zullen zij thuisblijven of zullen zij toch andere, veiligere oorden opzoeken? Uiteindelijk komen zij tot een compromis.  Moeder en kinderen vertrekken, vader blijft achter. 
 
Toch is dit boek meer dan enkel een verslag.  Het vertelt tevens het verhaal over immigratie en integratie.  Zeitoun is een Syrische immigrant en als zelfstandig aannemer werkzaam in New Orleans.  Hij heeft de Amerikaanse droom verwezenlijkt.  Hij is succesvol.  Hij heeft een goed draaiende zaak. 
 
Tegelijk is hij ook moslim.  Dat heeft bepaalde consequenties voor het gezin.  Dave Eggers toont de gevolgen van 9/11 op de Amerikaanse samenleving.  Er heerst argwaan.  Onwetendheid voedt de angst.  Vaak wordt de familie beschimpt.  Soms is er zelfs discriminatie in het spel.  Ondanks het succes als aannemer botst de familie vaak op de te kleine kantjes van de Amerikaan.
 
Zelfs in de afhandeling en de reactie op de orkaan komt de Amerikaanse bezorgdheid om de veiligheid steeds om de hoek kijken.  De oorlog tegen terrorisme is nooit ver af.  De argwaan en angst dringt binnen in het overheidsapparaat.  Dat binnendringen ontspoort in wangedrag bij overheidsfunctionarissen.  Die functionarissen krijgen carte blanche.  Die functionarissen worden gesterkt door een beleid dat recht op privacy als een luxe beschouwt.  Een luxe, dat in deze bange tijden op alle mogelijke manieren mag aangetast en verkracht worden.
 
Het boek is adembenemend.  Het boek is onthutsend.  Eigenlijk is dit boek net als het boek van Soenens een biografie over dromen en bedrog.  Net als Björn Soenens kom ik tot dat ene besluit: dit is een aanrader.

Links:
When the levees broke: a requiem in four acts (parts I and II) – Spike Lee.
When the levees broke: a requiem in four acts (parts III and IV) – Spike Lee.
Zeitoun - Dave Eggers: een reportage.

maandag 25 november 2013

Jawadde, nie normaal ...

Wij staan tien hoog.  Op het dak van het MAS.  De avond valt in boven Antwerpen.  De lichtjes aan de Schelde worden aangeschakeld.  De lucht kleurt roodblauwgrijs.  Een eigen huis, een plek onder de zon, … Aan dat liedje moet ik denken als wij vanop het MAS neerkijken over ’t Eilandje.  Terwijl ik dat liedje stilletjes zing, denk ik dat het hier heerlijk moet zijn om te wonen.  Dichtbij de stad en toch rustig.  Vanop het MAS kies ik mijn huisje.  Mijn dakappartement.  Of zou ik toch voor een herenhuis kiezen? Ik droom en in die droom kies ik mijn favoriete stek.  In die droom maken wij geen financiële afwegingen.  Wij laten ons niet weerhouden door realistische en ontnuchterende bemerkingen.  Wij kiezen gewoon.  Wij pikken er gewoon eentje uit.
 
Deze immobiliaire dromen aan het MAS zijn nog klein en bescheiden te noemen.  Die dromen worden dezelfde avond nog groter.  Veel groter.  Wij verlaten het MAS en rijden naar Zurenborg.  Hier staan imposante villa’s.  Statige herenhuizen.  Het dromen wordt wilder.  Het kiezen gebeurt nog enthousiaster.  Onze keuzes worden regelmatig herzien.  Elke keer als wij een woning zien dat nog groter en nog meer allure heeft, schrappen wij de vorige keuze en kiezen wij voor het grotere.  Voor het fraaiere.
 
Terwijl wij doorheen deze wijk wandelen, vergapen wij ons aan deze architecturale pareltjes.  Wij laten ons overdonderen door fraai uitgewerkte ornamenten.  Door fijne versieringen.  Door frivole tierlantijntjes.  Wij kijken naar standbeelden, op balkons geposteerd als versteende wakers over de wijk.  Griekse kariatiden lijken het wel.  Tijdelijk gehuisvest in Antwerpen.  Alsof zij de Griekse crisis ontvlucht zijn en hier wachten op betere tijden.  Al te vaak vallen onze monden open.  Al te vaak schudden wij met onze hoofden, gevolgd door die ene, stamelende uitdrukking van verbazing: ‘man, man, man, …’.  In deze wijk zijn deze villa’s geen uitzondering.  Deze villa’s zijn de standaard.  Zij staan netjes op een rij.  Zonder enige onderbreking.  Rijkdom paalt aan rijkdom.  Grootsheid aan grootsheid.  
 
Die grootse, adembenemende architectuur doet mij verlangen de oorspronkelijke bewoners te ontmoeten.  Met plezier zou ik doorheen die huizen willen wandelen.  Kijken naar het dagelijkse leven van die burgerlijke topklasse.  Kijken naar dat ongetwijfeld luxueuze, bijna decadente bestaan.  Slechts één iemand kan dat verlangen realiseren.  Professor Barabas met zijn teletijdmachine kan mij helpen.  Maar die professor is een stripfiguur.  Stripfiguren bestaan niet.  Enkel in hun verhalen leiden zij hun leventje.  Ik zal dus in deze tijd blijven.  Noodgedwongen.  Het einde van de negentiende eeuw is voor mij niet bereikbaar.  Dit onvermogen verhindert evenwel mijn fantasie niet.  Die fantasie borrelt.  Die fantasie doet mij vervellen tot huiseigenaar.  Doet mij verworden tot lid van de bourgeoisie.  Elke stap doet mij dat ietsje rechter lopen.  Ik recht mijn rug.  Hef mijn hoofd ietsje meer rechtop.  Ik kijk rond.  Zelfbewust.  Elke stap doet die wijk meer mijn wijk worden.  Dit is mijn wijk.  Dit is mijn straat.  Dit is mijn huis.  Jawel, ik geloof het.  Jawel, ik ben het.
 
De volgende morgen spatten onze dromen uiteen.  Nieuwsgierigheid is de dader.  Nieuwsgierigheid brengt ontnuchtering.  Wij willen weten.  Wij willen het financiële plaatje kennen.  Gisteren hadden wij een woning te koop gezien.  Vijf slaapkamers en drie badkamers.  Wij surfen naar de site vanhet immobiliënkantoor.  Daar staat het zwart op wit.  Wij lezen de vraagprijs één keer.  Wij lezen het een tweede keer.  Een derde keer.  Jawel, wij lezen het zelfs een vierde keer.  Om onszelf te overtuigen dat wij alle nulletjes op de juiste manier hebben gelezen.  Drie miljoen euro, dat is de vraagprijs.  Honderd twintig miljoen oude Belgische franken.  De bubbel spat open.  Met beide voetjes staan wij terug op de grond.  In de realiteit.  Wij zijn voetvolk.  Gewone jongens en meisjes.  Van eenvoudige komaf.  Maar meer nog dan gewone jongens en meisjes zijn wij gelukkige jongens en meisjes.  De harde confrontatie met de zwaar doorwegende euro’s ontneemt ons dat besef niet.  Jawel, wij zijn gelukkig.  
 
Zurenborg heeft ons wakker geschud.  Heeft ons doen inzien dat er nog rijke ‘smeerlapjes’ rondlopen op deze aardbol.  Maar tegelijk heeft Zurenborg dat aloude, troostende spreekwoord bevestigd: geld maakt niet gelukkig.  Volmaakt gelukkig sluiten wij de site van het immobiliënkantoor.  Wij stappen terug in ons leventje.  Ons zalig leventje.