dinsdag 20 juni 2017

The Afghan Whigs, gezien in AB. Brief aan Greg Dulli.

Beste Greg,
 
Net vóór het concert vroeg u het publiek geen flitsfoto’s te maken.  Het zou u uit uw concentratie brengen.  U vroeg om begrip hiervoor.  Tegelijk vroeg u ons van het concert te genieten.  Ons niet te laten verstrooien door het maken van foto’s.  Door het maken van filmpjes.  Een verwittigd man is er twee waard.  Dat wordt gezegd.  Verzwegen wordt evenwel dat verwittigde mannen vaak die vervelende neiging hebben.  Die onhebbelijke neiging om toch maar eens te kijken hoe ver men te ver kan gaan.  Een dergelijk vervelend mannetje was ook aanwezig op uw concert.  Tijdens Debonair ging hij aan het filmen.  Met een felle lamp.  Ongegeneerd.  Ik vreesde het ergste.  Ik vreesde dat u alles zou stil leggen.  Dat u zou stoppen met het concert.  Dat dacht ik.  U leek het te negeren.  U ging door.  U bent welgemanierd.  Begonnen liedjes moeten afgemaakt worden.  Pas na het liedje reageerde u.  In korte en heldere bewoordingen.  Kordaat zei u dat hij onmiddellijk moest stoppen.  Dat u niet begreep waarom hij stond te filmen.  Dat hij heel waarschijnlijk nooit meer naar dat filmpje zou kijken.  U zei dat hij in het moment moest zijn.  Dat hij moest genieten.  Dat hij zich niet mocht laten afleiden door niet ter zake doende onbenulligheden.  Hij had de boodschap begrepen.  De smartphone verdween.  Niet enkel bij hem.  Bij iedereen.  Nooit zag ik een smartphoneloos concert.  Tot op uw concert.  U maakte mijn wens tot werkelijkheid.  Eindelijk.  Hiervoor wil ik u danken.  Meer nog, voor die ervaring ben ik u eeuwig dankbaar.  Want niks is meer vervelend dan een concert lang tegen een scherm van een smartphone te moeten aankijken.
 
Toch wil ik u niet enkel hiervoor danken.  Ik heb nog andere redenen om u dankbaar te zijn.  Ik had mijn kaartje voor uw concert al een tijdje.  Ik ben niet echt vertrouwd met uw repertoire.  Lange tijd dacht ik te braaf te zijn voor uw muziek.  Als brave jongen zou ik al te snel door de mand vallen.  Daarom bleef ik in uw hoogdagen weg van uw concerten.  Pas later leerde ik u echt kennen.  Via uw samenwerking met Mark Lanegan.  The Gutter Twins.  Toch zegde iets in mij dat ik deze kans moest grijpen.  Ik was nu een grote jongen.  Nog steeds een brave jongen.  Maar ik had intussen haar op mijn tanden gekweekt.  Als het moest, kon ik best stoer zijn.  Voor heel even.  Ik durfde nu te gaan.  Want ik had dat vreemde voorgevoel dat het wel eens één van de betere concerten zou kunnen worden.  Ik heb vertrouwen in mijn voorgevoel.  Ik kocht een kaartje.  Donderdagavond nam ik de trein naar Brussel.
 
Ik klom naar het hoogste balkon.  Ik weet het, de beste plaats is voor het podium.  Ik ben een niet zo grote jongen.  Dan kan het al eens gebeuren dat net voor mij een reus komt staan.  Al dan niet op lemen voeten.  Waardoor ik een concert lang van het ene been op het andere moet huppelen om toch maar iets te zien.  Dat wou ik vermijden.  Daarom naar boven.  Ik keek uit over de zaal.  Ik keek uit over het podium.  Door niemand gehinderd.  Een heerlijk gevoel.
 
Vanop die bevoorrechte positie zag ik het concert groeien.  Aanvankelijk was het publiek rustig.  De grootste fans stonden vooraan.  Tegen het podium aangeplakt.  Bij de eerste noot reageerden zij wild enthousiast.  Voor hen was u de opperpriester.  U gaat hen voor in het geloof.  Het geloof in en van Afghan Whigs.  In uw ogen lazen zij de redding van de wereld.  Maar u wijst die rol van Redder af.  Ook al wordt zij u toegewezen door fans.  U gaat niet in op hun vraag.  Het enige, dat u kan en wilt doen, is hen een fijne avond bezorgen.  Ik kan u nu al zeggen, u hebt dat gedaan.  Maar ik loop vooruit op de zaken.  Terug naar het begin.  Het publiek was rustig.  Dat heb ik al gezegd.  Hoogstens wat hoofdschudden.  Zachtjes met het hoofd van voor naar achter.  Van achter naar voor.  Anderen kozen voor het heupwiegen.  Nog anderen voor het stampvoeten.  Ik zag alles van bovenuit.  Maar het veranderde.  Het rustige verdween.
 
U zette Debonair in.  U stak de lont aan het vuur.  Het concert ontbrandde.  Het feest brak los.  Geen heupwiegen meer.  Geen stampvoeten meer.  Iedereen leek het begrepen te hebben.  Iedereen schakelde een versnelling hoger.  Plots zag ik enkelen tegen het podium die ene dans dansen.  Enkelen gingen aan het pogoën.  Een dans, waarvoor nog nooit een choreografie werd uitgeschreven.  Iedereen weet hoe het moet.  Er moeten geen stappen geteld worden.  Er moet gesprongen worden.  Tegen elkaar aan.  Ik keek neer op wat daar beneden aan het gebeuren was.  Ik zag het feestje.  Ik kon niet anders dan glimlachen.  Een warme lach verscheen op mijn gezicht.  
 
Uit deze brief zou u kunnen opmaken dat ik slechts een waarnemer was.  Een passieve getuige.  Getuigen kijken enkel.  Staan aan de kant.  Zonder zelf deel te nemen.  U zou dat kunnen denken.  Ik wil u enkel dit meegeven.  Een getuige was ik.  U leest mijn verslag.  Ik kan het niet ontkennen.  Toch was ik niet passief.  Ik was een actieve participant.  Op feestjes sta ik nooit aan de kant.  Nu dus ook niet.  Mijn eerlijkheid gebiedt mij evenwel dat actieve lidmaatschap enigszins te nuanceren.  Ik stond niet te springen.  Mijn ingebouwde hang naar voorzichtigheid gebood mij dat.  Ik zou over de reling kunnen slaan.  Dat wou ik vermijden.  Om zo een vroegtijdig einde van het feestje te verhinderen.  Ik danste wel.  Met eenzelfde ingetogen overgave als u.  U danste ook.  Heel minimalistisch.  Ik volgde uw voorbeeld.
 
Van Debonair tot Faded, het vuur luwde niet meer.  Het bleef branden.  Soms ging het wel eens liggen.  Brandde het heel zachtjes.  Om dan weer op te flakkeren.  Hevig te knetteren.  Nooit ging het vuur uit.  Dat kon niet meer.  U zorgde daarvoor.  U en uw bandleden.
 
Ik kwam naar Brussel.  Naar Afghan Whigs.  Ik wist niet wat ik mocht verwachten.  Na anderhalf uur wist ik het wel.  Ik kreeg pure, oprechte rock.  Rauwe rock.  Ik kreeg geen band van ouwe mannetjes.  Wel een band van echte mannen, die op het podium plots jonge jongetjes leken.  Ik kreeg geen concert, dat draaide op routine.  Wel een concert, dat dreef op passie.  Ik keek en luisterde naar u.  Naar Afghan Whigs.  Blij u dan toch te hebben leren kennen.  In het verleden leven is niet goed.  Dat wordt gezegd.  Maar ik moet terug.  Ik wil terug naar uw repertoire.  Naar Congregation.  Naar Gentlemen.  Ik moet terug naar Black love.  Naar 1965.  Ik moet op ontdekkingstocht.  U hebt mij aan het werk gezet.  Want onze eerste kennismaking smaakt naar meer.
 
Beste Greg.  Ik wil u danken.  Voor een prachtig concert.  Een begeesterend concert.  Een overtuigend concert.  Ik weet niet wat dit jaar nog zal brengen aan concerten.  Wel weet ik dat het moeilijk zal zijn dit te overtreffen.  Uw passie, energie en gedrevenheid lijken uniek.  Door niemand te evenaren.  U hebt de toon gezet.  De standaard.  
 
Van harte dank.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Setlist:
Birdland.
Arabian heights.
Matamoros.
Honky’s ladder.
Light as a feather.
You want love (Pleasure Club cover).
Debonair.
Toy automatic.
Can rova/Last goodbye.
Algiers.
Going to town.
Demon in profile.
It kills.
Fountain and Fairfax.
John the Baptist.
Somethin’ hot.
Into the floor.
Ooh la la (Faces cover).
Parked outside.
Summer’s kiss.
Faded.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen