donderdag 1 juni 2017

Leger van Lankmoed, gezien in de nieuwe Melac, Zwijnaarde. Brief aan Jan Geubbelmans en Peter Van Ewijk.

Beste Jan,
Beste Peter,
 
Tot zondag had ik nog nooit van jullie gehoord.  Dat zou veranderen.  Aan mijn onwetendheid over jullie bestaan zou een einde komen.  Het voorbije weekend werd het nieuwe ontmoetingscentrum in Zwijnaarde geopend.  Bij die opening hoorde een feestweekend.  Een feestweekend met daarbij horend een feestprogramma.  Pas bij feesten kan ontmoet worden.  Pas bij feesten zou het ontmoetingscentrum zijn kerntaak optimaal kunnen invullen.  Ik moet bekennen, van feestjes ben ik niet vies.  Op feestjes wil ik steeds aanwezig zijn.  Maar soms moet ik een handje geholpen worden.  Soms moet toeval ons dat ene helpende handje toesteken.  Zoals op zondag.
 
Het zou een rustige zondagavond worden.  Bekomen van een drukke zaterdag.  Genieten van de finale van Peking Express.  Dat zou het worden.  Zo hadden we onze zondag uitgetekend.  Meer moest het niet zijn.  Rust, daar waren wij aan toe.  Maar het is net op zulke momenten dat alles kan verkeren.  Voor zulke momenten had Bredero die ene uitspraak uitgedacht.  Die ene uitspraak, die alles overhoop haalt.  Zo was het bij ons.  Zo gebeurde het bij ons.  Het uitgedachte scenario voor onze rustige zondag werd herschreven.  Door dat ene berichtje.  Dat ene berichtje van een vriendin bracht ons naar jullie voorstelling.
 
Net vóór jullie voorstelling had ik even een klein onderzoekje gedaan.  Om toch te weten wat ik mocht verwachten.  Ik was even naar jullie website gegaan.  Jawel, mijn nieuwsgierigheid kan ik niet bedwingen.  Bovendien wordt gezegd dat een verwittigd man er twee waard is.  Ik meen te mogen stellen dat hetzelfde geldt voor een goed geïnformeerd man.  Ook die is er twee waard.  Soms zelfs nog meer.  Ik las dat er parallellen werden getrokken met Kommil Foo.  Dat kon niet mis gaan.  Een dergelijke vergelijking schept verwachtingen.  Nochtans besef ik maar al te goed dat verwachtingen verstorend kunnen zijn.  Het kan een optimale beleving in de weg staan.  Dat kan gebeuren.  Maar zou het ook die avond met jullie gebeuren?
 
Jullie kwamen op.  Twee mannen op een podium.  Ik dacht aan Kommil Foo.  Dat lag voor de hand.  Die naam speelde even door mijn hoofd.  Even dacht ik een doorslagje te krijgen van het origineel.  Maar die vieze gedachte verdween al snel.  Jullie waren Lankmoed.  In het Lankmoed zijn waren jullie origineel.  Geen sprake van kopie.  Ik keek naar een origineel.  Het origineel.
 
Even voelde ik mij aangesproken.  Bij het begin van jullie voorstelling.  Toen jullie begonnen over wat een geslaagde theateravond zou kunnen zijn.  Toen jullie vertelden dat jullie onvoorbereid een theaterzaal binnenstappen.  Omdat dan de verrassing optimaal is.  Ik voelde mij betrapt.  Alsof jullie in mijn ogen lazen dat ik wel degelijk voorbereid was.  Even schuifelde ik oncomfortabel op mijn stoel.  Ik keek weg van jullie.  Keek niet in jullie ogen.  Ik kon het niet.  De beschuldiging was te groot.  Het leek te suggereren dat ik enkel in de zaal was omdat mijn onderzoekje mij had gerustgesteld.  Mij had doen besluiten dat u best wel een waardig alternatief was voor een rustige zondagavond.  Zonder dat minimale recherchewerk zou ik er niet geweest zijn.  Zo leek het wel.  Zo voelde het.
 
Toch voelde ik mij niet lang ongemakkelijk.  Dat liet u niet toe.  U nam mij en het publiek mee in uw verhaal.  Niemand mocht achterblijven.  Iedereen moest mee.  Geen enkele uitzondering.  U had een boodschap.  Verpakt doorheen uw verhaal.  Als een constante.  Die boodschap lepelde u bij iedereen binnen.  Soms zachtjes.  Soms hard.
 
Er wordt te veel geschreeuwd.  Te veel geroepen.  Iedereen heeft een mening.  Die mening moet gehoord worden.  Een mening moet echoën.  Moet weerklank vinden.  Dan moet men schreeuwen.  Althans, dat meent men.  Een intellectueel debat verliest zijn waarde.  Lijkt niet meer van deze tijd.  Argumenten doen er niet meer toe.  Slogans, dat is het nieuwe debat.  De waarheid wordt ingekleurd.  Bijgekleurd.  De waarheid wordt in het eigen kamp getrokken en daaraan aangepast.  Speechschrijvers lijken hun waarde te verliezen.  Marketeers doen hun intrede.  Zij kennen de waarde van compactheid.  Dat werd hen aangeleerd.  Kort, in enkele woorden, moeten zij een idee verkopen.  Controverse verkoopt, dat weten zij.  Controverse trekt de aandacht.  Dus vervalt het debat in uitersten.  De nuance verdwijnt.
 
Ik vat alles even kort samen.  Althans, ik vat samen wat ik meen in uw sprankelende voorstelling gelezen te hebben.  Meer woorden heeft uw voorstelling.  Langer duurt uw voorstelling.  Anderhalf uur lang neemt u het publiek mee in uw visie op de huidige wereld.  De wereld, die lijkt toe te behoren aan de vuilgebekte schreeuwers.  U doet dat vlijmscherp.  Haarscherp.  U ontleedt.  Grappig.  Komisch.  Muzikaal.  Vocabulair hoogstaand.  U raast.  Gaat rechtdoor.  Zonder enige pauze.  Zonder enige adempauze.  U gaat tekeer.  Soms rustig.  Ingehouden.  Soms wild.  Om zich heen slaand.  
 
Bulderend van het lachen brengt u het publiek tot die ene vaststelling.  Tot dat ene besluit.  Dat we rechtop moeten staan.  Dat we die domme onheilsprofeten moeten counteren.  Dat we het intellectuele debat opnieuw naar het centrum moeten brengen.  Weg van de schaduw, waarin het al te lang resideert.  Tot dat besluit komt u samen met het publiek.  Maar zelfs in dat besluit schuilt die heerlijke dubieuze twist, die doorheen de hele voorstelling sluimert.
 
Lankmoed.  Wat ben ik blij dat ik zondag dat uitnodigende berichtje kreeg.  Wat ben ik blij dat ik zondag in de nieuwe Melac zat.  Dat ik niet voor mijn televisie zat.  Want was dat alles niet gebeurd, had ik jullie niet leren kennen.  Was dat alles niet gebeurd, was Lankmoed nog steeds een onbekende voor mij.  Dat is niet langer zo.  Eindelijk heb ik jullie leren kennen.  Eindelijk heb ik jullie ontmoet.  Eindelijk heb ik mogen ervaren dat Lankmoed een wonderbaarlijke ontdekking was en is.  Vaak wordt gezegd dat de Schepper op de zevende dag rustte.  Ik ben blij dat ik het niet deed.  Dat ik de deur achter mij dicht trok en naar dat nieuwe ontmoetingscentrum in Zwijnaarde ging.
 
Ik wil jullie danken voor deze fantastische avond.  Vol van bewondering keerde ik huiswaarts.  Vol van verwondering ging ik slapen.  U schonk mij een warme avond.  Een avond vol woorden.  Mooie woorden.  Juiste woorden.  Grappige woorden.  Trieste woorden.  Een avond vol muziek.  Muziek, waarin uw verhaal glashelder en muzikaal werd vertaald.  Dat alles te mogen horen kan enkel omschreven worden als genieten.
 
Beste Jan.  Beste Peter.  Ik wens jullie het allerbeste.  
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen