dinsdag 9 mei 2017

Uitgelezen: De vorm van ruïnes. Brief aan Juan Gabriel Vasquez.

Beste Juan Gabriel,
 
Colombia.  Het staat op ons lijstje.  Ons verlanglijstje met landen waar we absoluut heen willen.  De Colombianen zouden het sympathiekste volkje zijn.  Zo wordt beweerd.  Ik weet het, met dergelijke beweringen moet ik opletten.  Het wordt ook gezegd van Myanmar.  Van Iran.  Wij moeten ter plaatse gaan om het te weten.  Te ervaren.  Te voelen.  Ik zal dus naar Colombia moeten.  Net zoals u.  U keerde ook terug.  Niet om uit te zoeken of Colombia nu inderdaad de meest sympathieke bevolking heeft.  Dat weet u.  U bent zelf een Colombiaan.  U ging om andere redenen.  Want u wil Colombia begrijpen.  U onderneemt een zoektocht naar begrip.  U doet het voor u zelf.  Voor uw kinderen.
 
Centraal in die zoektocht staan twee samenzweringstheorieën.  Opgebouwd rond twee politieke moorden.  De moord op Jorge Eliécer Gaitán.  Gepleegd in 1948.  De moord op Rafael Uribe Uribe.  Gepleegd in 1914.  In beide gevallen luidt de officiële versie dat de moordenaars werden opgepakt.  De moordenaars van Uribe Uribe werden voor de rechtbank veroordeeld.  De moordenaar van Gaitán werd onmiddellijk na de aanslag gelyncht door een woedende menigte.  Die officiële versie sluipt binnen in de geschiedenis van Colombia.  Wordt deel van de historie van uw land.
 
Ondanks die officiële versie sluimeren doorheen het land kritische klanken.  Op het gevoerde onderzoek.  Op de veroordeelde schuldigen.  Zij hebben twijfels bij de vaststellingen.  Bij de besluiten.  Zij botsen op ongerijmdheden.  Op niet onderzochte sporen.  In beide gevallen komen zij uit bij een andere versie.  Een versie, waarbij meerdere personen betrokken zijn.  Personen, die buiten het gevoerde onderzoek bleven.  Die personen hoefden niet terecht te staan.  Al te zeer verweven met het Systeem.  Met de Macht.  Zij werden beschermd.
 
U doet het verhaal van die theorieën.  Van de moorden.  Van de onderzoeken.  U laat zien waar het wringt.  U wijst de lezer op de gaten in het onderzoek.  U zoomt in op het grotere geheel, waarin de eigenlijke aanslag slechts een klein deeltje is.  U laat ons achter de schermen kijken.  U leidt ons binnen bij de machthebbers en de intieme kring rond diezelfde machthebbers.  Bij het lezen van uw boek moet ik denken aan dat ene boek, JFK van Jim Garrison.  Ik moet denken aan die ene film, JFK van Oliver Stone.
 
Toch is er een verschil met dat ene boek.  Met die ene film.  U schreef fictie.  Jawel, u bent de hoofdrolspeler in het verhaal.  Dat zou de lezer kunnen doen besluiten dat uw boek mag ingedeeld worden bij de non-fictie.  Dat uw verhaal het verslag is van uw zoektocht.  Ik twijfel aan de echtheid van die andere personen.  Uw compagnons in het zoeken naar de waarheid lijken mij fictief.  Een product van uw fantasie.  Carballo en Benavides maken deel uit van uw verhaal.  Die onzekerheid doet de lezer continu twijfelen.  De lezer weet niet wat echt is.  Wat onecht is.  Jawel, die aanslagen zijn echt.  Zijn gebeurd.  Maar al de rest? Onzekerheid is troef.  Die onzekerheid voedt u ook op een andere manier.  U laat ons binnenkijken in uw privé leven.  Wij zijn getuige van de geboorte van uw dochters.  Wij volgen u in uw eigenlijke leven.  Zo sluipt de echte wereld binnen in uw boek.
 
Die gecreëerde verwarring is bewust.  Want centraal in uw roman staat die ene vraag.  Wat is geschiedenis? Wat is waarheid? Wie bepaalt welke waarheid uiteindelijk geschiedenis wordt? Waarom blijven al die kleine waarheden onder de oppervlakte? Waarom worden die kleine waarheden nooit opgepikt? Waarom botsen de vertellers van die kleine waarheden met de grote geschiedenis? Al die vragen vertaalt u in die gecreëerde verwarring.  De lezer moet zelf op zoek naar de waarheid.  Moet zelf het onderscheid maken tussen fictie en non-fictie.  Net zoals dat moet gebeuren in het echte verhaal van de moorden.  Net zoals dat moet gebeuren in andere samenzweringstheorieën.  Zoals de dood van prinses Diana.  Zoals het torpederen van de Lusitania.  Zoals 9/11.  Wat is waarheid? Wat is onzin? Die vragen moeten gesteld worden.  Elke keer weer.
 
U schrijft dit verhaal om twee redenen.  U beseft dat een land gekwetst blijft zolang vragen omtrent schuld blijven opborrelen.  Zolang het gevoel overheerst dat het eigenlijke verhaal niet werd verteld.  Een land moet de plicht hebben en voelen om op zoek te gaan naar het grote verhaal.  Om alles uit te spitten.  Tot op het bot.  Zodat alle schuldigen terechtstaan.  Zonder enige uitzondering.  Pas als dat gebeurd is, kan een land zich genezen verklaren.  Pas als die open wonden gedicht zijn, kan een land verder.  Pas dan kan het land opstaan.  Pas dan zal iedereen zich veilig voelen.  Omdat het besef aanwezig is dat recht zal gesproken worden.  Zonder inmenging.  Omdat mogelijke coupplegers zullen beseffen dat zij tot het eind der dagen zullen vervolgd worden.  Uw boek wil een bijdrage leveren in die poging.
 
Maar u schrijft dit verhaal evenzeer om de kleine man in de grote geschiedenis een stem te geven.  Om de geschiedenis vollediger te maken.  Om enkele, kleinere waarheden te onthullen.  Aan het licht te brengen.  Om aan te tonen dat geschiedenis niet enkel wordt geschreven door grootheden en beroemdheden.  Dat diezelfde geschiedenis ook mee vorm wordt gegeven door vele, ontelbare naamlozen.  Eén van die naamlozen geeft u een stem.  Geeft u eindelijk een naam.
 
Ik wil JFK van Jim Garrison herlezen.  Ik wil opnieuw grijpen naar Het Feest van de Bok.  Eén van de boeken van Mario Vargas Llosa.  Ik wil Het Geluid van Vallende Dingen lezen.  Ik wil De Informanten  herlezen.  Beide boeken werden door u geschreven.  U geeft mij opnieuw zin om het werk van Gabriel Garcia Marquez te herlezen.  Ik wil op zoek gaan naar werk van Miguel Torres.  Ik wil dat boek van Senka Marnikovic, Spoken van Sarajevo, vinden en lezen.  Maar bovenal wil ik naar Colombia.  Naar Bogota.  Ik wil uw land ontdekken.  Dat is wat ik wil.  Dat is wat ik zeker zal doen.
 
Beste Juan Gabriel.  U schreef een schitterend boek.  Een roman in de vorm van een thriller.  Een thriller in de vorm van een roman.  In dat boek stelt u pertinente vragen.  Alle antwoorden heb ik nog niet gevonden.  Maar ik blijf zoeken.  Naar die kleine waarheden, die de geschiedenis vollediger kunnen maken.  Voortaan zal ik alerter zijn.  Attenter.  Zonder geesten te zien.  Of spoken.  Daarvoor zal ik mij hoeden.  Daarvoor zal ik uitkijken.
 
Voor dat verwarrende maar oh zo schitterende boek wil ik u danken.  Voor die aangewakkerde alertheid wil ik u danken.  Van ganser harte.
 
Met vriendelijke groeten.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen