dinsdag 2 mei 2017

Het verlangen naar Frankrijk, gezien in de Gentse Sint-Baafsabdij. Brief aan Michiel Hendryckx.

Beste Michiel,
 
We zouden het snel even doen.  Snel even binnenspringen.  Dat zouden we doen.  Dat was de aanvankelijke intentie.  Dat was het plan.  Het klinkt weinig respectvol maar we zouden snel langs uw foto’s lopen.  Om zo toch een indruk te hebben.  Maar tussen plannen en de eigenlijke realiteit kan er heel wat gebeuren.  Omstandigheden kunnen zo hun stempel drukken.  Ik wist het nog niet.  Ik weet het nog niet.  Willem Elsschot wist het wel.  Hij wist dat tussen droom en daad wetten en praktische bezwaren in de weg staan.  Dat zou ook ik heel snel ondervinden.
 
De omstandigheden zouden ons dwingen ons geplande tempo te temperen.  De omstandigheden zouden ons dwingen een versnelling lager te schakelen.  Ik moet zeggen, daar had u de hand in.  U koos de plek voor uw fototentoonstelling.  U wou tentoonstellen in de Gentse Sint-Baafsabdij.  Met die locatie koos u voor het onaffe.  Voor het authentieke.  Voor het feit dat de abdij niet kapot gerestaureerd is.  Die redenen deden u kiezen voor deze locatie.
 
De abdij doet iets met gejaagde mensen.  Met mensen, die van plan zijn snel even binnen te springen.  Wij hebben het mogen ervaren.  Aan den lijve ondervonden wij hoe de abdij vertraagt.  Hoe de abdij dwingt tot slow motion.  Het gebeurde spontaan.  Wij zelf hoefden daarvoor niks te doen.  De omgeving maant u aan traag te gaan.  Wij luisteren.  Zo zijn wij.  Volgzaam.  Dat zijn wij.  
 
Stapvoets gingen wij.  Omdat het zo hoorde.  We wilden alle dingen in ons opnemen.  Het leek alsof wij dat onaffe verhaal van de abdij wilden vervolledigen.  Onze fantasie werd gevoed.  Wij voelden ons niet meteen ridders.  Edellieden waren we niet meteen.  Maar toch.  Wij waanden ons in een andere tijd.
 
Wij waren nog niet gearriveerd aan de refter.  De plaats voor uw tentoonstelling.  Maar toch hadden we reeds gevonden wat nodig is om die refter binnen te treden.  Innerlijke rust, dat hadden wij gevonden.  Zen zou ik het niet noemen.  Dat zou alles een beetje te zweverig maken.  Maar de aanvankelijke gehaastheid was uit ons gevloeid.  Rustige bezoekers, dat waren wij geworden.
 
Wij stapten de refter binnen.  Nog nooit waren wij hier binnengetreden.  Wij kenden deze plek niet.  Wij wisten niet wat te verwachten.  Net zomin wisten wij iets van de door u gekozen foto’s.  Ook dat was een onbekende.  Wij sprongen in het ongewisse.  In het ongekende.  Maar die sprong bleek mee te vallen.  Meer dan mee te vallen.  Meteen hadden wij het gevoel dat wij hier iets fantastisch moois mochten aanschouwen.  Onmiddellijk voelden wij ons welkom.  Uw foto’s waren de gastheer.  De gastvrouw.  Zij riepen ons toe.  Vroegen ons dichterbij te komen.  Bijna omarmden zij ons.  Zo voelde het.
 
Zich welkom voelen, altijd een heerlijk gevoel.  Wij maakten kennis.  Met de zaal.  Met de foto’s.  Eerst een snelle kennismaking.  Onmiddellijk gevolgd door een verkenning in de diepte.  Eén voor één.  Elke foto onderwierpen wij aan een grondige inspectie.  Elke foto had dat ene ding gemeenschappelijk.  Schoonheid.  Pracht.  Maar elke foto verschilde ook in dat ene.  Elke foto vertelde een ander verhaal.  Een verhaal dat wij mochten zoeken.  Dat wij mochten schrijven.  Met de nog niet geschreven woorden, die elke foto ons aanreikt.
 
Ik las vele verhalen.  Met één hoofdrolspeler.  Frankrijk.  Ik zag wat Frankrijk was.  Wat Frankrijk is.  Ik zag oorlog.  Technisch vernuft.  Ik zag menselijke warmte.  Religieuze grootheidswaanzin.  Ik zag feesten.  Uitgestrekte natuurpracht.  Ik zag tot cruisen uitnodigende rechte wegen.  Terrasjes, waar halt moest gehouden worden.  Ik zag bergen met namen.  Mont Ventoux.  Tourmalet.  Ik zag …
 
Ik zag niet alleen.  Ik voelde ook.  Nostalgie, dat voelde ik.  Dat heb ik wel meer.  Dat gevoel overvalt mij wel meer.  Maar ik voelde nog meer.  Een verlangen borrelde in mij op.  Niet enkel een verlangen naar Frankrijk.  Dat ook.  Bovenal verlangde ik naar vakantie.  Naar ontdekken.  Naar ontmoeten.  Want dat is wat ik voelde.  Uw foto’s overstijgen Frankrijk.  Jawel, dat land is het onderwerp van de tentoonstelling.  Maar uw foto’s tonen wat vakantie kan doen.  Wat reizen kan doen.  Ongeacht de bestemming.  Uw foto’s tonen dat wij ook kunnen thuiskomen in een ander land, dat niet het onze is.
 
Het werd niet snel, snel, snel.  Het werd geen fast watching.  Het werd slow watching.  Omdat de locatie dat vroeg.  Omdat de foto’s dat vroegen.  Omdat u dat vroeg.
 
Beste Michiel.  Ik wil u danken.  Omdat u dat verlangen naar Frankrijk met ons wilde delen.  Ik dank u voor die wonderlijke reis.  Want die heb ik gemaakt.  In mijn hoofd.  Ik had zo gehoopt dat bij buitenkomst een wagen stond te wachten.  Dat wij mochten instappen.  Dat die wagen ons naar ongekende bestemming zou brengen.  Dat had ik gehoopt.  Het gebeurde niet.  Dat was het enige minpuntje.  Al het andere was meer dan geweldig.  Daarvoor, nog eens bedankt.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen