dinsdag 18 april 2017

We free kings, gezien in Handelsbeurs. Brief aan Wilfried De Jong en Wim Opbrouck.

Beste Wilfried,
Beste Wim,
 
Enkele maanden terug was ik op weg naar uw Gentse theater.  Ik had een kaartje voor Sneeuw.  Ik ben er nooit geraakt.  Onderweg raakte ik met de fiets vast in de tramsporen.  Ik ging over kop.  Kwam onzacht in aanraking met de openbare weg.  In het theater kwam ik niet.  Wel op spoed.  Een wonde boven mijn oog moest gehecht worden.  Nooit zal ik weten wat ik gemist heb.  Dat kan twee kanten uit.  
 
Voorbije donderdag was het anders.  Ik had de fiets aan de kant gelaten.  Ik kwam met de tram.  Want dat had ik pas recentelijk ontdekt.  Een ticket geldt tevens als vervoersbewijs bij De Lijn.  Niks gemakkelijker, dacht ik zo.  Aan mijn huisdeur, de tram op.  Aan het theater, de tram uit.  Jawel, heel soms kan het leven eenvoudig zijn.  Die donderdagavond werd het geen spoedafdeling.  Die avond werd het theater.
 
We Free Kings.  Dat was de naam van de voorstelling.  Ik was niet voorbereid.  Ik had enkel een ticket.  Met daarbovenop de kennis dat jullie de gastheren waren.  Dat jullie op het podium stonden.  Meer wist ik niet.  Die weinige kennis volstond.  Mij leek het een garantie op een geslaagde avond.  De inleiding, kort vóór de voorstelling, liet ik aan mij voorbijgaan.  Voorkennis kan schadelijk zijn.  Kan soms strafbaar zijn.  Aan strafbare feiten wil ik mij niet blootstellen.  Bovendien wil ik mijn blikveld zo ruim mogelijk houden.  Ik wil mij niet laten beïnvloeden door mogelijke interpretaties.  Ik wil mij niet laten inperken.  Ik wil zelf op zoek gaan.  Zelf op zoek naar mijn interpretatie.
 
Die keuze maakte het mij niet gemakkelijk.  Want ik werd meteen ondergedompeld in een vreemde wereld.  Een wereld waarin ik geen houvast had.  Ik keek angstig om mij heen.  Om mij toch ergens aan vast te klampen.  Dat lukte niet.  Ik bleef spartelen.  Dat vreemde gevoel duurde een tijdje.  De onwennigheid ebde niet meteen weg.  Bleef aan mij hangen.  Tot dat ene moment.  Dat ene moment dat ik alles helder zag.  Dat ene moment dat ik het licht zag en eindelijk begreep waarover jullie het hadden.  Dan kon ik terugblikken.  Dan kon ik gaan interpreteren.  Vrijheid, dat was het onderwerp.  Dat was het grote thema.
 
Pas toen begreep ik de vrijheid van de slak.  Door de mens wordt de snelheid van een slak gezien als een beperking.  Op te veel tijd kan zij slechts een te beperkt traject afleggen.  Wij denken zo dat die vrijheid wordt ingeperkt.  Maar dat is het niet.  Een slak functioneert in een andere wereld.  Een wereld waarin de vrijheid net ligt in die beperking.  De vrijheid ligt in die traagheid.
 
Pas toen begreep ik waarom jullie kozen voor koningen als personages.  Het waren geen koningen zoals wij ze kennen.  Geen koning Willem-Alexander.  Geen koning Filip.  Dat waren jullie niet.  Jullie waren koningen zonder land.  Koningen op de dool.  Net daarin lag jullie vrijheid.  Eindelijk geen protocol meer.  Eindelijk waren jullie heer en meester over jullie eigen leven.  Enkel die kroon herinnerde nog aan die vroegere functie.  Voor de rest was er absolute vrijheid.  Jullie waren niet op de vlucht.  Jullie waren op reis.  Rondkijken.  Zich verbazen.  Over datgene wat jullie zo lang niet hadden gezien.  Niet hadden geproefd.  Niet hadden gehoord.
 
Pas toen begreep ik die revolutie.  Jullie gingen wild tekeer.  Balden de vuisten.  Schreeuwden.  Dat was meteen nadat jullie dat ene woord lieten vallen.  Staat.  Jullie hadden het over een staat.  Niet over een land.  Niet over een land met enkel plaatsen.  Plaatsen om te zijn.  Wel over een staat.  Met steden en dorpen.  Het staatsgevoel.  Het natiegevoel.  Een land wordt staat.  Een lichte vaagheid wordt concreet.  Concreter.  Het lijkt een beperking van de vrijheid in te houden.  Een beperking van het denken.  Dingen moeten wettelijk geregeld worden.  Er moeten verdragen gesloten worden.  Er moeten regeltjes bedacht worden.  Er moeten grenzen verdedigd worden.  Gevoeligheden spelen op.  Alles wordt gecompliceerd.  Absolute vrijheid kan niet meer.  De wetten, u kent het wel.
 
Pas toen begreep ik dat dansje aan het eind.  Dat dansje met die dranghekkens.  Dranghekkens stellen grenzen.  Perken de bewegingsvrijheid in.  Dranghekkens geleiden stromen.  Houden stromen achter veilige grenzen.  Jullie draaien het om.  Het dranghekken wordt een danspartner.  Iets bedreigends wordt iets frivools.  Iets speels.  Jullie keren de geldende beeldvorming om.  Een dranghekken staat plots synoniem voor vrijheid.  Want in dans schuilt de grootste vrijheid.  In de dans schuilt een eigen gekozen choreografie.
 
Pas toen begreep ik waarom jullie kozen voor jazz.  In die muziekvorm schuilt de grootste vrijheid.  In die muziekvorm wordt improvisatie omarmd.  Het laat zich niet insluiten door de drie minuten regel van een popsong.  Het mag ruimer.  Het mag breder.  Freewheelen wordt in deze stijl op waarde geschat.  Vandaar die keuze.  Omdat het de perfecte soundtrack is voor jullie ode aan de vrijheid.
 
Pas toen begreep ik jullie manier van zingen.  Jullie manier van neuriën.  In die manier schuilt volledige overgave.  Een sterke poëtische kracht spreekt uit die manier.  Een sterke gevoelsmatige kracht.  Geen woorden.  Wel klanken.  Die kunnen door iedereen anders geïnterpreteerd worden.  Iedereen kan zijn eigen vertaling maken.  Kan in die klanken eigen woorden leggen.  In uw zingen sluipt de grootste vorm van vrijheid.
 
Ik ging naar huis.  Met de tram.  Ik nam mijn boek.  Ik ging nog wat lezen.  In 2084 van Boualem Sansal.  Het lezen lukte mij niet.  Het boek gaat net over het tegenovergestelde van wat u deze avond bracht.  Dat boek verhaalt over onvrijheid.  Dat wou ik niet.  Ik wou mij grote vrijheidsgevoel niet laten aantasten.  Dat grote vrijheidsvuur, dat u had aangewakkerd, wilde ik niet doven.  Ik sloot het boek.  Dacht terug aan We Free Kings.  Aan een fantastische avond.  Aan een fantasierijke avond.  Aan een wonderlijke avond.  Aan een geslaagde avond.
 
Beste Wilfried.  Beste Wim.  Voor die fijne, inspiratievolle avond wil ik jullie danken.
 
Met vriendelijke groeten.
 
PS: Die herten? Over die herten moet ik nog even nadenken.  Daar ben ik nog niet uit.  Maar dat komt.  Daarvan ben ik zeker.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen