donderdag 27 april 2017

Uitgelezen: De wolkenmuzikant. Brief aan Ali Bader.

Beste Ali,
 
U schreef een boek.  Een dun boekje.  Net iets meer dan honderd bladzijden.  Dat boekje zou ik eventjes snel lezen.  Dat dacht ik.  Met die gedachte durfde ik niet aan te kloppen bij mijn moeder.  Mijn moeder is mijn klankbord als het over boeken gaat.  Zij zou mij terechtwijzen bij die onzuivere gedachte.  Zij zou iets zeggen van kwaliteit en kwantiteit.  Dat het een boven het ander te verkiezen is.  U bent een schrijver, u weet wel wat bovenaan dient te staan.  Ik zweeg dus.  Ik begon met lezen.
 
Al snel diende ik vast te stellen dat ook u mij berispte.  In uw boek las ik uw terechtwijzing.  Nog maar net begonnen, stelde ik vast dat in uw boek vele weerhaken schuilen.  Weerhaken, waaraan gedachten blijven hangen.  Waaraan de lezer blijft haperen.  Weerhaken, waarlangs niet zomaar voorbij gewandeld kan worden.  Zij dwingen tot een stellingname.  Zij confronteren de lezer.  Met zijn eigen gedachten.  Gedachten, die de lezer aan een gewetensonderzoek moet onderwerpen.  Het boekje wordt een boek.  Het aantal bladzijden blijft hetzelfde.  Dat verandert niet.  Maar de gedachten vermenigvuldigen zich bij het lezen.  Die stroom aan gedachten en stellingen stopt niet.
 
U dwingt de lezer na te denken over vluchtelingen.  Het vluchtelingendebat is alomtegenwoordig.  Wir schaffen das, dat zegt het ene kamp.  Het andere kamp zegt dan weer dat wij niet alle leed van de wereld op ons kunnen nemen.  Het ene kamp pleit voor open grenzen terwijl het andere kamp de grenzen wil sluiten.  U plaatst uw hoofdpersonage, Nabiel, middenin die discussie.  Hij is geen oorlogsvluchteling.  Hij komt uit Irak.  Dat land heet gepacificeerd te zijn.  In dat land woedt geen oorlog meer.  Dat denkt Europa.  Dat zegt Europa.  Heeft hij dan nog reden om zijn land te ontvluchten? Nabiel is muzikant.  Via zijn muziek wil hij het leven van andere mensen beroeren.  Op een positieve manier beïnvloeden.  Hij wil hun geest bevrijden.  Maar dat kan niet in Irak.  Volgens het geloof is muziek zondig.  Muzikanten zijn zondaars.  Nabiel lijkt geen bestaansrecht te hebben in Irak.  Daarom vlucht hij.
 
In Irak heeft Nabiel geen recht van bestaan.  Maar heeft hij dat wel in een ander land? Hij is geen oorlogsvluchteling.  Wat is hij dan wel? Een economische vluchteling? Of is hij wat sommigen in de politieke arena een gelukzoeker noemen? Angst verengt ons vermogen tot begrip.  Ons vermogen zich in te leven in andermans situatie.  Niet enkel oorlog verhindert een mens te zijn wie hij is.  Andere omstandigheden kunnen datzelfde effect hebben.  In Europa lijken wij dat niet te begrijpen.  Dat mag ik afleiden uit het huidige, Europese beleid.  De muren aan de buitengrenzen van Europa worden hoger en hoger.  De speelruimte om mensen tot Europa toe te laten worden daarentegen smaller en smaller.  Uw keuze voor Nabiel stelt deze discussie scherp.  Het dwingt de lezer tot een eerste stellingname.  Wie mag Europa binnen? Wie niet?
 
Nabiel vlucht.  Met de hulp van een mensensmokkelaar.  In een vrachtwagen.  Voor Nabiel lijkt dat een logische stap.  Een stap, die hij moet zetten om een grote kans op slagen te hebben.  Mensensmokkelaars kennen de weg.  Weten hoe het werkt.  Voor vluchtelingen lijkt die keuze bijna een evidentie.  Ook voor Nabiel.  Hij hoeft geen opties tegen elkaar af te wegen.  Hoeft niet te kiezen tussen verschillende mogelijkheden.  De smokkelroute, dat zal het worden.
In de westerse media worden die smokkelaars verketterd.  Veroordeeld.  Mensensmokkel moet hard aangepakt worden.  Zij lijken niet te begrijpen dat het Europese (wan)beleid inzake vluchtelingen net bestaansrecht geeft aan die smokkelaars.  Europa drijft vluchtelingen in de handen van die smokkelaars.  Hoe hoger de muren aan de Europese buitengrenzen, hoe groter de winsten voor smokkelaars.  Europa spijst de rekeningen van smokkelaars.
 
Over de vluchtweg van Nabiel bent u heel karig.  U lijkt weinig ophef te maken.  U brengt een nuchter verslag.  Jawel, Nabiel reist in een vrachtwagen.  In een grote houten kist.  Nooit wordt hij gelucht.  Zijn behoefte doet hij in plastic zakjes.  Dat zijn de details.  De weinige details.  Nauwelijks verontwaardiging.  Die emotie lijkt de grote afwezige in uw relaas.  Maar in die afwezigheid lees ik een parallel met de media.  Een bewuste parallel, door u getrokken.  Want ook in die media ontbreekt elke verontwaardiging.  Geen grote verhalen.  Geen grote pleidooien voor enige humaniteit.  Vluchtelingen halen de voorpagina's niet.  Of toch.  Enkel als er doden vallen.  Dan kan het.  Voor heel eventjes.  Die houding van journalisten tegenover de vluchtelingenproblematiek lijkt u te kopiëren.  
 
Ik lees uw boek.  Ik lach als Nabiel in Brussel arriveert.  Nabiel twijfelt.  Dit kan Brussel niet zijn.  Hij merkt te veel gelijkenissen met Bagdad, zijn thuisstad.  Nabiel vlucht om opnieuw thuis te komen.  Zo lijkt het wel.  Oorlogsgebied.  Verval.  Ruïnes.  Dat is wat Nabiel registreert.  Ik kan het niet helpen.  Ik moet lachen bij die aarzelende kennismaking met onze hoofdstad.  Ik denk aan Gwendolyn Rutten, voorzitster van Open VLD.  Ik denk aan haar recente uitspraak.  Aan haar overtuiging dat onze manier van leven superieur is aan alle andere.  Ik vraag mij af hoe selectief haar met veel bombarie aangekondigde Ronde van Vlaanderen wel moet zijn.  Via die Ronde wil zij in elke Vlaamse gemeente de polsslag van de samenleving gevoeld hebben.  Aan dat alles denk ik.  Om dat alles lach ik.  Ik lach om zoveel arrogantie.  Misplaatste arrogantie.
 
Vele weerhaken heb ik ontdekt in uw boek.  Maar dan is er nog die ene grote.  Nabiel heeft een droom.  Hij droomt van de ideale stad.  Een ideale stad heeft harmonie nodig.  Net zoals muziek.  Muziek kent Nabiel.  Dat is zijn leefwereld.  Muziek wordt gevormd door verschil tussen geluiden.  Maar verschil vraagt harmonie.  Een maatschappij is net als een orkest.  Is net als muziek.  Ook een maatschappij heeft nood aan harmonie.  Die droom had hij gehaald bij de filosoof al-Farabi.  In het werk van die filosoof vond hij inspiratie voor zijn droom.  In Brussel toetst hij de realiteit af aan zijn droom.  Die komen met elkaar in botsing.  Hij hoort, ziet en voelt dissonante geluiden in de gewenste harmonie.  Nabiel gaat twijfelen.  Die twijfel doet vreemde dingen met Nabiel.  Doet hem uitkomen bij vreemde, politieke stellingnames.  Doet hem twijfelen aan de mogelijkheid tot samenleven.
 
Die laatste weerhaak speelt nu nog altijd in mijn hoofd.  De droom van de ideale stad laat mij niet los.  Die botsing tussen droom en realiteit wil ik kunnen begrijpen.  Wil ik kunnen oplossen.  In periodes, waarin ik tijdens de dag heel eventjes durf te dagdromen, kom ik altijd weer uit bij uw boek.  Het houdt mij bezig.  Dat kleine boekje houdt mij nog altijd bezig.  Ik kan het niet loslaten.  Ik zoek.  Zoek.  Zoek.  Ik blijf zoeken.
 
Beste Ali.  Ik las uw boek.  Ik zal uw boek aanprijzen bij mijn moeder.  Ik zal niet zeggen dat het een dun boekje is.  Of toch wel.  Ik zal zeggen dat het een dun boekje is.  Maar meteen zal ik er aan toevoegen dat kwaliteit boven kwantiteit gaat.  Dat uw boek hiervan een perfecte illustratie is.  Dat zal ik haar zeggen.  Zij zal glimlachen.  Omdat ik het eindelijk begrepen heb.  Omdat u mij dit opnieuw hebt doen inzien.  Daarvoor wil ik u danken.  Voor die hernieuwde kennis en dat prachtige boek.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen