dinsdag 25 april 2017

Uitgelezen: 2084, het einde van de wereld. Brief aan Boualem Sansal.

Beste Boualem,
 
U schrijft het in uw voorwoord.  U zegt dat uw roman geen waargebeurd verhaal is of geen betrekking heeft op een of andere gekende werkelijkheid.  Alles is verzonnen, zo zegt u klaar en helder.  Om alle misverstanden te vermijden.  Ik moet u mijn verontschuldigingen aanbieden.  Ik heb uw boek gelezen.  Ik heb dus ook uw voorwoord gelezen.  Uw waarschuwing.  Toch kon ik het niet laten.  Ik deed het bijna constant.  Ik dacht aan de huidige tijden.  Ik dacht niet enkel aan het Kalifaat van IS.  Die vergelijking ligt al te zeer voor de hand.  Enkel daaraan denken zou te gemakkelijk zijn.  Ik dacht aan andere landen.  Ik dacht aan Rusland.  Ik dacht aan Turkije.  Ik dacht aan Noord-Korea.  Ik dacht aan China.  Aan al die landen dacht ik.  Aan al de machthebbers binnen diezelfde landen.  Jawel, ik dacht zelfs aan de Verenigde Staten.  Aan het Trumpiaanse Amerika.
 
Nochtans staat de wereld die u schetst ver van onze huidige wereld.  Uw wereld is een eigen creatie.  U gidst de lezer door een akelige wereld.  Door een donkere, zwarte wereld.  Ik heb zo een licht vermoeden dat de zon weinig of niet schijnt in die wereld.  Voortdurend moest ik denken aan de film The Road.  Ruïnes.  Verval.  Desolaat.  In die door u gecreëerde wereld heerst het Systeem.  Het Apparaat.  De Rechtvaardige Broederschap, een congregatie van hoogwaardigheidsbekleders, die over het gelovige volk regeren en datzelfde volk naar het andere leven helpen te voeren.  Dat is de taak van die regering.  Om die taak tot een goed einde te brengen, oefent de regering een ongeziene controle uit op de bevolking.  Een controle zonder grenzen.  In alles wat de bevolking doet, kijkt de regering mee.  Over de schouders van de bevolking.  Geholpen door een gevaarlijk systeem van verklikken.  Ooit las ik de Goelag Archipel van Solzjenitsyn.  Datzelfde verderfelijke verklikkerssysteem vindt ik in uw boek terug.
 
Om die controle te vergemakkelijken, grijpt het Apparaat in.  De geschiedenis wordt afgeschaft.  Alles wat bestond vóór het ontstaan van Abistan (het land, waarover het Apparaat regeert) bestaat niet.  De bestaande wereld wordt hertekend.  Enkel Abistan bestaat.  Abistan is de wereld.  Daarbuiten bestaat niks.  Een eigen taal wordt uitgedacht.  Een officiële taal, die het enkel mogelijk maakt over geloof te praten.  Beperkt in zijn mogelijkheden tot kritisch denken.  Het nodige vocabularium ontbreekt hiervoor.
 
Het Apparaat fabriceert zijn eigen geruchten.  Het roddelcircuit is nodig om de mensen af te leiden van een zoektocht naar de waarheid.  Geruchten doet de bevolking aan alles twijfelen waardoor het niks meer gelooft.  Het Apparaat creëert zijn eigen, niet-bestaande vijanden.  Dat vijandbeeld is noodzakelijk om het volk samen te houden.  Samen sterk tegen een imaginaire vijand.  Bovendien is een constante oorlogsdreiging noodzakelijk om de mensen zich te laten vastklampen aan het geloof.  Want daarop is alles gebaseerd in Abistan.  Het geloof is het alfa en omega.
 
In een dergelijk systeem moeten de bewoners wel tam zijn.  Mak.  Het kan niet anders.  Toch is er één iemand, die opstaat.  Die tegen het systeem ingaat.  Een held, zo zou ik hem durven noemen.  Ati is de held uit uw boek.  In een afgelegen sanatorium, waar hij herstelt van ziekte, droomt hij.  Hij droomt van vrijheid.  Hij wil leven.  Ongeketend.  In vrijheid.  Daarvoor wil hij alles opgeven.  Zelfs zijn eigen leven.  Het leven is waard ervoor te sterven.  Anders zijn wij niet meer dan doden.  Onderworpen en onderdanige machines.  Zombies.  Dat schrijft u.  Dat ervaart Ati.  
 
Stap voor stap komt hij dichter bij de leugen.  Ontrafelt hij de leugen.  Om dan vast te stellen dat hij in die leugen onmogelijk kan leven.  Hij hoort van ontdekkingen over het bestaan vóór Abistan.  Hij zelf ontdekt verhalen, die getuigen van andere volkeren.  Hij gaat beseffen dat er wel degelijk grenzen zijn.  Geografische grenzen.  Andere landen bestaan.  Daar wil hij naar toe.  Hij wil de grens oversteken.  Want daar zal hij vinden wat in Abistan niet bestaat: vrijheid. 

De zoektocht is moeilijk.  Is hard.  Hij wordt geholpen.  Maar bij elke vorm van hulp moet hij constant op zoek naar de verborgen agenda van zijn helper.  Want in Abistan bestaat enkel achterdocht.  Vertrouwen lijkt wel onbestaande.  Voortdurend moet hij aftasten.  Hij moet zoeken naar oprechtheid.  Hij moet zichzelf de vraag stellen of hij niet wordt ingeschakeld in een machtsspelletje.  Een spelletje tussen verschillende facties, die strijden om de macht.  In dat gevaarlijke spelletje kan hij gemakkelijk vermorzeld worden.  Hij is slechts een te verwaarlozen pionnetje.  Hij hoedt zich dus voor misbruik.  Om zo zijn reis naar de vrijheid overeind te houden.  Om zijn vrijheidsdroom intact te houden.  Ati is het hoopgevende lichtpuntje, dat doorheen deze donkere bladzijden schittert.
 
 
Uw verhaal wordt best nog spannend.  Het einde zal ik voor mijzelf houden.  Zal ik in deze brief niet neerschrijven.  U kent het einde.  Ik ken het einde.  Anderen moeten het ontdekken.  Want dat is wat moet gebeuren.  Uw boek moet gelezen worden.  Boeken moeten niet verteld worden.  Daarvoor worden zij niet gemaakt.  Zij worden gemaakt om gelezen te worden.  In grote getale.  Toch als het een goed boek is.  

Uw boek is een goed boek.  Niet enkel omwille van het verhaal.  Ook omwille van die onderliggende boodschap.  Die onderliggende opdracht aan de lezer.  Aan de lezer vraagt u steeds beducht te zijn voor de waarheid, die ons langs allerlei kanalen wordt voorgeschoteld.  Dat vraagt u niet rechtstreeks.  Dat vraagt u via uw verhaal.  U roept de lezer op kritisch te zijn.  Alles continu in vraag te stellen.  Niks zomaar voor waar aan te nemen.  Om zo te vermijden dat onze huidige wereld aan het eind van de rit een Abistan zou worden.  U vraagt aan elke lezer een beetje Ati te zijn.  Op zoek naar de waarheid.  Strijdend voor de vrijheid.
 
Beste Boualem, ik wil u danken voor dit confronterende boek.  Voor dit boek, dat continu vragen stelt.  Dat de lezer continu dwingt antwoorden te zoeken.  Uw boek lezen was een ontdekkingsreis.  Doorheen een onbestaande wereld, waarin schaduwen van bestaande toestanden doorheen schitteren.  Van die reis ben ik ietsje wijzer teruggekeerd.  Daarvoor wil ik u danken.

Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen