donderdag 2 maart 2017

Uitgelezen: Thomas More, biografie. Brief aan Peter Ackroyd.

Beste Peter,
 
Ik meen van mijzelf dat ik voldoende geïnformeerd ben.  Ik lees bijna dagelijks de krant.  Ik lees wel eens een boek.  Ik durf al eens een documentaire te zien op televisie.  U ziet, ik benut de kanalen, die mij worden aangereikt.  Maar heel soms gebeurt het dat ik mij dom voel.  Zoals onlangs.  Ik was op een boekvoorstelling.  Marc Cosyns stelde zijn nieuwste boek voor.  More, eutopia later.  Ik zat te luisteren naar het gesprek met de genodigden.  Met stijgende verbazing en bijhorende bewondering zat ik te luisteren.  Naar de eruditie, die rijkelijk werd tentoongespreid.  Ondanks die verbazing en bewondering nam ook mijn ergernis toe.  Omdat ik bij mijzelf tot de vaststelling kwam dat ik over Thomas More en zijn tijd weinig of niks wist.  Die vaststelling ergerde mij.  Indien ik zou deelnemen aan De Slimste Mens ter Wereld, een quizprogramma op één van onze nationale zenders, zou ik nauwelijks of geen topantwoord vinden bij Thomas More.  Utopia, jawel, dat zou ik onmiddellijk noemen.  Maar dan zou het stokken.  De tijd zou wegtikken en ik zou stamelen en stotteren.  Staatsman-filosoof, dat topantwoord zou ik nog weten bijeen te stotteren.  Maar dan zou het stil worden.  Oorverdovend stil.
 
Terwijl ik nog op die boekvoorstelling zat, realiseerde ik mij dat ik aan de slag moest.  Ik moest dat gat in mijn kennis dichten.  Onverwijld.  Zonder enig uitstel.  Op zoek naar informatie kwam ik uit bij uw boek.  U schreef een biografie over de man.  Ik besliste dat u mijn gids zou worden.  Mijn gids door More-land.  Ik begon te lezen.  In uw boek.  Want ik was gebeten om te weten.
 
Slow food, het bestaat.  Maar ook slow reading bestaat.  Dat is wat ik met uw boek doe.  Heel zachtjes lezen.  Omdat het moet.  Omdat het boek dat tempo vraagt.  Uw boek bepaalt het ritme.  Ik ben volgzaam.  Ik luister naar uw boek.  Doorheen uw boek razen zou onverantwoord zijn.  Zou dom zijn.  Omdat ik voorbij zou gaan aan al te veel details.  Net die details wil ik in mij opnemen.  Net die details moeten de bouwstenen zijn om dat vastgestelde gat te dichten.
 
Sommigen zouden zich kunnen storen aan die vele details.  Ik doe het niet.  Omdat ik besef dat u met die details het Londen uit die tijd heropbouwt.  U tovert verloren straten uit die tijd opnieuw tevoorschijn.  U bouwt huizen en kerken opnieuw op.  Samen met u wandel ik doorheen het Londen van de vijftiende en zestiende eeuw.  Ik kijk om mij heen.  Ik zie, voel, ruik, … Een tijd wordt tastbaar.  Een stad wordt voelbaar.
 
Maar niet enkel zie ik een stad uit een voorbije tijd groeien.  Ik zie evenzo het onderwerp van uw biografie groeien.  Opgroeien.  Ik zie zijn steile klim op de sociale ladder.  Parlementslid.  Lid van het hooggerechtshof.  Lid van de kroonraad.  Hoveling.  Privésecretaris van koning Hendrik VIII.  Lord Chancellor.  Dat premierschap was zijn eindstation.  De weg lijkt evident.  Lijkt natuurlijk.  Dat is het niet.  Thomas More moet zich bewegen doorheen vetes en intriges.  Hij moet manoeuvreren.  Hij moet rekening houden met hiërarchische en sociale geplogenheden.  In dat moeras moet More zich overeind weten te houden.  Dat doet hij.  Hij doet dat goed.  Uitstekend zelfs.  Tot op dat ene moment.  Dat ene moment waarop hij moet kiezen.  Kiezen tussen de koning en de paus.  Een keuze, die hem uiteindelijk op het schavot bracht.
 
Thomas More zal ik automatisch verbinden met zijn voor mij bekendste werk, Utopia.  Maar u toont ook die andere kant van onze staatsman-filosoof.  Thomas More is niet vies van vuilbekkerij.  More heeft een vuil en vies mondje.  Pis- en kaktaal is hem niet vreemd.  Onderbroekenlol kan hij best smaken.  Scheldwoorden en schuttingstaal weet hij vlotjes uit zijn mouw te schudden.  Het lijkt verbazend.  Toch is het dat niet.  Thomas More is niet rustig.  Niet bedaard.  Toch niet altijd.  Hij kan behoorlijk uit zijn sloffen schieten.  U praat over vervolgingen.  Over martelingen.  Over dood op de brandstapel.  Dat alles in opdracht van Thomas More.  U brengt de gespletenheid van More aan de oppervlakte.  U toont zijn dubbele gezicht.
 
Beste Peter, ik las uw boek.  Een deelname aan De Slimste Mens ter Wereld zou mij nu niet meer afschrikken.  Vlotjes zou ik alle topantwoorden bij Thomas More kunnen bijeensprokkelen.  De quizmaster zou mij moeten intomen.  Want ik zou blijven doorgaan.  Ik zou blijven vertellen.  Dolenthousiast.  Mijn reeks aan topantwoorden zou ik besluiten met uw naam.  Peter Ackroyd zou hét topantwoord zijn.  Het laatste antwoord.  Het ultieme antwoord.  Dat mag u niet verbazen.  Want u schreef over de man een meer dan boeiende biografie.  U schreef een rijke biografie.  U schreef een biografie, die ik aan iedereen zou durven aanbevelen.
 
Met plezier heb ik uw boek gelezen.  In kleine beetjes.  In kleine stukjes.  Ik heb mij niet laten opjagen.  Heel regelmatig heb ik mij afgezonderd.  Alleen.  In mijn bureautje.  Telkens kwam ik graag bij u langs.  U was een perfecte gids.  Een perfecte leermeester.  Uw boek was voor mij als een teletijdmachine.  Een machine, uitgedacht door professor Barabas.  Vanuit mijn bureau vertrok ik vele malen op reis.  Naar een ver verleden.  Ik heb meer dan genoten van die vele uitstapjes.  Daarvoor wil ik u danken.  Wil ik u meer dan uitgebreid danken.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen