dinsdag 28 maart 2017

Uitgelezen: Salam Europa! Brief aan Kader Abdolah.

Beste Kader,
 
Ik heb uw boek gelezen.  U schreef een koningsverhaal.  Aan het eind van uw boek schrijft u wat een dergelijk verhaal is.  Definieert u precies wat een dergelijk verhaal inhoudt.  Een koningsverhaal is nooit helemaal afgerond omdat de verteller altijd iets moet bewaren voor de volgende keer.  Dat hebt u gedaan.  U hebt iets bewaard.  Voor een volgende keer.  Na het lezen van uw boek blijf ik nieuwsgierig.  Naar de verdere lotgevallen van de sjah van Perzië.  Naar wat er met Banoe zal gebeuren.  U moet het mij vergeven.  Ik begin met het einde van het boek.  Met wat het boek met mij gedaan heeft.  Zonder het over het boek zelf te hebben.  Dat betaamt niet.  Dat mag niet.  Daarom keer ik terug naar uw boek.  Naar uw verhaal.
 
Samen met u volg ik de sjah op zijn reis door Europa.  Die reis maakt hij aan het einde van de negentiende eeuw.  Hij reist doorheen Rusland, Litouwen, Polen.  Hij reist doorheen Duitsland, België, Nederland, Engeland en Frankrijk.  Hij ontmoet tsaren en tsarina’s.  Koningen en koninginnen.  Keizers en rijkskanseliers.  Presidenten en premiers.  In die ontmoetingen ziet de sjah zijn angsten weerspiegeld.  Het koningschap wordt gedegradeerd.  Lijkt een relikwie uit de Middeleeuwen.  De koningen lijken dinosaurussen.  Zo zegt u het.  Zij lijken hun macht te verliezen.  Net daardoor klampen zij zich nog steviger vast aan het ambt.  Net zoals de sjah doet.  Hij vertrouwt niemand.  Kan enkel wantrouwen.
 
Toch verblindt dat wantrouwen de sjah niet.  Hij sluit zich niet af.  Hij ontmoet mensen.  Hij stelt zich open.  Geleidelijk aan leert hij Europa kennen.  In al zijn facetten.  Bij het begin van zijn reis betrad hij een andere wereld.  Een nieuwe wereld.  Een wereld, die in alles verschilt met de zijne.  Toch blijft hij niet hangen in zijn wereld.  Hij wil ontdekken.  Hij wil leren.  Hij snuffelt en proeft van die andere wereld.  De sjah smeet vriendschapsbanden.  Hij overstijgt de verschillen.  Vanuit zijn wereld reikt hij de hand van deze andere, nieuwe wereld.  De sjah verruimt zijn blik.  Laat nieuwigheden tot hem doordringen.  Omarmt die nieuwigheden.
 
U vertelt niet enkel over die ontdekkingsreis.  U vertelt ook het verhaal van de landen, waar de sjah doorheen reist.  U vertelt het verhaal van Europa.  In die dagen speelt Europa politiek, economisch en cultureel in de eredivisie.  Het continent is een voorloper.  Een trendsetter.  De sjah is getuige van een Europa in wording.  Maar die hoogdagen plaatst u tegenover de huidige tijden.  U laat de realiteit in uw verhaal binnensluipen.  U vertelt over de Brexit.  Over populisten, die het Europese project aanvallen en afvallen.  Zekerheid wordt geplaatst tegenover twijfel.  Tegenover angst.  Terwijl innovaties en uitvindingen werden omarmd in die vroegere dagen, staat men nu huiverachtig tegenover te snelle veranderingen.  Het lijkt alsof wij vandaag het tempo van een veranderende wereld niet kunnen bijhouden.  Sommigen blijven niet bij.  Haken af.  Vinden troost in warrige discours.  Het Europa van vandaag lijkt de weg kwijt.  Terecht vraagt u waar de grote ideeën zijn.  De grote namen.  De grote politici.
 
Andere thema’s dringen uw verhaal binnen.  Zij lijken zich op te dringen.  Bijna voelt het alsof u er niet aan voorbij kan.  Dat die thema’s moeten verteld worden.  Moeten aangehaald worden.  U vertelt over de vluchtelingencrisis.  Over Geldermalsen en het verzet tegen een asielzoekerscentrum.  U vertelt over Geert Wilders.  Over Salah Abdeslam.  Over terreuraanslagen.  Over vlucht 17 van Malaysia Airlines.  Over Charlie Hebdo.  Over de Krim en Oekraïne.
 
Die verweving van fictie en realiteit doet mij continu twijfelen.  Ik weet niet meer wat fictie is.  Wat werkelijkheid is.  Dat gevoel versterkt de onzekerheid, die door het boek weergalmt.  De sjah twijfelt.  Koningen twijfelen.  Net zozeer twijfelt de lezer.  Die twijfel is een constante in de fantasierijke wereld, die u schept.
 
Nog andere dingen voeden die fantasie.  Nog andere dingen doen de lezer naar andere tijden reizen.  Naar andere, verre landen.  Uw boek wordt niet opgedeeld in hoofdstukken.  Dat doet u niet.  U vertelt het verhaal in vele, korte hekajats.  Dat is een oude oosterse vertelvorm.  Het kan omschreven worden als een mondeling overgedragen leerzaam verhaal.  Die beknoptheid van de aparte stukjes maakt dat de lezer het boek om het even wanneer ter hand kan nemen.  Om het even wanneer kan dichtklappen.  Het bevordert de vlotheid van het lezen.  Het dwingt de lezer tot een aangenaam leesritme.  Ik zou uw boek kunnen vergelijken met mijn favoriete dessert.  Tiramisu.  U moet mij die vergelijking vergeven.  U hoeft zich niet beledigd te voelen.  Ik zal mij verduidelijken.  Van tiramisu neem ik telkens één lepeltje.  Lepeltje na lepeltje maak ik mijn bordje leeg.  Als er niemand in de buurt is, durf ik het zelfs aan mijn bord leeg te likken.  Omdat ik zo optimaal kan genieten van dat nagerecht.  Welnu, hetzelfde gevoel heb ik mogen ervaren bij het lezen van uw boek.  Elke hekajat was puur genot.  Elke hekajat heb ik bij wijze van spreken leeg gelepeld.  Ik heb de letters niet opgelikt.  Zo ver ben ik niet gegaan.  Eerbied voor uw meesterwerk weerhield mij hiervan.
 
Beste Kader, ik wil u danken voor de wondermooie reis, die ik samen met u mocht maken.  Ik reisde doorheen landen.  Doorheen steden.  Doorheen tijden.  Doorheen een verleden.  Die reis mocht eeuwig duren.  Maar zoals altijd komt er een varkentje met een lange snuit en is het verhaal uit.  Zo was het ook nu.  Jammer.  Maar ik heb genoten.  Meer dan genoten.  Voor dat leesplezier wil ik u danken.
 
Met vriendelijke groeten.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen