donderdag 9 maart 2017

Mijn link met Hollywood. Brief aan Martin Scorsese.

Beste Martin,
 
Nog nooit heb ik u een brief geschreven.  Nochtans had ik gekunnen.  Vele films heb ik gezien.  Films, die u regisseerde.  Ik zag The Colour of Money.  Goodfellas.  Cape Fear.  Ik zag Gangs of New York.  The Aviator.  The Departed.  Ik zag Shutter Island.  Ik zag The Wolf of Wall Street.  Ik zag en hoorde Shine a Light.  Ik weet en besef het.  In mijn lijstje ontbreekt Taxi Driver.  Ontbreekt Raging Bull.  Dat kan u mij ten kwade duiden.  Het zou kunnen volstaan mij niet ernstig te nemen.  Ter verschoning kan ik slechts één ding aanhalen.  Ik ben niet volmaakt.  Volmaaktheid schrikt mij af.  Graag draag ik enkele constructiefoutjes met mij mee.  Schoonheidsfoutjes.  Het maakt mij als mens vollediger.  Voller.  Hoe vreemd die gedachtegang u ook mag lijken.  Zo voel ik het.  Zo ervaar ik het.
 
U ziet, vele redenen had ik u een brief te schrijven.  Nooit heb ik het gedaan.  Tot nu.  Tot vandaag.  Vandaag schrijf ik u een brief.  Deze brief.  Ik schrijf u deze brief naar aanleiding van uw nieuwste film, Silence.  Ik doe het niet uit vrije wil.  Of neen, ik formuleer het te hard.  Laat het mij daarom anders zeggen.  Ik schrijf in opdracht.  Ik schrijf omdat mijn moeder het vroeg.  Mijn moeder kan ik niks weigeren.  Een moederskindje? Zo beschouw ik het niet.  Dat zou ik niet denken.  Ik ging op haar vraag in omdat haar vraag terecht was.  Omdat haar vraag oprecht was.  Omdat ik in die vraag emotie voelde.  Daarom doe ik het.
 
Nu verwacht u heel waarschijnlijk een recensie.  U verwacht nu te lezen wat ik van uw film denk.  Wat mijn moeder van uw film denkt.  Dat is het niet.  Andere redenen brengen mij tot deze brief.  Wij hebben een link.  Deze bekentenis had u helemaal niet verwacht.  U had niet verwacht dat iemand uit Gent een link kan hebben met iemand uit Hollywood.  Ik ben gek van mijn stad.  Fier op mijn stad.  Eerlijkheid gebiedt mij evenwel te zeggen dat Gent slechts een boerengat is in vergelijking met het mondaine Hollywood.  Toch richt ik mij als Gents boertje tot u, wereldburger.  Omdat wij, zoals ik reeds zei, die ene link hebben.  Dat ene, dat ons verbindt.
 
U baseerde uw nieuwste film op een boek van de Japanse auteur Shusaku Endo.  In dat boek schuilt het gemeenschappelijke.  Om dat duidelijk te maken, moet ik misschien vooraf een omweg maken.  Om duidelijk te maken dat het niet zomaar een toevalstreffer is.  In mijn familie wordt geschreven.  Of eerlijker nog, in mijn familie werd geschreven.  Niet zoals ik doe.  Ik stuntel maar wat.  Mijn nonkels deden het anders.  Grootser en beter.  Zij publiceerden.  Zij schreven boeken.  Boeken, die uitgegeven werden.  Boeken, die gelezen werden.
 
Nu ga ik nog een stapje verder.  Alles wordt wat gecompliceerder.  Eén van die nonkels was een speciaal geval.  In deze dagen zal hij toch aanzien worden als een speciaal geval.  In vroegere dagen was het anders.  In vroegere dagen was het heel gewoon.  Eén van mijn nonkels was missionaris.  In Japan.  Nog nooit heb ik het tegen iemand durven zeggen maar voor die nonkel had ik een heimelijke bewondering.  Als kleine jongen was hij mijn held.  Hij was lid van de elitetroepen van de katholieke kerk.  Hij was een stormtrooper.  Dat dacht ik toen.  Zo zag ik het toen.  Kleine jongens kunnen soms vreemde dingen denken.
 
Nu zal u best begrijpen dat mijn nonkel in die hoedanigheid bijzonder gefascineerd was door dat ene land.  Door Japan.  Die fascinatie stak hij niet onder stoelen of banken.  Die uitte hij.  Luidop en veelvuldig.  Die fascinatie ging hij combineren met het schrijverschap.  Diezelfde fascinatie bracht hem ertoe Japanse, literaire meesterwerken te vertalen naar het Nederlands.  Om die meesterwerken ook in het Nederlandse taalgebied onder de aandacht te brengen.
 
Nu kom ik tot dat ene gemeenschappelijke.  Tot datgene waarom ik u deze brief schrijf.  Eindelijk, hoor ik u denken.  Ik weet het, bondigheid is niet mijn sterkste punt.  Maar heel soms is het noodzakelijk uit te weiden.  Is het nodig die bondigheid te omzeilen.  Om het grotere geheel te schetsen.  Want enkel dat grotere geheel kan tot begrip leiden.
 
 
Mijn nonkel koos voor dat ene boek van Shusaku Endo.  Hij vertaalde dat ene meesterwerk.  Hij vertaalde Chimmoku naar Stilte.  In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd het boek uitgegeven bij uitgeverij Emmaüs.  In die jaren lag het boek in de winkel.  Ik moet bekennen, het boek is nauwelijks nog te vinden.  Het is een rariteit geworden.  Bedolven onder nieuwere uitgaven.  Onder recentere uitgaven.  Maar ik heb het boek.
 
 
Nooit had ik gedacht ooit een link te hebben met Hollywood.  U gaf mij die link.  Dat boek van mijn nonkel-pater-missionaris geeft mij die link.  Geeft mij die sleutel tot Hollywood.  Nu moet ik nog dat ene ding doen.  Dat ene ding om die link te vervolledigen.  Ik moet het boek lezen.  Want dat heb ik nog niet gedaan.  U hebt mij gewezen op mijn familiale plicht.  U hebt mij gewezen op die ene fout.  Die fout ga ik nu rechtzetten.
 
Beste Martin, ik ga het boek lezen.  Met grote zekerheid zal ik tot die ene vaststelling komen.  Dat het boek beter is dan de film.  Zo is het altijd geweest.  Zo zal het altijd zijn.  Zeker nu.  Jawel, u mag mij beschuldigen van enige vooringenomenheid.  Ik pleit schuldig.  Maar ik meen te mogen denken dat u mij dat zal vergeven.  Voor die ene keer.
 
Met vriendelijke groeten.

Wim Backx - Uyttendaele
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen