donderdag 5 januari 2017

Uitgelezen: Gustav & Anton. Brief aan Rose Tremain.

Beste Rose,
 
Soms is een boekenkaft enkel een kaft.  Niks meer.  Niks minder.  Bij uw boek is het anders.  Uw kaft is een schat aan informatie.  Informatie, waarvoor ik niet ongevoelig kon blijven.  Op de voorkaft noemt The Guardian uw boek een soort Zwitserse Stoner.  Op de achterkaft wordt uw meesterschap geloofd.  Niet door de minste.  Ian McEwan gebruikt die woorden.  Op diezelfde kaft beweert Salman Rushdie geroerd te zijn door een extreme en pijnlijke schoonheid.  Een andere krant, The Independent, noemt u een uitzonderlijk getalenteerd schrijfster.  Al die lof staat zomaar te lezen op de kaft van uw boek.  Toch is dat nog niet alles.  Op uw kaft prijkt één zelfklever.  Op die zelfklever staat in grote letters: DWDD boekentip.  Nu heeft het lange tijd geduurd voor ik wist waarvoor die letters stonden.  Ik zal het u vertellen.  Die letters staan voor De Wereld Draait Door.  Een bijzonder populair televisieprogramma op de Nederlandse zender.  Dat programma heb ik nog niet gezien.  Wel volg ik hun boekentips.  Nog nooit zaten zij ernaast.  Elke tip is een goede tip.
 
Veel lof voor uw boek.  Toch kan dat gegoochel met namen en lofzangen ook een gevaar inhouden.  Het kan bij de lezer te grote verwachtingen creëren.  Verwachtingen, die niet kunnen ingelost worden.  Omdat ze te onrealistisch zijn.  Dat zou kunnen.  Ook bij mij was dat zo.  Ook ik had verwachtingen.  Toch nam ik mij voor mij hierdoor niet te laten leiden.  Ik zou uw boek lezen.  Enkel uw boek zou mij kunnen overtuigen.  Zonder enige externe beïnvloeding.
 
Intussen heb ik uw boek gelezen.  Ik kan kort zijn in mijn oordeel.  U bent een verhalenvertelster.  Dat is niet negatief bedoeld.  Integendeel.  Bij een verhalenverteller denk ik aan de vakantiekampen met de jeugdbeweging.  Toen ik leeuwtje was bij de KSA.  Dat is al heel lang geleden.  Maar ik weet het nog goed.  Hoe elke avond de proost naar onze slaapzaal kwam.  Om een verhaal te vertellen.  Elke avond één deeltje.  Op de slotavond kwam dan de apotheose.  Het einde.  Toen keek ik uit naar die avonden.  Hij deed mij dromen.  Hij nam mij elke avond mee in zijn verhaal.  Ik hing aan zijn lippen.  Ik at zijn woorden.  Niet enkel ik.  Ook de andere leeuwtjes.  In de slaapzaal was het stil.  Muisstil.
 
Uw boek had datzelfde effect.  U bracht mij opnieuw naar die slaapzaal.  Opnieuw had ik datzelfde gevoel.  Maar nog feller.  Nog intenser.  U ontroerde mij.  Tot tranen toe.  U zal misschien denken dat ik overdrijf.  Toch is dat niet zo.  Ik kon niet ongevoelig blijven bij uw verhaal over een vriendschap.  Een vriendschap, dat dieptepunten kent.  Maar dat zo hemels mooi is op zijn hoogtepunten.  Ik kon niet ongevoelig blijven bij uw verhaal over een zoektocht.  Een zoektocht naar moederliefde.  Als jongetje.  Als man.  Telkens botst die jongen/man op een muur.  Op kille ongevoeligheid.  Moederliefde zal hij nooit vinden.  Dat te moeten vaststellen is bijna hartverscheurend.  Want heeft niet iedereen nood aan een zekere dosis moederliefde? Ik kon niet ongevoelig blijven bij uw verhaal over een zoektocht.  Een andere zoektocht.  Naar erkenning.  Erkenning voor een gestorven vader.  Een nooit erkende held.  Die vader deed wat hij meende te moeten doen.  Menselijkheid dreef hem tot zijn heldendaden.  Heel misschien kleine heldendaden.  Maar wel met grote gevolgen.  Gevolgen, waarvan de held/vader het grootste slachtoffer is.
 
U bracht mij naar een einde.  Naar een apotheose.  In die ene, bijna allerlaatste zin word ik gedwongen het hele boek nog eens te herbeleven.  Neen, neen, dwingen is het niet.  Het gebeurt bijna automatisch.  Als die ene vriend aan de piano gaat zitten.  Zijn sonate speelt.  De Gustavsonate.  Dan komen alle beelden terug in mijn hoofd.  Ik zie Gustav en Anton aan het schooltje.  Hun eerste kennismaking.  Ik zie Anton worstelen met zijn virtuoos meesterschap.  Ik zie Gustav constant liefde geven.  Maar nooit krijgen.  Of slechts heel zelden.  Ik zie diezelfde Gustav als jongetje zijn soep maken.  Terwijl moeder in het hospitaal ligt.  Terwijl zijn moeder zweeft tussen leven en dood.  Ik zie die liefde tussen Gustav en Anton.  Die te lange tijd onuitgesproken blijft.  Die te lange tijd ontkend wordt.  Dat alles zie ik.  Maar ik wil ook iets horen.  Ik wil die Gustavsonate horen.  Omdat ik besef dat in die muziek de mooiste definitie moet schuilen van vriendschap.  Van liefde.  Van liefde en vriendschap, die eindelijk beantwoord worden.  Door beide partijen.
 
Ik lees het laatste woord.  Ik blijf hangen aan het laatste punt na het laatste woord.  Bewust blijf ik hangen.  Omdat ik besef dat nu het meest pijnlijke zal volgen.  Het dichtklappen van dit prachtige boek.  Omdat ik besef dat ik afscheid moet nemen.  Van Gustav en Anton.  Twee mannen, die ik in mijn hart heb gesloten.  Dat alles valt mij zwaar.  Maar doet mij tegelijk beseffen dat uw boek een pareltje is.  Want enkel een pareltje kan op een dergelijke manier ontroeren.
 
Beste Rose, u deed mij terugdenken aan mijn jonge jaren.  Mijn jaren als leeuwtje.  Niet enkel deed u dat.  U deed veel meer.  U schonk mij een wonderlijke ervaring.  Een bijna unieke leeservaring.  Voor dat alles wil ik u danken.  Nu besef ik dat die grote woorden op de kaft van uw boek in niks overdreven zijn.  Nu besef ik dat ik die lofzang enkel kan en moet bijtreden.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen