dinsdag 3 januari 2017

Mijn reisverhaal Japan. Dag 7: Hiroshima - Onomichi.

Wij starten de dag met onthutsend nieuws.  Een vulkaan is uitgebarsten.  Niet zomaar een vulkaan.  Aso, waarlangs wij enkele dagen terug nog hebben gereden, is wakker geworden.  Hij is aan het werk gegaan.  Heeft staan spuwen.  Over het aantal slachtoffers is nog niks geweten.  Het nieuws is nog vers van de pers.  Slachtoffers worden nog geteld.
 
Het doet vreemd aan voor ons.  Wij zijn in Japan.  Voelen ons op een of andere manier toch betrokken partij.  Terwijl het vroeger een ver-van-mijn-bedshow zou zijn, is het nu heel anders.  Wij hebben die vulkaan gezien.  Wij hebben de omgeving gezien.  Het maakt ons stil.  We duwen even de pauzeknop in.  Denken niet aan onze reis en de volgende bestemming.  Wij denken aan wat momenteel aan de gang is in dat ene deel van Japan.  Hopen dat alles toch nog zal meevallen met schade en slachtoffers.
 
Toch kunnen we niet te lang blijven stilstaan.  We moeten voort.  We zijn op reis.  We verlaten Hiroshima.  Gaan verder naar Onomichi.  Daarvoor moeten we de trein halen.  Die trein wacht niet.  Stiptheid laat zich niet inperken door natuurrampen.  Die hebben geen invloed.  Treinen blijven rijden.  We kunnen niet vragen alles even stil te leggen.  Omdat ergens in Japan een vulkaan is uitgebarsten.  Dat zal niet gebeuren.  Wij moeten dus mee.  De trein op.
 
Ik kan het niet verklaren.  Toch is het zo.  In mijn hoofd heb ik mij een voorstelling gemaakt van het Japanse treinvervoer.  In mijn hoofd zitten een aantal beelden opgeslagen.  Vanwaar die beelden komen, weet ik niet.  Zij zijn er.  Dat is alles.  Ergens lagen ze opgestapeld in mijn hoofd.  In mijn hoofdelijke archiefkast.  Met mijn reis doorheen Japan worden die beelden geactiveerd.  Zij worden opnieuw tot leven gebracht.  In mijn hoofd is die kleine archivaris wakker geschud en deze is die beelden gaan ophalen in de juiste kasten.  Ik zie overvolle perrons.  Overvolle treinen.  Ik zie treinreizigers in de wagons geduwd worden.  Niet zachtaardig, eerder bruut.  De treinreizigers zitten opeengepakt.  Als sardines in een blik.  Ik zie chaos.  Ik zie wanorde.  Ik zie een eeuwigdurende drukte van jewelste.  Nooit zal die storm gaan liggen.  Dat zijn de beelden, die ik in mijn hoofd heb.
 
Vandaag zullen die beelden kunnen afgetoetst worden aan de realiteit.  Ik zal kunnen nagaan in hoeverre mijn fantasie aan de haal gegaan is met mij.  Bij aankomst op het perron lijkt het nogal mee te vallen.  Jawel, er is wat volk.  Maar het blijft rustig.  Het instappen in Hiroshima gaat vlotjes.  Geen enkel probleem.  Een zitplaats hebben we niet.  Alle zitjes zijn reeds bezet.  Maar we hebben een staanplaats.  Meer dan voldoende zelfs.  Bij de volgende haltes stromen steeds maar meer mensen binnen.  Onze ruimte wordt meer en meer ingeperkt.  Onze levensruimte wordt minder.  In de voorbije geschiedenis zijn er nog mensen geweest die om die reden een oorlog begonnen zijn.  Het verlangen naar Lebensraum stortte Europa in een wereldoorlog.  Zo ver zullen wij het niet drijven.  Wij zijn vredelievend.  We komen net van Hiroshima.  In onze hoofden speelt nog de gedachte aan love, peace and understanding.
 
We worden tegen elkaar gedrukt.  Toch blijft de trein stoppen.  Toch blijven mensen opstappen.  Een muur van menselijke ruggen en buiken lijkt hen niet af te schrikken.  De reizigers op het perron, die onze trein moeten hebben, plaatsen hun handen in de wagon en murwen zich zo naar binnen.  Zij moeten op de trein.  Niks zal hen stoppen.  Wachten op de volgende trein is geen optie.  Want heel waarschijnlijk zal dat van hetzelfde laken een broek zijn.  Dus niet wachten.  Die trein op.  Nu.  Niet straks.  We worden op die manier allemaal nog wat dichter tegen elkaar geduwd.  Een frisse adem en een goede deodorant kunnen dan best wel handig zijn.  Zo niet zouden boze blikken of verdachtmakende ogen uw deel kunnen zijn.
 
Maar dan is er dat ene gezegde.  Dat ene gezegde, dat ook geldt in het treinverkeer.  Na regen komt zonneschijn.  Na een drukke periode komt altijd een minder drukke periode.  In die mate zelfs dat wij kunnen gaan zitten.  Wij vinden in de trein een zitplaats.  We halen opgelucht adem.  We kijken om ons heen en zien rust.  Voelen rust.  Eindelijk.
 
In mijn hoofd had ik beelden van allerlei rampscenario’s.  De meest gruwelijke scenes had ik uitgedacht.  Maar die blijken toch niet te kloppen.  Jawel, het is druk.  Toch valt het nog mee.  Niks om te vrezen.  Niks om van weg te lopen.  Gewoon een belevenis.  Gewoon een verhaal om thuis te vertellen.  Een verhaal, dat thuis almaar groter zal worden.  Zal uitgroeien tot niet te meten proporties.
 
We komen aan in Onomichi.  Wat het zal worden, weten we niet.  U zou ons kunnen verdenken van een gebrek aan voorbereiding.  Dat is het nochtans niet.  We hebben onze reisgids uitgeplozen.  Van begin tot einde.  Van einde tot begin.  Nergens vonden we ook maar iets over dit stadje.  Geen enkele naamvermelding.  Zelfs geen verwijzing of voetnoot.  Voor onze reisgids lijkt dit stadje niet te bestaan.  Of toch niet het vermelden waard.  Waarom dan toch stoppen in dit stadje? We zullen het zelf moeten uitzoeken.  Zelf op onderzoek uitgaan.  De stad zal ons moeten verrassen.  De eerste kennismaking, bij het station, doet ons het ergste vermoeden.  Maar we moeten uitkijken met eerste indrukken.  Net het ongekende kan verrassen.  Net in de verrassing kan het mooiste schuilen.  
 
We zouden ons met een kabelbaantje naar boven kunnen laten brengen.  Tot aan de Senkoji-tempel.  Dat zou hier de toeristische trekpleister zijn.  De tempel is één van de drieëndertig sites op één van de vele boeddhistische pelgrimsroutes, die Japan telt.  Indien u zou overwegen deze route af te stappen, moet u uitkijken naar de Chukogu 33 Kannon Pilgrimage.  Dat is de route, die u dan zou moeten volgen.  Die zou u ook langs de Senkoji-tempel in Onomichi brengen.  De pelgrimsroute gaan wij niet afstappen.  Wegens tijdsgebrek.  De Senkoji-tempel laten we ook links liggen.  Een kabelbaantje hebben we al gehad.  Bovendien lijkt de tempel meer op een amusementspark.  Dat willen we niet.
 
We zouden een fietstocht kunnen doen.  Die optie kunnen we ook overwegen.  Met de fiets zouden wij over de verschillende eilanden en eilandjes kunnen rijden bij Onomichi.  Maar een enkele fietstocht van zeventig kilometer zien wij niet onmiddellijk zitten.  Bloed, zweet en tranen, daarvoor passen we.  Wij hadden eerder gedacht aan een rustige dag.
 
Wij kiezen uiteindelijk voor een wandeling.  Een bescheiden wandeling.  De stad blijkt heel wat oude tempels te herbergen en deze wandeling zal ons langs de voornaamste brengen.  Wat we niet verwacht hadden, gebeurt dan toch.  De stad verrast ons.  Verrassingen zijn altijd leuk.  Zeker op reis.  
 
 
Het wordt een meer dan aangename wandeling met enkele fijne ontmoetingen.  Enkele daarvan zullen ons bijblijven.  Zoals met die ene Japanner.  Bij de voorbereidingen van het lichtfestival, dat die avond zal doorgaan.  Hij komt bij ons staan.  Hij praat geen Engels.  Wij praten geen Japans.  Toch hebben we een boeiend gesprek.  Met dank aan Google Translate.  Dat blijkt wonderwel te werken.  Zijn Japans wordt vertaald naar het Engels.  Ons Engels wordt vertaald naar het Japans.  Een smartphone kan dan toch twee werelden samenbrengen.  De snel voortschrijdende techniek wordt soms afgeschilderd als een groot gevaar.  Als een boeman.  Maar op dit pleintje, bij een tempel, kan ik die gedachte niet bijtreden.  Die gedachte vindt vandaag in mij geen medestander.  Vandaag ben ik vol lof over de mogelijkheden van die voortschrijdende techniek.
 
 
Ik denk niet enkel aan die ene Japanner.  Ik denk ook aan dat oude mevrouwtje.  Gezeten op de trappen naar één van de tempels.  Zij praat Japans.  Enkel Japans.  Zij praat.  Blijft maar praten.  Ik kan enkel knikken.  Dat interpreteert zij dan weer als een aanmoediging.  Zij blijft verder razen.  Gaat maar door.  Alsof zij eindelijk iemand gevonden heeft met wie zij kan praten.  Alsof zij eindelijk uit haar eenzaamheid losbreekt.  Die smartphone hadden we niet meer bij de hand.  Maar in deze was dit niet nodig.  Wij leken elkaar te begrijpen.  Niet in woorden.  Wel in gedachten.
 

 
Ik denk aan die dame bij de tempel.  Zij was papieren bloemen aan het maken.  Haar bijdrage aan het lichtfestival.  Wij keken toe.  Naar haar vakmanschap.  Want dat is wat het is.  Origami is een vak.  Heel soms is datzelfde origami kunst.  Het leek gemakkelijk.  Maar iets makkelijk doen lijken kan best moeilijk zijn.  Dat dacht ik terwijl ik keek naar die vlugge, handige vingers.  Eén bloem gaf zij ons.  Wij accepteerden.  Hingen die bloem aan onze rugzak.  Als talisman.
 

 
Onomichi wordt nergens vermeld in de reisgids.  Dat had ik al gezegd.  Dat is spijtig.  Bijzonder jammer.  Dat had ik nog niet gezegd.  Die ene wandeling brengt ons langs tempels.  Dat mag en kan u niet verbazen.  Dat was te verwachten aangezien die wandeling ‘Trail of the old temples’ wordt genoemd.  Dan is het logisch dat we al eens een heiligdommetje passeren.  Toch doen wij meer dan dat.  Die tocht bracht ons ook langs huizen.  Langs achterkoertjes.  Langs pleinen.  Langs het alledaagse leven.  Het leven van een doorsnee Japanner.  Dat te mogen zien was meer dan bijzonder.  Die trail doet mij besluiten dat Onomichi een plaats mag opeisen in elke toeristische gids.  Die stad onvernoemd laten is een aderlating.  Een kleine aderlating.  Maar het is er een.  Zo voelt het toch bij mij.
 
De dag loopt bijna ten einde.  Maar zelfs in het einde kan schoonheid schuilen.  De voorbije dag had het fel geregend.  Dat had de organisatie van het lichtfestival doen besluiten het festival met één dag uit te stellen.  Net die dag, waarop wij in Onomichi verbleven.  Wij hadden geen enkel bewaar.  Ons hoorde u niet klagen.  Wij waren tevreden.  Blij getuige te kunnen zijn van deze toch wel unieke ervaring.
 

 
Langsheen een uitgestippeld parcours stonden langs de weg theelichtjes opgesteld.  Geplaatst in een papieren bakje, beschilderd met tekeningen van de plaatselijke, schoolgaande jeugd.  Niet één bakje.  Wel honderden.  Duizenden.  Soms geplaatst in één enkele rij.  Soms gegroepeerd in een stilstaande choreografie van licht.  Alles wat we overdag zagen, beleven we nu op een andere manier.  Intenser.  Meer uitgepuurd.  Het licht dwingt ons anders te kijken.  Details, die voordien onopgemerkt bleven, springen nu in het oog.  Licht, donkerte en schaduw plaatsen alles in een ander perspectief.
 

 
Vandaag ging een rustige dag zijn.  Een dag om even op adem te komen.  Dat is het niet geworden.  Integendeel.  Het werd een intense dag.  Met nog dat ene extraatje.  Wij gingen eten.  Op restaurant.  Bij de Italiaan.  Tranquillo.  U kan het vreemd vinden.  Zo ver reizen om dan toch bij een Italiaan te gaan eten.  Om die lekkere Japanse keuken te laten voor wat het is.  Wij vinden dat niet gek.  Helemaal niet.  Wij willen zien en proeven hoe Japanners die Italiaanse keuken interpreteren.  Hoe zij hun eigen fantasieën toevoegen aan klassieke recepten.  Dat maakt deel uit van ons beperkte culinaire onderzoek.  De conclusies van dat onderzoek kunnen teruggebracht worden tot één woord.  Overheerlijk.  Deze Japanse Italiaan of Italiaanse Japanner overtuigt.  Zijn pizza’s overtuigen evenzeer.
 
Wij gaan slapen.  Met een heerlijk gevoel.  Veel gezien.  Lekker gegeten.  Onomichi was een verrassing.  Een meer dan aangename verrassing.
 
Mijn reisverhaal Japan.  Dag 8: Onomichi – Okayama.  Te lezen op dinsdag 10/01/2017.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen