donderdag 8 december 2016

Uitgelezen: De Amerikaanse prinses. Brief aan Annejet van der Zijl.

Beste Annejet,
 
Ik wilde u een brief schrijven.  Ik had uw boek gelezen.  Uw nieuwste boek.  Dat vond ik goed.  Meer dan goed.  Ik vond het zelfs prachtig.  Daarom wou ik u dus een brief schrijven.  Al enkele dagen zat ik te denken hoe te beginnen.  Het lukte niet.  Ik vond maar niet de juiste inleiding.  Een brief heeft dat nodig.  Zonder inleiding geen brief.  Dat besefte ik.  Ik werd ongedurig.  Ik werd zenuwachtig.  Want die brief wilde ik schrijven.  Niet ten allen prijze.  Maar toch.  Ik wou het graag.  Ik doe een poging.  Rustig aan beginnen.  Dat is altijd het beste.
 
Misschien kan ik beginnen met te vertellen hoe ik tot uw boek kwam.  Ik moet bekennen, ik had uw boek nog niet opgemerkt.  U hoeft zich daarover geen zorgen te maken.  Elke dag is er een behoorlijke oogst aan nieuwe boeken.  Om daartussen op te vallen is het niet makkelijk.  A struggle for life, zo is het bijna.  In winkels of bibliotheek had ik u nog niet gezien.  In de literaire bijlage in mijn krant had ik niks gelezen.  Noch over u.  Noch over het boek.  Maar dan was er dat ene berichtje in mijn mailbox.  Van uw uitgever.  Er werd mij gevraagd te stemmen voor uw boek.  Want u was genomineerd voor Boek van het Jaar.  Dat is behoorlijk wat.  Die nominatie deed bij mij een alarmlichtje knipperen.  Het leek alsof ik iets gemist had.  Dat foutje moest rechtgezet worden.  Ik ging aan het werk.  Met uw boek.
 
Al snel begreep ik waarom u genomineerd was.  Al van bij het begin sleepte u mij mee.  Ik ging niet zitten om snel even vijf pagina’s te lezen.  Dat lukte niet.  Ik ging zitten en bleef zitten.  Vastgekluisterd aan uw boek.  Ik wou door.  Ik wou verder.  Het tempo in uw boek verhinderde mij het boek aan de kant te leggen.  Scheiden doet lijden.  Dat wou ik niet.  Ik bleef lezen.  Zonder het te weten waren vijftig pagina’s zo om.  Ik nam niet de tijd even te verpozen.  Werk, eten en slaap.  Dat waren de enige excuses om het boek voor heel even dicht te klappen.
 
Hoe dat kan? U grijpt het levensverhaal van Allene Tew aan om de lezer wegwijs te maken in de geschiedenis van Amerika.  Wij vertrekken in het midden van de negentiende eeuw om te eindigen in het midden van de twintigste eeuw.  Bijna honderd jaar overspant uw boek.  In die tijd is heel wat gebeurd.  Twee wereldoorlogen, de Grote Depressie, de Spaanse Griep, de Koude Oorlog.  De New deal.  Maar uw verhaal blijft niet binnen Amerika.  Daarvoor is het leven van Allene te boeiend.  Zij floreert in de hogere kringen.  De hoogste kringen.  Zij maakt uitstapjes.  Naar buitenverblijven.  In Parijs.  In Londen.  In Rome.  U neemt ons dus ook mee naar Europa.  Maar niet enkel haar reisjes brengen haar naar Europa.  Dat doen ook haar huwelijken.  Zij huwde een Duitse prins.  Zij huwde een Russische graaf.  U voerde ons mee naar Duitsland.  Naar de verpauperde adel na de Eerste Wereldoorlog.  U voerde ons mee naar Rusland.  Naar Raspoetin.  Naar tsaar Nicolaas II.  Al die gebeurtenissen worden heel even aangeraakt.  Slechts heel even blijft u stilstaan.  Wij zouden dat kunnen betreuren.  Toch doe ik het niet.  Al te grote uitweidingen zouden het tempo doen stokken.  Alles zou stilvallen.  De geschiedenis.  Het leven van Allene.  Dat mag niet gebeuren.  Daarom racet u met dezelfde vaart door.
 
U wordt de ongekroonde koningin van de literaire non-fictie genoemd.  Toch leest dit waargebeurde verhaal bijna als een roman.  Een avonturenroman.  Een liefdesroman.  Allene Tew heeft alles in zich om een onbestaand en door u uitgedacht romanfiguur te zijn.  Toch is zij echt.  Heeft zij bestaan.  Heeft zij haar sporen achtergelaten.  Sporen, die door u werden samengebracht tot één intens verhaal.  Zij kende tegenslagen.  Telkens kwam zij die te boven.  Nooit bleef zij bij de pakken zitten.  Zij keek enkel vooruit.  Nauwelijks keek zij achterom.  Want dat was geweest.  Dat was voorbij.  Zij kende liefdes.  Mindere en betere.  Toch bleef zij geloven in die allesverterende liefde.  Die diepe, echte liefde.  Daar streefde zij naar.  Daar ging zij voor.  Elke keer weer.
 
Beste Annejet, u schonk mij Allene Tew.  Een vrouw met een enorme veerkracht.  Met zin in het leven.  Een vrouw die wist wat zij wou.  Die haar mannetje kon staan.  Jawel, men zou kunnen zeggen dat zij het best wel makkelijk had.  Zij had grote fortuinen.  Een luxeleventje.  Maar u toonde dat ook binnen die luxe een zeker doorzettingsvermogen nodig is.  Toen toch.  Voor een vrouw.  Voor een vrouw met ambitie.
 
Enkele weken terug had ik nog nooit gehoord van uw boek.  Vandaag heb ik uw boek gelezen.  Het was een fantastische kennismaking.  Een wonderbaarlijke ontdekking.  Ik wil u daarvoor danken.  Voor die uren leesplezier.  Voor die reis doorheen de geschiedenis.  Voor die kans Allene Tew te leren kennen.
 
Beste Annejet, ik wens u het allerbeste.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen