vrijdag 21 oktober 2016

Uitgelezen: We hadden liefde, we hadden wapens. Brief aan Christine Otten.

Beste Christine,
 
Martin Luther King, die man kende ik.  Met een bijna absolute zekerheid durf ik te beweren dat iedereen deze man wel kent.  Iedereen, zonder enige uitzondering.  Iedereen zal wel kunnen vertellen dat deze man één van de prominentste leden was van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.  Alom wordt hij geroemd om zijn geweldloze verzet tegen de rassenongelijkheid.
 
Met eenzelfde zekerheid durf ik te beweren dat bijna niemand zal weten wie Robert F. Williams was.  Dat is nochtans het hoofdpersonage uit uw boek.  Misschien een vreemde keuze om een boek rond een minder gekend iemand op te bouwen.  Maar dat is het niet.  Uit uw keuze spreekt een zekere eigenzinnigheid.  Bovendien maakt die keuze het boek om een extra reden interessant.  Uw boek toont hoe het geweldloze verzet op kleiner, lokaal vlak wordt ingevuld.  Hoe diezelfde strijd, ver weg van de televisiecamera’s, wordt ervaren en beleefd.
 
Soms is een boek nodig om te ervaren hoe de werkelijkheid echt was.  Om ten volle de ernst van de situatie te begrijpen.  Vaak kennen wij wel de historische feiten maar ontbreekt de kennis omtrent de impact van diezelfde feiten.  Zo had ik het boek Beijing Coma van Ma Jian nodig om mij bewust te worden van de betekenis van de studentenprotesten op het Tiananmenplein in Peking.  Eenzelfde effect had uw boek.  Uw boek schudde mij wakker.  U dwong mij voorbij die historische ‘I have a dream’ speech van Martin Luther King te kijken.  Die speech deed mij geloven dat alles nog vrij vreedzaam verliep.  Maar dat was het niet.  U vertelt over de wreedheden van de Ku Klux Klan.  Over de verstrekkende gevolgen van de rassenongelijkheid.  Hoe zwarten de toegang werd geweigerd tot openbare zwembaden.  Tot filmzalen.  Hoe zij op bussen werden afgezonderd van de blanken.  U deed mij de impact van al die maatregelen voelen.  Op een overtuigende, bijna realistische wijze.
 
U toonde mij de kracht van een overtuiging.  In vredestijd is het hebben van een overtuiging nauwelijks gedurfd.  Anders wordt het in tijden van oorlog of onderdrukking.  Dan wordt het hebben van en het vasthouden aan een overtuiging helemaal anders.  Op die momenten vraagt het moed.  Lef.  Durf.  Dat alles blijkt Robert F. Williams in overvloed te hebben.  Op geen enkel moment twijfelt hij.  Op geen enkel moment aarzelt hij.  Resoluut gaat hij zijn uitgestippelde weg.  Nooit wijkt hij af.  Zelfs niet als hij moet uitwijken naar Cuba.  Of verder nog.  Naar China.  Recht op zijn uiteindelijke doel stapt hij af.
 
Die vasthoudendheid heeft niet enkel een invloed op het leven van Robert F. Williams zelf.  Het beïnvloedt ook de levens van de mensen rondom hem.  Het leven van zijn kinderen.  Het leven van zijn echtgenote.  Dat illustreert u treffend door het verhaal te laten vertellen door de jongste zoon en de echtgenote.  Beiden vertellen hun verhaal.  Kijken op hun eigen manier terug op de gebeurtenissen.  In die terugblik valt er enige gelijkenis te lezen.  De zoon twijfelt soms aan de aanwezigheid van een vader.  Twijfelt aan de liefde van een vader voor zijn zoon.  De echtgenote twijfelt aan de aanwezigheid van een man.  Twijfelt aan de liefde van een man voor zijn vrouw.  Beiden zien en menen vaak dat de rol van politiek voorvechter de bovenhand haalt op de familiale rol.  Dat eist zijn tol.
 
Na het overlijden van Robert F. Williams, blijven de echtgenote en de zoon achter.  De echtgenote is overtuigd dat het verhaal moet verteld worden.  De zoon twijfelt.  De zoon geniet van de verworvenheden van de harde strijd van zijn vader.  Hij twijfelt aan de noodzakelijkheid om dit verhaal te vertellen.  Want wie ligt hier nog wakker van.  Het zijn andere tijden.  Tijden, waarin andere regels gelden.  Over die tweestrijd doet u ook verslag.  Over dit innerlijke, persoonlijke gevecht.
 
Ik weet dat het verhaal moet verteld worden.  Want bijna nooit is iets echt verworven.  Altijd kunnen vermeende verworvenheden in de verdrukking komen.  Van de mens wordt een blijvende alertheid gevraagd.  Dat mag blijken uit het recente politiegeweld tegen zwarten in de Verenigde Staten.  De geschiedenis herhaalt zichzelf niet maar zij remt wel.  Dat wist Mark Twain al.  U lijkt het ook te weten.  Want uw boek komt op een bijzonder interessant moment.
 
Ik heb uw boek gelezen.  Uw aangrijpende verhaal.  Uw meeslepende verhaal.  Ik leerde een bewonderenswaardig man kennen.  Een volhardend man.  Een vader.  Een echtgenoot.  Want ook dat was hij.  Dat weet ik nu.  Dat besef ik nu.  Robert F. Williams? Een groot man.  Ik wil u danken voor de ontmoeting met deze man.
 
Wij staan in ons leventje.  In ons luxueuze leventje.  Waarbij wij al te gemakkelijk vergeten welke strijd hiervoor werd geleverd.  Al te vaak vergeten wij die mensen met een niet aflatende overtuiging.  Een overtuiging, die noodzakelijke veranderingen in het maatschappelijke leven in gang gezet hebben.  Uw boek is een wake-upcall.  Brengt ons dit alles nog even in herinnering.
 
Beste Christine, ik wil u danken voor dit mooie boek.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen