dinsdag 27 september 2016

Uitgelezen: Oogst. Brief aan Jim Crace.

Beste Jim,
 
Oogst.  Ik weet dat er moet geoogst worden.  Dat de opbrengst van het land moet geplukt worden.  Ik weet enkel niet wat er moet geoogst worden.  Ik weet enkel niet wanneer er moet geoogst worden.  Met deze lichte mate van overdrijving wil ik aangeven dat ik geen boer ben.  Dat ik geen landbouwer ben.  Ik spreek de taal van het land niet.  De taal van de grond is mij volledig vreemd.  Op dat gebied ben ik analfabeet.  Dat bent u geenszins niet.  U spreekt die taal.  Op een dichterlijke wijze.  Het land krijgt door uw taal vaste vorm.  Het landschap ontvouwt zich voor mijn ogen terwijl ik lees.  Ik moet mij ervan weerhouden naar buiten te stappen.  Om het land te bewerken.  Om te plukken.  Te oogsten.  Want dat doen de bewoners.  Dat doen de personages uit uw boek.  Ik voel mij aan hun zijde staan.  Solidair in de zware, noeste arbeid.  Uw taal geeft mij het gevoel toch een kenner te zijn.  Geeft mij het gevoel toch die taal te kennen.  Of zijn het enkel uw woorden, die ik herkauw?
 
U vertelt het verhaal van een gemeenschap.  Een boerengemeenschap.  Een dorp kan het nog niet genoemd worden.  Te primitief.  De Meester wikt.  De Meester beschikt.  De woordvoerder van die gemeenschap is Walter Thirsk.  Hij is het hoofdpersonage.  U laat hem uw verhaal vertellen.  Of is het toch zijn verhaal? Die woordvoerder laat ons binnenkijken in zijn gemeenschap.  Wij staan ’s morgens vroeg op.  Gaan ’s avonds laat slapen.  In die lange dagen wordt enkel gewerkt.  Er is geen of weinig afleiding.  De grond bepaalt het levensritme van de gemeenschap.  Die grond lijkt de enige en echte meester te zijn.  De bewoners kunnen enkel gehoorzamen.  Moeten gehoorzamen.  Omdat ongehoorzaamheid onmiddellijk wordt afgestraft.  Als er niet geluisterd wordt, mislukken oogsten.  Dat lijkt de grootste angst te zijn van de bewoners.  Hun denken wordt beheerst door die ene gedachte.  Alles wordt dan ook in het werk gesteld om de jaarlijkse oogst te doen lukken.  Daarvoor moet alles wijken.  Daarvoor lijkt alle plezier gebannen te worden.  Of toch niet.  Eénmaal mag er gevierd worden.  Gedanst.  Gelachen.  Op het oogstfeest.  Dan wordt alles losgegooid.  Dat feest lijkt het hoogtepunt te zijn.  Het enige hoogtepunt.
 
Walter Thirsk lijkt een eenvoudig verhaal te vertellen.  Maar zelfs in die boerengemeenschap blijven dingen nooit hetzelfde.  Dingen veranderen.  Grondig en ingrijpend.  Veranderingen dringen de gemeenschap binnen.  Het eenvoudige verhaal wordt complexer.  Vreemdelingen komen zich vestigen in de gemeenschap.  Volgens de algemeen geldende regels.  Op legale wijze eisen zij hun rechten op.  Tegelijk met die vreemdelingen doet ook een nieuwe Meester zijn intrede.  Een nieuwe Meester met nieuwe ideeën.  Bouleverserende ideeën.  Alles dreigt op zijn kop gezet te worden.  Eeuwenoude zekerheden gaan wankelen.  Die vaste grond wordt plots drijfzand.  Drijfzand, dat alle bewoners dreigt te verzwelgen.  Dreigt op te slokken.
 
Plots besef ik dat uw verhaal slechts een voorwendsel is.  Een omweg om een groter verhaal te vertellen.  Ik lees het verhaal van de globalisering.  Ik lees in uw verhaal de onzekerheden, die heden ten dage gevoeld worden.  Ik lees de problematiek van immigranten.  Ik lees in uw verhaal de angsten, die heden ten dage het debat overstemmen.  Ik lees de roep om vergelding.  Ik lees in uw verhaal het verlangen naar harde maatregelen, die heden ten dage geëist worden.  In uw verhaal lees ik de wereld en de problemen, waarmee diezelfde wereld geconfronteerd wordt.  De problemen, waarop politieke partijen geen antwoord vinden.  De problemen, die het populisme voeden.
 
In uw verhaal hoor ik de argumenten, die vandaag worden geopperd in een poging tot een antwoord te komen.  Ik hoor valse argumenten.  Laffe argumenten.  Maar nooit hoor ik de juiste argumenten.  Of ik hoor ze wel.  Maar dan te laat.  Veel te laat.  Als alles voorbij is.  Pas dan lijkt het verstand de bovenhand te nemen.  Pas dan lijkt rede haalbaar.  Zoals nu.  Zoals nu in de echte wereld.  Want ook in de echte wereld vrees ik dat de juiste antwoorden zullen gevonden worden als alles voorbij is.
 
Uw verhaal is een parabel.  Een spiegel, dat u de lezer voorhoudt.  Gewild of ongewild.  Wegkijken kan niet.  Uw verhaal dwingt ons na te denken.  Dwingt ons voorbij het boek te kijken.  Naar de wereld.  Die hardvochtige wereld.  U dwingt de lezer een standpunt in te nemen.  Een standpunt, waaruit warmhartige menselijkheid spreekt.  Dat hoopt u.  Dat hoop ik.  Want het gebrek aan menselijkheid drijft ons naar dat ene einde van uw boek.  Leidt ons naar de vlucht.  Dat besef is jammer.  Omdat tijdens het hele boek constant die gedachte aanwezig is dat het anders kan.  Als de juiste mensen opstaan en hun verantwoordelijkheid nemen.  Als de juiste mensen spreken.
 
Beste Jim, ik dank u voor uw prachtige boek.  Via een kleine boerengemeenschap bracht u mij in de wereld.  De wereld en de daarbij horende, heersende problemen.  U dwong mij te oogsten.  Geen gewassen.  Dat liet u mij niet oogsten.  Wel ideeën.  Dat liet u mij in overvloed oogsten.  Ik heb gelezen.  Ik heb nagedacht.  Via uw boek heb ik mijn standpunten opnieuw gewogen.  Opnieuw gewogen en geherformuleerd.  Soms.  Niet altijd.  Heel soms heb ik mijn standpunten bevestigd.  Krachtiger dan ooit tevoren.
 
Ik sloeg de laatste bladzijde om.  Het boek was uit.  Bij die laatste bladzijde besefte ik ten volle dat het anders moet.  Anders en beter.  Veel beter.  Want nu heb ik al te zeer het gevoel dat wij falen als mens.  Dat is een harde gedachte.  Walter Thirsk bleek een juiste woordvoerder te zijn.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen