donderdag 22 september 2016

Uitgelezen: De verovering van de vrijheid. Brief aan Alicja Gescinska.

Beste Alicja,
 
Ik had nog nooit een boek gelezen van een filosoof.  Geschreven door een filosoof.  Dan bedoel ik niet een gewoon boek.  Ik bedoel dan niet een roman.  Ik bedoel dan een filosofisch traktaat.  Dat had ik nog nooit gelezen.  Te hoog gegrepen voor mij, dacht ik.  In dat denken over mezelf sloop wel een zekere mate van gemakzucht.  Ik wilde het mezelf niet te moeilijk maken.  Ik voel een constante behoefte aan boeken.  Boeken, die mij even wegvoeren.  Naar andere tijden.  Naar andere oorden.  Boeken, die mijn fantasie prikkelen.  Die mij in omstandigheden brengen, waarvan ik hoop die zelf nooit te moeten meemaken.  Dat alles zou een filosofisch traktaat niet kunnen.
 
Toch moet er in het verleden een moment geweest zijn dat ik aan het bovenstaande uitgangspunt moet hebben getwijfeld.  Een moment, waarop ik moet hebben geloofd dat een filosofisch traktaat mij kon beroeren.  Mij kon verrijken.  Want enkele jaren terug kocht ik uw boek.  Ik kocht ‘De verovering van de vrijheid’.  Na dat korte moment van aankoop moet ik toch weer gaan twijfelen zijn aan mijzelf.  Want het boek bleef in mijn kast staan.  Ongelezen.  Onaangeroerd.  Onaangeroerd is niet juist.  Dat mag ik niet schrijven.  Enkele keren heb ik het boek in mijn handen gehad.  Om het dan toch weer terug te zetten.  Omdat een ander boek vroeg gelezen te worden.  Daarom bleef uw boek staan.  Al die jaren.  Tot enkele weken terug.  Dan nam ik het vast.  Liet ik niet meer los.  Ik las uw boek.
 
Mijn aanvankelijke vrees werd niet bevestigd.  Uw boek wist mij te prikkelen.  Jawel, de moeilijkheidsgraad was hoog.  Waarmee ik wil zeggen dat ik mijn aandacht er moest bijhouden.  Ik moest al even terugbladeren.  Ik moest een zin soms een tweede keer lezen.  Maar het feit dat ik dat alles deed, was volgens mij een bewijs dat ik bij de les wou blijven.  Dat ik de draad, vakkundig doorheen uw betoog geweven, niet wilde kwijtraken.  Ik was niet lui.  Ik las.  Met aandacht.  Ik was vrij.  Ik kon immers kiezen.  Het boek aan de kant leggen of verder lezen.  Ik koos verder te lezen.  Tot het einde.  Tot de laatste pagina.
 
Ik weet nog altijd de reden waarom ik uw boek kocht.  Het was die ondertitel van uw boek.  Daarin stond iets over luie mensen.  Ik moet bekennen, soms betrap ik mijzelf er op dat ik mij laat verleiden tot luiheid.  Als het echt druk wordt en ik vaststel dat de tijd al te snel voorbijvliegt, durf ik wel eens luidop te zeggen of het niet beter zou zijn helemaal niks te doen.  Gewoon volle dagen door te brengen in absolute luiheid.  In die momenten meen ik dat het minder druk zou zijn en dat de tijd minder snel zou voorbijvliegen.  Ik zou het gevoel hebben dat het leven zo langer zou duren.  Voor alle duidelijkheid, ik denk dat niet constant.  Ik doe dingen.  Maar op heel zeldzame momenten verval ik in dat denkpatroon.  Een gevaarlijk denkpatroon, dat weet ik nu.  Na het lezen van uw boek.
 
Bij het lezen van uw boek moest ik terugdenken aan mijn reis in Zuid-Afrika.  Wij zaten met een groepje op een terras.  Wat na te praten over de voorbije dag.  Toen kwam plots die ene vraag.  Die ene vraag, waarop ik niet onmiddellijk een antwoord had.  Dat noodzakelijke antwoord heeft lang op zich laten wachten.  Maar uiteindelijk heb ik het gevonden.  Op dat terras stelde iemand de vraag aan elk van ons wat de eigenlijke zin van ons leven was.  Ik stond met mijn mond vol tanden.  Dat gebeurt niet vaak.  Toen wel dus.  Het antwoord weet ik nu.  Ik wil een vol leven.  Ik wil alle dingen doen en beleven.  Of toch de meeste, legale dingen.  Aan het eind van mijn leven wil ik kunnen terugkijken zonder spijt.  Ik wil niet hoeven te zeggen dat ik nog even moet terugkeren.  Omdat ik dingen zou gemist hebben.  Dat alles wil ik niet.  Daarom ga ik nu voluit.  Intens.  Maar volop genietend.  En oh ja, dat andere wil ik ook.  Ik wil dat anderen met een glimlach aan mij terugdenken.  Als ik er niet meer ben.  Dat extraatje wil ik ook.  Dat zou ik nu antwoorden aan die ene persoon in Zuid-Afrika.  Misschien een te gemakkelijk antwoord.  Maar wel een antwoord, dat telt.  Voor mij althans.
 
Ik moet erkennen dat ik mijn antwoord ook terugvond in uw boek.  Ik ben dus in goed gezelschap.  U raadt de lezer aan niet aan de kant te blijven.  Maar actief in het leven te staan.  Om dingen te doen.  Want pas dan is een mens vrij.  In luiheid is geen vrijheid te vinden.  Dat is niet goed.  Want wordt ons niet steeds verteld dat onze vrijheid het hoogste goed is? Althans, de juiste vrijheid is het hoogste goed.  Want ook in vrijheid bestaat keuze.  Daarover gaat uw boek ook.
 
Toch is er niet enkel plaats voor filosofische overpeinzingen in uw boek.  Doorheen het boek wordt ook uw persoonlijke verhaal verteld.  Aan dat persoonlijke verhaal toetst u de geformuleerde standpunten af.  Dat maakt het boek wat luchtiger.  Maar ook emotioneler.  Vooral als u over uw vader schrijft.  Over uw relatie met uw vader.  Dat raakt mij.  Omdat ik terugkoppel.  Omdat ik ga nadenken over mijn relatie met mijn vader.  Over mijn rol als zoon.  Over zijn rol als vader.  Ik weet zeker dat hij mij niet teleurstelt.  Ik weet niet of ik hetzelfde kan zeggen van mijzelf.  Daarover twijfel ik soms.  Dat houdt mij soms bezig.  Ik herkende mij dus in het boek.  Ik ben blijkbaar niet die enige, die zich die vragen stelt.
 
Ik wil uw pleidooi niet herhalen.  Ik wil uw pleidooi niet samenvatten.  Maar ik weet nu dat ik luiheid moet mijden.  Ik weet zelfs waarom ik het moet mijden.  Ik mag wel nog luieren.  Dat mag.  Daartegen gaat u niet tekeer.  Maar voor die leegdoenerige luiheid pas ik.  Dat wil ik niet.  Ik wil een vol leven.  Maar dat heb ik al gezegd.
 
Wat wil ik dan nog zeggen? Heel misschien wil ik nog zeggen dat uw boek een goed boek is.  Een uitstekend boek.  Eindelijk las ik een boek, geschreven door een filosoof.  Eindelijk las ik een filosofisch traktaat.  Nu weet ik het, deze primeur vraagt om navolging.  Ik zal het nog doen.  Vaker en meer.  Omdat het mij dwingt mij open te stellen.  Omdat het mij dwingt een positie te bepalen.  Een standpunt in te nemen.  Omdat het mij uitdaagt.  Het zijn net die uitdagingen, die het leven kruiden.  Ik wil dus nog van die challenges.  Graag.  Heel graag.
 
Beste Alicja, ik wil u danken voor die fantastische kennismaking met een voor mij onbekende wereld.  Ik wil u danken voor een fantastisch boek.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen