maandag 26 september 2016

Cleymans & Van Geel, gezien in Zwijnaarde. Brief aan Jelle Cleymans en Jonas Van Geel.

Beste Jelle,
Beste Jonas,
 
Geen enkele verwachting had ik.  Mijn hoofd was vrij van op voorhand gevormde oordelen.  Onbevooroordeeld stapte ik de tent binnen.  Zo zou het altijd moeten.  Maar dat is niet altijd mogelijk.  Soms lezen we wel eens een kritiek.  Soms horen we wel eens een mening van vrienden.  Dat alles kan onze hoofden binnendringen.  In die hoofden gaat dat alles dan gisten.  Die gistingsprocessen leiden dan tot verwachtingen.  Hoge verwachtingen.  Waarvan wij hopen dat zij zullen ingelost worden.  Gebeurt dat niet, zijn wij teleurgesteld.  Die teleurstelling sijpelt dan binnen in ons oordeel over datgene wat wij net gezien of gehoord hebben.  Dat gevormde oordeel is niet vrij.  Dat is niet altijd juist.  Niet altijd rechtvaardig.  Maar zo is het nu eenmaal.  Daaraan valt niks te veranderen.  Maar zoals ik reeds zei, ik had geen enkele verwachting.  Ik moet bekennen, dat is uitzonderlijk.  Want ik ben vatbaar voor vooroordelen.  Die zijn snel gemaakt.
 
Het was vrijdagavond.  Het einde van de werkweek.  Dan kan een mens al eens een verzetje gebruiken.  Dan kan een mens al eens behoefte hebben aan amusementsvolle afleiding.  Daarom kwam ik naar jullie.  Omdat ik meende dat jullie mij dat konden schenken.  Ik wou mij verstrooien.  Ik wou mij verliezen.  Ik wou de werkweek uit mij laten lopen.  Zodat ik vol van plezier het weekend kon inzetten.
 
Ik was te laat.  Het feestje was al aan de gang.  Te laat invallen kan een domper op de feestvreugde zijn.  Het kan u degraderen tot een passieve waarnemer.  Die vanop de zijlijn toekijkt naar het actieve feestgedruis.  Dat dreigende gevaar wist ik te ontmijnen door meteen naar het midden van de tent te stappen.  Door te midden van de feestvierders te gaan staan.
 
Ik had een juist plaatsje gevonden.  Ik had mij strategisch opgesteld.  Nu was het aan jullie.  Nu was het aan mij.  Wij samen zouden gaan bepalen of de avond kon gecatalogiseerd worden onder die ene rubriek.  De rubriek van de geslaagde avonden.  Daarvoor zijn niet enkel jullie verantwoordelijk.  Ook ik heb hierin enige verantwoordelijkheid.  U moet mij aansteken.  Ik moet zin hebben mij te laten aansteken.  Dat vraagt een wisselwerking.  Dat vraagt een openheid.  Er moeten gegeven en genomen worden.  Langs beide kanten van het podium.  Op het podium.  Vóór het podium.  In bijna gelijke mate moet gegeven en genomen worden.  Gebeurt dat niet, is het om zeep.  Voor beide partijen.
 
Al snel had ik het begrepen.  Dit zou een fijne avond worden.  Dit zou een aangename vrijdagavond worden.  Soms weet een mens dat onmiddellijk.  Soms hoeft er niet veel afgetast te worden.  Hoeft er niet lang getwijfeld te worden.  Soms gebeurt het gewoon.  Van die zeldzame momenten moet een mens optimaal genieten.  Dat heb ik gedaan.  Met overgave.  Zonder dat vervelende gevoel dat de handrem nog opstaat.  Die handrem stond af.  Ik ging voluit.
 
Daaraan hebben jullie alle verdienste.  Let op, ik ben een gemakkelijk slachtoffer.  Ik ben wel te vinden voor een feestje.  Voor een goed feestje.  Desondanks kan het toch gebeuren dat ik in passiviteit verval.  Ondanks de aanwezigheid van alle ingrediënten voor een geslaagd feestje.  Dat gebeurde nu niet.  Integendeel. 
 
Jullie kozen de juiste nummers.  Nummers waarop moet meegezongen worden.  Niet stilletjes.  Niet mummelend.  Wel overtuigd.  Uit volle borst.  Jullie kozen de juiste nummers.  Nummers waarop niet stilgestaan kan worden.  Waarop moet gedanst worden.  Jullie voeren ons aan.  Jullie gaan ons voor.  Wij volgen.  Eten uit jullie handen.  Jullie vragen om de handjes in de lucht.  Wij doen het.  Zonder ons ook maar enige vraag te stellen.  Jullie vragen te springen.  Wij doen het.  Wij springen en blijven springen.
 
Maar het zijn niet enkel de nummers.  Want die hebben we al gehoord.  Misschien zelfs één keer te veel.  Meer nog dan die nummers zijn het jullie.  Wat jullie op dat podium doen, laat ons toe voluit te gaan.  Het is die interactie.  Tussen Jelle en Jonas.  Tussen Jonas en Jelle.  Het zijn jullie gekke danspasjes.  Het zijn jullie doldwaze bindteksten.  Ik sta naar jullie te kijken en ik moet lachen.  Lachen met wat jullie op dat podium doen.  Jullie doen de ambiance op het podium overslaan op het publiek.  Jullie verspreiden het ambiancevirus.  Om dat te kunnen bereiken, wordt van jullie een nooit aflatende inzet gevraagd.  Maar dat doen jullie.  Dat geven jullie.  Jullie versagen niet.  Jullie plooien niet.  De trein raast door.  Van begin tot einde.  Zonder enige tussenstop.
 
Na anderhalf uur was het voorbij.  Dat voelde raar aan.  Dat voelde vreemd aan.  Ik keek naar jullie.  Ik luisterde naar jullie.  Ik ging geloven dat dit feestje nooit zou eindigen.  Dat na dat ene nummer een ander nummer zou volgen.  Oneindig lang.  Nooit stoppend.  Tot laat in de avond.  Tot vroeg in de morgen.  Dat het dan toch stopte, leek onwerkelijk.  Leek onjuist.  Dat einde was dan ook het enige minpuntje van een geslaagde avond.  Want voor mij mocht het doorgaan.  Voor mij mocht het blijven doorgaan.  Tot, tot, tot, … Ik zou kunnen blijven zingen.  Ik zou kunnen blijven dansen.  Met jullie als voorgangers zou mij dat zonder enige moeite lukken.  
 
Beste Jelle en Jonas, ik wil u danken voor een fijne vrijdagavond.  Ik besef nu dat ik met deze brief verwachtingen creëer bij lezers van deze brief.  Maar ik heb jullie gezien.  Ik weet dat jullie die verwachtingen kunnen inlossen.  Zonder enige moeite.  Daarvan ben ik nu heilig overtuigd.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen