maandag 19 september 2016

Boeken maken vrienden. Brief aan een vriend.

Beste,
 
Ik ken u niet.  Jij kent mij niet.  Dat neemt niet weg dat ik meen dat wij beste vrienden zouden kunnen zijn.  Dat zeg ik niet zomaar.  Zomaar iets zeggen, ik doe het zelden.  Dat gevoel van vriendschap komt niet zomaar uit de lucht vallen.  Ik heb zo mijn redenen om te denken dat wij beste vrienden kunnen zijn.  Ik bedoel dan geen oppervlakkige vriendschap.  Ik bedoel wel degelijk een diepe en hechte vriendschap.  Ik besef dat u mijn redenen wil aanhoren.  Ik zal het u vertellen.  Want dat is wat vrienden doen.  Vrienden vertellen.  Hebben geen geheimen.
 
Ik kwam een boekhandel buiten.  Een boekhandel in den vreemden.  Die was ik kort tevoren binnengestapt.  Ik doe dat wel vaker als ik op reis ben.  Gewoon om even rond te neuzen.  Om te zien welke boeken worden aangeprezen.  Welke boeken de toppers zijn.  Om te zien welke van onze auteurs het goed doen in het buitenland.  Welke van hun boeken worden aangeboden aan de geïnteresseerde lezer(es).  Die dag vond ik enkel Amélie Nothomb als vertegenwoordiger van het Belgische schrijverschap.  Althans, dat is wat mijn oppervlakkige inspectie opleverde.  Eén naam.  Slechts één naam.  Een beetje povertjes, dacht ik.  
 
Ik kwam die boekhandel buiten.  Bleef even staan.  Een boekhandel kan ik niet zomaar verlaten.  Ik blijf eventjes wachten aan de deur.  Ik vind dat leuk.  Ik wil zien wie er binnengaat.  Wie er buiten stapt.  Toen ik daar wachtte, zag ik u buiten komen.
 
U had twee boeken gekocht.  Dat zag ik.  U zwaaide er mee.  Naar uw vrouw.  Uw vrouw stond buiten te wachten.  Zij was niet mee binnengegaan.  Wat de reden van die tijdelijke scheiding was, weet ik niet.  Zou het kunnen dat zij boeken verfoeide? Ik durf het niet te denken.  Dat zou een te zware beschuldiging zijn.  Heel waarschijnlijk gaf zij de voorkeur aan dat heerlijke zonlicht.  Dat kan ook deugd doen.  Dat kan een mens ook gelukkig stemmen.
 
U kwam bij uw vrouw.  Ik hoorde u zeggen dat u eindelijk gevonden had wat u zocht.  Dat is wat ik meende te begrijpen.  Want u sprak uw taal.  Die verschilde van de mijne.  Toch was ik zeker van mijn stuk.  Want u sprak niet enkel woorden.  U straalde diezelfde woorden ook uit.  Met een grote glimlach.  Een glimlach waaruit tevredenheid sprak.  Tevredenheid om een beëindigde zoektocht.  Een beëindigde queeste naar dat ene boek.  U ziet, ik kan niet enkel woorden interpreteren.  Zelfs expressies meen ik te kunnen duiden.
 
Niet enkel u glunderde.  Ook uw vrouw glunderde.  Zij was blij met uw ontdekking.  Misschien omdat u vanaf heden niet elke boekhandel zou binnenstappen op zoek naar dat ene boek.  Omdat de zoektocht eindelijk tot zijn einde was gekomen.  Zou dat de reden van haar blijheid kunnen zijn? Ik durf het niet te denken.  Alweer zou dat een te zware beschuldiging zijn.  Ik meen daarom dat haar blijheid oprecht was.  Dat zij uw succes gunde.  Dat zij uw overwinning wilde delen.
 
U zwaaide niet enkel met die boeken.  U deed ook dat ene.  Dat ene waardoor ik ging denken dat wij echte vrienden konden zijn.  U sloeg één van beide boeken open.  Zomaar.  Lukraak.  Willekeurig gekozen.  U begroef uw gezicht in het boek.  U dook in dat boek.  Toen deed u het.  U snoof.  U rook.  U wilde die boekengeur in u opnemen.  Ik keek naar u.  Ik keek naar u toen u dat ene, kleine gebaar maakte.  Ik wist het meteen.  Ik hoefde niet te twijfelen.  U was een boekenliefhebber.  U begreep dat boeken moeten gelezen worden.  U begreep nog meer.  U begreep tevens dat boeken omzichtig moeten behandeld worden.  Met liefdevolle voorzichtigheid.  Geen nonchalance.  Nonchalance moet vermeden worden.  Dat alles begreep u.
 
Ik keek naar u.  Daar, aan die boekenhandel.  In het buitenland.  Daar, op dat ene moment, dacht ik dat wij goede vrienden zouden kunnen zijn.  Beste maatjes.  Ik heb u niet gestoord.  Want heel waarschijnlijk wou u naar huis.  Om te beginnen met lezen.  Ik liet u gaan.  Ik sprak u niet aan.  U ging uw weg.  Ik de mijne.  Heel waarschijnlijk zullen wij elkaar niet meer ontmoeten.  Daarvan ben ik vrijwel zeker.  Toch zal ik met een warm gevoel aan u terugdenken.  Omwille van die ene herinnering.  Omwille van dat ene gebaar.  Omwille van die liefde voor boeken.
 
Boeken maken vrienden.  Of hebben toch die mogelijkheid in zich.  Dat weet ik nu.  Voor die onverwachte openbaring (of is het eerder bevestiging?) wil ik u, beste vriend, danken.  
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen