donderdag 18 augustus 2016

Uitgelezen: De levens van Jan Six. Brief aan Geert Mak.

Beste Geert,
 
Ik weet niet meer hoeveel keer ik het gezegd heb.  Maar ik heb het vaak herhaald.  Vaak en veel.  Zomaar en luidop.  Tegen mezelf.  Tegen vrienden en vriendinnen.  Tegen iedereen die het horen wilde.  Of waarvan ik dacht dat hij of zij het horen wilde.  Wat heb ik dan gezegd? Dat vraagt u zich af.  Welnu, bij het lezen van uw boek verkondigde ik dat uw nieuwste boek een pareltje was.  Dat ik blij was dat ik uw boek ontmoet heb.  Dat uw boek mij geroepen heeft.  Want dat is wat boeken doen.  Boeken zoeken hun lezers.  Velen denken dat het andersom is.  Ik niet.  Ik durf geloven dat het niet zo is.  Ik durf geloven dat het juiste boek op het juiste moment de juiste lezer zoekt.  Uw boek had mij gevraagd.  Ik had de uitnodiging aanvaard.
 
U had mij al enkele malen mee op reis genomen.  Met u was ik door Europa getrokken.  Met u was ik doorheen Amerika gereisd.  In uw nieuwste boek nam u mij opnieuw mee.  Maar deze keer bleven wij dichter bij huis.  U bracht mij naar Amsterdam.  Toch was het niet zozeer een reis in de ruimte.  Eerder was het een reis in de tijd.  U deed wat professor Barabas zo vaak deed in de stripreeks Suske en Wiske.  U leende de teletijdmachine van diezelfde professor en flitste mij terug in de tijd.  U zal opwerpen dat u niet gelooft in die teletijdmachine.  Dat die machine enkel kan bestaan in stripverhalen.  Toch flitste u mij terug.  Hoe u dat dan deed? Heel eenvoudig.  Maar uitermate efficiënt.  U vertelt het verhaal van één Amsterdamse elitefamilie.  Dat verhaal loodst mij doorheen vier eeuwen.  Vier eeuwen, boordevol van geschiedenissen.
 
Ik lees het verhaal van een stad.  Van Amsterdam.  Ik lees hoe de stad groeit.  Opklimt naar haar hoogtepunt.  Ik lees hoe de stad in verval geraakt.  Want dat is zo met hoogtepunten.  Na een hoogtepunt komt steeds een dieptepunt.  Zo is het altijd geweest.  Ik lees hoe de stad zich herpakt en opnieuw haar plaats opeist.  Haar plaats in de geschiedenis. 
Het verhaal van die stad loopt gelijk met die van de door u gekozen elitefamilie.  Want ook die familie kent goede, minder goede en slechte momenten.  Momenten, die beïnvloed worden door de gewoontes van die tijd.  Want ook die gewoontes veranderen.  Dat continue proces dwingt de familie tot het maken van keuzes.  Keuzes, die gevolgen hebben voor de status en het aanzien van de familie.  Want doorheen bloei en verval moet bovenal de status overeind blijven.  De ene keer lukt dat al beter dan de andere keer.  Het huwelijk is in die zoektocht een handig middeltje.  In die kringen heeft men niet te kiezen in de liefde.  Gearrangeerde huwelijken zijn of waren de regel.  Hierop worden geen uitzonderingen geduld.  Of toch, maar dan wel met nare gevolgen voor de vrijbuiters.
 
U hebt uw familie goed uitgekozen.  Ik schuif niet enkel aan tafel bij de familie Six.  Ik ga langs bij Rembrandt.  Ga op de koffie bij Vondel.  Sla een babbeltje met Spinoza.  Ik ontmoet Descartes.  Jawel, want die verbleef in Amsterdam.  Net als Mozart, die ontmoette ik ook.  Ik lees over toonaangevende leerlingen van Rembrandt, Gerrit Dou en Govert Flinck.  Maar ik blijf niet enkel binnen de grenzen van Amsterdam.  Ik ga internationaal.  Ik kan en mag meelezen in de correspondentie met George Washington.  In die brieven lees ik de hoop en de euforie, die de nieuwe natie toentertijd teweegbracht.
 
In uw boek lees ik vele geschiedenissen.  Ik lees de geschiedenis van een stad.  Van het sociale leven.  Van de democratie.  Van een natiewording.  Van gewoontes en gebruiken.  Van de liefde.  Van internationale relaties.  Van de handel.  Van de industrialisatie.  Al die geschiedenissen laat u dooreenvloeien in een schitterend en bovenal leerrijk boek.
 
Ik heb niet genoeg aan uw boek.  Ik hou de computer bij de hand.  Want heel dikwijls word ik te nieuwsgierig.  In die gevallen ga ik op zoek.  Dat doe ik als u het hebt over de schilderijen van Rembrandt.  Die wil ik zien als u die enkele beschrijft.  Ik doe het bij De samenzwering van de Bataven.  Bij De staalmeesters.  Bij het portret van Jan Six.  Bij De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp.
Ik doe het als u schrijft over Locatelli.  Die componist was mij onbekend.  Ik ga op zoek.  Ik vind werk van hem.  Op Youtube.  Het kanaal, waarop u bijna alles kan vinden.  Ik luister terwijl ik lees.  Locatelli lijkt levend te worden.  Tastbaar.
 
Ik lees niet enkel de geschiedenis.  Ik beleef die ook.  Door verder uit te diepen wordt uw verhaal nog grootser.  Nog breder.  Nog dieper.  In confrontatie met uw boek besef ik dat ik helemaal niks weet.  Heel misschien weet ik enkele details.  Maar op die grote lijnen, die het grote verhaal samenbrengen, heb ik geen enkel zicht.  Uw boek doet een poging te verhelderen.  Die verheldering te kunnen lezen is meer dan heerlijk.
 
Ik lees over doelisten.  Over maagschappen.  Over de Kleine IJstijd.  Ik lees over impression management.  Over visiterijden.  Over de meest exclusieve mannenclub Onder Ons.  Ik lees over plantenjagers.  Zelfs over kezen lees ik.
 
Beste Geert, ik wil u uitnodigen.  Om naar Gent te komen.  U hoeft niet achter een slaapplaats te zoeken.  Die bied ik u graag aan.  U mag bij mij verblijven.  Maar laat mij u waarschuwen.  Mijn uitnodiging is niet vrijblijvend.  U zal wel al weten dat er ook nu een addertje onder het gras zit.  Dat is vaak zo bij dergelijke aanbiedingen.  Ik ben hierop geen uitzondering.  In ruil voor een slaapplaats wil ik u vragen een verhaal te schrijven over Gent.  Mijn stad.  U mag de familie zelf uitkiezen.  Daarin laat ik u vrij spel.  U mag die familie gebruiken zoals u in uw nieuwste boek deed.  Als kapstok voor het grote verhaal.  Zo zal ik mijn stad leren kennen.  Mijn land.  Zo zal ik de positie van mijn stad en land in de wereld leren kennen.  Wat u in uw boek bewerkstelligde met Six en Amsterdam zal u ook met Gent kunnen.  Ik kijk nu al uit naar uw komst.  Met eenzelfde zenuwachtigheid waarmee ik vroeger uitkeek naar de komst van die brave man uit Spanje.  Sinterklaas.
 
Ik wil u danken voor die wondermooie momenten.  Die momenten waarin ik in uw boek mocht springen.  Ik keek uit naar die momenten.  Op die momenten dreef ik weg.  Keerde ik terug naar andere tijden.  Tijden, waarvan ik nu meen die iets beter te begrijpen.  Daarvoor, beste Geert, wil ik u danken.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Wim Backx
Gent – Zwijnaarde
 
PS: Heel misschien weet u het niet maar in uw boek schuilt ook een uitnodiging.  Een invitatie om naar Amsterdam te komen.  Naar het Huis van Jan Six.  Want ik las dat het Huis toegankelijk is voor het publiek.  Dat wil ik niet missen.  Die kans wil ik grijpen.  Wat u beschreef, wil ik zien.  Ik kom dus naar Amsterdam.  Zoveel is zeker.  Zodat het verhaal tastbaarder wordt.  Nog tastbaarder dan het nu al is.

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen