dinsdag 2 augustus 2016

Caffé Rosario, een heerlijk en lekker adresje in Gent. Brief aan Fabio en Ineke.

Beste Fabio,
Beste Ineke,
 
Een brief schrijven aan een cafébaas? Ik doe het niet elke dag.  Zelfs niet elke maand.  Ik zou zelfs niet weten of ik het één keer om het jaar doe.  Waarmee ik enkel wil aangeven dat deze brief eerder uitzonderlijk is.  Ik kruip niet vaak in de pen om mij tot een cafébaas te richten.  Voor u wil ik evenwel een uitzondering maken.  Dat heeft zo zijn redenen.  Redenen, die ik graag met u wil delen.  Via een brief.
 
Ik kende uw café.  Niet bij naam.  Ik kende uw café omdat ik er vaak voorbijkwam.  Toch kwam ik nooit binnen.  Dat kan gebeuren.  Waarom iemand het ene café wel binnenstapt en het andere voorbijloopt, het blijft een open vraag.  Deze vraag zou misschien het onderwerp kunnen uitmaken van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek.  Voor de sector van de horeca zouden de resultaten misschien een openbaring betekenen.  Voorlopig blijft dit onderzoek uit.  Voorlopig blijft het feit dat ik uw café voorbijliep.  Eén troost, u hoeft het niet persoonlijk te nemen.  Ik kende u niet.  Nog niet.
 
Dingen veranderen.  Dat is eigen aan het leven.  Net dat is wat het leven boeiend maakt.  Net dat nodigt uit het leven intens te omarmen.  Ik wil geen lofzang houden op het leven.  Ik zou het kunnen.  Dat zou mij evenwel afleiden van de kern van deze brief.  Van het uiteindelijke doel van dit schrijven.  Dingen veranderen.  Niks blijft hetzelfde.  Dat continue proces van veranderingen had ook een invloed op mijn relatie tot uw café.  
 
Ik stapte uw café binnen.  Laat het mij anders formuleren.  Juister.  Ik installeerde mij op uw terras.  Dan gebeurde dat magische.  Dan gebeurde datgene wat gewone momenten tot buitengewone momenten maakt.  Wij raakten aan de praat.  Ik ben niet zo een praatvaar.  Begin niet onmiddellijk te praten met om het even wie.  Toch deed ik het wel met u.  De reden was misschien uw Limburgse tongval.  Dat was mij opgevallen.  Ik vroeg er naar.  Jawel, u was van Limburg.  Van Limburg schakelden wij over op uw Italiaanse roots.  U was van Sicilië.  Ik was net terug van Sardinië.  Twee Italiaanse eilanden.  Eén Italiaan en één Italiëfan.  Voldoende stof voor een geanimeerd gesprek.
 
Wij spraken over de troeven van beide eilanden.  Wij spraken over Napels.  Over Genua.  Wij spraken over de maffia.  U keek vreemd op toen ik vertelde dat ik mij nooit onveilig had gevoeld in Napels.  U kende andere verhalen.  U vertelde die.  Ik trok grote ogen.  Wij kwamen uit bij de maffia.  Bij de televisieserie Gomorra.  Die serie moest ik zeker zien.  U raadde mij die aan.
 
 
Wij begonnen over tatoeages.  Daartoe gaf uw mooi en rijkelijk versierde arm aanleiding toe.  U gaf het verhaal achter de door u gekozen tatoeages.  U gaf ons de juiste adresjes.  Indien wij toch zouden overwegen ooit een tattoo te plaatsen.  Van tatoeages kwamen wij uit bij muziek.  Bij The Rolling Stones.  Want die legendarische tong stond ook op uw arm.  U vertelde waarom u die geplaatst had.  Ik zal het niet verklappen.  Bestaande en potentiële klanten moeten de gelegenheid hebben dat zelf te kunnen ontdekken.  U vertelde van het concert in Hyde Park.  Met Triggerfinger.  Met Gary Clark Jr.  Met The Rolling Stones.
 
 
Het liep tegen sluitingstijd.  Het ging over sluitingstijd.  Ik hoefde niet weg.  Integendeel, wij bleven aan de praat.  Nooit kreeg ik de indruk dat ik weg moest.  Dat u op uw uur stond.  Ik mocht mijn tijd nemen.  Tijd om mijn Troubadour rustig uit te drinken.  Want dat biertje had u mij ook aangeraden.  Dat biertje vindt u niet overal.  Bij u kan het gedronken worden.  Bij u en op nog twee andere adresjes in Gent.  Ik nam mijn tijd om dat heerlijke biertje te proeven.  Ik dronk en babbelde.  Tot die laatste slok.  Dan namen wij afscheid.  Ik trok verder.  U kon sluiten.  Kon het laatste tafeltje op uw terras binnen zetten.
 
 
Ik trok verder.  Met het gevoel een apart plaatsje ontdekt te hebben.  Ik loop vaak in Gent.  Ik kom vaak in Gent.  Niet elke dag doe ik een dergelijke ontdekking.  Als het dan toch gebeurt, is het gewoonweg formidabel.
 
Ik was bij u de gast.  U gaf mij dat uitzonderlijke gevoel.  Het gevoel dat de klant koning is.  Ik weet het, in dat gevoel schuilt een gevaarlijk kantje.  Al te gemakkelijk kan dat gevoel uitlopen in arrogantie.  Klanten kunnen het gevoel krijgen alles gedaan te krijgen.  Omdat zij nu éénmaal klant zijn.  En juist daarom alles moeten kunnen geregeld krijgen.  Daar ben ik het niet mee eens.  Maar die discussie hoef ik met u niet te voeren.  Bij u gebeurt alles natuurlijk.  Niks lijkt geforceerd.  U komt de klant tegemoet.  Met open armen.  Niet omdat het uw job is.  Wel omdat het uw roeping is.  U bent op de juiste plaats.  U hebt de job van uw leven gevonden.  Dat straalt u uit.  In alles wat u doet.
 
Caffé Rosario.  Ik heb u gevonden.  Ik heb u gevonden en ik weet nu al dat ik zal terugkeren.  Voor een koffietje.  Want dat is wat ik ook heb mogen ontdekken.  U bent geen echt café.  U bent een koffiebar.  Dat is heel wat anders.  Maar voor u zou het geen verschil maken.  In beide gevallen zouden wij welkom zijn bij u.  Dat weet ik.  Dat heb ik vorig weekend mogen ervaren.
 
Beste Fabio, tot heel binnenkort.  Want nu zal ik niet zondermeer voorbij wandelen.  Nu zal ik ook heel even binnenspringen.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Adres:
Caffé Rosario, Emile Braunplein 1, Gent.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen