dinsdag 26 juli 2016

Uitgelezen: Oorlog en terpentijn. Brief aan Stefan Hertmans.

Beste Stefan,
 
Laat mij maar onmiddellijk met de deur in huis vallen.  Uw boek is prachtig.  Prachtig in woorden.  Prachtig in verhaal.  Ondanks deze opener zal u heel waarschijnlijk verbaasd reageren.  Omdat ik toch wel een beetje laat kom met deze loftuitingen.  Maar ik had zo mijn redenen.  Mijn moeder is de reden voor deze te late brief.  Zij had het boek gelezen.  Was niet overdonderd.  Was niet onder de indruk.  Haar harde oordeel weerhield mij.  Hield mij weg van het lezen van uw boek.  Nochtans een pareltje in de ogen van velen.  Maar die ogen van velen vallen in het niets bij de ogen van mijn moeder.  Haar oordeel acht ik hoger.  Daarom bleef het boek gesloten.  Ongelezen.
 
Maar dan was er dat stemmetje.  Dat stemmetje in mijn hoofd.  Dat maar bleef herhalen dat ik dan toch maar eens aan dat boek moest beginnen.  Ik kon dat stemmetje counteren.  Keer op keer.  Tot dat ene moment.  Dat ene zwakke moment.  Ik gaf toe.  Ik luisterde naar dat stemmetje.  Ik begon te lezen.  Na elke gelezen pagina prees ik mij gelukkig.  Dat ik eindelijk begonnen was.
 
Ik prees mij gelukkig.  Om verscheidene redenen.  Dat is zo met een boek.  Een boek is niet om slechts één reden goed.  Vaak maken meerdere redenen een boek tot een goed boek.  Dat is ook zo bij u.  Al die redenen samen doen mij besluiten dat uw boek een meesterwerk is.  Dat durf ik te beweren.  Zonder enige overdrijving.  Integendeel, ik meen dat ik mij nog voorzichtig uitdruk.  Want zo ben ik.  Ik let op met superlatieven.  Die strooi ik slechts heel sporadisch rond.  Op het volgens mij juiste ogenblik.  Dit ogenblik is er zo eentje.
 
Ik ben een Gentenaar.  Niet altijd heb ik in Gent gewoond.  Lange tijd woonde ik in Wetteren.  Maar ik ben geboren in Gent.  De laatste jaren woon ik in Gent.  Ik beschouw mij daarom als een Gentenaar.  Uw boek situeert zich in Gent.  Uw (over)grootouders waren van Gent.  Dat schept een band.  Gentenaars onder elkaar, u begrijpt het wel.  Nochtans vertelde u van een ander Gent.  Uit een andere tijd.  Alles was anders.  Ik maakte kennis met een voor mij onbekend Gent.  Het Gent uit vorige eeuwen werd heel aanschouwelijk geschetst door u.  Vaak kon ik mij situeren.  Heel soms niet.  Maar dan greep ik naar Google Earth.  Dat hulpmiddeltje bracht in die enkele, zeldzame gevallen redding.  In uw boek werd Gent tastbaar.  Zichtbaar.  Het leek alsof ik naast uw grootvader mee stapte.  Ik week niet van zijn zijde.  Altijd was ik bij hem.  Ik zweeg.  Praatte nooit met hem.  Ik liet hem zijn verhaal vertellen.  Daarom liep ik met hem mee.  Om het volledige verhaal te horen.  Om geen woord te missen.
 
Bij het lezen van uw boek groeide het gevoel dat ik eindelijk een grootvader kreeg.  Een opa.  Die heb ik nooit gehad.  Mijn grootvaders zijn te vroeg gestorven.  Ik ben te laat geboren.  Hun verhalen heb ik nooit gehoord.  Met uw boek besef ik pas wat ik heb gemist.  Het voelt alsof ik onvolledig ben.  Alsof ik een deel van mijn geschiedenis ontbeer.  Jawel, ik weet wel iets van hen.  Mijn ouders vertelden en vertellen over hen.  Maar het blijft indirect.  Onrechtstreeks.  Ik mis het liveverslag.  Ik mis het verhaal uit eerste hand.  Daarom eigende ik mij uw grootvader toe.  Tijdens het lezen van uw boek werd uw grootvader ook een beetje mijn grootvader.  Om een beetje van dat verlies te recupereren.  Zo voelde het.  Met plezier greep ik naar uw boek.  Om bij grootvader op bezoek te gaan.  Bij een grootvader.  Bij een persoon, die ik heb moeten missen.
 
Daarom kwam het verhaal van de Groote Oorlog ook zo hard binnen.  Omdat ik iemand naar het front zag vertrekken, die ik leek te kennen.  Ik heb al boeken gelezen over de Eerste Wereldoorlog.  Vele boeken.  Maar telkens bleef die oorlog op afstand.  Nooit kwam hij zo dicht.  Nooit zo dicht als nu.  Want nu bleek ik er middenin te staan.  In het centrum.  Het leek vreemd.  Ik wist dat de oorlog achter de rug was.  Dat het verhaal gekend was.  Toch wou ik uw grootvader behoeden.  Beschermen.  Ik wou dat hem niks ergs overkwam.  Toch gebeurde dat.  Uw grootvader raakte gewond.  Het voelde alsof ik had gefaald.  Gefaald in het afweren van kogels.  Van granaten.  Van bommen.  Uw verhaal trok mij mee.  Flitste mij terug.  Net zoals ik met uw grootvader door Gent had gewandeld, marcheerde ik nu met hem mee.  Ik stormde met hem mee vooruit.  De vijand tegemoet.  Het gevaar tegemoet.  Samen met hem schuilde ik.  Op de juiste momenten dook ik weg.  Samen met hem.  Die wereldoorlog was heel eventjes geen geschiedenis.  Geen verzameling van feiten en feitjes.  Van oorzaken en gevolgen.  Die wereldoorlog werd het verhaal van één man.  Van uw grootvader.  Dat maakte die oorlog nog vuiler.  Nog wreder.  Nog gruwelijker.
 
Het zou mooi geweest zijn indien uw grootvader na die gevochten oorlog rust had gevonden.  Innerlijke rust.  Dat wilde ik.  Dat wenste ik.  Vurig en intens.  Heel eventjes leek het die kant uit te gaan.  Uw grootvader vond de liefde.  Ik weet het, het wordt zo gemakkelijk gezegd.  Dat mensen voor elkaar gemaakt zijn.  Maar bij uw grootvader leek het wel zo.  Toch mocht het niet zijn.  Die liefde werd hem niet gegund.  Zijn verloofde werd hem ontrukt.  Op dit moment moest ik het boek dichtslaan.  Ik kon niet verder.  Tranen kwamen in mijn ogen.  Dit kon niet.  Dit mocht niet.  Het leven was te hard voor uw grootvader.  Dat meende ik.  Wat de gruwel van een wereldoorlog niet kon bewerkstelligen, kon het verlies van een liefde wel.  Ik zakte in elkaar.  Sloeg het boek dicht.  Moest even bekomen.  Even ventileren.  Tegen mijn vriendin moest ik het even kwijt.  Ik moest weg uit het verhaal.  Vluchten.  Naar een veilig onderkomen.  Die veilige geborgenheid vind ik bij mijn liefde.
 
Ik keerde terug naar het verhaal.  Maar er leek iets gebroken.  Neen, uw boek bleef van eenzelfde hoogstaand niveau.  Maar over het verdere verhaal leek een constant gemis te zweven.  Dat maakte het lezen moeilijker.  Harder.  Ik las verder.  Want ik wou het volledige verhaal kennen.  Intussen waren uw grootvader en ik vrienden geworden.  Vrienden haken niet af.  Die blijven.  Dat is dan ook wat ik deed.
 
Beste Stefan, u schonk mij een mooi boek.  Maar bovenal schonk u mij een mooie opa.  Ik wil u danken dat ik zijn verhaal heb mogen lezen.  Heb mogen horen.  Want soms leek het alsof uw grootvader rechtstreeks tot mij sprak.  Voor die wonderlijke ervaring wil ik u danken.
 
Met vriendelijke groeten.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen