woensdag 6 juli 2016

Ça suffit, Charles Michel? Is het genoeg, Geert Bourgeois? Ik denk het niet. Echt niet.

Het was genoeg geweest.  Ça suffit.  Dat waren de woorden van onze premier.  Hij was kwaad.  Behoorlijk kwaad.  In een vlammende speech zei hij dat het moest gedaan zijn met die desinformatie.  Daarmee haalde hij uit naar de vakbonden.  Die bonden vertelden fabeltjes.  Vertelden onzin.  Dat moest gedaan zijn.  Stakingen moesten stoppen.  Iedereen moest opnieuw in het gelid.  Iedereen moest opnieuw zwijgen.  Wij moesten ons opnieuw verenigen rond dat mantra van de regering: jobs, jobs, jobs.  Die mantra moesten we luidop meezingen.  Zonder tegen te stribbelen.  Onze premier zou geen stoorzenders meer dulden.
 
Ça suffit.
 
Ça suffit? Ik denk het niet.  Het is nog altijd niet genoeg.  Dat denk ik telkens als ik een regeringslid hoor verwijzen naar de sociale correcties in een poging om het sociale gelaat van deze regeringen te bewijzen.  Zij lijken niet te beseffen dat zij met die ene term net het asociale karakter van deze regeringen onderstrepen.  Indien een beleid sociaal is, hoeft er helemaal niet gecorrigeerd te worden.  Nochtans grijpen zij steeds naar die sociale correcties als zij aangevallen worden op hun sociale flank.  Zonder verdere invulling.  Enkel en alleen die algemene term.  Maar in hoeverre bestaan die correcties? In hoeverre zijn die correcties sociaal? Om daarop een antwoord te vinden, kan het best nuttig zijn te verwijzen naar een studie van Decenniumdoelen 2017.  In die studie wordt het effect van de besparingen op de laagste inkomens becijferd.  Reeds genomen federale en Vlaamse maatregelen (o.a. Turteltaks, verhoging BTW op elektriciteit, verhoging bijdrage zorgverzekering, …) worden in deze berekeningen opgenomen.  Andere maatregelen (o.a. duurder openbaar vervoer, verhoging inschrijvingsgeld volwassenenonderwijs, duurdere cultuurdeelname, hogere ledenbijdrage verenigingen, …) worden niet meegenomen in deze berekeningen omdat zij vermijdbaar en/of moeilijk te berekenen zijn.  Het resultaat van al dit rekenwerk is dat de maatregelen nog steeds 44 euro per maand kosten aan de gezinnen op de laagste 20% van de inkomensladder.
 
Decenniumdoelen 2017 geeft in diezelfde studie nog mee dat in september 2015 bijna 1,7 miljoen Belgen in armoede leven.  De kinderarmoede stijgt nog steeds.  Het huidige, gevoerde beleid verhoogt de kans dat de armoede nog zal toenemen.  Het is dan ook jammer vast te stellen dat een beleid mensen in armoede nog verder de put induwt.  Van een regering, die beweert sociaal te zijn, hadden wij toch het tegendeel mogen verwachten.
 
Armoede? U zou denken het beleid hiervan een prioriteit zou maken.  Maar wat blijkt? Bij de eerste kans slaan ze de bal al mis.  De hervorming van de kinderbijslag is een flop.  Zestig procent van de gezinnen met twee kinderen en meer dan zeventig procent van de grotere gezinnen gaat er bij deze hervorming op achteruit.  Meer nog, de twintig procent rijkste gezinnen gaan er op vooruit.  Omdat die rijkste gezinnen vaak slechts één kind hebben.  Dat alles blijkt uit een studie van het Centrum voor Sociaal Beleid.
 
Met het bovenstaande in gedachten doet het bijzonder veel pijn als iemand uit de federale regering komt vertellen dat wij toch boven onze stand leven.  Een voorzitter van een federale regeringspartij lijkt bovenstaande cijfers niet te kennen als zij beweert dat er helemaal niks mis is met ongelijkheid.  Hoe wereldvreemd kunnen beleidsverantwoordelijken zijn.  Het hoeft toch niet te verwonderen dat een dergelijke arrogantie mensen tegen de borst stoot.  Dat zij op straat komen om hun woede te uiten.
 
Ça suffit.
 
Ça suffit? Ik denk het niet.  Het is nog altijd niet genoeg.  Dat denk ik telkens als ik de verschillende regeringspartijen hoor pleiten voor een vermogensbelasting en ik vaststel dat diezelfde partijen in hun pleidooi geen eensgezindheid vinden.  Alsof die georkestreerde chaos bewust in stand wordt gehouden om een vermogensbelasting voor zich uit te duwen en/of definitief af te serveren.  Bovendien durven sommige politici beweren dat inkomsten uit vermogen al zwaar genoeg belast worden in België.  Dat lijkt mij een stelling te zijn die al te ver weg staat van de realiteit.  In een artikel in DeWereldMorgen schrijft Guido Deckers, communicatiemedewerker bij het ACV en lid van het Financieel Actie Netwerk (FAN), dat de gemiddelde belastingdruk op vermogen 0,80% bedraagt.  Dat betekent dat de overheid op een totaalvermogen van 2.134,34 miljard euro (netto vermogen Belgische gezinnen, eind 2014) slechts 17 miljard euro incasseert.  Waar zijn die sterkste schouders, waarvan verwacht wordt dat zij de zwaarste lasten dragen?
 
Een vermogensbelasting lijkt niet realiseerbaar.  Het zou al te zeer de middenklasse treffen.  Dat wordt gezegd.  Een recente studie Van Ive Marx en Sarah Kuypers toont nochtans aan dat de 10% rijkste Belgen 85% van de aandelen en 86% van de obligaties in bezit hebben.  Diezelfde Belgen bezitten ook 65% van het vastgoed naast de eigen woning.  Zij bezitten ook 44% van het totaal netto vermogen.  Tot slot nog één cijfer.  Om bij de 10% meest vermogenden te behoren, moet een gezin beschikken over een nettovermogen van meer dan 700.000 euro.  Er zijn dus mogelijkheden om een vermogensbelasting uit te werken zonder de middenklasse te treffen.  Enkel de daadkracht ontbreekt.
 
Een andere reden waarom men vraagtekens plaatst bij een vermogensbelasting is de mogelijke schrik voor de kapitaalvlucht.  Die reden lijkt te suggereren dat die kapitaalvlucht momenteel niet zou gebeuren.  Ik hoef maar te verwijzen naar Lux Leaks, Swiss Leaks en de Panama Papers om het tegendeel te bewijzen.  Bovendien lijkt men te vergeten dat het internationale bankgeheim dood en begraven is.  Onder druk van OESO en G20 is er de automatische uitwisseling van bankgegevens.  Deze uitwisseling zorgt voor transparantie en maakt die zo gevreesde kapitaalvlucht bijna onmogelijk.  Een vermogensbelasting kan dus maar alweer ontbreekt die daadkracht.
 
Het Financieel Actie Netwerk meende een bijdrage te moeten leveren aan dit debat.  Het werkte een voorstel uit.  Dit Netwerk kwam tot een vermogensbelasting met drie tarieven: 1 procent op het vermogen boven de 1 miljoen euro, 2 procent boven de 2 miljoen euro en 3 procent boven de 3 miljoen euro.  Zij voorzien in dit voorstel een vrijstelling van 500.000 euro voor de enige en eigen woning.  Ik vraag mij af in welke mate de middenklasse bij het realiseren van dit voorstel zou getroffen worden.  Mij lijkt de vrees ongegrond.
 
Dit voorstel zou realiteit kunnen worden.  Maar dan hebben we een vermogenskadaster nodig.  Dat zou dan weer niet te realiseren zijn.  Althans, dat beweren de politici.  Zij lijken dan te vergeten dat wij eigenlijk over alle noodzakelijke gegevens beschikken om een dergelijk kadaster uit te werken.  Het kadaster is een database waarin al het onroerend goed in ons land verzameld wordt.  Het Centraal Aanspreekpunt bij de Nationale Bank bezit de gegevens van alle zicht-, spaar- en termijnrekeningen.  Een vermogenskadaster kan dus wel echt.
 
Het uitblijven van een grotere rechtvaardigheid in de fiscaliteit maakt mij boos.  Maakt andere mensen boos.  Dat is zo met onrechtvaardigheid.  Die onrechtvaardigheid doet de mensen op straat komen.
 
Ça suffit.
 
Ça suffit? Ik denk het niet.  Het is nog altijd niet genoeg.  Dat denk ik als ik lees dat de wettelijke pensioenleeftijd wordt opgetrokken tot zevenenzestig jaar terwijl één groep die dans ontspringt.  Dat is niet de groep van de zware beroepen.  Die discussie moet nog uitgeklaard worden.  Neen, die ene groep zijn de politici.  Zij mogen met pensioen op vijfenvijftig jaar.  Op voorwaarde dat zij verkozen zijn vóór 2014.  Wie na 2014 gekozen wordt, moet met pensioen op tweeënzestig.  Nog altijd een verschil.  Waarom? Niemand die het begrijpt.
 
U zou kunnen denken dat er zou gezocht worden naar mogelijkheden om een loopbaan tot zevenenzestig jaar te faciliteren.  Dat gebeurt niet.  Integendeel.  Tijdskrediet wordt ingeperkt.  Toegang tot landingsbanen wordt moeilijker gemaakt.  Om die verontwaardiging te temperen wordt op zoek gegaan naar werkbaar werk.  Die zoektocht moet de oppositie tegen de pensioenplannen doen verstommen.  Maar dat gebeurt niet.  Omdat het werkbaar werk niet op het lijf geschreven is van de werknemers.  Dat hele concept van werkbaar werk werd geschreven door en voor de werkgever.  Alweer blijft de werknemer in de kou staan terwijl politici beweren dat dit de ultieme tegemoetkoming is aan de op straat geuite verzuchtingen.
 
Er wordt niet gefocust op het welzijn van de werknemer.  Nergens ook maar één woord hierover in de Wet op Werkbaar Wendbaar Werk.  Eén ding staat centraal.  Productie, omzet en winstmarge moeten omhoog.  De kosten moeten omlaag.  De bevoegde minister laat over deze doelstellingen geen onduidelijkheid bestaan.  Hij communiceert deze zelf naar de pers toe.  
 
De minister komt aandraven met het annualiseren van de arbeidsduur.  De werknemer verliest de regie over zijn werkprestaties.  Voortaan wordt de werkgever de regisseur.  Hij wikt.  Hij beschikt.  Indien zou blijken dat de gepresteerde overuren later toch niet kunnen gecompenseerd worden wegens aanhoudende drukte, kunnen deze gewoon uitbetaald worden.  Waarmee definitief afscheid genomen wordt van de 38-urenweek.  In deze maatregel kan ik ook maar nergens een spoor vinden van werkbaarheid.  Integendeel.
 
Langs vele kanten wordt geknaagd aan het sociale leven van de werknemer.  Want wat moeten we denken van die andere maatregel.  Voor mensen die deeltijds werken met een flexibel uurrooster zou het uurrooster slechts 24 uur op voorhand moeten meegedeeld worden.  Werkbaar werk? Verder is er nog die denkpiste om van interimwerk een contract van onbepaalde duur te maken.  Dat zou een aantal nare gevolgen hebben.  De uitzendkracht kan geen opdracht weigeren want dat zou contractbreuk betekenen.  Daarmee zou hij/zij het recht op werkloosheidsvergoeding verliezen.  Diezelfde kracht zou geen recht hebben op economische werkloosheid als er minder werk is.  Werkbaar werk?
 
Terwijl in bedrijven en andere landen wordt gezocht naar mogelijkheden om een kortere werkweek te realiseren, gaan we in België de andere kant uit.  Het lijkt ons niet te dagen dat meer en harder werken zijn effecten zal hebben over het eigen welbevinden.  Stress zal toenemen.  Burn-out zal een hogere vlucht nemen.  Waarom kijken wij toch die andere richting niet uit? 
 
Ça suffit.
 
Neen.  Neen.  Neen.  Neen.  Het is niet genoeg.  Bovenstaande mag het onbegrip illustreren.  Het ongenoegen.  Wij moeten de straat op.  Het is nog niet voorbij.
 
Aan het eind van mijn betoog wil ik aan die ene nog één ding zeggen.  Die ene aan het hoofd van een ondernemersorganisatie.  Stakers zijn geen terroristen.  Zij komen op voor hun rechten.  Rechten, die dreigen vermalen te worden.  Door een op winst beluste elite.  Zij komen op voor hun eisen.  Eisen, die zij gerealiseerd willen zien.  Omwille van een sociale rechtvaardigheid.  Daarom komen zij op straat.  Daarom steun ik hen.  Voluit.
 
Van dit alles moeten wij ons bewust zijn.  Want heel binnenkort begint de regering aan de begrotingsopmaak.  Moet zij op zoek naar geld.  Op basis van haar trackrecord vrees ik voor het ergste.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen