donderdag 2 juni 2016

Uitgelezen: (OVER)LEVEN, mijn strijd als transvrouw, arts & politica. Brief aan Petra De Sutter.

Beste Petra,
 
Gisteren heb ik mijn gras gemaaid.  U kijkt verbaasd op bij het lezen van mijn eerste woorden.  U vraagt zich af wat u met deze bekentenis moet.  Ik kan het begrijpen.  Maar ik heb zo mijn redenen.  Enkele weken terug las ik uw boek.  Ik was behoorlijk onder de indruk.  Daarom wou ik u een brief schrijven.  Het lukte mij evenwel niet.  Ik vond niet de juiste woorden.  Vele keren heb ik geprobeerd.  Nooit lukte het mij.  Ik bleef naar een wit blad staren.
 
Grasmaaien is voor mij een heerlijk moment.  Het brengt rust in mijn hoofd.  Dat heen en weer lopen achter de maaier maakt mijn hoofd leeg.  Ik denk aan niks.  Het gras en ik, meer is er niet.  Dat is het enige wat op dat moment bestaat.  Bijna is het een spirituele ervaring.  U mag het mijn boeddhistische moment noemen.  Mijn zen-moment.  Dit noem ik geen werk.  Eerder zou ik het omschrijven als bezinning.
 
Gisteren lukte het mij niet.  Niks van bezinning.  Niks van zen.  Niks van spiritualiteit.  Eén ding drong steeds weer mijn hoofd binnen.  Dat ene ding was uw boek.  U hoeft zich hiervoor niet te verontschuldigen.  Ik vind het helemaal niet erg.  Uw boek houdt mij bezig.  Ik kan het niet zomaar aan de kant leggen.  Heel af en toe flitsen flarden door mijn hoofd.  Dat pleit voor uw boek.  Want enkel goede boeken kunnen dat bewerkstelligen.
 
Uw boek vertrekt vanuit uzelf.  U vertelt uw persoonlijke verhaal.  Dat zouden wij kunnen interpreteren als navelstaarderij.  Maar dat is het niet.  Nooit.  Dat wordt het niet.  Nooit.  U grijpt uw verhaal aan om het grotere geheel te belichten.  Uw persoonlijk verhaal doet eigenlijk dienst als kapstok.  Een kapstok, waaraan allerhande thema’s worden opgehangen.  Het zijn thema’s, waarmee u als transvrouw, arts en politica wordt geconfronteerd.  Die confrontaties noemt u zelf een strijd.  Want telkens wordt u gedwongen uw standpunten, meningen en beslissingen te belichten en te verduidelijken.  U argumenteert.  Onderbouwd.  Onderlegd.  In de hoop te kunnen overtuigen.
 
Reproductieve geneeskunde? Embryoselectie? Het genderdebat? Hormoonverstoorders? Draagmoederschap? Het vrijhandelsakkoord TTIP? Genetisch gemodificeerde organismen? De impact van politiek? Al die thema’s komen aan bod in het boek.  In een snel veranderende wereld geeft u de richting aan.  Maar tegelijk stelt u duidelijke grenzen.  U bent een wetenschapper.  Als wetenschapper bent u overtuigd van de voordelen van wetenschappelijk onderzoek.  Maar tegelijk bent u op uw hoede voor de mogelijke gevaren.  U weegt af.  Geen vooruitgang ten koste van alles.  Debat is bij deze afwegingen noodzakelijk.  Dat debat gaat u niet uit de weg.
 
Uw boek is verrijkend.  U reikt mij argumenten aan.  U dwingt mij na te denken over onderwerpen, waarvan ik dacht dat zij te ver van mijn bed stonden.  U opent deuren van werelden, waarvan ik dacht die nooit te zullen betreden.  U hebt mijn beeld verruimd.  Mijn wereld.  Dat is goed.  Dat is nodig.  Een mens moet continu uitgedaagd worden.  Dat doet u.  Met mij.  U daagt mij uit.  In uw boek maakt u de slogan van UGent waar.  Durf denken.  Dat doet u.  Dat vraagt u.
 
Niet enkel is uw boek verrijkend.  Uw boek is ook inspirerend.  U maakt duidelijk dat een leven niet zomaar moet en kan geleefd worden.  Dat leven is te kostbaar.  Daar moeten wij ook iets mee doen.  Wij moeten iets achterlaten.  Net zoals in dat liedje van Bram Vermeulen.  De steen.  Wij moeten een steen verleggen in een rivier op aarde.  Met die ingesteldheid moeten wij in het leven staan.  Dat doet u.  Op uw verschillende fronten.  U doet dat niet alleen.  U vraagt dat ook.  Aan uw lezers.  Althans, dat is wat ik in uw boek heb gelezen.
 
Dat grotere verhaal noemde ik zonet verrijkend.  Inspirerend.  Nu zou u kunnen denken dat ik niet hetzelfde denk over dat onderliggende verhaal.  Uw persoonlijke verhaal.  Dat mag u niet denken.  Want ook in uw persoonlijke verhaal vond ik inspiratie.  Vond ik verrijking.  U hebt een evenwicht bereikt in het leven.  Dat is belangrijk.  Is noodzakelijk.  Maar dat evenwicht hebt u moeten bevechten.  U kreeg het niet zomaar in de schoot geworpen.  U hebt een weg moeten afleggen.  Een lange weg.  Een lange weg met heel wat hindernissen.  Met heel wat omleidingen.  Ik heb samen met u die weg opnieuw mogen afstappen.  Het was een boeiende reis.  Een confronterende reis.  Een reis, waarvan ik heel wat heb opgestoken.  Dingen, die ik kan gebruiken in mijn privéleven.  In mijn professionele leven.  Alweer hebt u mij dat ietsje rijker gemaakt.
 
U schonk mij een mooi boek.  Een goed boek.  Een boek, waarin ik vaak mijzelf herkende.  Die punten van herkenning deden mij glimlachen.  Uw liefde voor de muziek.  Ik deel die.  Uw liefde voor India.  Ik deel die.  Uw zoektocht naar rust en stilte.  Ik deel die.  Uw liefde voor de literatuur.  Ik deel die.  De jaarlijkse vakantie met het gezin in de bergen.  Ook wij trokken naar de bergen.  Vele dingen hebben wij gemeen.  Dat schept een band.  In die mate dat ik mij heel gemakkelijk met u op café zie gaan.  Bij u.  In de Vlaamse Ardennen.  Bij mij.  In Gent.  Het maakt niet uit.  Een bruine kroeg, mijn favoriete ontmoetingscentrum.  Dat dacht ik vaak terwijl ik het boek las.  Dat wij samen op café moesten.
 
Beste Petra, ik dank u voor het prachtige boek.  U schonk mij mooie momenten.  Ik wens u alle succes in het verdere leven.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen