donderdag 9 juni 2016

Uitgelezen: Maan en zon. Brief aan Stefan Brijs.

Beste Stefan,
 
U hebt vele fans.  Dat heb ik mogen ervaren.  Vele vrienden raadden mij in het verleden De engelenmaker aan.  Ik heb het niet gelezen.  Nog niet.  Ooit zal ik het doen.  Mijn moeder raadde mij in het verleden Post voor mevrouw Bromley aan.  Ik heb het niet gelezen.  Nog niet.  Ooit zal ik het doen.  Mijn weigering om één van uw boeken te lezen zou u kunnen interpreteren als een mogelijk afkeer.  Een afkeer tegen uw boeken.  Of erger nog, een afkeer tegen uw persoon.  Laat mij u geruststellen.  Ik koester geen enkele afkeer.  Niet tegen uw boeken, noch tegen uw persoon.  Tijdsgebrek, dat is het.  Tijdsgebrek en het feit dat ik geen van uw boeken in mijn bibliotheek heb staan.
 
Waarom het boek dan niet gewoon kopen? Een terechte vraag.  Maar die vraag en een mogelijk bevestigend antwoord botsen met mijn thuissituatie.  Mijn boekenkasten puilen uit.  Ik kan geen boeken meer herbergen.  Misschien kan ik mijn kasten wel vergelijken met Europa.  Want net zoals Europa zitten ook mijn boekenkasten vol.  Toch is er dat ene verschil.  Dat ene lichtpunt.  In tegenstelling tot Europa ga ik op zoek naar een oplossing.  Een werkbare oplossing.  Die meen ik gevonden te hebben.  Ik maakte mij lid van de bibliotheek.  De Gentse bibliotheek.  Een dreigende literaire drooglegging werd afgewend.
 
Tijdens één van mijn wandelingen langsheen de meterslange beboekte muren, botste ik op uw boek.  Uw nieuwste boek.  Maan en zon.  Ik werd gegrepen door het omslag van uw boek.  Die trok mijn aandacht.  In die omslag las ik mijn verwachtingen omtrent uw boek.  Spontaan ging ik verlangen naar vakantie.  Ik ervaarde vrijheid.  Vrijheid en blijheid.  Ik dacht aan zee, zon, strand.  Dat alles in de mooiste, felste kleuren.  Het omslag verleidde mij.  De verpakking is niet altijd het belangrijkste.  Toch kan het heel soms een handje helpen.  Het kan onrechtvaardig lijken.  Hoeveel literaire pareltjes liggen te wachten en weg te teren onder een weinig fraai en pover omslag? Jawel, zelfs in de literatuur bestaat verleiding.
 
Ik heb mij niet enkel laten verleiden door die prachtige verpakking.  Dat zou wat minnetjes zijn.  Een zwaktebod van mijnentwege.  Evenzo heb ik mij laten verleiden door uw verhaal.  Uw beklijvende, aangrijpende verhaal.  Daartoe ben ik in de voetsporen getreden van de hoofdrolspelers uit uw boek.  Ik volgde Roy Tromp, de vader.  Max, de zoon.  Ik volgde Sonny, de kleinzoon.  Aandachtig luisterde ik naar Daniël, een zwarte broeder.  Hij vertelde het verhaal.  Ik hing aan zijn lippen.  Als hij sprak, verdween alles in de achtergrond.  Als hij sprak, leek niks nog van tel.  Enkel zijn woorden primeerden.  Want ik wou weten.  Ik wou begrijpen.
 
Toch was er één hoofdrolspeler, die alle andere in de schaduw zette.  Dat was een Dodge.  Een Dodge Matador.  Jawel, een wagen.  In die wagen kwam alles samen.  Kwamen alle verhaallijnen samen.  Die wagen bracht mij naar de huizen van de verschillende personages.  Naar hun levens.  In die wagen zag ik de hoop en de aspiraties weerspiegeld.  Niet enkel van de hoofdrolspelers.  Ook van het eiland.  In het begin schitterde de wagen.  Nagelnieuw, zo leek het wel.  Net zoals die wagen was ook de hoop van het eiland en zijn bewoners intact.  Niks had die hoop aangetast.  Alles leek ideaal.  Perfect.  Maar dan kwamen de eerste blutsen in het koetswerk.  De eerste builen.  Ook de hoop kreeg deuken.  Verwachtingen dienden bijgesteld te worden.  Onder invloed van de omstandigheden.  Schitterende toekomstvisioenen, door de hoofdrolspelers zelf uitgetekend, bleken dan toch niet zo schitterend te zijn.  Plots moesten hoofdrolspelers afwijken van het zelf uitgetekende pad.  Zij sloegen een zijweg in.  Naar een onzekere toekomst.
 
Dan komt dat moment waarop de wagen bijna niet meer hersteld kan worden.  Enkel oplappen lukt nog.  Tijdelijke oplapmiddelen, die de erbarmelijke staat van de wagen moeten verhullen.  Enkel verhullen, niet wegnemen.  Alweer loopt dit gelijk met de levens van de hoofdrolspelers.  Ook zij zoeken naar oplapmiddelen.  Naar manieren om toch uit die put van ellende te klauteren.  Om toch die zijweg te kunnen verlaten en opnieuw op de hoofdweg uit te komen.  De hoofdrolspelers spartelen.  Bieden weerwerk.  Zonder al te veel overtuiging.  Het blijft bij zwakke pogingen.  Elkeen probeert maar niemand overtuigt.
 
De ziektetoestand van de wagen loopt ook gelijk met de geschiedenis van het eiland.  Van Curaçao.  Aanvankelijk verkerend in een blakende gezondheid.  Maar geleidelijk aan wordt die gezondheid ondergraven.  Aangetast.  De eilandbewoners komen in opstand.  Hopend op een betere toekomst.  Op een grotere vrijheid.  Op onafhankelijkheid en zelfstandigheid.  Maar die verwachtingen worden niet ingelost.  Uiteindelijk moeten de bewoners vaststellen dat zij niks doen met die zelf bevochten vrijheid.  De hoop wordt de kop ingeslagen.  Aan het eind van het boek is het eiland in verval.  Angst regeert het land.  Een land, dat wordt gedomineerd door criminele bendes.  Net zoals voor de Dodge Matador ligt ook hier geen definitieve oplossing voor de hand.  Enkel oplapmiddelen.
 
Ik las het verhaal van Roy.  Van Max en Sonny.  Ik las het verhaal van de Dodge Matador.  Van Daniël.  Al die verhalen las ik.  Toch was er nog een verhaal.  Een extraatje.  Ik las het verhaal van ex kolonies.  Niet enkel van Curaçao.  Ook van andere landen met een koloniaal verleden.  In een overpeinzing van broeder Daniël las ik waarom de omschakeling naar onafhankelijkheid moeilijk was en is.  Waarom die omschakeling vaak niet lukte.  Tegenover zichzelf erkent hij dat hij de bewoners niet gevormd heeft maar vervormd.  Al te zeer hebben hij en zijn collega-broeders geprobeerd de eilandbewoners te vormen naar de Nederlanders.  Naar de kolonisator.  Zonder ook maar rekening te houden met de persoonlijke geschiedenis.  Met de normen en waarden van het eiland.  Met de heersende culturele gewoontes.  Een zware schuldbekentenis.  Een schuldbekentenis, die lang doorheen mijn hoofd speelt.  Die mij nu nog steeds bezighoudt.  Omdat ik meen dat wij nog steeds dezelfde fout maken.  Omdat ik meen dat in onze pogingen om de democratie te importeren in andere landen de neiging tot vervormen steeds weer doordringt.
 
Beste Stefan, u schreef een mooi verhaal.  Een verhaal, dat mij deed huilen.  Huilen om al die gemiste kansen.  Om al die mooie mensen.  Let wel, ik heb geen zakdoeken vol gesnotterd.  Ik huilde inwendig.  Tranen liepen langs de binnenkant van mijn wangen.  Uitwendig of inwendig? Dat maakt geen verschil.  De pijn is hetzelfde.  Die pijn heb ik gevoeld.  Was echt.  Leek echt.  Het lijkt misschien vreemd, toch wil ik u danken.  Ook al hebt u mij achtergelaten met die pijn.  Want diezelfde pijn doet mij nog maar eens beseffen wat een geluksvogel ik wel ben.  Een geluksvogel in een heerlijk landje.
 
Ik weet nu wat mij te doen staat.  Ik moet opnieuw naar de bibliotheek.  Want De engelenmaker en Post voor mevrouw Bromley staan nu vooraan op mijn verlanglijstje.  Die boeken moet ik lezen.  Wil ik lezen.  Dat weet ik nu.  Want u bent een geboren verhalenverteller.  Met verhalen moet dat ene gebeuren.  Die moeten gelezen worden.  Dat zal ik doen.  Met veel plezier.
 
Beste Stefan, ik wil u danken voor de fantastische leeservaring.  U hebt mij mooie momenten geschonken.  Tussen al die andere.
 
Met vriendelijke groeten.
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen