dinsdag 7 juni 2016

Uitgelezen: Hard hart. Brief aan Ish Ait Hamou.

Beste Ish,
 
Ik sloeg het boek dicht.  Ik sloeg het boek definitief dicht.  Ik had de laatste bladzijde van Hard hart gelezen.  Ik legde het boek voor mij.  Op tafel.  Ik leunde achterover.  Een beetje verdwaasd.  U had mij zonet knock-out geslagen.  Een ferme uppercut, dat ik niet verwachtte.  Gedurende al die voorgaande bladzijden had u mij in slaap gesust.  U had mijn verdediging gesloopt.  U had mijn voelsprieten, die mij bij dreigend gevaar verwittigen, lamgelegd.  Ik had het niet zien aankomen.  U had mij op het verkeerde been gezet.
 
Het boek lag voor mij.  Dichtgeslagen.  Ik wou het opnieuw ter hand nemen.  Ik wou het boek herlezen.  Want nu was alles duidelijk.  Nu wist ik het waarom.  Nu begreep ik het waarom.  Ik wou het opnieuw lezen.  Om die knipperlichten te zien, die ik bij de eerste lezing gemist had.  Om de alarmsignalen te lezen.  Om de noodkreten te horen.  Want die waren heel waarschijnlijk geopperd.  Deze waren heel waarschijnlijk doorheen het boek verborgen.  Alleen, ik had ze niet gezien.  Ik was doorheen het boek geraasd.  In een sneltreinvaart had ik het boek gelezen.  Al te zeer in de ban van het verlangen naar de perfecte liefde.  Al te zeer in de ban van het consumeren van die perfecte liefde.  Ik haastte mij naar het perfecte einde.  Dat dacht ik.  Dat vermoedde ik.  Dat verwachte einde kwam er niet.  U liet mij hard uit de bocht gaan.  U liet mij frontaal tegen een muur aan knallen.  Met die plotse wending in het verhaal.  Een tweede lezing zou die harde botsing milderen.  Zou vermijden dat ik hard met mijn hoofd tegen de muur aanbots.  Ik zou trager lezen.  Alerter.  Ik zou de juiste signalen oppikken.  Ik zou de afslag, die ik eerder gemist had, opmerken en veilig nemen.  Ik zou bij het einde aankomen zonder hard te schrikken.  Dat alles zou gebeuren bij een tweede lezing.  Maar wie leest eenzelfde boek twee maal? Ik niet.  Te veel nieuwe boeken wachten op mij.  Nieuwe boeken, die gelezen moeten worden.  Als er leven zou zijn na de dood, ik zou uw boek meenemen.  Maar dat weet ik niet.  Ik kan het enkel hopen.  Maar hoop is geen zekerheid.  Een tweede lezing zal er dus heel waarschijnlijk niet komen.
 
Pas nu begrijp ik alles.  Als ik het laatste woord gelezen heb, begrijp ik de door u gekozen taal.  De door u gekozen stijl.  U schrijft in korte zinnen.  Eenvoudige zinnen.  Weinig sier.  Weinig opschik.  U leidt de lezer niet af door al te lange uitweidingen.  Het moet vooruitgaan.  Door die gekozen stijl lijkt het wel alsof wij naast Tom, het hoofdpersonage uit uw boek, lopen.  Alsof wij bij hem op de schoolbanken zitten.  Alsof wij samen met hem op bezoek gaan bij de buren, mijnheer Proctor en juffrouw Blake.  Alsof wij samen met hem binnenspringen in de platenzaak van zijn vriendin, Candice.  Alsof wij samen met hem pogingen ondernemen om toch maar dichter bij zijn grote liefde, Rachella, te komen.  Uw stijl doet de lezer in het verhaal stappen.  De lezer wordt betrokken.  Dat merkte ik.  Dat voelde ik.  Ik leefde mee.  Intens.  Ik wou troosten op momenten dat er moest getroost worden.  Ik wou aanmoedigen als er moest aangemoedigd worden.  Ik wou juichen als er moest gejuicht worden.  Ik was de beste vriend van Tom.  Want hij leek mij alles te vertellen.  Niks te verzwijgen.  Op dat ene ding na dan.  Dat verklapte hij niet.  Dat bewaarde hij tot aan het einde.  Uw taal zat juist.  Voor uw verhaal had u de juiste taal gekozen.
 
Pas nu begrijp ik de titel.  Hard hart.  Voordat ik aan het boek begon, vond ik het een moeilijke titel.  Een vreemde titel.  Het bekte moeilijk.  Maar net als de door u gekozen taal, is ook de titel de juiste.  Omdat het op een heel beknopte wijze de dualiteit weergeeft.  Op een beknopte wijze belicht het de twee uitersten van de liefde.  Van helder, verheffend licht naar destructief, verpletterend duister.  Wij zien Tom tussen deze twee uitersten zwalpen.  Van het ene uiterste naar het andere.  Van het andere naar het ene.  Liefde kan rare dingen doen met een mens.  Soms veroorzaakt het kortsluiting in het hoofd.  Soms schakelt liefde het vermogen tot helder denken uit.  Schakelt het de normale omgangsvormen uit.  Dat zijn de momenten waarop wij al te zeer naar de duistere kanten van de liefde neigen.  Dat zijn momenten dat het al te gevaarlijk zou kunnen worden.  Als wij niet tijdig aan de noodrem hangen.  Dan zou het destructieve in de liefde kunnen zegevieren.
 
Hard hart.  Het doet mij anders aankijken tegen de perfecte liefde.  Of tegen de liefde, die ik als perfect ervaar.  Na het lezen van uw boek stel ik mij de vraag of perfecte liefde kan bestaan.  Of er onder elke liefde geen schoonheidsfoutje sluimert.  Een constructiefoutje, dat niemand kan waarnemen maar dat er wel is.  Elk huisje heeft zijn kruisje.  Dat wordt gezegd.  Heel misschien kan dat ook gezegd worden van de liefde.  Dat denk ik nu.  U hebt mij wakker geschud.  U hebt die twijfel in mij aangestoken.  Ik kijk anders aan tegen de liefde.  Nuchterder.  Realistischer.  Ik ben een realistische romanticus geworden.  Geen dromerige romanticus meer.  Geen zweverige romanticus meer.  Uw boek was een realitycheck voor mij.
 
Pas nu begrijp ik de opbouw van het boek.  Alle hoofdstukken in uw boek hebben dezelfde titel.  Elke keer weer dezelfde dag.  Elke keer weer hetzelfde uur.  Ik dacht aan Ulysses van James Joyce.  Ik dacht dat u ons zou meenemen doorheen één bepaalde dag uit het leven van Tom.  Maar dan zou het uur uit de titel van de verschillende hoofdstukken telkens moeten veranderen.  Dat gebeurde niet.  Dat uur bleef hetzelfde.  Ik begreep die structuur niet.  Tot ik het boek dichtsloeg.  Dan werd alles glashelder.  Dan wist ik waarom u steeds weer voor die vaste titel koos.
 
Beste Ish, u hebt mij verward.  U hebt mij doen twijfelen.  Bij het lezen van de eerste bladzijden dacht ik aan een stationsromannetje.  Eventjes heb ik geaarzeld of ik wel zou doorlezen.  Of ik het boek aan de kant zou leggen.  Toch heb ik doorgezet.  Daarom ben ik blij.  Want toen ik het boek dichtsloeg, besefte ik dat ik zonet een pareltje had gelezen.  Toen ik het boek dichtsloeg, schaamde ik mij om mijn eerste gedachten.  Eenvoud kan verwarren.  Een mens mag niet te snel oordelen, dat weet ik nu.  Een wijze levensles, die blijkbaar ook geldt voor boeken.  Dat heb ik geleerd.  Dat hebt u mij geleerd.
 
Beste Ish, u schonk mij een mooi boek.  Ik heb even moeten zoeken maar aan het eind kijk ik terug op een mooie leeservaring.  Daarvoor wil ik u danken.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen