donderdag 23 juni 2016

België - Zweden. Jawadde! Jawadde! Jawadde!

Beste Duivels,
 
Ik was er niet gerust op.  Er waren van die voortekenen.  ’s Morgens was ik dingen verloren.  Belangrijke dingen.  Ik wil u niet belasten met mijn huiselijke beslommeringen.  Maar toch.  ’s Avonds had ik een lekke band.  Mijn fiets aan de kant en te voet naar huis.  Acht kilometer.  Ik wil u niet belasten met mijn logistieke problemen.  Maar toch.  Veel goeds kon hieruit niet voortkomen.  Dat dacht ik.  Iemand wou mij een teken geven.  Van dreigend gevaar.  Van naderend onheil.  Althans, zo interpreteerde ik toen die voortekenen.
 
Dan was er nog die wetenschap.  Die wetenschap dat wij voldoende hadden aan een gelijkspel.  Dat Zweden absoluut moesten winnen.  Het zou een moeilijke wedstrijd worden.  Van dat feit was ik overtuigd.  Het maakte mij voorzichtig in mijn pronostieken.  Eén tegen nul.  Dat zou het worden.  Voor onze Duivels.  Uiteraard.  ’s Avonds, net vóór de wedstrijd, werd ik wat onstuimiger.  Wilder.  Ik vervelde tot supporter.  Alle nuchterheid was weg.  Ik ging voor twee tegen nul.  Alweer voor onze Rode Duivels.  
 
Het werd een moeilijke avond.  Het werd sidderen en beven.  Het spel ging op en neer.  Dat wordt zo gezegd.  Een vreemde uitdrukking.  Maar dat wordt gezegd als beide partijen gedwongen worden te voetballen.  De één eerder afwachtend.  De ander voluit.  Aan beide kanten werd één doelpunt afgekeurd.  Aan onze zijde moest Thibaut een bijna gemaakt doelpunt afwenden.  Met een superredding.  Het mocht eens.  Thibaut is immers ook meegereisd.  Hij mag ook best eens schitteren.  Hij mag ook een staaltje van zijn kunsten tonen.  Maar niet te veel.  Niet te vaak.  Dat is slecht voor mijn hart.  Mijn hart mag niet te lang blijven stilstaan.  Dat hart moet kloppen.  Daarom, graag een rustige wedstrijd voor onze keeper.  Zodat mijn hart rustig kan slaan.  Een taak, dat het tot op heden naar behoren volbrengt.
 
Ik heb rechtop gestaan.  Bij het kijken naar de wedstrijd wou ik niet zitten.  Zitten maakt mij te onrustig.  Ik zoek een zekere rust.  Niet enkel in het leven, ook bij het kijken naar een simpel voetbalspelletje.  Maar die rust werd mij niet gegund.  Te lang bleef het gelijk.  Het kon alle kanten uit.  Iedereen kon de overwinning opeisen.  Ik heb geroepen.  Geschreeuwd.  Ik heb zelfs gevloekt.  Ik weet het.  Ik ken die huisregel.  Die ene huisregel die stelt dat hier niet wordt gevloekt omdat God u zou zien.  Maar die regel is van geen tel.  Die vervalt bij het supporteren.  Dan mag het eens.  Niet constant.  Wel af en toe.  Niet luidop.  Wel zachtjes.  Bijna gefluisterd.  Ik heb weggekeken van het scherm.  Als het te warm dreigde te worden voor ons doel.  Ik heb mij de haren uitgerukt bij een gemiste kans.  Angstzweet liep uit al mijn poriën.  Zoals ik al zei, ik was er niet gerust op.
 
Maar toen kwam dat moment.  Die flits.  Dat schot.  Dat moment, waarop de Zweedse doelman de bal uit de netten mocht halen.  Wij hadden gescoord.  Eindelijk.  Wat een ontlading.  Ik sprong recht.  Bleef springen.  De handen in de lucht.  Neen, de vuisten in de lucht.  Zo was het.  Luidop bleef ik dat ene woord roepen.  Goal! Goal! Goal! Ontelbare keren herhaalde ik dat ene woord.  Meer leek ik niet te kunnen zeggen.  Wij waren gered.  Wij hadden zekerheid.  Ons kon niks meer gebeuren.  Wij gingen naar de volgende ronde.  Dat besef deed mij nog meer springen.  Deed mij nog heviger springen.  Ik was blij.  Ik was content.  Voetbal kan een mens gelukkig maken.  René Froger beweert dat alles gelukkig kan maken.  Dat alles eens mens gelukkig kan maken.  Dat is te vaak.  Ik wil dat vage ‘alles’ ingevuld zien.  Sinds gisterenavond weet ik dat ook voetbal die mogelijkheid in zich heeft.  Dat ook voetbal invulling kan geven aan dat Frogeriaanse 'alles'.
 
Wij gaan door.  Naar de volgende ronde.  Naar de 1/8 finale.  Tegen Hongarije.  Het feest gaat verder.  Hopelijk blijven wij doorgaan.  Tot in Parijs.  Ik hoop het.  Maar ik zal het niet luidop zeggen.  Dat brengt onheil.  Enkel tegen u wil ik het zeggen.  Omdat u dat kan bewerkstelligen.  Omdat u daarover kan beslissen.  Uw inzet kan alles bepalen.  Daarom zeg ik het enkel tegen u.  Maar vertel het niet verder.  Hou het onder ons.
 
Deze morgen kwam ik dan te voet naar het werk.  Mijn fiets met lekke band stond nog op het werk.  Opnieuw dus een wandeling van acht kilometer.  Maar dat kon mij niet deren.  Die overwinning tegen Zweden gaf mij vleugels.  Nog altijd had ik die glimlach op mijn gezicht.  Die lach was nog niet verdwenen.  Ik was gaan slapen met een glimlach.  Ik werd wakker met diezelfde glimlach.  Daarvoor wil ik u danken.  U hebt een positieve invloed op mijn humeur.  Dat is fijn.  Dat is goed.
 
Ik wens u alle succes toe.  Laat ons nog enkele keren heerlijk ontwaken.  In het volle besef dat wij ons verblijf op het EK alweer maar eens hebben verlengd.  Het zou mooi zijn.  Ik help het u wensen.
 
Met vriendelijke groeten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen