donderdag 16 juni 2016

Adele, gezien in Sportpaleis. Brief aan Adele.

Beste Adele,
 
Slim naar Antwerpen? Wij dachten slim te zijn.  Gewoon één uurtje vroeger vertrekken dan oorspronkelijk gepland.  Op die manier dachten wij de files voor te zijn.  Ongestoord zouden wij naar het Sportpaleis kunnen.  Zo hadden wij het uitgedacht.  Maar tussen droom en werkelijkheid staan wetten in de weg en praktische bezwaren.  Dat wist Willem Elsschot al een tijdje.  Ons was die kennis volledig vreemd.  Wij werden hard geconfronteerd met het Antwerpse verkeersinfarct.
 
Drie uren.  Drie lange uren om van Gent naar Antwerpen te komen.  Te rijden.  Ik heb gefoeterd.  Op de andere automobilisten.  Omdat zij ons ophielden.  Op de verkeerslichten.  Op de politieagenten.  Op de voetgangers.  Ik heb gefoeterd op alles wat een normale doorstroom verhinderde.  Op alles wat mij voetstaps deed rijden.  Ik was niet de aangenaamste jongen in de wagen.  Fileleed brengt het minst fraaie naar boven in een mens.  Ik mocht ervaren dat ik hierop geen uitzondering ben.  Ik was op.  Ik had het gehad.
 
Ondanks het lange oponthoud was ik tijdig op de afspraak.  Een afspraak, dat ik al een tijdje terug met u had gemaakt.  Een afspraak, waarnaar ik uitkeek.  Vóór het concert had ik nog voldoende tijd om te ontstressen.  Alle stress viel van mij af.  Ik dronk een pintje.  Dat helpt altijd.  Het maakte mij rustiger.  Het deed mij beseffen dat ik op een feestje was.  Dat ik op één van de grootste evenementen van het jaar was.  Want dat had ik gelezen.  Dat had ik gehoord.  Op sociale media en in kranten las ik enkel superlatieven.  Nergens hoorde ik een onvertogen woord.  Enkel lof voor u.
 
Plots stond u op het podium.  U ben stipt.  U bent precies.  Tijdig was u op onze afspraak.  Vanuit de kelders van het Sportpaleis werd u het podium ‘opgeschoten’.  Heel eventjes dacht ik aan Star Wars.  Maar dat was slechts heel even.  Want ik wilde mij niet laten afleiden.  Ik wilde mij focussen.  Op u.  Enkel en alleen op u.  Voor niks anders zou ik oog hebben.
 
Hello.  Daarmee begon u.  Een mooier welkom bestaat niet.  Ik durfde niks terugzeggen.  Geen goedendag van mij aan u.  Ik ben nochtans een beleefde jongen.  Maar wat kon ik zeggen? Wat kon ik stamelen? Ik zweeg.  Ik zei niks terug.  Respect doet een mens soms verstommen.  Dat mocht ik gisteren ervaren.  Een hele avond deed u mij zwijgen.  Ik kon enkel luisteren.  Naar uw stem.  Een stem, die de mooiste en warmste nachtegaal in de schaduw zet.  Perfect vakmanschap.  Op geen enkel moment leek dat zingen een inspanning voor u.  Het ging als vanzelf.  U bent gezegend.  Twee uur lang presteren op een constant hoogstaand niveau, het is slechts weinigen gegeven.  Uw stem doet mij twijfelen.  Zou er dan toch een god zijn? Zou er dan toch ‘iets’ zijn? Want vanwaar kan zoveel schoonheid anders komen? Ik weet het niet.  Zelfs vandaag weet ik nog altijd het antwoord niet.  
 
Vóór aanvang was er toch enige twijfel bij mij.  Ik had vragen bij de nieuwe nummers.  Ik vond ze niet van eenzelfde hoogstaande niveau als de voorgangers.  Uw nieuwste album kon mij niet echt overtuigen.  Een ander punt van twijfel was de locatie.  Het Sportpaleis vond ik niet echt passen bij een dame als u.  Ik had gehoopt op iets intiemers.  Iets warmers.  Dat werd het niet.  U zou in de Antwerpse rocktempel staan.  Die keuze maakte mij bang.  Zou u, samen met uw nummers, niet verdwijnen in dat kolossale? Zou u niet ondergaan in dat decor?
 
Mijn vrees bleek ongegrond.  Ik vergat dat ik in het Sportpaleis was.  Daarvoor zorgde u.  U deed alles kleiner lijken.  Met uw geestige, spitse babbeltjes tussendoor leek het alsof wij op theevisite waren bij u.  Dat u ons had uitgenodigd.  Voor een avondje bij u thuis.  U was de perfecte gastvrouw.  U verwende ons.  U sprak ons toe.  U keek ons in de ogen.  Dat laatste kan onmogelijk lijken.  Toch was het zo.  Via het videoscherm kon ik u diep in de ogen kijken.  In uw ogen zag ik lichtjes fonkelen.  Daarin kon ik lezen dat u het best naar uw zin had.  U amuseerde zich.  Net als ik.  Net als al de rest.
 
Ook de nieuwe nummers bleken wonderwel te werken.  Terwijl ik mijn reserves had tegenover die nummers op plaat, sloopte u dat voorbehoud op het podium.  U wist mij in te palmen.  U wist mij te winnen.  Die nieuwe nummers hadden een juiste en terechte plaats in de set.  Zij zorgden voor poppy afwisseling.  Het niveau van vijfsterrenkwaliteit hield u aan tijdens het volledige concert.  Geen enkel zwak moment.  Geen enkel moment, waarop ook maar iets aan te merken zou kunnen zijn.  U ontnam ons alle wapens voor mogelijke kritiek.  Want kritiek was er niet.  U had ons ontwapend.  U had ons overtuigd.  
 
U voerde mij doorheen vele emoties.  Dat doen die nummers.  Dat doet u.  U laat ons niet onberoerd.  Tijdens het concert dacht ik aan vrienden.  Vrienden, die er niet meer zijn.  Vrienden die, als het anders was gelopen, heel waarschijnlijk naast mij hadden gezeten.  In het Sportpaleis.  Ik dacht aan vrienden, die er wel nog waren.  Gelukkig maar.  Ik dacht aan familie.  Ik dacht aan mijn grootste liefde.  Mijn grootste liefde, die ik nog steeds heb.  Die ik nog steeds bemin.  Aan dat alles dacht ik.  Ik was een rijk man.  Dat dacht ik terwijl u zong.  In dat Sportpaleis overviel mij een intens gevoel van geluk.  U bent gezegend met uw stem.  Ik voel mij gezegend met alles rondom mij.  
 
Heel lang keek ik uit naar uw komst.  Zoals ik vroeger deed met Sinterklaas.  Zo keek ik nu naar u uit.  Met eenzelfde intensiteit.  Met eenzelfde spanning.  Nu is het voorbij.  Te vlug.  Te snel.  Maar één ding weet ik.  Heel vaak zal ik terugkijken.  Vaak zal ik teruggrijpen naar dit concert.  Zal ik vele momenten herbeleven.  Zal ik opnieuw datzelfde gevoel herbeleven.  Dat gevoel van opperste en puur geluk.
 
Beste Adele, ik wil u danken.  Tegelijk wil ik u ook iets vragen.  Iets toevertrouwen.  Iets, dat u kan meenemen naar uw andere concerten.  Kom nog één keer terug.  Keer nog één keer terug op het podium.  Eén of meer bisnummers moet u het publiek gunnen.  Dat is nodig.  Want te bruusk afscheid nemen van pure schoonheid is hartverscheurend.  Dat kunnen wij niet aan.  Zachtjes aan moet u ons uitwuiven.  Zachtjes aan moet u ons terugsturen naar de alledaagsheid.  Want twee uur lang hebben wij mogen vertoeven op een uitzonderlijke planeet.  Die terugkeer moet in kleine stapjes gebeuren.  Dat had beter geweest.  Maar dat is slechts detailkritiek.  Doet geen afbreuk aan uw wonderbaarlijke prestatie.
 
Beste Adele, ik wil hopen op een volgende keer.  Want dan wil ik weer van de partij zijn.  Dat weet ik nu al.  Ik kan enkel zeggen dat ik er nu al naar uitkijk.
 
Met vriendelijke groeten.

Setlist:
Hello
Hometown glory
One and only
Rumour has it
Water under the bridge
Skyfall
Million years ago
Don’t you remember
Send my love (to your new lover)
Make you feel my love
Sweetest devotion
Chasing pavements
Someone like you
Set fire to the rain
When we were young
Rolling in the deep


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen