dinsdag 31 mei 2016

We shall overcome, gezien in NTGent. Brief aan Roeland Vandemoortele.

Beste Roeland,
 
Ik had een brief kunnen schrijven aan Wim Opbrouck.  Aan Axl Peleman.  Ik had een brief kunnen schrijven aan Ron Reuman.  Ik deed het niet.  Ik verkoos mijn brief te richten aan u.  Aan Roeland Vandemoortele.  In tegenstelling tot uw kompanen ken ik u niet.  Of toch onvoldoende.  Uw kompanen heb ik al enkele keren zien optreden.  Zien performen.  Bij u was dat slechts één keer.  Dat was in De Centrale.  In het voorprogramma van Roland.  Toen stond u met Too Tangled op het podium.  Bij die eerste kennismaking was ik behoorlijk onder de indruk.  U had mij overtuigd.  Eén overtuigende ontmoeting blijft toch onvoldoende om te beweren dat ik u zou kennen.  Dat ik u persoonlijk zou kennen.  Daarom doe ik het ook niet.  Wel durf ik het aan u een brief te schrijven.  Dat is eerder vrijblijvend.  Vriendschapsbanden hoeven daarvoor niet.
 
Zaterdagavond was ik in Gent.  In NTG.  Ik had een kaartje gekocht voor We shall overcome.  Die voorstelling over oorlog en vrede.  Ik zag Axl het podium opstappen.  Ik zag Ron plaatsnemen achter het drumstel.  Ik zag Wim opkomen.  Ook u zag ik datzelfde podium opstappen.  Dat was een verrassing.  Ik had u niet onmiddellijk verwacht.  Waarom? Ik weet het niet.  Een verklaring kan ik niet geven.  Toch zou snel blijken dat u de juiste man op de juiste plaats was.  Net als met Too Tangled zou u erin slagen mij te overtuigen.
 
We shall overcome.  Meteen had ik door dat het geen feestje zou worden.  Het zou geen wandeling in het park worden.  Het podium kleurde zwart.  Weinig belichting.  Enkel het hoogstnodige.  In de zwarte doeken, achteraan op het podium, meende ik een bos te zien.  Een vies, vuil bos.  Kale, afgeknakte bomen.  Met achter dat bos de loerende vijand.  Klaar om aan te vallen.  Dat meende ik te zien.  Omwille van mijn eigen veiligheid kroop ik wat dieper weg in mijn zetel.  U kan maar nooit weten.
 
Oorlog is een monster.  Het is wreed.  Kwaadaardig.  Het kruipt en sluipt.  Oorlog vernietigt.  Verscheurt.  Dat mocht blijken uit de gekozen songs.  Wim zong de woorden.  Dat deed hij goed.  Dat zijn wij van hem gewoon.  U trad Wim bij.  Dat werd van u verwacht.  Dat is de taak van een muzikant.  U bent deel van een band.  Dan wordt enige medewerking gevraagd.  Verlangd. 
 
U dikte de door Wim gezongen woorden aan.  U legde de accenten.  U met uw gitaar.  U klonk hard als het moest.  Zacht als het kon.  U was de perfecte begeleider.  U vertaalde de gebrachte emoties, die Wim zong.  Soms woest, soms ingetogen.  In uw gitaarspel hoorde ik de oorlog.  De verwoestende kracht.  In uw spel hoorde ik het gehuil en getier.  Ik hoorde het rouwen.  Het stille gemijmer om wat verloren ging.  Ik hoorde de pijn.  Van gewonde soldaten.  Van angstige soldaten.  Van vaders en moeders, die hoopvol wachtten op nieuws van het front.  Van vrouwen en kinderen.  Uw gitaar versterkte de aanklacht tegen oorlog.
 
Na de pauze werd het helemaal anders.  De oorlog was nog altijd aanwezig.  Niet meer zo prominent.  Dat niet.  De oorlog sluimerde.  Slalomde doorheen de hoop.  De stille hoop op vrede.  Het zwarte werd weggegomd.  Het witte trad in de plaats.  De schoonheid.  De puurheid.  De onschuld.  Maar achteraan dat podium zag ik nog steeds dat bos.  Als een constante bedreiging voor de gevonden vrede.  Alsof het leek te zeggen dat alles zo weer kan ontbranden.  Dat alles zo weer kan ontaarden.  De hoop is fragiel.  De hoopvolle verwachtingen op een mooie toekomst zijn breekbaar.  Een wereld zonder oorlog, het klinkt naïef.  Alsof het niet mogelijk is.  Nooit mogelijk is.  Die twijfel klonk door in uw gitaarspel.  U speelde ingetogener.  Stiller.  Alsof u dacht dat u bij een al te luid en wild gitaarspel die gecreëerde hoop finaal de kop zou inslaan.

U bent een goochelaar.  Een tovenaar.  U bent een meester.  Een virtuoos.  U bent eigenlijk alles wat We shall overcome nodig had.
 
Zaterdagavond heb ik meegezongen.  Op aangeven van Wim.  De ceremoniemeester.  Die avond wou ik hem volgen.  Ik wou de straat op.  Met u en de band op kop.  Als er gezongen wordt, wordt er niet gevochten.  Dat gaat niet samen.  Dat kan niet.  Dat werkt niet.  Ik geloofde dat.  Die avond wou ik alles geloven.  Ik wou zelfs geloven dat heel binnenkort de wapens zouden zwijgen in Syrië.  Omdat wij zongen.  Omdat wij uit volle borst zongen de vrede toch een kans te geven.  Ik wou geloven dat het goed zou komen in Irak.  In Afghanistan.  Ik wou geloven dat België dan toch zou afzien van de aankoop van gevechtsvliegtuigen.  Dat België in plaats daarvan zou investeren in de strijd tegen armoede.  Dat wou ik geloven.  Omdat ik zong.
 
Zaterdagavond hebt u mij heel even doen geloven in een wereld zonder oorlog.  Zaterdagavond liet u mij toe heel even naïef te zijn.  Zonder daarop afgerekend te worden.  Zaterdagavond hebt u mij een fantastische avond bezorgd.  Omdat u mij deed stilstaan bij de oorlog.  Omdat u mij deed inzien dat wij voortdurend moeten blijven streven naar vrede.  Hier en overal.  Ondanks alle mogelijke risico’s.  Ondanks alle mogelijke tegenwerpingen.
 
U bezorgde mij een mooie avond.  Samen met Axl, Ron en Wim.  Daarvoor wou ik u danken.  Daarvoor wou ik jullie danken.
 
Met vriendelijke groeten.

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen