vrijdag 8 april 2016

Uitgelezen: Problemski Hotel. Brief aan Dimitri Verhulst.

Beste Dimitri,
 
Ik had het mij makkelijk kunnen maken.  Ik had naar de cinema kunnen gaan.  Want vorig jaar werd uw boek verfilmd.  Dat had ik kunnen doen.  Maar er was die ene dooddoener, die mij ervan weerhield toch te gaan.  Die dooddoener, die zegt dat het boek beter is dan de film.  Dat is toch altijd de conclusie aan het eind van de film.  Toch als het om een verfilming van een boek gaat.  Bovendien ga ik niet graag naar de cinema.  Ga ik nooit of bijna nooit naar de film.  Te veel lawaai.  Te veel afleiding.  Te veel factoren, die mij storen in de kans op een aangename filmervaring.  Ik bleef dus thuis.  Ik nam uw boek uit de kast.  Ik begon te lezen.  Het beste wat ik kon doen.
 
Het beste wat ik kon doen omdat ik mij opnieuw kon wentelen in uw aparte, heerlijke schrijfstijl.  Opnieuw, inderdaad.  Het was niet uw eerste boek, dat ik las.  Ik was niet toe aan mijn proefstuk.  Ik ben een fan.  Ik volg u.  Dat volgen van uw schrijverschap deed mij in het verleden al kennismaken met meerdere boeken van u.  De helaasheid der dingen.  Godverdomse dagen op een godverdomse bol.  Mevrouw Verona daalt de heuvel af.  Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten.  Al die boeken had ik gelezen.  Telkens was het een feest.  Een literair feest.  Uw talent lijkt ongeëvenaard.  U merkt, in mijn loftuitingen schuilt de fan.
 
Nu was het de beurt aan Problemski Hotel.  Eén week lang verbleef u in een asielcentrum.  Uw indrukken schreef u neer in dit boek.  Mij leek het een ideaal moment om het boek nu te lezen.  Vandaag worden wij geconfronteerd met de grootste humanitaire crisis sinds de Tweede Wereldoorlog.  Wij worden gedwongen een standpunt in te nemen.  Om tot een weldoordacht standpunt te komen, kan het wel eens interessant zijn u te documenteren.  Hierin kon uw boek een rol spelen.  Tenminste, dat is wat ik dacht.
 
Ik las uw boek.  Ik heb mij geamuseerd met uw boek.  Asielzoekers en amusement, kan dat wel samen gaan? Men zou de neiging hebben hierop negatief te antwoorden.  Het thema is hiervoor te serieus.  Te zwaarwegend.  Na het lezen van uw boek twijfel ik.  De manier waarop u over deze problematiek schrijft, is grappig.  Maar dan confronterend grappig.  Grappig op een dergelijke wijze dat datgene, wat u de lezer wenst mee te geven, heel goed binnenkomt.  Er zit geen storing op de lijn.  U hanteert een directe stijl.  Door die grappige ondertoon komt de hardheid van de situatie zwaar binnen.  Als een mokerslag.  Ik lach maar bij elke lach wordt mijn verontwaardiging groter.
 
Nooit was ik een asielcentrum binnengestapt.  Via uw boek deed ik het een eerste keer.  Samen met u stapte ik binnen.  Ik maakte kennis met de bewoners.  Met hun verleden.  Met hun bekommernissen.  Met hun toekomstplannen.  Met hun dromen.  Met hun redenen toch op de vlucht te slaan.  Ik maakte kennis met de omstandigheden van die vlucht.  Mensonwaardig.  Hard.  Slopend.  Waaghalzerig.  Ik maakte kennis met het leven in een asielcentrum.  Met de open en onderhuidse spanningen in dat centrum.  Met de verveling in dat centrum en met het zoeken naar mogelijkheden om diezelfde verveling te verdrijven.  Met de vaak aanwezige wanhoop in dat centrum.  Omdat een asielaanvraag wordt geweigerd.  Omdat antwoord te lang uitblijft.  Omdat onzekerheid al te lang aanhoudt.
 
Beste Dimitri, u schonk mij een prachtig boek.  Toch is dat niet alles.  U deed meer.  Via uw boek kwam ik tot een beter begrip.  Vroeger was asielcentrum enkel een woord.  Nu is het meer.  Nu is het een wereld geworden, waarbij ik mij iets meer kan voorstellen.  Een wereld, waarover ik nu een beter oordeel kan vormen. 
 
Uw boek zou mij helpen tot een weldoordacht standpunt te komen.  Dat heeft het gedaan.  Asielzoekers zijn geen statistieken.  Want zo wordt er al te vaak over gepraat.  Gedebatteerd.  Er wordt enkel gepraat over asielaanvragen.  Waarbij wordt vergeten dat achter die aanvragen mensen schuilen.  Uw boek heeft hierop scherp gesteld.  Op de menselijkheid van het drama.  Niet op cijfertjes.  Niet op getalletjes.  Wel op de mensen.
 
Beste Dimitri, misschien zal ik ooit de film gaan zien.  Thuis (heel waarschijnlijk) of in de cinemazaal (heel onwaarschijnlijk).  Maar nu al weet ik wat ik zal zeggen aan het eind.  Dat het boek zo veel beter was.  Deze keer zal het geen dooddoener zijn.  Deze keer zal het een wel onderbouwd oordeel zijn.  Want uw boek was goed.  Heel goed.
 
Tot een volgende.
 
Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen